Troonredes bij demissionaire status
Het is diverse keren voorgekomen dat een troonrede werd voorgelezen, terwijl er een demissionair kabinet was. Na de kabinetscrises in 1982, 1989, 2010 en 2012 waren kort voor Prinsjesdag verkiezingen gehouden en was er nog geen 'missionair' kabinet gevormd. In 1956 en 1977 was de situatie vergelijkbaar met 2017 en 2021, want ook in die jaren was er sprake van een langdurige en moeizame formatie. In 2023 was er eerder dat jaar een crisis uitgebroken.
In 1972 was er, in tegenstelling tot de andere jaren, wel een 'missionair kabinet' (het kabinet-Biesheuvel1), maar dat had een beperkte opdracht. Dat gold evenzeer in 2006 toen het derde kabinet-Balkenende III2 aan het bewind was. Beide kabinetten waren gevormd na een kabinetscrisis. Ondanks dat beide kabinetten formeel wel een missionaire status hadden, was de situatie destijds dermate bijzonder dat de Troonredes van die jaren ook opgenomen zijn.
Vlak voor het zomerreces viel het kabinet-Rutte IV3 over het migratiebeleid. Er werden voor november 2023 Tweede Kamerverkiezingen uitgeschreven. De troonrede op 19 september bevatte vooral een terugblik op de periode onder koning Willem-Alexander en was verder tamelijk beleidsarm. Wel werden maatregelen aangekondigd om de bestaanszekerheid te vergroten.
Op 15 januari 2021 bood het kabinet-Rutte III4 ontslag aan naar aanleiding van de harde conclusies van het parlementair onderzoek kinderopvangtoeslag5. Op 17 maart 2021 waren er nieuwe Tweede Kamerverkiezingen6. Het formatieprocess7 dat volgde op deze verkiezingen was dusdanig lang dat het kabinet Rutte-III nog steeds demissionair was ten tijde van de troonrede8 op 21 september 2021. Over deze situatie zei de Koning het volgende:
"De begroting die de regering vandaag aan u overlegt, staat in het teken van uitvoering van lopend beleid. Dat past bij de demissionaire status van een kabinet dat in januari van dit jaar zijn ontslag aanbood en daarmee verantwoordelijkheid nam voor de toeslagenaffaire. Grote nieuwe keuzes voor de langere termijn zijn aan een volgend kabinet. Tegelijkertijd ontslaat dat de zittende regering niet van de plicht te doen wat nodig is. Sommige onderwerpen zijn zo urgent, dat stilstand nu ons land onnodig achterop zou zetten. Daarom meent de regering er goed aan te doen in het lopende beleid voor komend jaar een aantal extra stappen te zetten, onder andere op het terrein van klimaat, rechtsstaat en wonigbouw."
Op 15 maart 2017 waren er Tweede Kamerverkiezingen9 en werd kabinet-Rutte II10 demissionair. De formatie was echter op 19 september nog niet volbracht. De troonrede11 bevatte de passage:
"Dat Prinsjesdag dit jaar plaatsvindt in een tijd van kabinetsvorming betekent dat terughoudendheid geboden is bij het indienen van nieuwe voorstellen. Dat ontslaat de regering niet van de plicht te doen wat in het landsbelang is. Bijsturing is altijd nodig om in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen."
Uiteindelijk kwam het kabinet-Rutte III4 op 26 oktober 2017 tot stand.
Het kabinet-Rutte I12 was op 23 april 2012 ten val gekomen door onenigheid over het te voeren financieel-economisch beleid. 12 september waren er Tweede Kamerverkiezingen13. Dat was zes dagen voor de troonrede14 werd voorgelezen. De demissionaire status van het kabinet werd niet gememoreerd. Er was alleen een verwijzing naar de aanstaande viering van 200 jaar Koninkrijk.
Op 21 september 2010 was de troonrede geschreven door het demissionaire vierde kabinet-Balkenende15. Het kabinet was op 23 februari dat jaar gevallen en er waren op 9 juni vervroegde Tweede Kamerverkiezingen16 gehouden. In inleidende tekst van de troonrede17 stond daarom:
"Intensief wordt sinds de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni gewerkt aan de totstandkoming van een nieuw kabinet. Lopende de kabinetsformatie past het huidige kabinet terughoudendheid bij het doen van beleidsvoorstellen voor het komende jaar."
Na de val van het kabinet-Balkenende II18 op 30 juni 2006, vormden het CDA19 en de VVD20 het minderheidskabinet-Balkende III. Dat kabinet had als belangrijkste taak om vervroegde verkiezingen21 uit te schrijven en alvast een begroting voor het volgende jaar op te stellen en te presenteren. In de Troonrede van 200622 werd verwezen naar de toenmalige politieke situatie.
"Op 22 november zullen de verkiezingen voor een nieuwe Tweede Kamer worden gehouden. De regering is zich ervan bewust dat dit zorgvuldigheid vereist bij het indienen van de begroting voor 2007."
