Brief regering; Homogene Groep Internationale samenwerking 2022 (HGIS-nota 2022) - Homogene Groep Internationale samenwerking 2022 (HGIS-nota 2022)

Deze brief is onder nr. 1 toegevoegd aan dossier 35926 - Homogene Groep Internationale samenwerking 2022 (HGIS-nota 2022).

1.

Kerngegevens

Officiële titel Homogene Groep Internationale samenwerking 2022 (HGIS-nota 2022); Brief regering; Homogene Groep Internationale samenwerking 2022 (HGIS-nota 2022)
Document­datum 21-09-2021
Publicatie­datum 03-09-2021
Nummer KST359261
Kenmerk 35926, nr. 1
Commissie(s) Buitenlandse Zaken (BUZA)
Externe link origineel bericht
Originele document in PDF

2.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2021

2022

35 926

Homogene Groep Internationale Samenwerking 2022 (HGIS-nota 2022)

Nr. 1

HGIS NOTA 2022

Ontvangen 21 september 2021

INHOUDSOPGAVE

Leeswijzer    4

Inleiding: Nederland en de wereld in 2022    6

HGIS 2022 naar beleidsthema's    8

Beleidsthema 1: Versterkte internationale rechtsorde, eerbiediging van mensenrechten en gastlandbeleid    11

Beleidsthema 2: Vrede, veiligheid en stabiliteit    14

Beleidsthema 3: Effectieve Europese samenwerking    18

Beleidsthema 4: Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen    20

Beleidsthema 5: Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen    23

Beleidsthema 6: Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat    26

Beleidsthema 7: Sociale vooruitgang (incl. onderwijs)    30

Beleidsthema 8: Versterkte kaders voor ontwikkeling    33

Beleidsthema 9: Apparaatskosten (incl. postennet) en overige uitgaven 35

Bijlagen    38

Bijlage 1: De HGIS verticaal: wijzigingen na de Miljoenennota 2021    38

Bijlage 2a: De HGIS uitgaven horizontaal: meerjarencijfers per begroting    39

Bijlage 2b: De HGIS ontvangsten horizontaal: meerjarencijfers per begroting    47

Bijlage 3: De non-ODA uitgaven naar beleidsthema    49

Bijlage 4: De ODA-uitgaven naar beleidsthema    52

Bijlage 5: De geplande ODA-uitgaven binnen de BHOS-begroting per regio in 2022    54

Bijlage 6: Berekening ODA-plafond 2021-2026, realisatie ODA-prestatie 2020 en raming ODA-prestatie 2021-2026    60

Bijlage 7: Internationale klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden 2022    62

Bijlage 8: Internationale inspanningen voor migratie in 2022    65

Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken

Geachte voorzitter,

Graag bied ik u de HGIS-nota 2022 aan. In de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) worden de uitgaven van de verschillende ministeries op het gebied van het buitenlandbeleid gebundeld, waarmee de onderlinge samenhang geïllustreerd wordt. Het uitgangspunt van de HGIS is het bevorderen van de samenwerking en de afstemming tussen de betrokken ministeries op het terrein van internationale samenwerking. De HGIS is daarmee een belangrijk instrument voor een geïntegreerd en coherent buitenlandbeleid.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Tom de Bruijn

LEESWIJZER

Wat is de HGIS?

De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is sinds 1997 een budgettaire constructie binnen de rijksbegroting. In de HGIS worden de uitgaven van de verschillende ministeries op het gebied van het buitenlandbeleid gebundeld, waarmee de onderlinge samenhang geïllustreerd wordt. Dit bevordert de samenwerking en de afstemming tussen de betrokken ministeries. De HGIS vormt daarmee een belangrijk instrument voor een geïntegreerd en coherent buitenlandbeleid. Binnen de HGIS worden de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking die voldoen aan de criteria voor officiële ontwikkelingssamenwerking (Official Development Assistance, ODA) expliciet zichtbaar gemaakt.

De minister van Buitenlandse Zaken coördineert het Nederlandse buitenlandbeleid en daarmee de HGIS. De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft een coördinerende bevoegdheid voor de uitgaven aan ODA binnen de HGIS.

Twee keer per jaar wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen de HGIS. Op Prinsjesdag wordt de HGIS-nota aangeboden en op Verantwoordingsdag wordt het HGIS-jaarverslag aangeboden aan de Staten-Generaal. Deze documenten geven een integraal overzicht van alle uitgaven op het terrein van internationale samenwerking, die op de verschillende departementale begrotingen staan.

Buitenlandse betrekkingen zijn een zaak van het Koninkrijk der Nederlanden: Nederland in Europa, Aruba, Curagao en Sint-Maarten, alsmede de Nederlandse openbare lichamen in het Caribisch gebied (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba). Waar de HGIS-nota spreekt over 'Nederland' of 'Nederlands' wordt daarmee bedoeld: '(van) het Koninkrijk der Nederlanden', tenzij het gaat om zaken die specifiek het land Nederland betreffen, zoals het EU-lidmaatschap en ontwikkelingssamenwerking.

Opzet HGIS-nota 2022

HGIS-Beleidskader

De HGIS-nota 2022 geeft inzicht in de begrote middelen voor internationale samenwerking in 2022. De HGIS is ingericht langs negen beleidsthema's. Deze indeling is gebaseerd op de begrotingen van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de internationale paragrafen van overige begrotingen. De toelichtende teksten zijn ontleend aan de Memories van Toelichting bij de begrotingen voor 2022 van de verschillende ministeries en geven een overzicht in vogelvlucht. Met ingang van 2021 geldt voor de begroting van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) een nieuwe artikelnummering. In deze nota wordt de nieuwe artikel-nummering aangehouden. Waar van toepassing is dit aangegeven met een voetnoot.

Meer uitgebreide toelichtingen worden in de begrotingen van de betrokken departementen weergegeven.

In de nota wordt eerst een aantal kaders geschetst ten aanzien van het buitenlandbeleid. Vervolgens wordt per beleidsthema de algemene beleidsdoelstelling gememoreerd en wordt op hoofdlijnen verder ingegaan op de geplande beleidsinzet in 2022 voor dit specifieke thema. Deze inzet is ontleend uit de beleidsagenda's van de departementale begrotingen zoals deze tijdens Prinsjesdag 2021 zijn gepresenteerd. Een drietal onderwerpen wordt specifiek toegelicht, namelijk het Nederlands mensenrechtenbeleid, handel en duurzaamheid en gezondheidssystemen. Omdat de beleidsinzet meestal gepaard gaat met een financiële inspanning, wordt dit in een tabel weergegeven waarbij de ODA-component specifiek wordt benoemd. Deze tabel zal de realisatiecijfers van 2020, en de ramingen van 2021 en 2022 bevatten. Ten slotte volgt een toelichting op de instrumenten zoals weergegeven in de tabel.

Bijlagen

Na de beleidsthema's volgen acht bijlagen. In deze bijlagen worden gegevens, die verspreid staan over verschillende departementale begrotingen, gebundeld tot een overzichtelijk geheel:

 

Bijlage 1

Deze geeft een overzicht van de begrotingsontwikkelingen binnen de HGIS tussen de HGIS nota 2021 en HGIS nota 2022

Bijlagen 2a en 2b

Hierin worden alle buitenlanduitgaven en -ontvangsten gepresenteerd per departement

Bijlage 3

Een overzicht van de non-ODA uitgaven per beleidsthema

Bijlagen 4 en 5

Hierin wordt een totaaloverzicht gegeven van de buitenlanduitgaven die als officiële ontwikkelingshulp (ODA) kwalificeren, respectievelijk per beleidsthema en per regio

Bijlage 6

Geeft een berekening van het ODA-plafond voor de periode 2021-2026

Bijlage 7

Hierin wordt een raming van de verwachte publieke klimaatuitgaven voor ontwikkelingslanden in 2022 gepresenteerd

Bijlage 8

Betreft een uiteenzetting van de internationale inspanningen in 2022 op het terrein van migratie

Landen-bijlage (bijlage 5): De HGIS-nota en het HGIS-jaarverslag bieden het overzicht van de in het BHOS-beleid aangekondigde verschuivingen van ODA-middelen naar de focus-regio's West-Afrika/Sahel, Hoorn van Afrika, Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA). Daarbij is de ordening op thema gehandhaafd, in lijn met het thematische karakter van de BHOS-begroting.

Om de bijlagen op een logische wijze te presenteren, is ten opzichte van de voorgaande HGIS-nota's een wijziging aangebracht in de volgorde van de bijlagen. De bijlagen ODA-plafond (voorheen bijlage 3) en non-ODA uitgaven per beleidsthema (voorheen bijlage 6) zijn omgewisseld.

INLEIDING: NEDERLAND EN DE WERELD IN 2022

Nederland en de wereld in 2022

In 2022 zullen de gevolgen van de COVID-19 pandemie nog volop merkbaar zijn. De wereld werkt hard om zich hieraan te ontworstelen. Door de pandemie heeft een aantal trends in het buitenlandbeleid zich het afgelopen jaar versneld of duidelijker gemanifesteerd. Deze situatie duurt voort zolang de vaccinatiegraad in delen van de wereld achterblijft. Ook in 2022 zal COVID-19 daarom een belangrijke context vormen voor de wereld waarin Nederland zich beweegt en zorgen voor schokken en ontwrichting in het buitenland. Ook de directe invloed van het buitenland op het binnenland is hiermee duidelijker dan ooit. De COVID-19 pandemie heeft naar verwachting een blijvende impact op de internationale verhoudingen.

De internationale verhoudingen zijn in toenemende mate complex geworden en de internationale rechtsorde staat steeds meer onder druk. De wereld lijkt op te schuiven naar een multipolair systeem van machtsblokken waarbij het recht van de sterkste steeds vaker zegeviert. Autocratische stemmen klinken luider op het wereldtoneel en kritische geluiden worden gesmoord door arrestaties van politieke figuren en onderdrukking van dissidenten. Hier moet een stevig democratisch geluid tegenover staan. Juist nu is effectieve internationale en multilaterale samenwerking van groot belang voor Nederland; voor internationaal herstel van de COVID-19 pandemie en de gevolgen ervan op gebied van vrede en veiligheid, maar ook op het gebied van democratie en mensenrechten. Het hernieuwde internationale engagement van de VS op het multilaterale toneel is hierbij een belangrijke steun in de rug. Deze ontwikkelingen tonen bovendien aan hoe belangrijk een brede en diplomatieke voetafdruk is gebleken en zal blijven voor een open samenleving en open economie die Nederland is. Het kabinet zet in op een effectief, op regels gebaseerd multilateraal systeem, met goed functionerende en toekomstbestendige multilaterale organisaties.

Tegelijkertijd zijn er internationaal ook andere grote uitdagingen: de urgentie voor klimaatactie groeit, conflicten en ontheemding duren voort en de geopolitieke spanningen nemen verder toe, mede als gevolg van een steeds assertievere opstelling van China, met consequenties voor de positie van internationaal opererende Nederlandse bedrijven in internationale waardeketens.

Herstel en ontwikkeling

Het jaar 2022 zal in het teken staan van een duurzaam herstel van het internationale verdienvermogen van Nederland en een sterke internationale concurrentiepositie voor onze bedrijven. In ontwikkelingslanden en opkomende economieën is de crisis voorlopig nog niet ten einde. COVID-19 is daar niet alleen een gezondheidscrisis, maar ook een economische crisis met verstrekkende gevolgen. Eerder geboekte vooruitgang bij het terugdringen van armoede is deels verloren gegaan, mensenrechten en maatschappelijke ruimte staan in veel landen onder druk, en ook de schuldendruk stijgt.

Om de COVID-19 pandemie mondiaal te bedwingen is wereldwijde toegang tot vaccins, diagnostiek en beschermende middelen cruciaal. Nederland blijft zich dus inzetten voor een solidaire verdeling van deze middelen door het internationaal coördinatiemechanisme Access to COVID-19 Tools Accelerator (ACT-A) en het vaccinprogramma COVAX te steunen, ook via de EU.

De Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's) - gericht op preventie en het vergroten van weerbaarheid - blijven het kader voor de Nederlandse inzet, in samenwerking met andere overheden, partners uit het maatschappelijk middenveld, het bedrijfsleven en internationale organisaties.

Goed functionerend postennet

Dankzij een goed functionerend postennetwerk kan Nederland de eigen belangen in het buitenland waarborgen, niet alleen in de steden waar de grote multilaterale onderhandelingen plaatsvinden, maar ook in de hoofdsteden. Burgers helpen en allianties smeden doe je immers niet alleen in Brussel en New York, maar juist ook in Rome, Rabat, Wenen en Wellington. Nederland heeft baat bij goed opgeleide diplomaten ter plekke die Nederlanders helpen, Nederlandse standpunten toelichten en onze belangen rechtstreeks behartigen. Dat doet het kabinet ook in 2022.

Voor Nederland en Nederlanders wereldwijd.

HGIS 2022 NAAR BELEIDSTHEMA'S

De HGIS is ingedeeld langs een 9-tal beleidsthema's (incl. een categorie apparaatskosten en overige uitgaven, waarbij ook de kosten voor het postennet zijn opgenomen). Het totale HGIS-budget voor 2022 komt uit op omstreeks EUR 6,2 miljard. Hiervan kwalificeert ongeveer EUR 4,8 miljard als Official Development Assistance (ODA). In onderstaande overzichten zijn de totale uitgaven per beleidsthema schematisch weergegeven voor de totale HGIS, voor de ODA uitgaven specifiek en tenslotte voor de non-ODA uitgaven.

Figuur 1 Totale HGIS uitgaven per beleidsthema (x EUR 1.000)

| 1. Versterkte internationale rechtsorde, eerbiediging van mensenrechten en gastlandbeleid (150.533)

| 2. Vrede, veiligheid en stabiliteit (1.305.947)

| 3. Effectieve Europese samenwerking (642.168)

| 4. Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen (59.981)

| 5. Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen (555.672)

| 6. Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat (812.446)

I 7. Sociale vooruitgang (incl. onderwijs) (911.012)

I 8. Versterkte kaders voor ontwikkeling (884.987)

I 9. Apparaatskosten (incl. postennet) en overige uitgaven (964.019)

Figuur 2 ODA uitgaven HGIS per beleidsthema (x EUR 1.000)

| 1. Versterkte internationale rechtsorde, eerbiediging van mensenrechten en gastlandbeleid (54.614)

| 2. Vrede, veiligheid en stabiliteit (908.833)

I 3. Effectieve Europese samenwerking (531.341)

I 4. Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen (136)

I 5. Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen (451.154)

I 6. Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat (780.350)

| 7. Sociale vooruitgang (incl. onderwijs) (897.625)

| 8. Versterkte kaders voor ontwikkeling (872.521)

| 9. Apparaatskosten (incl. postennet) en overige uitgaven (305.546)

Figuur 3 non-ODA uitgaven HGIS per beleidsthema (x EUR 1.000)

| 1. Versterkte internationale rechtsorde, eerbiediging van mensenrechten en gastlandbeleid (95.919)

| 2. Vrede, veiligheid en stabiliteit (397.114)

I 3. Effectieve Europese samenwerking (110.827)

I 4. Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen (59.845)

I 5. Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen (104.518)

I 6. Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat (32.096)

| 7. Sociale vooruitgang (incl. onderwijs) (13.387)

| 8. Versterkte kaders voor ontwikkeling (12.466)

| 9. Apparaatskosten (incl. postennet) en overige uitgaven (658.473)

Per beleidsthema wordt hierna specifiek ingegaan op de algemene doelstelling, de beleidsinzet voor 2022, de budgettaire gevolgen en een korte toelichting op de tabellen. Per onderdeel is expliciet het ODA-aandeel in de uitgaven inzichtelijk gemaakt. In bijlage 2 van deze nota is een totaaloverzicht opgenomen waarin per departement aangegeven is welk deel van de uitgaven en inkomsten ODA en non-ODA betreft.

Beleidsthema 1: Versterkte internationale rechtsorde, eerbiediging van mensenrechten en gastlandbeleid

Algemeen

Het bevorderen van een goed functionerende internationale rechtsorde inclusief gastlandbeleid, met een blijvende inzet op mensenrechten, als integraal onderdeel van het buitenlandbeleid.

Een sterke rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten maken de wereld stabieler, veiliger, vrijer en welvarender. Dit vereist goed functionerende internationale instellingen en organisaties met een breed draagvlak en voortdurende inzet tegen straffeloosheid. De positie van Nederland als gastland voor Internationale Organisaties (IO's) en diplomatieke missies, in het bijzonder organisaties met een mandaat op het gebied van vrede en recht, biedt een goed uitgangspunt voor de bevordering van de ontwikkeling van internationale rechtsorde. Deze rechtsorde is onlosmakelijk verbonden met universele mensenrechten. De bevordering van mensenrechten is een kernelement van het Nederlands buitenlandbeleid.

Beleidsinzet toegelicht

Versterking multilateralisme

Het kabinet zet in op een fit for purpose multilateraal system, met goed functionerende en toekomstbestendige multilaterale organisaties. In lijn daarmee is het Ministerie van Buitenlandse Zaken met een nationale exercitie bezig om in kaart te brengen of en hoe het multilateralisme kan worden versterkt. In deze exercitie worden onder meer risico's voor Nederland in kaart gebracht, prioriteiten gesteld voor wat betreft de hervorming van multilaterale instellingen en de Nederlandse inzet geformuleerd voor wat betreft de wijze waarop de internationale multilaterale orde kan worden versterkt, in lijn met de inzet van de Europese Commissie.

Mensenrechten

Het kabinet staat voor een doelgerichte en effectieve manier om bij te dragen aan verbetering van de naleving van de rechten van de mens. Het kabinet spant zich in voor het behoud en versterking van de instellingen die de universele mensenrechten bevorderen conform de zes vastgestelde prioriteiten van het Nederlands mensenrechtenbeleid.

De intensivering van het mensenrechtenbeleid die in 2017 is ingezet, richt zich ook in 2022 in het bijzonder op drie van die prioriteiten, te weten: vrijheid van meningsuiting, inclusief online en met speciale aandacht voor de versterking van de positie en veiligheid van journalisten, 2) vrijheid van religie en levensovertuiging, 3) gelijke rechten voor LHBTI's.

Budgettaire gevolgen van beleid

 

Tabel 1 Versterkte internationale rechtsorde, eerbiediging

van mensenrechten en gastlandbeleid (bedragen

x

EUR 1 000)

           

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2020

 

2021

 

2022

 
 

Totaal    wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal    wv. ODA

BZ

           

01.01 Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak

49.795

6.863

50.345

17.509

48.495

16.859

01.02 Bescherming en bevordering van mensenrechten

68.526

35.081

63.502

37.555

63.402

37.555

01.03 Gastlandbeleid internationale organisaties

6.558

0

18.785

0

11.425

0

Algemeen

55.02 Reservering Vredespaleis

0

0

0

0

0

0

JenV

           

33.03.01 Opsporing en vervolging; NFI

586

0

802

0

802

0

33.03.03 Opsporing en vervolging; drugsbestrijding Suriname

0

0

200

200

200

200

91.01.02 WIPO

225

0

380

0

380

0

91.01.02 Europol en Eurojust

12.987

0

22.771

0

22.771

0

IenW

           

17.01 Luchtvaart (ICAO)

938

0

1.311

0

1.311

0

18.01 Scheepvaart en havens (CCR)

381

0

1.358

0

1.081

0

SZW

           

02.24 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet; Contributie CASS

8

0

9

0

9

0

VWS

           

02.10 Curatieve zorg; Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

2.200

0

2.521

0

657

0

Totaal

142.204

41.944

161.984

55.264

150.533

54.614

Financiële instrumenten

BZ

  • Bijdragen (verdragscontributies) aan de VN, de bijdragen aan de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), het Internationaal Strafhof (ICC) en het International Impartial and Independent Mechanism (bewijsvergaringsmechanisme Syrië; IIIM).
  • Inzet van het mensenrechtenfonds ter ondersteuning van de volgende prioritaire thema's: vrijheid van meningsuiting en internetvrijheid, vrijheid van religie en levensovertuiging, gelijke rechten voor vrouwen en meisjes, mensenrechtenverdedigers, gelijke rechten voor lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgender en interseks personen (LHBTI) en bevordering internationale rechtsorde/strijd tegen straffeloosheid.
  • Financiering van activiteiten met als doel dat de in Nederland gevestigde lO's en diplomatieke missies goed kunnen functioneren binnen de kaders van de Weense verdragen en zetelovereenkomsten, alsmede de toepasselijke Nederlandse wet- en regelgeving.
  • Bijdrage aan het Speciaal Tribunaal Libanon, het Internationaal Strafhof en het Vredespaleis. Ten aanzien van het Vredespaleis heeft Nederland een verantwoordelijkheid voor goede huisvesting van het Internationaal Gerechtshof van de VN en het Permanent Hof van Arbitrage. Omdat het Vredespaleis verouderd is en bovendien asbest bevat, dient het te worden gerenoveerd. Voor de financiering van deze renovatie zijn binnen de Rijksbegroting voor de komende jaren middelen gereserveerd.

JenV

  • Contributie aan de World Intellectual Property Organization (WIPO).
  • Bijdrage aan opsporing en vervolging Nederlands Forensisch Instituut (NFI).
  • Bijdrage aan opsporing en vervolging drugbestrijding Suriname.
  • Bijdrage aan de huisvestingskosten van Europol en Eurojust.

IenW

  • Contributies en bijdragen aan diverse internationale organisaties mede gericht op de versterking van de Nederlandse handels- en onderne-mingspositie voor lucht- en scheepvaart:
  • Contributie aan International Civil Aviation Organization (ICAO).
  • Contributie aan de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR).
  • Contributie aan de International Maritime Organization (IMO).
  • Bijdrage aan de International Association of Marine Aids to Navigation and Lighthouse Authorities (IALA)
  • Bijdrage aan de Donaucommissie
  • Bijdrage aan de North Atlantic Ice Patrol.

SZW

  • Bijdrage aan het Administratief Centrum voor de Sociale Zekerheid voor de Rijnvarenden (CASS). Voor 2020 werd de bijdrage aan het CASS gefinancierd door I&W. Nu het CASS budgettair onafhankelijk is geworden van de Centrale Rijnvaart Commissie (CCR), valt de bijdrage onder de verantwoordelijkheid van SZW.

VWS

  • Bijdrage aan het aCBG voor het bij de komst van de EMA afgesloten Memorandum of Understanding

Beleidsthema 2: Vrede, veiligheid en stabiliteit

Algemeen

Vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling door het voorkomen en terugdringen van gewelddadig conflict en het bevorderen van rechtstaatontwik-keling, vredesopbouw en legitieme staatsstructuren. Tevens het bevorderen van migratiesamenwerking, het verbeteren van de perspectieven van vluchtelingen en gastgemeenschappen (met focus op onderwijs en werk) en het verlenen van noodhulp ter leniging van humanitaire nood wereldwijd.

De wereld zal naar alle waarschijnlijkheid ook het komende jaar onveiliger worden. Dreigingen nemen toe en zijn diverser en onvoorspelbaarder van aard. Conflictvoering manifesteert zich niet alleen in wapens maar ook in valuta, technologie, economische druk, informatie en data. Onderliggende drijvende kracht van deze situatie is doorgezette geopolitieke verschuiving richting multipolaire wereld die samengaat met een technologische revolutie. Het kabinet blijft daarom inzetten op Voorkomen, Verdedigen en Versterken, zoals vastgelegd in de in 2018 Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie (GBVS), aangevuld door de Kamerbrief over de veranderende veiligheidsomgeving uit oktober 2018 (Kamerstuk 33 694, nr. 22), alsook conform de tussenrapportage die in april 2020 aan de Kamer is gestuurd (Kamerstuk 33 694, nr. 57). Gezamenlijk vormen deze documenten de kabinetsinzet op het gebied van internationale veiligheid.

Beleidsinzet toegelicht

GBVS

De dertien doelstellingen zoals geformuleerd in de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie (GBVS) 2018-2022 blijven onverminderd relevant. De tussenrapportage laat zien dat de analyse en strategische keuzes nog steeds actueel zijn, maar dat het dreigingsbeeld verandert. Effectief kunnen omgaan met dit veranderd dreigingsbeeld vraagt om een integraal veiligheidsbeleid. Het kabinet heeft daarom besloten de voorbereidingen te starten ten behoeve van een all-hazard rijksbrede veiligheidsstrategie, eind 2022 te publiceren, die de interne en externe veiligheidsdimensie met elkaar zal verbinden en aandacht heeft voor zowel 'safety' als 'security' aspecten. Vanzelfsprekend worden de doelstellingen zoals geformuleerd in de Nationale Veiligheidsstrategie (NVS) en de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie (GBVS) meegenomen in de doelstellingen van de Rijksbrede Veiligheidsstrategie. De grondslag voor de RbVs zal worden gevormd door een periodieke geïntegreerde risico-/ dreigingsanalyse, die elke 3 jaar zal verschijnen. De RbVs zal de nationale veiligheid van het gehele Koninkrijk beslaan. Het voornemen is RbVs iedere 6 jaar te laten verschijnen. Daarmee loopt de RbVs in de pas met de Europese strategische veiligheidscyclus.

Migratie

Voor Nederland blijft het een prioriteit om binnen de Europese Unie tot een robuust, voorspelbaar, crisisbestendig en betrouwbaar migratiemana-gementsysteem te komen. Het Europees asielsysteem moet waarborgen dat iedereen die daar recht op heeft, bescherming krijgt, en zij die dit recht niet blijken te hebben effectief terugkeren. Tevens zullen lidstaten zich meer moeten inspannen om secundaire migratiestromen binnen de EU tegen te gaan. Daarvoor is het nodig meer grip te krijgen op wie de Unie binnenkomt, met name door een verplichte grensprocedure voor migranten die asiel aanvragen. Dit komt ook het functioneren van Schengen ten goede.

Budget Internationale Veiligheid

Missies en operaties zijn onderdeel van een bredere inzet, verbonden met de prioriteiten van het Nederlandse buitenland- en veiligheidsbeleid. Naast de politiek-strategische redenen die aan de Nederlandse bijdrage ten grondslag liggen zoals de bescherming en verdediging van de belangen van het Koninkrijk en het bondgenootschappelijk grondgebied, zijn deze bijdragen ook van belang voor de ontwikkeling van het eigen personeel. Ook in 2022 spant het kabinet zich in om voldoende flexibiliteit te behouden voor mogelijke inzet in het kader van rechtsstaatontwikkeling en migratie; conflictpreventie; missies en operaties in crisissituaties en de inzet van de krijgsmacht in het kader van nieuwe dreigingen vanuit de oost- en zuidflank. Dit betekent dat ook in 2022 besluitvorming over verlenging van bestaande bijdragen aan missies en operaties en eventuele bijdragen in het kader van één van de drie hoofdtaken van Defensie iedere keer weer een zorgvuldige afweging zal blijven vergen.

Budgettaire gevolgen van beleid

 

Tabel 2 Vrede, veiligheid en stabiliteit (bedragen x EUR 1 000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2020

 

2021

 

2022

 
 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

           

02.01 Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

16.458

3.000

14.140

0

14.085

0

02.02 Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme

15.430

0

15.070

0

14.670

0

02.03 Wapenbeheersing

7.670

2.793

12.544

3.252

10.794

3.252

02.04 Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

167.539

64.286

190.439

75.167

214.625

70.917

02.05 Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

26.200

10.480

30.165

11.929

29.822

11.929

BHOS

           

04.01 Humanitaire hulp

470.807

468.912

392.017

391.000

438.017

437.000

04.02 Opvang en bescherming in de regio en migratiesamenwerking

157.560

157.560

177.000

177.000

162.000

162.000

04.03 Veiligheid en rechtstaatontwikkeling

208.965

208.965

202.279

202.279

215.135

215.135

JenV

           

31.03.02 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie; internationale samenwerkingsoperaties

7.753

7.753

8.600

8.600

8.600

8.600

36.02.05 Nat. Veiligheid en Terrorismebestrijding

200

0

414

0

414

0

Defensie

01.01.23 Internationale inzet (BIV)

127.381

0

213.182

3.000

182.785

0

09 Algemeen Civielrechtelijke regeling Srebrenica 2020

460

0

19.540

0

15.000

0

Totaal

1.206.423

923.749

1.275.390

872.227

1.305.947

908.833

Financiële instrumenten

BZ

  • Jaarlijkse verplichte bijdrage aan de NAVO.
  • Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB) en Veiligheidsfonds, voor kleinschalige activiteiten met een katalyserende werking die het Nederlandse veiligheidsbeleid ondersteunen.
  • Nederlandse inspanningen in multilateraal verband, onder andere als lid van het Global Counterterrorism Forum en de Global Coalition to Counter/Defeat ISIS. De projecten en programma's zijn gericht op de versterking van capaciteit in voor Nederland prioritaire regio's om terrorisme, gewelddadig extremisme en radicalisering te voorkomen en te bestrijden.
  • Het bevorderen van een normatief internationaal kader voor cyberacti-viteiten en versterking van de kennispositie van de medewerkers op het gebied van cyber.
  • Capaciteitsopbouw op het gebied van cyber security, cyber crime, data protectie en e-governance door middel van financiering van Nederlandse initiatieven onder het Global Forum on Cyber Expertise.
  • Bijdragen uit het Stabiliteitsfonds voor de inzet op het snijvlak van vrede, veiligheid en ontwikkeling. Het fonds spitst zich toe op een select aantal thema's en landen en kan o.a. worden ingezet om activiteiten te financieren op het gebied van preventie van gewelddadig extremisme, ontmijning en early warning, early action. Daarnaast worden een aantal lopende activiteiten uit het fonds gefinancierd, zoals het uitzenden van experts via de civiele missiepool (CMV), training voor Afrikaanse peacekeepers (GPOI), en bijdragen aan de VN op specifieke thema's.
  • Het Makandra-programma is naar aanleiding van het amendement van het lid Sjoerdsma c.s., het amendement van het lid Van Helvert c.s. en een hoogamtelijke interdepartementale missie gestart (zoals geïntroduceerd in Kamerstuk 20 361, nr. 194). Dit programma is gericht op technische assistentie aan Suriname met als doel het versterken van de rechtsstaat, het verbeteren van goed bestuur en het ondersteunen van de Surinaamse overheid en overheids-agentschappen bij het opstellen van de juiste kaders en randvoorwaarden voor duurzame ontwikkeling en economische groei.
  • Het Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP) wordt gebruikt om organisaties en mensen te ondersteunen bij het verbeteren en versterken van democratische processen, institutionele capaciteit en de rechtsstaat. Het NFRP bestaat uit het Matra programma (Matra: maatschappelijke transformatie) gericht op het Oostelijk Partnerschap en Pre-accessie regio (de Westelijke Balkan en Turkije) en het Shiraka-programma, gericht op het Midden-Oosten en Noord-Afrika, elk met eigen beleidsaccenten.

BHOS

  • Niet-geoormerkte bijdragen aan het wereldwijde VN-noodhulpfonds Central Emergency Response Fund (CERF), UN-OCHA, het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC), UNHCR, UNRWA, UNICEF, WHO en WFP ten behoeve van de snelle beschikbaarheid en flexibiliteit van de humanitaire hulp;
  • Crisisspecifieke bijdragen aan VN-organisaties, het Internationale Rode Kruis en Nederlandse NGO's (Dutch Relief Alliance-DRA);
  • Bijdragen ten behoeve van de integratie van specifieke thema's in humanitaire hulp, zoals geestelijke gezondheid en psychosociale steun en onderwijs;
  • Nederland subsidieert via het subsidiebeleidskader 'Migratie en Ontwikkeling 2019-2022' activiteiten gericht op opvang en bescherming in de regio.
  • Nederland steunt programma's gericht op onderwijs voor vluchtelingenkinderen, toegang tot voorzieningen, bescherming van kwetsbare groepen en werk voor vluchtelingen en kwetsbare gastgemeen-schappen.
  • Het ondersteunen van brede partnerschappen op migratieterrein met prioritaire herkomst-, transit- en opvanglanden.
  • Bevorderen van dataverzameling -analyse inzake migratiestromen.
  • Bevordering van een beter functionerende rechtsorde wordt geheel gefinancierd via een aantal grote, internationaal opererende organisaties op het gebied van democratisering, lokaal bestuur, politieke partijen en parlementen samen met lokale organisaties. Via de landenprogramma's van ambassades worden zowel bijdragen als subsidies vertrekt.