Op 6 september werden vervroegde verkiezingen23 voor de Tweede Kamer gehouden, nadat in mei het tweede kabinet-Lubbers24 was gevallen.
De troonrede25 uit het jaar 1989 begon aldus:
"Leden van de Staten-Generaal. Na de vervroegde verkiezingen is op 14 september de nieuw gekozen Tweede Kamer bijeengekomen. Met de vorming van een nieuw kabinet is een aanvang gemaakt. Deze uiteenzetting van het regeringsbeleid zal dus sober zijn."
Hoewel de uiteenzetting van het regeringsbeleid dus beperkt bleef, werd er wel dieper ingegaan op politiek minder gevoelige onderwerpen, zoals de veranderingen in de wereld door het (naderende) verdwijnen van het IJzeren Gordijn. Ook op de verdere Europese eenwording werd uitgebreid ingegaan. Thema's als milieu, de overheidsfinanciën, werkgelegenheid, inkomensbeleid en criminaliteitsbestrijding kregen ook aandacht, maar belangrijke politieke keuzes werden niet gemaakt.
Het nieuwe kabinet, het kabinet-Lubbers III26 van CDA19 en PvdA27, kwam na een formatie van bijna 90 dagen tot stand.
Op 21 september 1982 las koningin Beatrix de troonrede28 voor, terwijl het derde kabinet-Van Agt29 een demissionaire status had. Op 8 september waren er vervroegde verkiezingen30 gehouden, nadat in mei het tweede kabinet-Van Agt31 van CDA, PvdA en D6632, aan een interne crisis ten onder was gegaan.
De troonrede begon met de woorden:
"Een Troonrede, uitgesproken onder verantwoordelijkheid van een demissionair kabinet, kan geen beschrijving bieden van plannen en initiatieven waarmee de regering in het nieuwe parlementaire jaar vorm denkt te geven aan het te voeren beleid. Wel past een beschouwing over de problemen waarin ons land verkeert en een aanduiding van de maatregelen welke, met het oog op de ernst en de omvang van die problemen, naar het oordeel van het kabinet zonder verwijl moeten worden genomen om uitzicht te openen op economische herstel."
De formatie verliep vrij vlot. Nadat PvdA'er Van Kemenade33 als eerste informateur was opgetreden (de PvdA was de grootste fractie), werd onder leiding van mr. W. Scholten34 gewerkt aan vorming van een kabinet van CDA en VVD. Op 4 november rondde formateur Ruud Lubbers35 daarna de formatie succesvol af.
Na de verkiezingen van 25 mei 197736 begon PvdA-leider Joop den Uyl37 met de formatie. Zijn partij was als grote winnaar uit de verkiezingsstrijd gekomen (tien zetels winst en 53 Kamerzetels). Na de breuk in het kabinet-Den Uyl38 in maart 1977 waren de verhoudingen tussen PvdA en het nieuwe CDA verslechterd. Vooral de positie van CDA-leider Dries van Agt39 was voor de PvdA problematisch.
Een lange, moeizame formatie volgde. In juli liep Den Uyl vast op de regeling van de vermogensaanwasdeling. Nadat CDA'er Albeda40 dat probleem had weggewerkt, strandde Den Uyl in augustus voor de tweede maal. Toen was de abortuswetgeving het breekpunt. Opnieuw wist een CDA-informateur, Veringa41, het geschil weg te werken.
Den Uyl en Veringa werden daarna samen informateur. Zij stelden onder meer samen de financieel-economische paragraaf op van het ontwerp-regeerakkoord, maar zouden later stukoplopen op de portefeuilleverdeling.
Op 8 september deed zich een bijzonder feit voor. CDA-leider Van Agt gaf zijn ministerschap op, omdat hij drie maanden na de verkiezingen moest kiezen tussen het ministerschap of het Kamerlidmaatschap (de Grondwet schreef dat toen nog voor). Anders dan bijvoorbeeld Biesheuvel42 in 1973 koos hij voor het Kamerlidmaatschap. De Gaay Fortman nam zijn Justitieportefeuille en het vicepremierschap van hem over.
Het vertrek van Van Agt was indirect merkbaar in de troonrede43, want het kabinet-Den Uyl liet de koningin die rede openen met de zin:
"Leden der Staten-Generaal, De lange duur van de kabinetsformatie, na een verkiezingsuitslag die toch door velen als duidelijk is ervaren, wekt onder de huidige omstandigheden begrijpelijke bezorgdheid."
Die opmerking werd duidelijk gezien als een tik op de vingers van CDA-leider Van Agt. Tot totstandkoming van het tweede kabinet-Den Uyl kwam het uiteindelijk niet. Op 19 december vormden CDA en VVD het kabinet-Van Agt/Wiegel44.
In juli 1972 was het kabinet-Biesheuvel1 gevallen door het uittreden van de bewindslieden van DS'7045. Toen in augustus bleek dat de breuk niet kon worden gelijmd, kwamen de bewindslieden van KVP46, ARP47, CHU48 en VVD terug op hun ontslagaanvragen en bleven zij aan als missionair kabinet. Het kabinet kondigde wel verkiezingen aan. In de troonrede van 19 september 197249 werd op de bijzondere situatie gewezen:
"De heden te openen zitting van de Staten-Generaal kan (dus) slechts van beperkte duur zijn. Van U wordt gevraagd mee te werken aan het tot stand brengen van die beslissingen die geen uitstel gedogen."
In 1956 waren er op 13 juni verkiezingen50 gehouden. De PvdA werd de grootste fractie en PvdA-leider en minister-president Drees51 kreeg het initiatief bij de formatie. Zijn poging om een brede coalitie te vormen, strandde echter. Behalve inhoudelijke geschilpunten, was ook de verhouding tussen met name PvdA en KVP46 sterk verslechterd.
Enige tijd werd geprobeerd een extraparlementair kabinet te vormen. Er was zelfs sprake van dat Drees zou worden vervangen door een wat verder van de politiek afstaande bestuurder, de Gouverneur van Suriname, Jan van Tilburg52. Informateur W.F. de Gaay Fortman53 (ARP) trachtte een kabinet te vormen, zonder de PvdA. Op 15 september bleek echter dat die poging kansloos was.
Dat was de situatie op 18 september, de dag dat koningin Juliana de troonrede54 voorlas. Die troonrede was opgesteld onder verantwoordelijkheid van het derde kabinet-Drees55.
De rede begon als volgt:
"Leden der Staten-Generaal, Ofschoon meer dan drie maanden zijn verlopen sinds de verkiezingen voor de Tweede Kamer werden gehouden, is het nog niet mogelijk gebleken te komen tot de vorming van een nieuw kabinet. Het demissionaire kabinet doet op mijn uitnodiging alles wat het in het belang van het Koninkrijk noodzakelijk acht. Evenwel kunnen u onder deze omstandigheden geen plannen betreffende het in de toekomst te voeren beleid worden voorgelegd."
In de korte rede werd onder meer ingegaan op de aanstaande uitbreiding van het ledental van de Staten-Generaal, op de kwestie-Nieuw-Guinea, de samenwerking in Beneluxverband en op de algemene economische toestand.
De formatie mondde ten slotte, op 13 oktober, uit in vorming van het vierde kabinet-Drees56.
Meer over
- 1.Dit kabinet kwam tot stand na de Tweede Kamerverkiezingen van 1971. De partijen die het voorgaande kabinet-De Jong hadden gevormd (KVP, CHU, ARP en VVD) verloren bij deze verkiezingen hun meerderheid. Met nieuwkomer DS'70 als vijfde regeringspartij kon het beleid van het vorige kabinet echter voortgezet worden. Minister-president Barend Biesheuvel was afkomstig uit de ARP.
- 2.Dit minderheidskabinet van CDA en VVD werd niet gevormd na verkiezingen, maar direct na de val van het kabinet-Balkenende II. Nadat de D66-bewindslieden uit dat kabinet gestapt waren, werden de twee opengevallen ministersposten opgevuld door andere leden van het kabinet. In plaats van aan het rompkabinet van CDA en VVD een demissionaire status toe te kennen werd missionair overgangskabinet gevormd.
- 3.Dit kabinet van VVD, D66, CDA en ChristenUnie kwam na de langste formatie sinds de Tweede Wereldoorlog tot stand. Negen maanden na de verkiezingen van 17 maart 2021 en bijna een jaar na de ontslagneming van het kabinet-Rutte III stond er een nieuw kabinet op het bordes. Premier Mark Rutte leidde voor de vierde keer een kabinet.
- 4.Dit kabinet van VVD, D66, CDA en ChristenUnie kwam na de tot dan langste formatie sinds 1945 tot stand. Zeven maanden na de verkiezingen van 15 maart 2017 stond er een opvolger van het kabinet-Rutte II op het bordes. Voor premier Mark Rutte was het de derde keer dat hij een kabinet leidt. Het kabinet bood op 15 januari 2021 ontslag aan, vanwege de harde conclusies van het parlementair onderzoek kinderopvangtoeslag. Hiermee werd het kabinet, en de leden hiervan, demissionair. Deze demissionaire periode zou 360 dagen duren, een record.
- 5.Op 2 juli 2020 stelde de Tweede Kamer de tijdelijke parlementaire ondervragingscommissie (POK) in die onderzoek zou gaan doen naar de problemen bij de aanpak van vermeende fraude bij het uitkeren van toeslagen voor kinderopvang. Met deze mini-enquête wilde de Kamer nagaan in hoeverre bewindspersonen betrokken waren bij de gekozen aanpak van de afdeling Toeslagen van de Belastingdienst. Ook wilde de Kamer weten waarom het zo lang duurde voor de politieke leiding ingreep. Voorzitter van de ondervragingscommissie was Chris van Dam.