JenV

  • In opdracht van het kabinet voert de politie activiteiten uit in het kader van internationale politiesamenwerking en de uitzending van politiefunctionarissen naar internationale (civiele) missies en operaties. Die activiteiten zijn voor een groot deel gebaseerd op de visie internationale politiesamenwerking en de bijbehorende strategische agenda. De politie zet hiervoor verschillende instrumenten in.

Defensie

  • Voor een overzicht van de missies en operaties wordt verwezen naar de begroting van het ministerie van Defensie.

Beleidsthema 3: Effectieve Europese samenwerking

Algemeen

De algemene doelstelling is een effectieve Europese samenwerking om de Europese Unie en haar lidstaten zo vreedzaam, welvarend en sterk mogelijk de toekomst in te loodsen. Europa is essentieel voor onze welvaart, vrijheid en veiligheid. Een actieve opstelling van Nederland in het Europese besluitvormingsproces en in de bilaterale relaties met Europese partners is dan ook in het directe belang van Nederlandse burgers en bedrijven. Door consequent en constructief optreden kan Nederland zijn invloed binnen de Europese Unie vergroten. Zo kan Nederland mede vorm geven aan ontwikkelingen in Europa die direct van invloed zijn op onze economische, sociale en politieke toekomst.

Beleidsinzet toegelicht

Europese samenwerking

Bij veel van de vraagstukken waar Nederland de komende periode voor staat, speelt de EU een essentiële rol. Denk aan klimaatverandering, digitalisering, migratie, interne veiligheid en defensie. Deze vraagstukken blijven urgent, ook tijdens de COVID-19-crisis en de herstelfase. Het economisch en werkgelegenheidsherstel moet gepaard gaan met verduurzaming en digitalisering. Voor al deze uitdagingen geldt dat een handelingsbekwame Unie van groot belang is.

Relatie EU en het VK

Nu de Brexit-akkoorden (het Terugtrekkingsakkoord en de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK) formeel in werking zijn getreden, zal het kabinet zich in 2022 blijven inzetten voor volledige implementatie van de gemaakte afspraken. Het VK blijft ook na Brexit voor Nederland een belangrijke partner en bondgenoot, zowel bilateraal als multilateraal. De belangen voor Nederland in de relatie met het VK zijn groot. Op onder andere economisch gebied, op het gebied van buitenlands-en veiligheidsbeleid, maar ook consulair-maatschappelijk met een grote Nederlandse gemeenschap in het VK. Samen met bedrijven, kennisinstellingen en andere partners zullen we als overheid onze bilaterale relatie post-Brexit verder vormgeven. Daarbij blijft transparantie, consultatie en coördinatie in EU-kader van belang, gelet op de status van het VK als voormalig EU-lidstaat.

Budgettaire gevolgen van beleid

 

Tabel 3 Effectieve Europese samenwerking (bedragen x EUR 1 000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2020

 

2021

 

2022

 
 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

           

03.01 Afdrachten aan de Europese Unie (HGIS-toerekening)

0

0

0

0

469.124

393.391

03.02 Europees ontwikkelingsfonds

224.729

224.729

191.123

191.123

133.750

133.750

03.03 Een hechtere Europese waardengemeenschap

10.502

4.201

10.500

4.200

10.500

4.200

03.04 Versterkte Nederlandse positie in de Unie

4.474

0

6.404

0

4.517

0

03.05 Europese vredesfaciliteit

0

0

18.882

0

24.277

0

Toerekeningen

EU-begroting

405.600

329.867

421.305

345.572

0

0

Totaal

645.305

558.797

648.214

540.895

642.168

531.341

Financiële instrumenten

BZ

  • Bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF). Dit fonds is het instrument waarmee de Europese Unie de ontwikkelingssamenwerking met de landen in Afrika, het Carïbisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) en de landen en gebieden overzee (LGO) uitvoert, tot 2021. Het grootste deel van het EOF is bestemd voor de financieringvan de steun aan nationale, regionale en lokale projecten en programma's gericht op de economische en sociale ontwikkeling van die gebieden.Voor de financiering van programma's in LGO is met ingang van 2021 een apart budget voorzien onder de EU-begroting. De aflopende bijdragen aan het EOF in 2022 en de jaren daarna betreffen betalingen op reeds aangegane verplichtingen vanuit het 10e en 11e EOF.
  • Raad van Europa: Nederland beschouwt de Raad van Europa als een belangrijke hoeder van mensenrechten, democratie en rechtsstaat in heel Europa. Ook wil Nederland bijdragen aan verdergaande hervorming van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en aan een zorgvuldig voorbereide toetreding van de EU tot het EVRM. De Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging in Straatsburg speelt daarbij een centrale rol door goede betrekkingen en, indien opportuun, regelmatig overleg met het secretariaat van de Raad van Europa, permanente vertegenwoordigingen van andere lidstaten en met de Nederlandse delegatie in de Parlementaire Assemblee (PACE) van de Raad van Europa.
  • Jaarlijkse bijdrage aan de Benelux Unie. De Benelux Unie dient twee doelen: het vervullen van een voortrekkersrol binnen de Europese Unie en grensoverschrijdende samenwerking, vooral op het gebied van economie, duurzame ontwikkeling en justitie/binnenlandse zaken. Daarnaast werkt Nederland in Benelux-verband ook samen op buitenlandpolitiek terrein.
  • Subsidie aan European Institute for Public Administration (EIPA). Het EIPA heeft als doel het ontwikkelen van de capaciteiten van ambtenaren in het omgaan met EU-aangelegenheden.
  • Bijdrage aan de Europese Vredesfaciliteit (EVF) voor de financiering van de gemeenschappelijke kosten van EU-missies en operaties, EU-bijdragen aan vredesoperaties en militaire capaciteitsopbouw in derde landen. De faciliteit dient ter versterking van het EU extern optreden en, conform de Nederlandse inzet, een bijdrage te leveren aan een meer geïntegreerde benadering van conflicten en crises binnen het EU-buiten-landbeleid.

Toerekening

  • De EU-toerekening betreft het aan de HGIS toegeschreven «Nederlandse aandeel» van de begroting van de Europese Commissie. Hiervan worden diverse programma's van de EU voor internationale samenwerking gefinancierd, waaronder het Nabuurschapsbeleid, het instrument voor Ontwikkelingssamenwerking, het budget voor Gemeenschappelijk Buitenland en Veiligheidsbeleid (GBVB) en Humanitaire hulp. Het merendeel van de uitgaven valt onder de ODA-criteria.

Beleidsthema 4: Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen

Algemeen

Het verlenen van goede consulaire diensten aan Nederlanders in nood in het buitenland, evenals het verstrekken van reisdocumenten aan Nederlanders in het buitenland. Daarnaast levert het Kabinet een bijdrage aan een gereguleerd personenverkeer door de Nederlandse inbreng in het Europese visumbeleid en is verantwoordelijk voor de visumverlening kort verblijf.

Het versterken van de Nederlandse cultuursector door internationale uitwisseling en presentatie; verbindingen leggen met economische diplomatie en andere prioriteiten van geïntegreerd buitenlandbeleid, zoals het mensen-rechtenbeleid en veiligheidsbeleid.

Beleidsinzet toegelicht

Consulaire dienstverlening

De COVID-19 pandemie heeft het belang van goede en moderne consulaire dienstverlening verder onderstreept. In 2022 zullen de effecten van de pandemie nog steeds zichtbaar zijn in het consulaire domein. Zolang het coronavirus niet overal ter wereld onder controle is, zullen mogelijke reisrestricties en de gezondheidssituatie in een land ervoor zorgen dat de vraag naar reisadviezen hoog blijft. Daarnaast is de verwachting dat het aantal reisbewegingen niet direct zal herstellen naar het niveau van voor de pandemie. Dit betekent o.a. dat de aantallen visumaanvragen langzaam zullen herstellen, maar waarschijnlijk niet tot het niveau van 2019, met navenante gevolgen voor de visumopbrengsten.

Cultuur internationaal

Kunst en cultuur geven betekenis en vorm aan onze relaties; ook wanneer deze moeizaam zijn. Ze zorgen voor onderlinge verbondenheid en kweken goodwill omdat je elkaar door cultuur leert kennen, begrip voor elkaar krijgt en expertise uit kan wisselen. Met het vierjarig kader internationaal cultuurbeleid (ICB 2021-2024) wordt dat met name gezocht in de relaties met Europese landen, grensoverschrijdende samenwerking en een aantal voor Nederland belangrijke landen in de rest van de wereld. Culturele samenwerking ondersteunt daarnaast andere prioriteiten van buitenlandbeleid en speelt onder meer een belangrijke rol in de dialoog met landen als Rusland, China en Marokko. In 2022 wordt daarnaast gestuurd op intensievere culturele samenwerking met Indonesië (d.m.v. de vernieuwing van een aflopend MoU) en Suriname. De impact van de COVID-crisis op bestaande netwerken en samenwerkingscapaciteit in het buitenland vormt voor het ICB de komende periode een speciale uitdaging.

Budgettaire gevolgen van beleid

 

Tabel 4 Consulaire belangenbehartiging en (bedragen x EUR 1 000)

het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en

belangen

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2020

 

2021

 

2022

 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

           

04.01 Consulaire dienstverlening in het buitenland

22.987

0

20.441

0

9.031

0

04.02 Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren

19.822

0

22.992

0

18.467

0

04.03 Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur

6.133

0

7.771

0

7.475

0

04.04 Uitdragen Nederlandse waarden en belangen

31.302

6.786

24.436

2.136

18.511

136

OCW

           

08.77 Internationaal onderwijs; Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

506

0

480

0

480

0

14.71/76 Cultuur; subsidies

4.617

0

6.017

0

6.017

0

Totaal

85.367

6.786

82.137

2.136

59.981

136

Financiële instrumenten

BZ

  • Verlenen van financiële- en niet financiële consulaire bijstand aan Nederlanders in nood en/of schrijnende gevallen;
  • Bijstaan van Nederlanders in geval van crises; als dat noodzakelijk en mogelijk is, organiseren, waar mogelijk met partnerlanden, van evacuaties;
  • Consulaire dienstverlening, waaronder het verstrekken van reisdocumenten, opmaken van akten en verklaringen, behandelen aanvragen van visa, legaliseren van documenten en het uitvoeren van verificatie-onderzoeken.
  • Loket buitenland: opzetten van een one-stop shop voor overheid gerelateerde zaken voor Nederlanders die in het buitenland verblijven.
  • Subsidieverlening via de posten en aan DutchCulture voor internationale culturele activiteiten.
  • Ondersteuning van initiatieven in vier landen in de ring rondom Europa die de lokale cultuursector versterken, cultuurparticipatie vergroten, de leefomgeving in steden verbeteren en behoud van lokaal cultureel erfgoed verduurzamen.
  • Vanuit het Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB) worden eenmalige katalyserende activiteiten gefinancierd ter ondersteuning van de doelstellingen van het Nederlandse buitenlandbeleid. Dat kunnen ook activiteiten zijn voor COVID-19 ondersteuning.
  • Voor bezoeken, ontvangsten en overige uitgaven hoogwaardigheidsbekleders, Corps Diplomatique en internationale organisaties wordt EUR 1 miljoen geraamd.
  • Voor uitgaven ten behoeve van staatsbezoeken, officiële bezoeken en werkbezoeken van het Koninklijk Huis wordt EUR 2 miljoen geraamd
  • Opdrachtverlening aan CJIB voor verkeersnotificaties (vrijwillige bijdrage) na overtredingen buitenlandse diplomaten in Nederland.

OCW

  • Het internationaal cultuurbeleid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de bewindspersonen van OCW en Buitenlandse Zaken. In de periode 2021-2024 gelden voor het internationaal cultuurbeleid drie doelen:
  • 1. 
    een sterke positie van de Nederlandse culturele sector in het buitenland door zichtbaarheid, uitwisseling en duurzame samenwerking;
  • 2. 
    het met Nederlandse cultuuruitingen ondersteunen van de bilaterale relaties met andere landen;
  • 3. 
    het benutten van de kracht van de culturele sector en creatieve industrie voor de Sustainable Development Goals (SDG's), met name in de verbinding met de BHOS-agenda in de focusregio's.
  • Voor de verwezenlijking van bovenstaande doelen wordt gekozen voor een meerjarige strategische inzet op 23 landen. Per land worden nadere afspraken gemaakt tussen betrokken spelers (o.a. diplomatieke posten, fondsen en Dutch Culture) over samenwerking en uitvoering. Door maatwerk per land worden cultuur en buitenlandprioriteiten met elkaar verbonden.

Beleidsthema 5: Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

Algemeen

Verminderen van armoede en maatschappelijke ongelijkheid, bevorderen van duurzame inclusieve groei wereldwijd en versterken van het internationaal verdienvermogen van Nederland. Daartoe werkt Nederland aan een duurzaam handels- en investeringssysteem inclusief Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO), versterking van de Nederlandse handelsen investeringspositie en aan versterking van de private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden.

Beleidsinzet toegelicht

Mondiale ketenverduurzaaming

De COVID-19 pandemie heeft zwaktes in wereldwijde handelsketens blootgelegd en de noodzaak tot verduurzaming van waardeketens en verantwoord ondernemen onderstreept. Nederland blijft daarom wereldwijd streven naar duurzame en verantwoorde productie van goederen en diensten. Daarbij ziet het kabinet een rol voor zowel de private sector en maatschappelijke organisaties als voor overheden. Bijzondere aandacht blijft uitgaan naar specifieke ketens als textiel, cacao en palmolie. Hierin zet Nederland in op het bevorderen van leefbaar loon en het tegengaan van kinderarbeid en ontbossing. Het kabinet blijft diverse organisaties steunen om verder te werken aan de transitie naar duurzame ketens. In 2022 wordt het in 2021 herziene Nationaal Actieplan Bedrijfsleven en Mensenrechten verdere ingevuld en uitgevoerd.

Toekomstbestendig handels- en investeringssysteem Internationale handel is essentieel voor post-COVID economisch herstel. Nederland blijft zich bilateraal, in EU-verband en multilateraal inzetten voor versterking van het op regels gebaseerde internationale handelssysteem, onder meer via hervorming van de WTO. Daarnaast zal handelspolitiek in 2022 in het teken staan van het vergroten van de weerbaarheid van de EU, het creëren van een internationaal gelijk speelveld voor het bedrijfsleven, meer toezicht op de naleving van EU-handelsakkoorden (zowel bilateraal als multilateraal) en verdere verduurzaming van het EU-handelsbeleid.

Handel en duurzaamheid

De relatie tussen handel en duurzaamheid zal verder versterkt worden, onder andere door verdere verduurzaming van toekomstige EU-handelsakkoorden waar Nederland zich voor inzet. Samen met Frankrijk heeft Nederland hiervoor ideeën aangedragen die de Europese Commissie deels heeft overgenomen. De Commissie werkt in 2021 en 2022 aan de herziening van het «15-punten actieplan voor handel en duurzame ontwikkeling», waarbij Nederland zich zal inspannen om die ideeën daarin op te nemen. Multilateraal kan verduurzaming van handel gerealiseerd worden door een sterkere focus hierop binnen de WTO, onder andere door een discussie te entameren over productiestandaarden in relatie tot handelspolitiek en door het lanceren van een handel & klimaat initiatief.

Economische veiligheid

Door geopolitieke spanningen, waaronder de competitie tussen de VS en China, en technologische ontwikkelingen zijn economie, politiek en veiligheid sterker verweven geraakt. De COVID-19 crisis en de toenemende geopolitisering van de internationale economie hebben aanleiding gegeven om onderzoek te doen naar strategische afhankelijkheden in waardeketens en het behoud van toegang tot strategische goederen en diensten. De uitkomsten hiervan zullen onder meer worden gebruikt voor de Nederlandse inzet in de discussie over open strategische autonomie die nu in EU-verband plaatsvindt.

Budgettaire gevolgen van beleid

 

Tabel 5 Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen (bedragen x EUR 1 000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2020

 

2021

 

2022

 
 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BHOS

           

01.01 Duurzaam handels- en investeringssyteem, incl. MVO

24.590

17.351

28.556

19.425

31.525

21.425

01.02 Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie

127.922

0

97.976

0

86.665

0

01.03 Versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden

416.637

414.667

412.419

410.139

432.009

429.729

EZK

           

1.55 Opdrachten

11

0

161

0

161

0

1.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties

2.484

0

2.741

0

2.752

0

2.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties

1.871

0

2.781

0

2.560

0

Totaal

573.515

432.018

544.634

429.564

555.672

451.154

Financiële instrumenten

BHOS

  • Contributies aan internationale organisaties zoals OESO en WTO.
  • Programma's ter bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen.
  • Via verschillende kanalen wordt bijgedragen aan de bestrijding van kinderarbeid.
  • Uitgaven ten behoeve van de bestrijding kinderarbeid vallen onder MVO en beleidsondersteuning ODA. Er wordt ingezet op drie terreinen: Een bijdrage aan de International Labour Organisation; subsidies via het door RVO uitgevoerde Fonds Bestrijding Kinderarbeid en een subsidie aan de Alliantie Stop Kinderarbeid.
  • De regeling Starters International Business (SIB) bestaat uit individuele coaching-, missie- en kennisvouchers voor startende mkb-onderne-mingen die de stap willen maken naar buitenlandse markten.
  • Het instrument Partners for International Business (PIB) ondersteunt de structurele positionering van clusters van Nederlandse bedrijven, met name uit topsectoren, op voor Nederland kansrijke markten.
  • Inzet op het terrein van (jeugd)werkgelegenheid met als hoofddoel het creëren van toekomstperspectief, middels fatsoenlijk werk en inkomen, voor 200.000 jongeren in het Midden-Oosten, Noord-Afrika, West-Afrika/Sahel en de Hoorn van Afrika. In lijn hiermee is het subsidieprogramma LEAD (Local Employment in Africa for Development) verlengd.
  • Bijdrage aan het Dutch Good Growth Fund (DGGF) welke een revolverend fonds is, dat financiering verschaft voor ontwikkelingsrele-vante en risicodragende investeringen en exporttransacties.

EZK

  • Bijdragen aan internationale organisaties zoals de Universal Postal Union (UPU), de International Telecommunications Union (ITU) en de internationale organisaties Metrologie. Deze internationale organisaties hebben betrekking op postovergangen, radiofrequenties en metrologie.
  • Bijdrage aan het permanente ondersteunende bureau van European Conference of Postal and Telecommunications Administrations (CEPT).
  • Een jaarlijkse donatie aan het secretariaat van het Internet Governance Forum (IGF). Dit forum is een uitvloeisel van het VN-top World Summit on Information Society in 2005.
  • Bijdragen aan internationale organisaties zoals de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en de World Intellectual Property Organization (WIPO).

Beleidsthema 6: Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat

Algemeen

Toegenomen voedselzekerheid; verbeterd waterbeheer, drinkwater, sanitaire voorzieningen en voorlichting over hygiëne; toegenomen weerbaarheid tegen klimaatverandering en tegengaan van klimaatverandering; duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen.

Beleidsinzet toegelicht

Internationale klimaatactie

Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor mens, natuur en milieu en vraagt om een mondiale aanpak. Nederland blijft daarom in 2022 internationaal actieve klimaatdiplomatie voeren om de uitvoering van het Akkoord van Parijs te versnellen. De nadruk ligt op gebieden waar Nederland het grootste verschil kan maken, zoals klimaatweerbaarheid in Afrika, de energietransitie in Azië en bosbehoud in de tropen. Nederland zet daarom onder meer in op ambitieuze en effectieve EU-wetgeving, gericht op het voorkomen van ontbossing en bosdegradatie. Ook zorgen we dat Nederlandse vertegenwoordigingen, waar opportuun, concrete ondersteuning kunnen bieden voor een versnelde energietransitie. Daarnaast vraagt Nederland internationaal aandacht voor meer financiering voor klimaatadaptatie, private klimaatfinanciering en vergroening van het beleid van multilaterale banken. Tot slot is het, mede dankzij de Nederlandse klimaatdiplomatie, de inzet van de gehele Europese Unie een uitstootre-ductie van 55% in 2030 te realiseren en om tegen 2050 het eerste klimaat-neutrale continent te zijn.

WASH

Ook in 2022 wil Nederland blijvende en inclusieve toegang tot drinkwateren sanitaire voorzieningen en hygiëne (WASH) bevorderen. Deze voorzieningen dragen bij aan een goede gezondheid en bleken cruciaal om COVID-19 in ontwikkelingslanden in te dammen. Met publiek ontwikkelingsgeld als hefboom voor private en andere vormen van financieringfi-nancieringneemt het financieringstekortfinancieringstekort voor SDG 6 (schoon water en sanitatie) af. Zo draagt Nederland bij aan het Global Acceleration Framework (SDG 6).

Partners voor Water

Ook in het komende jaar wordt uitvoering gegeven aan de in 2016 gestarte subsidieregeling van het programma Partners voor Water (PvW) 2016-2021. Dit betreft het centrale uitvoeringsprogramma van de (interdepartementale) Nederlandse Internationale Water Ambitie (NIWA). Het programma wordt aangestuurd vanuit het Interdepartementale Water Cluster, waarin de vier ministeries BZ, EZK, LNV en lenW samenwerken. Voor de uitvoering van het programma PvW 2016-2021 is mandaat verleend aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het budget is onderverdeeld in een deel voor lange termijn samenwerking met zeven Deltalanden, een subsi-diedeel ten behoeve van marktbetrokkenheid en een deel voor samenwerking met kansrijke nieuwe landen en Holland promotie. In 2020 is aanvullend HGIS-budget van EUR 5 miljoen beschikbaar gesteld voor de eindfase (2020 t/m 2022) van het programma, waarin met 15 partnerlanden invulling wordt gegeven aan de Memoranda of Understanding die in lijn zijn gebracht met de NIWA.

Internationaal werken aan groene en slimme mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie

De inzet van het kabinet is erop gericht om het Nederland van vandaag én morgen bereikbaar, leefbaar en duurzaam te houden, en afwenteling te voorkomen. Afwenteling kan gaan over het verschuiven van het probleem naar later (volgende generaties), naar elders (andere landen) of naar andere problemen (bijvoorbeeld van klimaat naar biodiversiteit). De 17 duurzame ontwikkelingsdoelen, die samen de Agenda 2030 vormen, zijn daarbij het kader. In deze context zet het kabinet zich in voor een klimaatadaptieve en duurzame infrastructuur en leefomgeving, duurzaam waterbeheer, slimme en groene mobiliteit en circulaire economie. Deze ambities worden ondersteund door gerichte inzet in de internationale arena, middels strategische samenwerking met sleutelorganisaties zoals UNEP, WHO en ITF Daarbij is de inzet zo veel mogelijk gericht op het benutten van synergie in de aanpak van milieu- en klimaat, bijvoorbeeld waar het gaat om de circulaire economie. Europese en internationale inzet op deze ambities biedt daarnaast economische kansen, stimuleert slimme groene investeringen, creëert banen en bevordert zo de Nederlandse innovaties en kennis die ook buiten de landgrenzen kunnen worden ingezet.

Budgettaire gevolgen van beleid

 

Tabel 6 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat (bedragen x EUR 1 000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2020

 

2021

 

2022

 
 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BHOS

           

02.01 Voedselzekerheid

342.282

342.282

325.447

325.447

328.672

328.672

02.02 Water

196.249

196.249

187.895

187.895

188.619

188.619

02.03 Klimaat

211.466

210.358

236.754

235.604

259.589

258.439

IenW

           

11.01 Integraal waterbeleid (Partners voor Water/Blue Deal)

13.751

0

19.319

0

12.397

0

14.01/03 Wegen en verkeersveiligheid

245

0

200

0

0

0

19.02 Uitvoering Milieubeleid en Internationaal

8.990

0

7.093

0

5.052

0

23.01 Meteorologie, seismologie en aardobservatie (contributie WMO en ECMWF)

866

35

5.277

35

3.387

35

EZK

           

4.55 Opdrachten

275

0

687

0

285

0

4.95 Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

1.239

0

1.972

0

1.624

0

LNV

           

21.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties (w.o. FAO en UNEP)1

9.358

4.114

11.857

4.585

11.107

4.585

22.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties2

1.847

0

2.045

0

1.714

0

Totaal

786.568

753.038

798.546

753.566

812.446

780.350

1    In 2020 betrof dit artikel 11.95.

2    In 2020 betrof dit artikel 12.95.

Financiële instrumenten

BHOS

  • Via de bilaterale programma's wordt door ambassades en hun publieke, private en maatschappelijke partners geïnvesteerd in de verduurzaming van de voedselproductie.
  • Belangrijkste activiteiten op het gebied van ecologisch houdbare voedselsystemen zijn het SNV-programma Climate Resilient Agriculture For Tomorrow, CRAFT), het programma Geodata for Agriculture and Water (G4AW) van het Netherlands Space Office (NSO), het in 2020 gestarte Dryland Sahel Programma in West-Afrika en het programma met de Consultative Group on International Agricultural Research CGIAR.
  • Via het Netherlands Food Partnership (NFP) en het SDG-partnerschap programma draagt Nederland bij aan het versterken van kennisnetwerken.
  • Binnen de Nederlandse inzet om klimaatverandering tegen te gaan staan adaptatie en weerbaarheid voorop. Hiervoor worden onder andere bijdrages gedaan aan programma's op het gebied van water, voedselzekerheid en ontbossing.
  • Het blijft ook nodig kennis te ontwikkelen over de relatie tussen klimaatverandering, ontwikkelingssamenwerking en armoede. Daartoe wordt onder andere samengewerkt met WRI, PBL en de Commissie MER.
  • Het nationale klimaatfonds Dutch Fund for Climate and Development (DFCD) versterkt de weerbaarheid van ontwikkelingslanden tegen klimaatverandering en draagt bij aan emissiereductie.
  • Om klimaatdiplomatie te ondersteunen doet Nederland een bijdrage aan de Global Environment Facility, het Groene Klimaatfonds en de Climate Investment Funds. Nederland draagt voorts bij aan UN Environment (UNEP).
  • Nederland benadrukt het belang van de transitie naar een circulaire economie voor het behalen van de klimaatdoelen.
  • Nederland zet in op internationale multi-stakeholder partnerschappen om verantwoorde grondstoffenwinning in ontwikkelingslanden te vergroten en de klimaat-impact ervan te verkleinen.

IenW

  • Uitvoering van Partners voor Water
  • Uitvoering Blue Deal, een internationaal programma van 21 waterschappen. Het doel van het programma Blue Deal heeft als doel:

20 miljoen mensen in 40 stroomgebieden wereldwijd helpen aan schoon, voldoende en veilig water. De focus ligt op het bieden van hulp, maar ook op het creëren van kansen voor het bedrijfsleven en leren van andere landen om het eigen werk in Nederland te blijven verbeteren.

  • Op het terrein van milieu en klimaat draagt IenW op grond van internationale verdragen of andere internationale afspraken bij aan internationale organisaties inzake milieuaangelegenheden, zoals aan UNEP, UNECE, het International Resource Panel (IRP) en het International Transport Forum (ITF). Tevens zijn er middelen gereserveerd voor de Nederlandse bijdrage in de gebruiksvergoeding van het Estec / Galileo Reference Center (GRC).
  • Op grond van wet- en regelgeving en internationale afspraken betaalt Nederland contributiegelden aan de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) en het European Centre for Medium-Range Weather Forecasts (ECMWF). Deze intergouvernementele organisaties zijn van groot belang voor internationale samenwerking op het gebied van weer, klimaat, modelontwikkeling en data.

EZK

  • Opdrachten rondom mondiale klimaatprojecten, zoals de jaarlijkse Conference of Parties (COP).
  • Bijdragen en contributies aan internationale organisaties waardoor Nederland een actieve participatie heeft in diverse internationale energie- en klimaatgerelateerde organisaties en netwerken.

LNV

  • Er zijn middelen gereserveerd ten behoeve van de jaarlijkse contributies voor internationale organisaties (EUR 10,9 miljoen). De grootste contributie die hieruit bekostigd wordt, is die aan de Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO) (EUR 8,3 miljoen). Daarnaast zijn er middelen gereserveerd voor kleinere contributies aan verschillende internationale organisaties, zoals het United Nations Environment Program (UNEP) (EUR 0,3 miljoen).

Algemeen

Menselijke ontplooiing en het bevorderen van sociale gelijkheid en inclusieve ontwikkeling, door bij te dragen aan seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) voor iedereen en een halt toeroepen aan de verspreiding van hiv/aids. Daarnaast wordt er ingezet op de bevordering van gendergelijkheid en vrouwenrechten. Tevens wordt er bijgedragen aan de versterking van het onderwijs en waarmee wordt bijgedragen aan het vergroten van kansen en perspectieven voor jongeren, een toename van het aantal goed opgeleide professionals, versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen en het bevorderen van beleidsrelevant onderzoek. Tenslotte wordt door het bevordering en bescherming van politieke ruimte voor maatschappelijke organisaties bijgedragen aan de versterking van het maatschappelijk middenveld. Dit draagt bij aan het versterken van de meest gemarginaliseerde en gediscrimineerde groepen, zodat zij hun stem kunnen laten horen

Beleidsinzet toegelicht

Gendergelijkheid

Het Nederlandse internationale genderbeleid behoudt in 2022 de volgende doelstellingen: (1) het versterken van politieke participatie en leiderschap van vrouwen; (2) het versterken van economische participatie en empowerment van vrouwen; (3) het tegengaan van (seksueel) geweld tegen vrouwen en meisjes; en (4) het versterken van de rol van vrouwen in conflictpreventie en vredesopbouw. Nederland draagt hieraan bij via het derde EU Gender Actie Plan (GAP) en het vierde Nationaal Actieplan 1325 (NAP). Ook blijft Nederland zich in 2022 uitspreken voor ratificatie en implementatie van de Istanbul Conventie en tegen gender-gerelateerd geweld. Daarnaast dragen de strategische partnerschappen onder het vorig jaar gelanceerde SDG5 fonds in 2022 bij aan de doelen van de Generation Equality Forum Actiecoalitie van Feminist Movements and Leadership (2021-2026). Ook pleit het kabinet op internationale fora en via bilaterale contacten voor politieke en financiële steun aan (Zuidelijke) vrouwenrechtenorganisaties.

Gezondheidssystemen

De COVID-19 pandemie onderstreept het belang van een sterke en veerkrachtige gezondheidssector. Nederland zal in 2022 extra aandacht besteden aan het veerkrachtiger maken van gezondheidszorgsystemen, bijvoorbeeld door met innovatieve financiering efficiëntie te vergroten, en de coördinatie op landenniveau en de samenwerking met eindgebruikers van gezondheidsdiensten te verbeteren.

Ook de basisgezondheidszorg staat in veel ontwikkelingslanden onder druk. Dit leidt tot meer ongeplande (tiener-)zwangerschappen en moeder- en kindsterfte, en tot verminderde toegang tot hiv- en aidspre-ventie en -behandeling. Om de doelstellingen voor Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR) te behalen blijft Nederland in 2022 inzetten op het overeind houden en versterken van basisgezondheidszorg, door onder meer de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO), UNFPA (United Nations Population Fund), GFF (Global Financing Facility for Every Woman, Every Child) en maatschappelijke

organisaties te steunen. Daarbij ziet het kabinet lokaal eigenaarschap als fundament voor samenwerking tussen lokale overheden en de WHO en andere partijen.

Om de pandemie mondiaal te bedwingen is wereldwijde toegang tot vaccins, diagnostiek en beschermende middelen cruciaal. Nederland blijft zich dus inzetten voor een solidaire verdeling van deze middelen door het internationaal coördinatiemechanisme Access to COVID-19 Tools Accelerator (ACT-A) en het vaccinprogramma COVAX te steunen, ook via de EU.