- 6.Op 17 maart 2021 waren er Tweede Kamerverkiezingen. Het ging om een reguliere verkiezing, maar er lagen ook zeven Grondwetsvoorstellen voor die in eerste lezing door beide Kamers waren aanvaard. De VVD werd de grootste partij. Winst was er vooral voor D66 en FVD. Verder waren er maar liefst vier nieuwkomers die zetels behaalden: Volt, JA21, BBB en BIJ1. Verlies was er voor GroenLinks, SP en CDA. Opvallend was dat de PvdA zich niet herstelde en dat de vier regeringspartijen hun meerderheid behielden.
- 7.De kabinetsformatie 2021-2022 duurde in totaal 299 dagen. Zij resulteerde uiteindelijk in een voortzetting van de bestaande coalitie in kabinet-Rutte IV.
- 8.De troonrede is de rede die de Koning jaarlijks op de derde dinsdag van september (Prinsjesdag) voorleest. Hij geeft in de troonrede een uiteenzetting van het regeringsbeleid voor het komende jaar. De Koning schrijft de tekst van de troonrede niet zelf; dat doen de ministers. Het voorlezen van de troonrede vloeit voort uit artikel 65 van de Grondwet.
- 9.Op 15 maart 2017 waren er Tweede Kamerverkiezingen. Het ging om een reguliere verkiezing na afloop van de volledige kabinetsperiode, maar er lagen ook drie grondwetsvoorstellen voor die in eerste lezing waren aanvaard door beide Kamers. Winnaars waren GroenLinks, D66, PVV en CDA, terwijl de twee regeringspartijen verloren. Voor de PvdA was dat verlies zelfs 29 zetels. De VVD bleef wel de grootste. Nieuw in de Kamer waren DENK en Forum voor Democratie.
- 10.Dit kabinet werd door VVD en PvdA gevormd na de Tweede Kamerverkiezingen van 12 september 2012. VVD-leider Mark Rutte werd voor de tweede keer premier. Onder leiding van informateurs Wouter Bos en Henk Kamp wisten de coalitiepartijen hun grote onderlinge verschillen te overbruggen. De formatie van het kabinet-Rutte II was één van de snelste kabinetsformaties ooit.
- 11.In de integrale tekst van de troonrede 2017 is door de redactie structuur aangebracht, zodat u snel tussen de onderdelen kunt navigeren.
- 12.Dit minderheidskabinet van VVD en CDA werd gevormd na de Tweede Kamerverkiezingen 2010 en trad op 14 oktober 2010 aan als opvolger van het kabinet-Balkenende IV. Voor een meerderheid in de Tweede Kamer sloten de regeringspartijen een gedoogakkoord met de PVV. VVD-leider Mark Rutte werd de eerste premier van VVD-huize.
- 13.Op 12 september 2012 waren er vervroegde Tweede Kamerverkiezingen. Deze waren nodig na de val van het kabinet-Rutte op 23 april 2012. De VVD won tien zetels en werd de grootste. De PvdA, met Diederik Samsom als lijsttrekker, won eveneens. Er was opnieuw verlies voor het CDA en ook de PVV ging flink achteruit. Verliezer was verder GroenLinks. Een nieuwkomer was 50PLUS met twee zetels.
- 14.In de integrale tekst van de troonrede 2012 is door de redactie structuur aangebracht, zodat u snel tussen de onderdelen kunt navigeren.
- 15.Dit kabinet werd gevormd na de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006. Het was tot 23 februari 2010 een coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie en daarna van CDA en CU. Het trad op 22 februari 2007 aan als opvolger van het kabinet-Balkenende III. Motto van het kabinet was 'Samen werken, samen leven'.
- 16.Op 9 juni 2010 vonden er Tweede Kamerverkiezingen plaats. Deze waren nodig na de val van het kabinet-Balkenende IV. De PvdA-bewindslieden traden in februari 2010 uit dat kabinet. Grote winnaars van de verkiezingen waren PVV en VVD. De VVD, met Mark Rutte als lijsttrekker, werd voor het eerst de grootste partij door de PvdA met één zetel voor te blijven. GroenLinks won licht. Het CDA leed een (zware) nederlaag, net als SP en D66. De Partij voor de Dieren kreeg voor het eerst (twee) zetels.
- 17.In de integrale tekst van de troonrede 2010 is structurering aangebracht, zodat u snel tussen de onderdelen kunt navigeren.
- 18.Na de Tweede Kamerverkiezingen van 2003 werd het kabinet-Balkenende II gevormd. In dit kabinet werkten CDA, VVD en D66 samen. De CDA- en VVD-bewindslieden uit het voorgaande kabinet-Balkenende I keerden allen terug. Jan Peter Balkenende (CDA) werd wederom premier. Bijzonder waren het recordaantal van vijf vrouwen in het kabinet en het feit dat D66 voor het eerst aan een centrumrechts kabinet meedeed.
- 19.Het Christen-Democratisch Appèl (CDA) is een christelijk geïnspireerde partij in het centrum van het politieke spectrum. Henri Bontenbal is momenteel politiek leider van het CDA. De partij werd opgericht op 11 oktober 1980 als fusie van Anti-Revolutionaire Partij (ARP), Christelijk-Historische Unie (CHU) en Katholieke Volkspartij (KVP).
- 20.De Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) is een rechtse liberale partij, met op onder meer ethisch gebied progressievere standpunten. Politiek leider is sinds 14 augustus 2023 Dilan Yesilgöz-Zegerius. De partij werd opgericht in 1948 als opvolger van de Partij van de Vrijheid (PvdV), die weer een voortzetting was van de vooroorlogse Liberale Staatspartij (LSP).
- 21.Op 22 november 2006 vonden er Tweede Kamerverkiezingen plaats. De verkiezingen waren aanvankelijk gepland op 15 mei 2007, maar werden vervroegd door de val van het kabinet-Balkenende II. Het CDA handhaafde zich als grootste, maar de SP onder leiding van Jan Marijnissen werd met zestien zetels winst de grote winnaar. De Groep-Wilders/PVV kwam met negen zetels in de Kamer. PvdA, VVD en D66 verloren.
- 22.Hieronder volgt de integrale tekst van de troonrede 2006. In deze tekst is structurering aangebracht, zodat u snel tussen de onderdelen kunt navigeren.
- 23.Op 6 september 1989 waren er vervroegde Tweede Kamerverkiezingen. Deze waren nodig na de ontbinding van de Tweede Kamer door de val van het Kabinet-Lubbers II. Het CDA won de verkiezingen door evenveel zetels te halen als in 1986. De PvdA deed het onder Wim Kok minder goed. Verliezer was de VVD en voortzetting van het centrumrechts kabinet lag net voor de hand. Onder leiding van Hans van Mierlo behaalde D66 zetelwinst. Het nieuwe GroenLinks behaalde zes zetels.
- 24.Dit kabinet was qua politieke samenstelling een voortzetting van het eerste kabinet-Lubbers. De coalitiepartijen CDA en VVD hadden bij de verkiezingen van 1986 hun gezamenlijke meerderheid in de Tweede Kamer behouden.
- 25.In de integrale tekst van de troonrede 1989 is door de redactie structuur aangebracht, zodat u snel tussen de onderdelen kunt navigeren.
- 26.In het derde kabinet-Lubbers werkte het CDA samen met de PvdA. De VVD, coalitiepartner van het CDA in het voorgaande kabinet-Lubbers II, belandde na de verkiezingen van 1989 in de oppositie. CDA-leider Ruud Lubbers werd voor de derde keer premier.
- 27.De Partij van de Arbeid (PvdA) is een progressieve, sociaaldemocratische partij. De partij werd opgericht in 1946 als een voortzetting van de vooroorlogse Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP), de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB) en de Christelijk-Democratische Unie (CDU). De PvdA trok samen met GroenLinks op en deed met een gezamenlijke lijst mee aan de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2023. Frans Timmermans leidt de gezamenlijke fractie in de Tweede Kamer.
- 28.In de integrale tekst van de troonrede 1982 is door de redactie structuur aangebracht, zodat u snel tussen de onderdelen kunt navigeren.
- 29.Na de val van het kabinet-Van Agt II werd dit minderheidskabinet van CDA en D'66 gevormd. CDA-leider Van Agt bleef premier. De posten die waren opengevallen na het vertrek van de PvdA-bewindslieden, werden opgevuld vanuit de gelederen van de overgebleven coalitiepartners.
- 30.Op 8 september 1982 waren er vervroegde verkiezingen voor de Tweede Kamer. Deze waren nodig nadat het kabinet-Van Agt I al na acht maanden ten val was gekomen. De PvdA won de verkiezingen, maar kon desondanks geen aanspraak maken op regeringsdeelname. Onder leiding van Ed Nijpels maakte de VVD forse groei door, vooral ten koste van D'66. De komst van de extreemrechtse Centrumpartij zorgde voor veel beroering.
- 31.Dit kabinet van CDA, PvdA en D'66 werd gevormd na de verkiezingen 1981. CDA-leider Dries van Agt werd voor de tweede keer premier, net als bij het voorgaande kabinet-Van Agt I. PvdA-leider Joop den Uyl werd vicepremier en minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De toevoeging 'Werkgelegenheid' onderstreepte zijn centrale rol bij een actief werkgelegenheidsbeleid.
- 32.Democraten 66 (D66) is een hervormingsgezinde sociaal-liberale partij. De huidige politiek leider is Rob Jetten. De partij werd opgericht op 14 oktober 1966 door 44 'homines novi', waarvan er 25 eerder bij andere politieke partijen actief waren geweest. Belangrijkste initiatiefnemer en voorman (tot 1998) was de oud-journalist Hans van Mierlo.