Onderwijs, werkgelegenheid en jongeren

Het blijft voor het kabinet van belang om te werken aan perspectief voor jongeren in de focusregio's, zoals uiteengezet in de strategie Youth at Heart. Investeringen in kwaliteitsonderwijs worden in 2022 gecontinueerd, onder andere via het Global Partnership for Education (GPE) en Education Cannot Wait (ECW). Onderwijs voor meisjes krijgt daarbij bijzondere aandacht.

Budgettaire gevolgen van beleid

 

Tabel 7 Sociale vooruitgang (incl. onderwijs) (bedragen x EUR 1 000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2020

 

2021

 

2022

 
 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BHOS

           

03.01 Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en HIV/aids

423.151

421.654

525.316

523.825

529.119

527.508

03.02 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

49.239

49.239

54.405

51.405

51.643

51.643

03.03 Maatschappelijk middenveld

195.272

195.272

166.666

166.666

197.644

197.644

03.04 Onderwijs

79.762

79.762

74.050

74.050

69.550

69.550

OCW

           

06.70 Hoger beroepsonderwijs

2.873

2.873

2.873

2.873

2.873

2.873

07.70/76 Wetenschappelijk onderwijs

54.299

46.884

55.519

47.953

55.519

47.953

08.71 Internationaal onderwijs; Subsidies

126

0

292

0

342

0

08.76 Internationaal onderwijs; Bijdragen (inter)nationale organisaties: overige

185

0

0

0

0

0

16.70 Onderzoek en wetenschappen; NOW

454

454

454

454

454

454

VWS

           

09.10 Algemeen; Internationale samenwerking

6.868

0

3.868

0

3.868

0

Totaal

812.229

796.138

883.443

867.226

911.012

897.625

Financiële instrumenten

BHOS

  • Een aantal internationale organisaties met mandaat op het gebied van gezondheid krijgt algemene vrijwillige en/of geoormerkte bijdragen (WHO, UNFPA, UNAIDS, GFATM, UNICEF, GAVI, GFF/WB).
  • In de samenwerking met regionale en lokale organisaties in West-Afrika, wordt sterker ingezet op de samenhang tussen SRGR en andere sociale thema's zoals onderwijs en gender.
  • Via het Accountability fonds worden lokale partners direct gesteund. Het Voice-fonds, geeft de meest gemarginaliseerde en gediscrimineerde groepen een stem in tien geselecteerde landen en ondersteunt leeftijd-gediscrimineerde groepen.
  • Met een bijdrage aan Generation Unlimited (GenU) wordt de emancipatie van jongeren en het versterken van hun vaardigheden bevorderd, zodat deze beter aansluiten op de arbeidsmarkt.
  • Via het Global Partnership for Education (GPE) steunt Nederland onderwijsbeleid en structurele veranderingen in ontwikkelingslanden.
  • De respons op COVID 19 zal naar verwachting ook in 2022 aandacht vergen. Nederland draagt via verschillende kanalen bij aan de Access to COVID 19 Tools Accelerator (ACT-A). Naast solidaire toegang tot vaccins via COVAX legt Nederland daarbij ook nadruk op versterking van zorgsystemen in ontvangende landen.
  • Education Cannot Wait (ECW) steunt onderwijs in fragiele, humanitaire en (post-)conflictsituaties.
  • Het Orange Knowledge Programme (OKP), wordt voortgezet en in de focusregio's geïntensiveerd. OKP is een geïntegreerd programma, gericht op individuele en institutionele kennisontwikkeling binnen lokale prioritaire thema's.

OCW

  • Bijdragen aan internationale onderwijsinstellingen en organisaties ten behoeve van internationaal wetenschappelijk onderwijs en onderzoek.
  • Bijdrage aan internationaal programma Wageningen UR International Soil and information Centre (ISRIC); Deze middelen zijn bij de start van het kabinet Rutte III overgeheveld vanuit het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

VWS

  • In 2019 is door VWS een meerjarig partnerschap programma met de WHO gestart met als doel om samenwerking op de vraagstukken van antimicrobiële resistentie, grensoverschrijdende gezondheidsbedrei-gingen,

niet-overdraagbare ziekten (NCDs), veiligheid van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen en effectieve gezondheidssystemen te bevorderen.

Algemeen

Multilaterale samenwerking en inclusieve groei door versterkte multilaterale betrokkenheid en overige inzet; de inzet van cultuur en sport in ontwikkelingslanden om een sociale en kansrijke samenleving te stimuleren en het bevorderen van maatschappelijke betrokkenheid in Nederland.

Beleidsinzet toegelicht

Internationale Financiële Instellingen

Nederland draagt via algemene bijdragen aan multilaterale ontwikkelingsbanken en ontwikkelingsfondsen bij aan ontwikkelingssamenwerking.

Focusregio 's

Nederland continueert de verschuiving van het zwaartepunt van de nationale ontwikkelingssamenwerking naar West-Afrika/Sahel, Hoorn van Afrika en Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA). In de Sahel blijven de inspanningen gericht op armoedebestrijding en het verbeteren van het toekomstperspectief van de jeugd, met name meisjes. In 2022 is Nederland nauw betrokken bij de uitvoering van de EU-Sahel strategie en de internationale inzet ter ondersteuning van de G5-Sahel. Ook zet Nederland in op een eerlijke, effectieve politieke dialoog met autoriteiten in de regio over het belang van goed bestuur en van een geïntegreerde inzet op het bevorderen van veiligheid, rechtsstaat en ontwikkeling. De steeds veranderende conflictdynamiek en de gevolgen daarvan voor vredesopbouw, humanitaire hulp en ontwikkeling maken de inzet in de Hoorn van Afrika complex. Binnen de EU-strategie voor de Hoorn van Afrika richt Nederland zich vooral op democratische transities, inclusieve ontwikkeling, het tegengaan van marginalisering van groepen en het bestrijden van corruptie en nepotisme.

Budgettaire gevolgen van beleid

 

Tabel 8 Versterkte kaders voor ontwikkeling (bedragen x EUR 1 000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2020

 

2021

 

2022

 
 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BHOS

           

05.01 Multilaterale samenwerking

214.821

214.821

191.824

191.824

151.410

151.410

05.02 Overig armoedebeleid

67.698

63.310

96.832

82.189

107.314

96.665

05.04 Nog te verdelen i.v.m. wijzigingen BNI en/of toerekeningen

0

0

19.526

19.526

16.851

16.851

Financiën

           

04.50.07 IBRD (onderdeel Wereldbank)

69.296

69.296

0

0

22.355

22.355

04.50.08 IFC (onderdeel Wereldbank)

41.059

41.059

0

0

19.978

19.978

04.50.09 IDA (onderdeel Wereldbank)

71.295

71.295

44.200

44.200

219.550

219.550

04.52.01 Technische assistentie

1.013

0

1.818

0

1.817

0

Eerstejaarsopvang asielzoekers

Eerstejaarsopvang asielzoekers (toerekening)

492.792

492.792

0

0

0

0

37.02.20 COA (Eerstejaarsopvang asielzoekers)

0

0

264.391

264.391

307.472

307.472

01.70/01.75 Primair onderwijs (eerstejaarsopvang asielzoekers)

0

0

31.773

31.773

28.924

28.924

03.70 Voortgezet onderwijs (eerstejaarsopvang asielzoekers)

0

0

10.297

10.297

9.316

9.316

Totaal

957.974

952.573

660.661

644.200

884.987

872.521

Financiële instrumenten

BHOS

  • Bijdragen aan de begrotingen van de Internationale Financiële Instellingen en VN-instellingen en fondsen via middelenaanvulling, kapitaalverhoging en specifieke programma's of trustfondsen ter bestrijding van armoede in ontwikkelingslanden.
  • Compensatie van de Wereldbank (IDA) en de regionale ontwikkelingsbanken voor schuldverlichting geeft ontwikkelingslanden de financiële ruimte om een sterker eigen armoedebeleid te voeren.
  • Het ODA-budget wordt gecorrigeerd voor ontwikkelingen van het BNI. In het kader van behoedzaamheid en stabiliteit in de begroting worden groei en krimp niet direct vertaald in de OS-programmalijnen. Deze zogeheten BNI-ruimte kan immers weer toenemen of afnemen als in de loop van het jaar de raming wordt bijgesteld.

Financiën

  • Bijdragen aan de begroting van de Internationale Financiële Instellingen (IFI's) via middelen aanvulling, kapitaalverhogingen en specifieke programma's of trustfondsen ter bestrijding van armoede in ontwikkelingslanden over een breed spectrum aan sectoren, o.a. op terrein van economische en sociale sectoren.
  • Nederland ondersteunt een aantal multilaterale systeemorganisaties die, behalve dat zij direct werkzaam zijn op het terrein van armoedebestrijding, ook van groot belang zijn voor het effectief functioneren van het multilaterale kanaal en het versterken van armoedebeleid in ontwikkelingslanden. Het betreft de Wereldbank, UNDP en UNICEF.
  • Daarnaast verleent het Ministerie van Financiën technische assistentie aan haar counterparts in de landen die behoren tot de Nederlandse kiesgroeplanden bij IMF, Wereldbank en European Bank for Reconstruction and Development (EBRD).

Eerstejaarsopvang asielzoekers

  • Dit betreft de kosten van de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit DAC-landen, die aan het ODA-budget worden toegeschreven. De uitgaven worden verantwoord op de begrotingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Met ingang van 2021 is de toerekening zichtbaar bij JenV en OCW.

Algemeen

Onder overige uitgaven zijn de uitgaven gegroepeerd die niet onder één van de beleidsinhoudelijke hoofdstukken kunnen worden ondergebracht. Dit betreft vooral de apparaatsuitgaven voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken waarbij het merendeel van de uitgaven bestemd is voor het postennet en de uitgaven voor attachés, die vanuit de verschillende vakdepartementen worden uitgezonden naar de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland om met hun specifieke kennis mede invulling te geven aan het buitenlands beleid.

Beleidsinzet toegelicht

Het postennet; onze oren en ogen van de wereld

Het belang van een sterk postennetwerk voor Nederland is onverminderd groot. Dat wordt zichtbaar bij hulp en repatriëring van Nederlanders, het verstrekken van informatie aan Nederlandse bedrijven inclusief het organiseren van (online) handelsmissies en bijeenkomsten, de intensieve contacten die nodig zijn om het EU-beleid op diverse terreinen vorm te geven en op het terrein van ontwikkelingssamenwerking en opkomen voor mensenrechten. Door globalisering zijn kansen en mogelijkheden voor burgers en bedrijven gecreëerd, maar is tegelijkertijd de ongelijkheid tussen en binnen landen toegenomen. De vertegenwoordigingen van Nederland spelen hierop in. Het netwerk van ambassades, permanente vertegenwoordigingen, consulaten-generaal, ambassadekantoren, Netherlands Business Support Offices (NBSO), Netherlands Foreign Investment Agency's (NFIA) en honoraire consulaten is voor het Koninkrijk belangrijk om onze slagkracht in het buitenland te behouden. In tijden van oplopende spanningen en uitdagingen op onder meer het terrein van mensenrechten, (irreguliere) migratie en (cyber)veiligheid is meer en meer behoefte aan creatieve coalitievorming en zijn antennes ter plaatse onontbeerlijk.

Diplomatie is ingewikkeld mensenwerk, vaak op het scherpst van de snede en met een stevige impact op het dagelijks leven in Nederland. Individuele diplomaten maken op belangrijke momenten het verschil. Omdat ze de juiste mensen kennen, lokale gewoontes begrijpen, creatieve compromissen bedenken en altijd oog houden op Nederlandse belangen en waarden. Dat doet Nederland wereldwijd, meestal achter de schermen, niet zelden onder hele moeilijke omstandigheden en daarbij moeten we soms scherpe keuzes maken over hoe we de beschikbare capaciteit zo effectief mogelijk inzetten. Onze diplomatieke posten, die worden bemenst vanuit alle departementen, zijn Rijksbrede dienstverleners; voor het hele Koninkrijk en voor alle ministeries.

Budgettaire gevolgen van beleid

 

Tabel 9 Apparaatskosten (incl. postennet) en overige uitgaven (bedragen x EUR 1 000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

2020

 

2021

 

2022

 
 

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

           

05.01 Geheim

0

0

0

0

0

0

06.01 Nog onverdeeld (HGIS; reservering loon- en prijsbijstelling)

0

0

11.748

0

2.868

0

07.01 Apparaat (personeel en materieel)

806.524

277.767

941.962

318.546

881.241

305.546

JenV

91.01.01 Eigen personeel/attachés

2.242

0

2.058

0

2.058

0

BZK

02.01 Nationale veiligheid

308

0

314

0

418

0

11.01 Centraal apparaat (attachés)

205

0

209

0

209

0

OCW

95.01 Eigen personeel/attachés

148

0

409

0

409

0

FIN

01.03.03 Belastingdienst; eigen personeel (attachés)

1.127

0

1.152

0

1.152

0

01.04.04 Belastingdienst; ICT materieel (attachés)

371

0

371

0

371

0

21.01.01 Centraal apparaat (attachés)

1.142

0

1.167

0

1.167

0

DEF

08.02.11/12 Apparaatsuitgaven; Attachés

18.526

0

21.549

0

21.699

0

10 Centraal apparaat

0

0

0

0

0

0

11 Geheim

4.613

0

6.500

0

5.000

0

IenW

98.01 Apparaatsuitgaven (attachés personeel en materieel)

3.035

0

2.831

0

2.340

0

EZK

2.65 Baten- en lastendiensten (attachés innovatie)

5.145

0

10.280

0

9.617

0

2.65 Baten- en lastendiensten (attachés NFIA)

11.867

0

13.004

0

12.583

0

40 Apparaat (attachés)

1.090

0

0

0

0

0

LNV

21.65 Bijdragen aan baten-lastendiensten (attachés)

12.283

0

0

0

0

0

24.65 Bijdrage aan agentschappen (attachés)

0

0

19.670

0

18.668

0

50 Apparaat (attachés)

5.352

0

2.162

0

2.162

0

SZW

96.20 Apparaatsuitgaven (attachés)

526

0

619

0

782

0

VWS

10.30.21 Apparaatsuitgaven; Personele uitgaven (attachés)

1.290

0

1.275

0

1.275

0

10.30.22 Apparaatsuitgaven; Materiele uitgaven

1.427

0

1.000

0

0

0

Totaal

877.221

277.767

1.038.280

318.546

964.019

305.546

Financiële instrumenten

BZ

  • Betreft de uitgaven die samenhangen met de HGIS-indexering en onvoorziene uitgaven.
  • De apparaatsuitgaven van zowel het postennetwerk in het buitenland als het departement in Den Haag, exclusief de personele uitgaven voor de politieke leiding en vak-attachés van andere ministeries zijn hierin opgenomen. Het omvat de verplichtingen voor en uitgaven aan het ambtelijk personeel, de overige personele uitgaven en het materieel.

Diverse ministeries

  • Uitgaven ten behoeve van attachés van verschillende ministeries. Het attaché-netwerk biedt Nederland permanente aanwezigheid in de wereld waarin attachés kansen identificeren en creëren, voorzien in informatie en kennis, relaties onderhouden en bouwen met verschillende partners, en de belangen van Nederland behartigen. Diverse ministeries zijn via vak-attachés vertegenwoordigd in het buitenland.
  • Gezamenlijke aansturing van het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) door EZK en BHOS. De NFIA helpt en adviseert bedrijven uit het buitenland bij het opzetten, uitrollen en/of uitbreiden van hun internationale activiteiten in Nederland. De NFIA focust daarbij op het aantrekken van buitenlandse investeringen die bijdragen aan bestaande Nederlandse ecosystemen en clusters. De NFIA richt zich daarnaast op de promotie van Nederland in het buitenland als een land met een aantrekkelijk investerings- en vestigingsklimaat en speelt een actieve rol bij het in stand houden daarvan.

BIJLAGEN

Bijlage 1: De HGIS verticaal: wijzigingen na de Miljoenennota 2021

 

Tabel 10 De HGIS verticaal:

wijzigingen

na de Miljoenennota 2021 (bedragen in miljoenen euro's)

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

HGIS-uitgaven

Stand Miljoenennota 2021

6.039,6

6.211,5

6.172,2

6.232,9

6.373,9

0,0

Macrobijstellingen (BNI/BBP-mutaties)

173,7

326,2

365,9

395,6

415,7

440,1

Eindejaarsmarge

175,2

19,2

1,1

0,0

0,0

0,0

Overboekingen van/naar HGIS

  • 31,1
  • 17,9
  • 3,6

5,5

8,7

6.844,4'

Intertemporele kasschuiven

  • 268,8
  • 245,0

99,0

160,8

254,0

0,0

Desalderingen

1,7

  • 7,2
  • 27,1
  • 2,4

0,5

0,4

Totaal uitgaven stand

Miljoenennota 2022 (1)

6.090,3

6.286,8

6.607,5

6.792,4

7.052,8

7.285,0

 

HGIS-ontvangsten

Stand Miljoenennota 2021

164,6

160,0

155,0

152,6

152,1

0,0

Desalderingen en overboekingen

1,7

  • 7,2
  • 27,1
  • 2,4

0,5

42,61

Totaal ontvangsten stand Miljoenennota 2022 (2)

166,3

152,7

127,9

150,2

152,6

148,9

 

Saldo HGIS-uitgaven en ontvangsten (1-2)

5.924,0

6.134,0

6.479,6

6.642,2

6.900,2

7.136,1

1 Inclusief extrapolatie van het voorgaande jaar.

CD

r<

co

CM

CO

r--

5-

CD

CM

O

CM

LD

CM

O

CM

'St

CM

O

CM

O

CM

LD

03

0

2

03

0

2

03

03

.O

03

03

.O

CM

o

LD

LD

CM

CM

d

o

'St

l-'

CO

LD

CM

CO

'Ct

03

r--

o

r-.

03

OD

CM

CD

LD

CD

LD

CD

LD

CD

r<

co

CM

o

LD

r<

co

CM

o

LD

r<

co

CM

o

LD

r<

co

LD

CM

CM

O

CD

03

CM

O

o

'St

l-'

CO

o

'st;

LD

0D

O

'st;

o

o

CD

CO

LD

r--

CM

'st;

o

CM

CD

'sT

CM

co

'Ct

03

r--

o

CM

co

'Ct

03

r--

o

CM

CO

"Ct

03

r--

o

CM

CO

r--

5-

r-.

03

od

CM

r--

03

o

r--

oq

CM

CM

i--

03

o

r--

i--

LD

CD

co

CM

i--

03

o

r--

LD

03

03

.O

<

Q

O

>

5

03

03

2

03

03

2

CC

c

o

cc

CM

o

'St

LD

CM

'St

'sT

O

r«-

CD

'sf

'Ct

03

r--

o

LD

CM

CD

'Ct

CM

r<

o

LD

CD

LD

03

r--

r<

co

CM

o

LD

CD

0

03

r"

od

CD

E 'E

0 O

o

'St

'sT

o

o

o

co

O

r--

o

LD

'St    'sf

CD    LD

0 0 O)

¦® '0 0 a ¦ "O a

CM

CO

'Ct

CM

r--

CM

r<

03

c

’0

LD

r--

o

03

"O

c

_0

C

0

'5

CQ

>

0

-Q

C

0

Q.

0

9^0 o .E E

rn    0 ^

U    c    ^    03JZ

r-    0    O    T3

9    E    >    £    —

CM    0    0    O    0

O    0    -Q    -Q    >

C\i

O

0

0

CM '0 0 0

 

11.929

 

461.695

0

0

0

LD

0

0

CM

'St

     

29.822

 

537.428

0

0

0

LD

10.500

OD

03

LD

'St

44.959

 

11.929

 

461.695

0

0

0

LD

O

O

CM

'St

     

29.822

 

537.428

0

0

0

LD

10.500

OD

03

LD

'5t

44.059

 

11.929

 

436.695

0

0

0

d

0

O

O

CM

'St

     

29.822

 

512.428

0

0

0

d

0

10.500

OD

OD

r*-»

'St

CM

CD

'St

d

'St

 

11.929

 

CM

OD

CO

cd co

'St

co

d

0

O

O

CM

'St

     

29.822

 

512.115

co

d

0

10.500

OD

OD

r*-»

'St

32.369

 

11.929

 

393.391

133.750

O

O

CM

'5t

     

29.822

 

469.124

133.750

10.500

LD

'5t

CM

'St

CM

 

11.929

   

191.123

O

O

CM

'St

     

30.165

   

191.123

10.500

'St

O

'St

cd

CM

OD

OD

od

 

0

00

'Ct

d

   

224.729

O

CM

'St

     

0

0

CM

cd

CM

   

224.729

10.502

'St

'St

'St

   

02.05 Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

03 Effectieve Europese samenwerking

03.01 Afdrachten aan de Europese Unie (HGIS-toerekening)

03.02 Europees ontwikkelingsfonds

03.03 Een hechtere Europese waardengemeenschap

03.04 Versterkte Nederlandse positie in de Unie

03.05 Europese vredesfaciliteit

04 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden

CD

03

CD

CM

o

CM

LD

CM

O

CM

'St

CM

o

CM

o

CM

CM

CM

O

CM

CM

O

CM

O

CM

o

CM

'03

03 03

03 .E ¦g > '_0 ¦=*

03

03

2

03

03

2

03

03

2

03

03

2

03

03

.O

03

03

.O

03

03

.O

CM

CM

CM

03

03

'St

'St

Ö

CM

CM

CM

r-.

03

O

LD

r-.

03

O

LD

LD

03

'St

00

CM

CM

CM

CM

CM

00

03

'St

03

00

'St

03

00

O

O

LD

LD

'St

LD

'St

I'M

r-.

r-.

I'M

CD

03

CD

03

CD

03

LD

od

CD

03

CD

03

CM

CD

CM

03

03

o

'St

CM

CM

r-

LD

LD

O

CD

Ó

'St

CM

CO

o

I

03

c

'-Q

03

O

LD

03

CM

CM

'St

o

03

CM

'St

I'M

o

03

CM

E 'o

(/> -C 03

2 E

1_ 03 0) >

CD « CO 2

03

2

'03 03

CD ïj) 03 I—

03

c

03

>

Q.

91 Apparaatsuitgaven kerndepartement

91.01.02 Europol en Eurojust 12.987    22.771    22.771    22.771    22.771    22.771    22.771

 

co

CM

O

CM

vao 'aa/

     

300.769

       

O

           

0

'St

co cd

CM

 

8.581

 

2.873

 

47.953

     

CU

CU

ë

o

0D

CO

03

LO

O

CM

 

o

co

r>

co

CM

co

     

03

O

CM

03

O

CM

           

O

co cd

CM

 

03

LO

03

 

co

03

CM’

 

03

LO

LO

LO

 

CM

'sf co

 

2025

<

a

o

     

o

LO

c\i

o

co

       

O

           

0

'St

co cd

CM

 

LO

03

 

co

03

CM’

 

CO

LO

03

r<

'St

     

"cü

CU

o

03

CO

03

LO

O

CM

 

co cd

CM

co

     

03

O

CM

03

O

CM

           

0

co cd

CM

 

LO

03

 

co

03

CM’

 

03

LO

LO

LO

 

CM

CO

 

'St

CM

O

CM

§

O

     

co co

cd

o

co

       

O

           

0

co cd

CM

 

öö

LO

03

 

co

03

CM’

 

CO

LO

03

r<

'St

     

"cü

CU

£

O

03

CO

03

LO

O

CM

 

't

LO

co

c\i

co co

     

03

O

CM

03

O

CM

           

0

co cd

CM

 

öö

LO

03

 

co

03

CM’

 

03

LO

LO

LO

 

CM

'sf co

 

09

CM

O

CM

S

o

"cü

CU

£

     

LO

LO

cd

o

co

       

O

           

0

'St

r<

CM

 

CO

CM

03

03

 

co

03

CM’

 

CO

LO

03

r<

'St

     

O

03

CO

03

LO

O

CM

 

03

r*.

03

co co

   

co

CM

LO

03

O

CM

CM

CO

r>

           

O

'St

r<

CM

 

CO

CM

03

03

 

co

03

CM’

 

03

LO

LO

LO

 

CM

'sf co

 

CM

CM

O

CM

S

o

     

CM

r*.

CM

cd co

       

o

           

'St

CM

03

03

CM

 

CO

03

03

 

co

03

CM’

 

CO

LO

03

r<

'St

     

"cü

CU

ë

O

03

CO

03

LO

O

CM

 

r>

03

co

c\i

co

   

03

03

O

CM

r*.

CM

co

           

'St

CM

03

03

CM

 

CO

03

03

 

co

03

CM’

 

03

LO

LO

LO

 

CM

CO

 

CM

O

CM

S

o

     

03

cd

r*.

CM

       

o

           

CO

r*-»

 

03

CM

cd

 

co

03

CM’

 

CO

LO

03

r<

'St

     

"cü

CU

ë

O

03

CO

03

LO

O

CM

 

co co

03

03

CM

   

'sf

03

O

CM

co

CM

LO

           

co

r*-»

 

03

CM

cd

 

co

03

CM’

 

03

LO

LO

LO

 

CM

03

CM

 
 

S

o

"cü

CU

     

CO

LO

r*.

N

       

O

                   

co

03

CM’

 

'St

OO

03

cd

'St

     

O

CM

O

CM

LO

CM

CM

CM

'Ct

CM

CM

 

co

03

03

cd

CM

   

03

O

CO

LO

O

CM

CO

LO

                   

co

03

CM’

 

03

03

CM

'St

LO

 

co

CM

 

Begroting/beleidsterrein/

artikel/omschrijving

 

O

CL

5

CM

O

o

03

"0

0

c

o

0

0

O.

C

0

ö)

Lu

CO

9 1 9 S

03 0

T3

0

0

¦a

0

>

c

o

03

O

2

CM

03

"cü

¦2

|S

 

c

0

c

5

0

N 0 0) 0) 0 +-"ö 0

c 0 2 0 c Jé! 0 :=•

II

“ Ë

> 5

TJ

'0

_C

03

0

>

0

0

C

O

0

2

O

CM

O

0

0

0

O.

O.

0

"cü

0

c 'in 0 '0

° -5

o S

JZ _0

0

2

£

 

C

0

O

o

+2

o

O

0

CL p 0

1“ 1 s

O 0 +¦>

5l

in

f

0

  • ? 
    c

°C-S 0 0 0 0 -C

E c 0 ¦= ® > CL ö) 0

LO E ®

^ 2, 0

0 ca £

 

in

f

0

¦a

c

0

0

N

0

H5 o) 0 •O .03

S g

00 Jk

O CQ

0

0

T3

C

O

'cü

E

CL

0

0

f

0

"O

c

° 0,

— c

0 0

1 £

0- ° 2

5 II

O 0 O O 0 Jü ^ 0-2 5 ®. $

0

0

T3

C

O

+¦>

0

N

0

G3

t

O

5

00

O

0

f

0

¦a

§ E

S >

8 f»

0 Sjj

9 .2, co > Q) O 0 m n r-. >- a)

« 0 '<» O LÜ 0

0

0

T3

C

O

0

CL

0

O

0

ca

0

03

0

x

<0

0

0

f

0

0 °

X & 0 ® r-- 2 cd 0

O -Q

"0

Q.

a.

0

.c

0

0 0 c :=• 0 >

ll

0 O

Js4

"0

Q.

Q.

0

-C

O

0

c

0

1

>

co ’>

O 0 T3

r< c 0 O

0 T3

g 1

O 0

-9

0 0 E

0 p

i «

00 -0 0

0

0 .3±l 0 "O

E '0 .2 -Q

1 m 0 .0

£ f

^ 1 03 C O O

*0

.2

0

0

'c

— c

0 0 03

Hl

1 “ l

0 ^

•2' 0 0 £ S c '0

s! st

03 c C a 0 0^-0

co

CM

O

CM

vao 'am

         

'Ct

LO

'St

     

86.501

           

O

o

co oa

co

co

   

376.686

       

CU

CU

ë

o

o

00

'Ct

 

co

'Ct

 

'Ct

LO

'St

   

LO

r>

LO

co

09

09

     

CM

LO

co

 

O

 

co oa

co

co

oa

co

co

09

00

00

     

09

CM

09

od oa

2025

<

a

o

         

'Ct

LO

'St

     

O

LO

CO

           

o

o

co oa

co

co

   

CO

co

«o

r*.

00

       

"cü

CU

o

o

00

'Ct

 

'Ct

 

'Ct

LO

'St

   

LO

r>

LO

co

09

09

     

CM

LO

co

 

o

o

co oa

co

co

ra

co

co

09

00

00

     

09

ra

o

od oa

'St

CM

O

CM

§

O

         

'Ct

LO

'St

     

o

LO

co co

           

o

oa

LO

CO

09

co co

CM

'«t

CM

CO

   

09

LO

cd

't

00

       

"cü

CU

£

o

o

00

'Ct

 

o

 

'Ct

LO

'St

   

LO

r>

LO

o

o

     

CM

LO

co

 

o

oa

LO

CO

09

co co

CM

'St

CM

CO

ra

co

o

cd

't

co

     

o

CM

r<

oa

09

CM

O

CM

S

o

         

'Ct

LO

'St

     

r>

o

LO

N

co

           

o

o

o

CM

CM

O

'St

09

o

oa

'St

co

CM

   

o

co cd

o

co

       

"cü

CU

£

o

o

00

'Ct

 

o

 

'Ct

LO

'St

   

09

O

'St

CM

co

c\i

o

     

CM

LO

co

 

o

o

o

CM

CM

o

'St

09

o

oa

'St

co

CM

ra

co

r>

co csi

co

     

CM

LO

09

'st- ra

CM

CM

O

CM

S

o

         

'Ct

LO

'St

     

o

CM

LO

09

co

           

LO

LO

co

CM

CM

oa

09

09

O

LO

LO

09

CM

   

co co

co co

CM

       

"cü

CU

ë

o

o

00

'Ct

 

o

 

'Ct

LO

'St

   

O)

o

'St

co co

't

o

     

CM

LO

co

 

LO

LO

CO

CM

CM

oa

09

09

O

LO

LO

09

CM

ra

co

O

09

00

co

CM

     

LO

ra

r--

CM

oa

 

S

o

"cü

CU

ë

         

'Ct

LO

'St

     

o

LO

co co

09

           

O

o

O

O

CM

'St

   

O

O

CM

't

't

     

o

o

o

09

CM

O

CM

o

o

00

'Ct

 

o

 

'Ct

LO

'St

   

O)

o

'St

cd

o

     

CM

LO

co

 

O

o

O

O

CM

'St

oa oa

co

CO

O

r>

cd

't

     

CM

oa

09

CM

O

CM

O

CM

S

o

         

'Ct

LO

'St

     

CM

6

LO

           

co

09

CM

09

CO

09

LO

o

5

LO

09

CM

   

o

LO

co co

       

"cü

CU

LO

oa

co

O

LO

 

'Ct

 

'Ct

LO

'St

   

00

'Ct

co

o

CM

cd co

     

CM

co

 

CO

09

CM

09

CO

09

LO

o

LO

09

CM

co

o

CM

'St

co

o

co

LO

co

     

ra

09

r<

CM

Begroting/beleidsterrein/

artikel/omschrijving

 

C/j

0

0

0

'c

_ c CU cu cu ai

CU O) )r c CU 0

.2 T3 Ü2 m ^ CU

S GÜ C

E •- o

0    ‘i=

I f C ® s| s’S

00 c c > 0 0^-0

c

CU

CU

CU CD

CU O) c CU

O ;o £

0 .0

I f o 0 ^ TJ TJ 00 c C

O O cu

c

0

2*:

O

C/5

O

o

-C

C/5

O)

_c

0

ö)

0

-Q

0

0

|5

‘v>

Si

3

0

3

3

3

O

co

r>

r>

g c

V, 0

s |

N j2 0 O T3 <2

SI s 1

c O CD Z

Js4 • -0 C

O 0 N Q_

0 £¦

O w

g 1

co |

'0

XI

o

0

c C

0 <

Js4 • -0 C

o 0

N Q_

0 £

? ^

O cn

r- C 0 £ 2 £ 2 ¦<=

c

0

0

5

0

+¦>

0

0

0

a.