- 33.Invloedrijke katholieke socialist met grote werkkracht. Uiteenlopende wetenschappelijke, bestuurlijke en maatschappelijke activiteiten. Kwam als Nijmeegse hoogleraar onderwijs-sociologie als minister van Onderwijs in het kabinet-Den Uyl. Was daarin een creatieve maar ook veel bekritiseerde bewindsman. Ontvouwde plannen voor de zgn. Middenschool en stimuleerde als tweedekansonderwijs de moedermavo en de Open Universiteit. In de periode 1978-1981 Tweede Kamerlid en fractiesecretaris. In 1981 weer minister in het kabinet-Van Agt II. Bracht later als Kamerlid een omvangrijke initiatiefwet tot stand over volwasseneneducatie. Was tot 1984 dé 'kroonprins' van Joop den Uyl. Na zijn 'Haagse' loopbaan universiteitsbestuurder, burgemeester van Eindhoven en Commissaris van de Koningin in Noord-Holland. Werd in 2002 minister van staat.
- 34.CHU- en CDA-politicus die vele hoge functies bekleedde. Begon zijn politieke loopbaan als fiscaal specialist van de CHU-Tweede Kamerfractie en werd staatssecretaris van belastingen in de kabinetten-Biesheuvel. Stapte in 1976 over naar de Raad van State, maar keerde na het aftreden van Kruisinga begin 1978 terug als minister van Defensie. Was in die functie medeverantwoordelijk voor het besluit kruisraketten te plaatsen in Nederland. Werd in 1980, zeer tegen de zin van de PvdA, benoemd tot vicepresident van de Raad van State. Speelde als informateur in 1982 een belangrijke rol bij de vorming van het eerste kabinet-Lubbers. Gezaghebbend en integer. Zowel wat politieke als persoonlijke opvattingen betreft behoudend.
- 35.Christendemocraat die twaalf jaar minister-president was. Werd in 1973 als jonge ondernemer minister van Economische Zaken in het kabinet-Den Uyl. Na zijn ministerschap en een jaar 'gewoon' Kamerlid voorzitter van de CDA-fractie. Was vier jaar steunpilaar van het kabinet-Van Agt/Wiegel. Na het mislukte kabinet-Van Agt/Den Uyl werd hij in 1982 premier en CDA-leider. Voerde in kabinetten met de VVD een 'no-nonsense'-beleid dat zorgde voor economisch herstel en vermindering van de staatsschuld. Leidde het CDA in 1986 naar verkiezingswinst en wist die in 1989 te consolideren. Werd daarna premier van een kabinet met de PvdA. Een meester in het vinden van compromisteksten, die vaak tot stand kwamen op zijn werkkamer, het torentje. Na zijn premierschap ontging hem het voorzitterschap van de Europese Commissie en de functie secretaris-generaal van de NAVO. Werd later wel onverwacht Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, maar trad in 2005 voortijdig terug. Harde werker, manager.
- 36.De Tweede Kamerverkiezingen van 1977 waren op 25 mei. Dit waren vervoegde verkiezingen, nadat het kabinet-Den Uyl in maart ten val was gekkozen. De PvdA won, met als verkiezingsleus: Kies de minister-president, tien zetels en de VVD zes. Nieuwkomer CDA deed het iets beter van KVP, ARP en CHU in 1972. Winst was er ook voor D'66. Vrijwel alle kleinere partijen verloren.
- 37.Gedreven PvdA-ideoloog en -politicus en econoom. Voor sommigen 'ome Joop', voor anderen de verpersoonlijking van verfoeilijk socialisme. Kwam vanuit de journalistiek in de 'denktank' van de PvdA en werd in 1956 Tweede Kamerlid. Stapte in 1962 over het wethouderschap van economische zaken in Amsterdam en stimuleerde onder andere de industrievestiging. In 1965 minister van Economische Zaken in het kabinet-Cals. Volgde in 1966 Vondeling op als partijleider. Zou tot 1986 het gezicht van de PvdA zijn. Het door hem geleide kabinet ging als het meest linkse de geschiedenis in. Kon het succes bij de verkiezingen van 1977 niet omzetten in hernieuwde regeermacht. Zijn derde optreden als minister (ditmaal van Sociale Zaken onder Van Agt) verliep teleurstellend. Ondanks herstel in 1982 bleef zijn partij buiten het kabinet. Erudiet analyticus en scherp debater, die door zijn gedrevenheid echter soms drammerig overkwam.
- 38.Dit kabinet wordt beschouwd als het meest links-progressieve kabinet uit de parlementaire geschiedenis. Het kwam tot stand na de moeizame formatie die volgde op de verkiezingen van 1972 en was de opvolger van de kabinetten-Biesheuvel I en II. Het bestond uit bewindslieden van de PvdA, D'66, PPR, KVP en ARP onder leiding van PvdA'er Joop den Uyl.