Q.

<

LO

09

"0

0

c

o

0

0

a

c

0

0

LU '0

ol

LO V 09 0

0

¦2

|S

 

c =‘ö c 0 c iZ ca ><

c

0

ö)

c

0

0

0

ca

o

'uï

4-T '0

0 x: c o 0 0

^ s

ca ¦

~ 0 0 ï 0 c

<S £

8 -cd ^

9 S

O 0

1—

CJ

0

c

T3 0 U) '0

¦ë o 0 s

0 3

Cü —

0

o .2

'St 0

P 0 o E

0

0

‘Ö

c

0

c

_0

0

.1 g

m ö>

ë .E

c £ — +¦>

0

O -Q

"0

0

¦g

0

¦a

c

_o

Q _

CC JJ4 CQ C — 0 -ü

  • o. 
    2

Ö 0

”! o >

"0

0

¦a

0

¦a

c

_o

o ^

LL C — 0 oa -Q o 2 Ö 0

”! o >

"0

0

¦a

0

¦a

c

< ^ Q c — 0 09 -Q O 2

Ö 0

”! o >

0

x:

o

0

'c

x:

o

^ .92

O 0

si

0

O 0

•*->

0

0

0

Q.

CL

0

"(Ü

0

¦H>

C

0

O 0-0

5 5 ' +->

N £

0

2

|2

 

0

‘0

c

0

o

X

+¦>

0

N

c

o

0

¦G

CL

o

0

N

c

_0

0

c

o

0

c

0

c

09

CM

O >

5 S

co

CM

O

CM

Totaal    wv. ODA

 

09

CM

ö

CM

 

o

o

o

Lfj

o

co

o

CM

   

11.252

 

1.311

1.081

4.344

3.387    35

2.189

23.564    35

     

ra

2.752

 

8.965

10.895

2.514

 

Totaal    wv. ODA

       

O

             

LO

09

 

LO

00

                 

2025

 

09

CM

ö

CM

 

o

o

o

LO

213.806

   

11.252

 

09

00

o

'St

'St

00

ra

09

09

09

00

CM

24.064

     

ra

CM

LO

r--

CM

 

LO

ra

09

od

10.895

'sf

LO

CM

 

Totaal    wv. ODA

       

o

             

LO

09

 

LO

00

                 

'St

CM

O

CM

 

09

CM

ö

CM

 

o

o

o

LO

212.843

   

11.252

 

09

ra

o

'St

'St

09

LO

ra

09

09

<79

00

CM

24.564

     

ra

CM

LO

r--

CM

 

LO

ra

09

od

10.895

'sf

LO

CM

 

Totaal    wv. ODA

       

o

             

LO

09

 

LO

00

                 

09

CM

O

CM

 

22.385

 

o

o

o

LO

212.337

   

12.279

 

09

ra

o

'St

'St

ra

LO

ra

09

09

o

CM

09

CM

CM

CM

CM

cd

CM

     

ra

CM

LO

r--

CM

 

09

CM

CM

09

CM

'sf

LO

CM

 

Totaal    wv. ODA

       

o

             

LO

09

 

LO

00

                 

CM

CM

O

CM

 

21.699

o

o

o

Lfj

o

o

o

LO

00

CM

CM

   

12.397

 

09

ra

o

CM

LO

O

LO

ra

09

09

O

09

CM

25.568

     

ra

CM

LO

r--

CM

 

ra

09

12.583

O

ra

LO

CM

 

Totaal    wv. ODA

       

O

O

O

CO

             

LO

09

 

LO

00

                 

CM

O

CM

 

21.549

19.540

o

o

LO

cd

260.771

   

19.319

o

o

CM

09

00

LO

09

09

O)

o

r<

CM

LO

09

ra csi

37.389

     

ra

5-

r>-

CM

 

o

ra

CM

Ö

'St

O

O

09

ra

r>-

CM

 

Totaal    wv. ODA

       

o

             

LO

09

 

LO

00

                 

O

CM

O

CM

 

18.526

o

co

'St

09

ra

'St

150.980

   

13.751

LO

'sf

CM

OO

00

09

ra

09

o

O)

09

00

co co

00

LO

00

o

09

co

o

CM

cd

CM

     

-

'St

ra

'St

CM

 

LO

'sf

LO

ra ra

ra

Begroting/beleidsterrein/

artikel/omschrijving

 

08 Defensie

Ondersteuningscommando

08.02.11/12

Apparaatsuitgaven; Attachés

09 Algemeen Civielrechtelijke regeling Srebrenica 2020

11 Geheim

Totaal

 

XII Infrastructuur en

Waterstaat

11.01 Integraal waterbeleid (Partners voor Water/Blue

Deal)

14.01/03 Wegen en verkeersveiligheid

17.01 Luchtvaart (ICAO)

18.01 Scheepvaart en havens (CCR)

19.02 Uitvoering Milieubeleid en Internationaal

23.01 Meteorologie, seismologie en aardobservatie (contributie WMO en ECMWF)

98.01 Apparaatsuitgaven (attachés personeel en materieel)

Totaal

 

XIII Economische Zaken en Klimaat

1 Goed functionerende economie en markten

1.55 Opdrachten

1.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties

2 Bedrijvenbeleid: innovatie en duurzaam ondernemen

2.65 Baten- en lastendiensten (attachés innovatie)

2.65 Baten- en lastendiensten (attachés NFIA)

2.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties

 

Totaal    wv. ODA

       

o

       

4.585

         

4.585

       

o

       

co

CM

O

CM

 

LO

CO

co

'St

CM

cq

 

CO

o-

CM

N

CM

       

o

 

'sf

r».

 

03

CO

co

03

CM

co

C\i

LO

CO

co

00

   

09

09

LO

co

LO

       
 

Totaal    wv. ODA

       

O

       

LO

03

LO

'«t

         

LO

CO

LO

       

o

       

2025

 

LO

co co

'St

CM

cq

 

CO

o-

CM

N

CM

       

o

 

'sf

r*-»

 

03

co co

03

CM

CO

C\i

LO

CO

00

00

   

09

09

LO

co

LO

       
 

Totaal    wv. ODA

       

O

       

LO

03

LO

'«t

         

LO

co

LO

       

o

       

'St

CM

O

CM

 

LO

co co

'St

CM

cq

 

CO

o-

CM

N

CM

       

o

 

'sf

r*-»

 

03

co co

03

CM

CO

C\i

LO

CO

00

00

   

09

CM

03

09

r*.

       
 

Totaal    wv. ODA

       

O

       

LO

03

LO

'«t

         

LO

CO

LO

       

o

       

09

CM

O

CM

 

LO

co co

'St

CM

co

 

29.125

       

o

 

'sf

r*-»

 

03

co co

03

CM

CO

C\i

33.651

   

09

CM

03

09

r*.

       
 

Totaal    wv. ODA

       

o

       

LO

03

LO

'«t

         

LO

CO

LO

       

o

       

CM

CM

O

CM

 

LO

03

CM

'St

CM

co

 

29.582

       

o

 

'sf

r*-»

 

03

co co

03

CM

CO

C\i

33.651

   

09

CM

03

09

r*.

   

LO

co

 
 

Totaal    wv. ODA

       

o

       

LO

03

LO

'«t

         

LO

CO

LO

       

o

       

CM

O

CM

 

03

co

CM

09

 

31.626

       

LO

03

 

LO

'5t

O

CM

 

O

co

09

CM

CO

C\i

35.734

   

09

09

5

co

CM

co

   

CM

LO

CM

 
 

Totaal    wv. ODA

       

o

       

'sf

'«t

                   

o

       

O

CM

O

CM

 

LO

CM

O)

co

CM

o

09

o

23.982

     

12.283

03

LO

CO

09

 

'St

03

   

CM

LO

CO

LO

o

00

cd

CM

   

03

co

CM

LO

co

LO

   

o

o

CM

CM

 

Begroting/beleidsterrein/

artikel/omschrijving

 

4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening

4.55 Opdrachten

4.95 Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

40 Apparaat (attachés)

"co

¦2

|S

 

XIV Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

21 Land- en tuinbouw1

21.65 Bijdragen aan baten-lastendiensten (attachés)

21.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties (w.o. FAO en UNEP)

22 Natuur, visserij en gebiedsgericht werken2

22.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties

24 Uitvoering en toezicht

24.65 Bijdrage aan agentschappen (attachés)

50 Apparaat (attachés)

"co

2

|S

 

XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid

02.24 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet; Contributie CASS

96.20 Apparaatsuitgaven (attachés)

"G

G

+¦>

£

 

XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport

02.10 Curatieve zorg;

Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

04.40 Zorgbreed beleid; inrichten uitvoeringsactiviteiten

co

CM

o

CM

vao 'am

           

O

     

19.175

 

O

o

00

oa oa

 

339.295

193.714

219.318

 

425.173

52.439

219.206

69.550

 

Totaal

oa

CO

oa

00

     

LO

CM

 

CO

't

LO

     

28.531

84.165

385.350

 

339.295

193.714

oa oa

d

CM

CM

 

'St

oa cd

CM

'St

52.439

219.206

69.550

 

2025

vao 'am

           

O

     

19.175

 

o

o

oa oa

oa

 

339.295

193.714

219.318

 

445.173

52.439

199.206

69.550

 

Totaal

oa

CO

oa

00

     

LO

CM

 

CO

't

LO

     

28.296

84.165

385.350

 

339.295

193.714

oa oa

o

CM

CM

 

'St

oa cd

"St

'St

52.439

199.206

69.550

 

'St

CM

o

CM

vao 'am

           

O

     

19.175

 

370.577

 

329.688

co

CM

O

oa

212.755

 

425.288

51.743

197.434

69.550

 

Totaal

oa

CO

oa

00

     

LO

CM

 

CO

't

LO

     

oa oa

oa

ö

oa

84.165

372.857

 

329.688

co

CM

o

oa

o

oa

'St

CM

 

426.899

51.743

197.434

69.550

 

oa

CM

o

CM

wv. ODA

           

O

     

19.175

 

387.130

 

328.554

187.367

211.994

 

422.967

51.667

197.242

69.550

 

Totaal

oa

CO

oa

00

     

LO

CM

 

CO

't

LO

     

30.781

84.665

389.410

 

328.554

187.367

213.549

 

424.578

51.667

197.242

69.550

 

CM

CM

O

CM

vao 'am

           

O

     

21.425

 

429.729

 

CM

co oa

CM

oa

188.619

258.439

 

527.508

51.643

197.644

69.550

 

Totaal

oa

CO

oa

00

     

LO

CM

 

O

O

00

LO

     

31.525

86.665

432.009

 

CM

co oa

CM

oa

188.619

259.589

 

529.119

51.643

197.644

69.550

 

CM

O

CM

vao 'am

           

O

     

19.425

 

410.139

 

325.447

187.895

235.604

 

523.825

51.405

co co

co cd

co

74.050

 

Totaal

oa

CO

oa

00

     

LO

CM

o

o

q

8.664

     

28.556

97.976

412.419

 

325.447

187.895

236.754

 

525.316

54.405

co co

co cd

co

74.050

 

o

CM

o

CM

vao 'am

           

o

     

17.351

 

414.667

 

CM

oa

CM

C\i

'St

oa

196.249

210.358

 

421.654

49.239

195.272

79.762

 

Totaal

oa

CO

oa

CO

     

o

CO

CM

CM

'St

11.785

     

24.590

127.922

416.637

 

CM

oa

CM

C\i

'St

oa

196.249

co co

'St

CM

 

423.151

49.239

195.272

79.762

 

Begroting/beleidsterrein/

artikel/omschrijving

 

09.10 Algemeen; Internationale samenwerking

10.01.01 Personeel

10.01.02 Materieel

10.03.01 Apparaatsuitgaven (attachés)

10.30.21 Apparaatsuitgaven; Personele uitgaven (attachés)

10.30.22 Apparaatsuitgaven; Materiele uitgaven

Totaal

 

XVII Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking

01 Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

01.01 Duurzaam handels- en investeringssyteem, incl.

MVO

01.02 Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie

01.03 Versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden

02 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat

02.01 Voedselzekerheid

02.02 Water

02.03 Klimaat

03 Sociale vooruitgang

03.01 Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en HIV/aids

03.02 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

03.03 Maatschappelijk middenveld

03.04 Onderwijs

04 Vrede, veiligheid, en duurzame ontwikkeling

           

Tweede Kamer,

vergaderjaar

2021-2022,

35 926, nr. 1

     

co

CM

O

CM

vao 'am

o

o

o

CM

co

235.243

 

184.616

87.870

984.163

3.943.832

                 

O

 

5.698.497

CU

CU

ë

o

o

o

CM

co

09

'St

CM

LO

09

CM

 

co cq 'sF oa

co

09

CM

09

09

09

CO

'Ct

oa

09

CM

00

O)

O

't

                 

O

 

co

r*.

09

't

co

CM

N

 

2025

<

a

o

o

o

o

CM

co

09

'St

CM

LO

09

CM

 

co

'sF

oa

O

oa oa

09

O

r--

CM

CM

r-

00

c\i

co

r>

                 

o

 

co co

co

LO

"cü

CU

o

o

o

CM

co

09

'St

CM

LO

09

CM

 

co

'sF

oa

co

09

CM

09

09

09

o

r--

CM

r*.

co

r<

co co

                 

o

 

LO

co

r>

CM

LO

o

N

'St

CM

O

CM

§

O

o

o

o

CM

co

LO

09

r*-»

CM

CM

 

o

LO

"st-

09

O

oa oa

oa

09

co

o

CM

co co

't

c\i

co

LO

                 

o

 

co

o

co

CM

LO

"cü

CU

£

o

o

o

CM

co

LO

09

r*-»

CM

CM

 

o

LO

"st-

09

'Ct

09

09

'sf

09

09

CO

o

CM

co co

CT>

r*.

r>

05

co

CO

                 

o

 

09

CO

00

CM

09

r>

cd

 

09

CM

O

CM

S

o

o

o

o

CM

co

LO

09

Ö

CM

 

CM

09

r*-»

'sF

co

oa

r--

oa

09

LO

CM

CM

O

09

LO

co co

r>

LO

co co

                 

o

 

co co

co

o

LO

"cü

CU

£

o

o

o

CM

co

LO

09

Ö

CM

 

CM

09

r*-»

'st- co

co

'Ct

LO

09

LO

CM

CM

Ó

09

LO

co co

't

CT>

   

o

o

o

09

LO

 

o

o

o

LO

       

o

 

't

LO

LO

S

O

CO

cd

CM

CM

O

CM

S

o

o

o

o

CM

co

LO

09

LO

CM

 

o

LO

LO

co co

cd

09

LO

oa cd

o

CT>

CM

CM

LO

                 

o

 

o

CM

c\i

o

co

d

"cü

CU

ë

o

o

o

CM

co

LO

09

LO

CM

 

o

LO

'sl-

09

O

LO

oa cd

CM

CD

r>

LO

CD

CM

                 

o

 

LO

co

r>

cd co

CM

cd

CM

O

CM

S

o

o

o

o

r<

09

CM

CM

o

CM

 

'sf'

CM

oa

09

09

oa

c\i

oa

co

CM

LO

09

15

CM

00

LO

O

             

CM

LO

LO

"sf-

09

 

CM

r>

LO

LO

00

 

CM

co

co

d

"cü

CU

ë

S

o

o

o

o

r<

o

co

LO

r<

LO

09

CM

CM

o

CM

LO

co

09

o

CM

 

'sf'

CM

oa

09

CM

oa

'Ct

CM

CM

09

oa cd

09

O

09

09

CO

co

CM

LO

09

CM

CO

05

00

00

CM

O

Ó

O

             

LO

O

09

CM

¦sf

i-*

co oa

09

CM

09

CM

09

r--

CM

09

'St

LO

o

00

CM

09

LO

CO

c\i

CM

CO

 

09

CO

CM

09

O

cd

o

CO

c\i

15

d

 