- 39.CDA-voorman, jurist en premier van KVP-huize. Stond als hoogleraar strafrecht bekend als vernieuwingsgezind en bracht als minister van Justitie belangrijke wetten tot stand. Vicepremier in het kabinet-Den Uyl. Kwam in de kabinetten-Biesheuvel en -Den Uyl diverse malen in politieke problemen, onder meer door discussies over de vrijlating van de Drie van Breda, de abortuskwestie en de affaire-Menten. Werd in 1977 de eerste leider van het CDA en was daarna vijf jaar premier. Was toen de politieke tegenvoeter van PvdA-leider Den Uyl; even populair bij zijn achterban als verguisd door zijn tegenstanders. Stapte na de verkiezingen van 1982 op als politiek leider. Nadien Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant en EG-ambassadeur. Relativeerde de politiek en zichzelf, maar was tactisch sterk. Formuleerde zorgvuldig en viel op door zijn kleurrijke en soms archaïsche taalgebruik.
- 40.ARP- en CDA-politicus die zichzelf typeerde als vakbondsman. Was geruime tijd werkzaam bij de Christelijke Bouwbond en het CNV. Daarna hoogleraar sociaaleconomisch beleid in Rotterdam. Had belangstelling voor internationale vraagstukken. Vanaf 1966 lid en sinds 1973 voorzitter van de ARP-fractie in de Eerste Kamer. Stond in 1973 als informateur mede aan de basis van het kabinet-Den Uyl. Minister van Sociale Zaken in het eerste kabinet-Van Agt, waarvan hij het 'sociale gezicht' was. Bracht onder meer een herziening van de Wet op de ondernemingsraden en de Arbeidsomstandighedenwet tot stand. Keerde na zijn ministerschap terug in de Senaat en werd later voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Evenwichtige, sociaal voelende econoom die vaak optrad als bemiddelaar bij sociale conflicten.
- 41.Vriendelijke KVP-voorman, met een jongensachtige uitstraling, die minister van Onderwijs was in het kabinet-De Jong. In 1971 lijsttrekker van zijn partij. Was als criminoloog topambtenaar van het gevangeniswezen en in Nijmegen buitengewoon hoogleraar. Tijdens zijn ministerschap vond onder meer in 1969 de bezetting van het Maagdenhuis (UvA) plaats, die een uiting was van onvrede over de weinig democratische structuur van de universitaire wereld. Kwam aan de wens tot modernisering tegemoet via de Wet Universitaire Bestuurshervorming. Werd in 1971 lijsttrekker van de KVP, omdat hij een progressiever imago had dan De Jong. Moest echter al eind 1971 de politiek verlaten vanwege zijn gezondheid. Werd toen staatsraad. In 1977 (in)formateur tijdens de mislukte formatie van een tweede kabinet-Den Uyl.
- 42.Charismatische ARP-voorman, minister van Landbouw en premier. Afkomstig uit Haarlemmerliede en net als Colijn een boerenzoon. Kwam via de Christelijke boeren- en tuindersbond in de Kamer, waarvan hij al snel een gerespecteerd lid was. Werd in 1963 minister van Landbouw en vicepremier. Na een mislukte poging een kabinet te vormen in 1967 fractievoorzitter. Was zowel criticaster als steunpilaar van het kabinet-De Jong. Pleitbezorger van christendemocratische samenwerking. In 1971 alsnog premier van een instabiel kabinet, dat na een jaar ten val kwam. Behaalde in november 1972 met zijn partij een goed verkiezingsresultaat, maar verdween korte tijd later vrij geruisloos uit de politiek toen zijn partij aanstuurde op een kabinet met de PvdA. Populair in eigen kring. Harde werker, pragmatisch maar ook soms erg rechtlijnig. Werd vanwege zijn lange gestalte (bijna twee meter) 'mooie Barend' genoemd.
- 43.In de integrale tekst van de troonrede 1977 is door de redactie structuur aangebracht, zodat u snel tussen de onderdelen kunt navigeren.
- 44.Dit kabinet van CDA en VVD kwam na een lange formatieperiode tot stand, nadat vorming van een tweede kabinet-Den Uyl was mislukt. Hoewel de PvdA bij de verkiezingen van 1977 de grootste partij was geworden, werd CDA-leider Dries van Agt premier.
- 45.DS'70 was een centrumrechtse sociaaldemocratische partij. De partij werd opgericht in 1970 als afsplitsing van de Partij van de Arbeid, door leden die ontevreden waren over de koers van die partij, zowel op financieel-economisch gebied als bij het buitenlands beleid. De partij was tot juli 1972 vertegenwoordigd in het kabinet-Biesheuvel I.
- 46.De KVP was een christendemocratische partij, die, hoewel zij voor iedereen openstond, vrijwel uitsluitend aanhang had onder de katholieken. De partij was in 1945 de opvolger van de vooroorlogse RKSP. In 1980 fuseerde zij met ARP en CHU tot het CDA. De KVP had met name in sommige streken (Limburg, Noord-Brabant, delen van Gelderland, Twente) een sterke machtspositie.
- 47.De ARP werd op 3 april 1879 opgericht door Abraham Kuyper. Daarmee kwam er een partijverband voor politieke stroming, de antirevolutionairen, die reeds sinds het begin van de 19e eeuw bestond. Zij was de eerste nationale politieke partij. De ARP was een christendemocratische, protestantse partij. In 1980 ging de ARP met KVP en CHU op in het CDA.
- 48.De CHU was een christendemocratische politieke partij, die vooral aanhang had onder Nederlands-Hervormden. De CHU kende een los partijverband en daarom was er sprake van een unie. De CHU ontstond in 1908 door samengaan van de Christelijk-Historische Partij en de Friese Bond van christelijk-historischen. In 1980 fuseerde de CHU met ARP en KVP tot het CDA.
- 49.In de integrale tekst van de troonrede 1972 is door de redactie structuur aangebracht, zodat u snel tussen de onderdelen kunt navigeren.
- 50.De Tweede Kamerverkiezingen van 1956 waren op 13 juni van dat jaar. Het was een nek-aan-nek-race tussen KVP en PvdA, die werd gewonnen door laatstgenoemde partij. Het waren reguliere verkiezingen na afloop van de zittingstermijn van de Tweede Kamer. Er waren verder slechts kleine verschuivingen in de zeteltallen.
- 51.'Vadertje Drees'. Eén van de grootste twintigste-eeuwse politici, onder wiens leiding na de Bevrijding zowel de dekolonisatie als de wederopbouw plaatsvonden. Overtuigd sociaaldemocraat, maar wel zeer pragmatisch ingesteld ('niet alles kan, en zeker niet alles tegelijk'). Groeide op in Amsterdam en klom op van stenograaf, SDAP-wethouder van Den Haag en Kamerlid, tot minister en minister-president. Had als wethouder van Den Haag al voor 1940 een goede naam als bestuurder. In de oorlog enige tijd gijzelaar en centrale figuur in het politieke verzet. Bracht in 1947 als minister van Sociale Zaken de Noodwet Ouderdomsvoorziening tot stand, de voorloper van de AOW. Werd zowel daardoor, als door zijn leiderschap en soberheid een populair staatsman, ook buiten zijn eigen kring. Tien jaar premier van brede coalities waarvan PvdA en KVP de kern vormden. Had goede contacten met Beel. Brak in de jaren '70 met zijn partij, de PvdA, uit onvrede over de koers. Sober levende en altijd eenvoudig gebleven man, die een zeer hoge leeftijd bereikte.
- 52.PvdA-bestuurder en Eerste Kamerlid, dat vooral een voorname rol speelde in de Rotterdamse gemeentepolitiek. Was belastinginspecteur en werd na de bevrijding wethouder van financiën en havenbedrijf van Rotterdam. In 1951 tevens financieel woordvoerder van de PvdA-senaatsfractie. In 1956 volgde een benoeming als Gouverneur van Suriname. Werd in dat jaar tijdens de formatie-De Gaay Fortman ook nog even genoemd als mogelijke premier. Keerde in 1962 terug naar Rotterdam.
- 53.Gezaghebbende progressieve ARP- en CDA-politicus. Was ambtenaar, secretaris van de rijksbemiddelaars en docent aan de CNV-kaderschool en werd later hoogleraar aan de VU. In 1956 zonder succes formateur tijdens de lange kabinetsformatie van dat jaar. Wist in 1960, het jaar waarin hij ook senator was geworden, echter snel een kabinetscrisis op te lossen. Liet zich in 1973 samen met Boersma overhalen minister te worden in het kabinet-Den Uyl. Had een goede band met de ex-gereformeerde Den Uyl. Als minister een relativerende, vaderlijke figuur. Speelde een belangrijke rol bij de onafhankelijkheid van Suriname en kwam met een plan om Nederland op te delen in 24 provincies. Was in 1981 nog eens als informateur betrokken bij een formatie en wist de weg te openen voor een kabinet van CDA, PvdA en D66. Tot op hoge leeftijd kritisch volger van de koers van het CDA.
- 54.Vanwege de nog lopende formatie was er in 1956 een weinig inhoudelijke troonrede.
- 55.Na de verkiezingen van 1952 kwam dit derde kabinet op brede basis tot stand. Het kabinet onder leiding van PvdA-voorman Willem Drees bestond uit ministers van de PvdA, KVP, ARP en CHU en telde verder een partijloze minister. Het was een van de rooms-rode coalities. De VVD, deel van het voorgaande kabinet-Drees II, werd als regeringspartij vervangen door de ARP.
- 56.Het kabinet-Drees IV was een coalitie van PvdA, KVP, ARP en CHU. Na de verkiezingen van 1956 zetten de partijen uit het kabinet-Drees III hun samenwerking voort. Het was het laatste van de rooms-rode kabinetten. Premier was PvdA-leider Willem Drees. Het kabinet trad aan op 13 oktober 1956.