O

CM

O

CM

"cü

CU

O

co

LO

r<

LO

LO

co

09

o

CM

 

CM

oa

'Ct

CM

oa

09

co

r<

co

 

CM

cd

00

             

O

O

CO

LO

O

'sf'

CM

09

r--

CM

09

'sf'

CM

09

00

co

09

CO

 

co

o

co cd

co

o

cd

Begroting/beleidsterrein/

artikel/omschrijving

 

c

CD

O

'6

0 .E

® O

c 73 i

0 C c O) '    0

C 05 E 5 -p ra

< F C/5

E 0 O 0 ï

04 ¦£ 2

q » o

0 'F O -Q C

O)

c

C "Ö9 CD 4s4

if

  • o. 
    § jg <8 m B

3-5 § S

0

05

0

>

o

c

0

a>

O)

2 c ® 5

0 0

I s

£ c 0

ifl s ^

O (/) .=

_0

CU

0 05

0 .E

11 T- 0

° E

LO 0 O C/5

TJ

'0

0

-Q

0

T9

0

O

E

0

05

0

>

O

CM

O

LO

O

Ë

>

C 4—

0 o

0 C "O 0

0 5

1

  • O) 
    o .E

0 05 C

z .E 0 .E5 "cÉ °.ïi Sï2

0

¦2

|S

 

c

0

0

E

0

G)

<

>

X

X

X

—1

05

c

0

t ¦0 0 w 0

0 Q_ CC c/5 CM ®

9 ^

LO >-LO >

’o

-C

O

co co

0

05

C

0

t

0

CO

0

CC

CM

9 <

Lo r> LO id

0

2

|S

 

c

0

05

c

’c

0

Js4

0

0

|2

05

C

0

05

0

-Q

ó

LU

"o) c 'c 0 Js4 05 0

11 a —-

0 C/5 2 0 0 Jsi 0 0

S 8 2 0

0 " CO LU 0

"cü

0

£

 

z

LU

§

H

D

—1

1

o

1-

Bijlage 2b: De HGIS ontvangsten horizontaal: meerjarencijfers per begroting

Tabel 12 De HGIS ontvangsten horizontaal: meerjarencijfers per ministerie en per begrotingsartikel

Begroting/beleidsterrein/artikel/

 

omschrijving

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

V Buitenlandse Zaken

2 Veiligheid en stabiliteit

10 Doorberekening Defensie diversen

         

242

242

40 Restituties contributies

 

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

3 Europese samenwerking

30 Restitutie Raad van Europa

158

250

250

250

250

250

250

4 Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen

             

10 Consulaire dienstverlening aan Nederlanders

7.381

9.200

9.200

9.200

21.000

21.000

21.000

20 Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen

13.448

21.100

23.200

34.300

45.600

51.500

51.500

40 Doorberekening Defensie diversen

74

74

74

74

874

874

874

41 Ontvangsten verkeersnotificaties

338

200

200

200

200

200

200

5 Geheim

             

10 Geheim

             

7 Apparaat

10 Diverse ontvangsten

41.696

74.180

63.180

32.280

32.280

32.280

32.280

11 Koersverschillen

12.738

           

Totaal

75.833

106.004

97104

77.304

101.204

107.346

107.346

IXB Financiën

             

04.50.03 Ontvangsten IFI's

4.086

2.180

1.998

1.954

1.876

1.719

1.639

Totaal

4.086

2.180

1.998

1.954

1.876

1.719

1.639

X Defensie

             

01.01.01 Internationale inzet/BIV

6.173

1.407

1.407

1.407

1.407

1.407

1.407

Totaal

6.173

1.407

1.407

1.407

1.407

1.407

1.407

XIII Economische Zaken en Klimaat

             

01 goed functionerende markten/04 Een doelmatige energievoorziening

343

           

Totaal

343

0

0

0

0

0

0

XIV Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

             

11 Voedselzekerheid

13

           

Totaal

13

0

0

0

0

0

0

XVII Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

             

1 Duurzame economische ontwikkeling, handel en ontwikkeling

             

1.10 ontvangsten internationaal ondernemen

25.767

3.264

3.264

3.264

3.264

3.264

3.264

1.30/40 ontvangsten DGGF

7.258

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

5 Multilaterale samenwerking en overige inzet

             

5.20 Ontvangsten en restituties m.b.t. leningen

33.824

24.668

24.134

20.960

16.174

15.002

11.712

Begroting/beleidsterrein/artikel/

omschrijving

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

5.21 Ontvangsten OS

18.344

21.176

21.176

21.176

24.426

21.176

21.176

5.22 koersverschillen

23.655

           

Totaal

108.848

52.108

51.574

48.400

46.864

42.442

39.152

TOTAAL ONTVANGSTEN

195.296

161.699

152.083

129.065

151.351

152.914

149.544

Bijlage 3: De non-ODA uitgaven naar beleidsthema

 

Tabel 13 De non-ODA uitgaven naar beleidsthema

Begroting

Omschrijving

2020

2021

2022

Artikel

  • 1. 
    Versterkte Internationale rechtsorde, eerbiediging van mensenrechten en gastlandbeleid
     

BZ

01.01 Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak

42.932

32.836

31.636

V-01.01

 

01.02 Bescherming en bevordering van mensenrechten

33.445

25.947

25.847

V-01.02

 

01.03 Gastlandbeleid internationale organisaties

6.558

18.785

11.425

V-01.03

Algemeen

55.02 Reservering Vredespaleis

0

0

0

LXXXVI-55.02

JenV

33.03.01 Opsporing en vervolging; NFI

586

802

802

VI-33.03.10

 

91.01.02 WIPO

225

380

380

VI-91.01.09

 

91.01.02 Europol en Eurojust

12.987

22.771

22.771

VI-91.01.07

IenW

17.01 Luchtvaart (ICAO)

938

1.311

1.311

XM-17.01

 

18.01 Scheepvaart en havens (CCR)

381

1.358

1.081

XII-18.01

SZW

02.24 Bijstand, Participatiewet en

Toeslagenwet; Contributie CASS

8

9

9

XV-02.24

 

02.10 Curatieve zorg; Kwaliteit,

       

VWS

toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

2.200

2.521

657

XVI-02.11

 

04.40 Zorgbreed beleid; inrichten uitvoeringsactiviteiten

0

0

0

XVI-04.40

 

Subtotaal

100.260

106.720

95.919

 
  • 2. 
    Vrede, veiligheid en stabiliteit
       
 

02.01 Goede internationale samenwerking ter

       

BZ

bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

13.458

14.140

14.085

V-02.01

 

02.02 Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme

15.430

15.070

14.670

V-02.02

 

02.03 Wapenbeheersing

4.877

9.292

7.542

V-02.03

 

02.04 Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

103.253

115.272

143.708

V-02.04

 

02.05 Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

15.720

18.236

17.893

V-02.05

BHOS

04.01 Humanitaire hulp

1.895

1.017

1.017

XVII-04.01

JenV

33.01.01 Apparaat Openbaar ministerie

0

0

0

VI-31.02.21

 

36.02.05 Nat. Veiligheid en

Terrorismebestrijding

200

414

414

VI-36.02.58

Defensie

01.01.23 Internationale inzet (BIV)

127.381

210.182

182.785

X-01.01.01

 

09 Algemeen Civielrechtelijke regeling

Srebrenica 2020

460

19.540

15.000

X-09.01

 

Subtotaal

282.674

403.163

397114

 
  • 3. 
    Effectieve Europese samenwerking
       

BZ

03.01 Afdrachten aan de Europese Unie (HGIS-toerekening)

0

0

75.733

 
 

03.03 Een hechtere Europese waardengemeenschap

6.301

6.300

6.300

V-03.03

 

03.04 Versterkte Nederlandse positie in de

Unie

4.474

6.404

4.517

V-03.04

 

03.05 Europese vredesfaciliteit

0

18.882

24.277

V-03.05

Toerek.

EU-begroting

75.733

75.733

0

Toerekening

 

Subtotaal

86.508

107.319

110.827

 
  • 4. 
    Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen
   

BZ

04.01 Consulaire dienstverlening in het buitenland

22.987

20.441

9.031

V-04.01

Begroting

Omschrijving

2020

2021

2022

Artikel

 

04.02 Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren

19.822

22.992

18.467

V-04.02

 

04.03 Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur

6.133

7.771

7.475

V-04.03

 

04.04 Uitdragen Nederlandse waarden en belangen

24.516

22.300

18.375

V-04.04

OCW

08.77 Internationaal onderwijs; Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

506

480

480

XIII-08.77

 

14.71/76 Cultuur; subsidies

4.617

6.017

6.017

XIII-14.71

 

Subtotaal

78.581

80.001

59.845

 
  • 5. 
    Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen
       

BHOS

01.01 Duurzaam handels- en investeringssyteem, incl. MVO

7.239

9.131

10.100

XVII-01.01

 

01.02 Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie

127.922

97.976

86.665

XVII-01.02

 

01.03 Versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden

1.970

2.280

2.280

XVII-01.03

EZK

1.55 Opdrachten

11

161

161

XMM1.55

 

1.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties

2.484

2.741

2.752

XMM1.95

 

2.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties

1.871

2.781

2.560

XIII-13.95

 

Subtotaal

141.497

115.070

104.518

 
  • 6. 
    Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat
       

BHOS

02.03 Klimaat

1.108

1.150

1.150

XVII-02.03

IenW

11.01 Integraal waterbeleid (Partners voor

Water/Blue Deal)

13.751

19.319

12.397

XII-11.01

 

14.01/03 Wegen en verkeersveiligheid

245

200

0

XII-14.01

 

19.02 Uitvoering Milieubeleid en

Internationaal

8.990

7.093

5.052

XII-19.02

 

23.01 Meteorologie, seismologie en aardobservatie (contributie WMO en ECMWF)

831

5.242

3.352

XII-23.01

 

97.01 IenW-brede programmamiddelen

0

0

0

XII-9701

EZK

4.55 Opdrachten

275

687

285

XIII-04.55

 

4.95 Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

1.239

1.972

1.624

XIII-04.95

LNV

21.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties (w.o. FAO en UNEP)1

5.244

7.272

6.522

XIV-21.95

 

22.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties2

1.847

2.045

1.714

XIV-22.95

 

Subtotaal

33.530

44.980

32.096

 
  • 7. 
    Sociale vooruitgang (incl. onderwijs)
       

BHOS

03.01 Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en HIV/aids

1.497

1.491

1.611

XVII-03.01

 

03.02 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

0

3.000

0

 
 

03.04 Onderwijs

0

0

0

XVII-03.04

OCW

07.70/76 Wetenschappelijk onderwijs

7.415

7.566

7.566

VIM-07.70/76

 

08.71 Internationaal onderwijs; Subsidies

126

292

342

VIII-08.71

 

08.76 Internationaal onderwijs; Bijdragen (inter)nationale organisaties: overige

185

0

0

VIII-08.76

VWS

09.10 Algemeen; Internationale samenwerking

6.868

3.868

3.868

XVI-09.12.10

 

Subtotaal

16.091

16.217

13.387

 
  • 8. 
    Versterkte kaders voor ontwikkeling
       

BHOS

05.02 Overig armoedebeleid

4.388

14.643

10.649

XVII-05.02

Financiën

04.52.01 Technische assistentie

1.013

1.818

1.817

IX-04.52.01

 

04.50.02 Deelname aan internationale instellingen; desaldering ontvangsten

0

0

0

IX-04.50.01

Begroting

Omschrijving

2020

2021

2022

Artikel

 

04.50.05 Deelname aan internationale instellingen; AIIB

0

0

0

IX-04.50.01

 

04.55.01 Technische assistentie subsidies

0

0

0

IX-04.55.01

 

Subtotaal

5.401

16.461

12.466

 
  • 9. 
    Apparaatskosten (incl. postennet) en overige uitgaven
       

BZ

05 Geheim

0

0

0

V-05.01

 

06 Nominaal en onvoorzien

0

11.748

2.868

V-06.01

 

07 Apparaat

528.757

623.416

575.695

V-0701

Div. dept.

Attachés

70.697

84.570

79.910

Div.

Begrotingen

 

Subtotaal

599.454

719.734

658.473

 

Totaal non-ODA

 

1.343.996

1.609.665

1.484.645

 

1    In 2019 en 2020 betrof dit artikel 11.95.

2    In 2019 en 2020 betrof dit artikel 12.95.

Bijlage 4: De ODA-uitgaven naar beleidsthema

 

Tabel 14 De ODA-uitgaven naar beleidsthema (bedragen x EUR 1000)

     

Begroting Omschrijving

2020

2021

2022

Artikel

  • 1. 
    Versterkte internationale rechtsorde, eerbiediging van mensenrechten en gastlandbeleid

BZ    01.01 Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak    6.863

17.509

16.859

V-01.01

01.02 Bescherming en bevordering van mensenrechten

35.081

37.555

37.555

V-01.02

JenV    33.03.03 Opsporing en vervolging;

JenV    drugsbestrijding Suriname

0

200

200

VI-33.03.39

Subtotaal

41.944

55.264

54.614

 
  • 2. 
    Vrede, veiligheid en stabiliteit

02.01 Goede internationale samenwerking ter

BZ    bevordering van de eigen en

3.000

0

0

V-02-01

bondgenootschappelijke veiligheid

02.03 Wapenbeheersing

2.793

3.252

3.252

V-02.03

02.04 Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

64.286

75.167

70.917

V-02.04

02.05 Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

10.480

11.929

11.929

V-02.05

BHOS    04.01 Humanitaire hulp

468.912

391.000

437.000

XVII-04.01

04.02 Opvang en bescherming in de regio en migratiesamenwerking

157.560

177.000

162.000

XVII-04.02

04.03 Veiligheid en rechtstaatontwikkeling

208.965

202.279

215.135

XVII-04.03

04.04 Noodhulpfonds

0

0

0

XVII-04.04

31.03.02 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT

JenV    politie; internationale samenwerkingsoperaties

7.753

8.600

8.600

VI-31.03.21

Defensie    01.01.23 Internationale inzet (BIV)

0

3.000

0

X-01.01.23

Subtotaal

923.749

872.227

908.833

 
  • 3. 
    Effectieve Europese samenwerking

BZ    03.01 Afdrachten aan de Europese Unie (HGIS-

toerekening)

0

0

393.391

V-03.01

03.02 Europees ontwikkelingsfonds

224.729

191.123

133.750

V-03.02

03.03 Een hechtere Europese waardengemeenschap

4.201

4.200

4.200

V-03.03

Toerek.    EU-begroting

329.867

345.572

0

Toerekening

Subtotaal

558.797

540.895

531.341

 
  • 4. 
    Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen

BZ    04.04 Uitdragen Nederlandse waarden en belangen    6.786    2.136

136

V-04.04

Subtotaal

6.786

2.136

136

 
  • 5. 
    Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

BHOS    01.01 Duurzaam handels- en investeringssyteem, incl. MVO

17.351

19.425

21.425

XVII-01.01

01.03 Versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden

414.667

410.139

429.729

XVII-01.03

Subtotaal

432.018

429.564

451.154

 
  • 6. 
    Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat

BHOS    02.01 Voedselzekerheid

342.282

325.447

328.672

XVII-02.01

02.02 Water

196.249

187.895

188.619

XVII-02.02

02.03 Klimaat

210.358

235.604

258.439

XVII-02.03

IenW    23.01 Meteorologie, seismologie en

IenW    aardobservatie (contributie WMO en ECMWF)

35

35

35

XII-23.01

Begroting

Omschrijving

2020

2021

2022

Artikel

LNV

21.95 Bijdragen (inter)nationale organisaties (w.o. FAO en UNEP)1

4.114

4.585

4.585

XIV-21.95

 

Subtotaal

753.038

753.566

780.350

 
  • 7. 
    Sociale vooruitgang (incl. onderwijs)
       

BHOS

03.01 Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en HIV/aids

421.654

523.825

527.508

XVII-03.01

 

03.02 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

49.239

51.405

51.643

XVII-03.02

 

03.03 Maatschappelijk middenveld

195.272

166.666

197.644

XVII-03.03

 

03.04 Onderwijs

79.762

74.050

69.550

XVII-03.04

OCW

06.70 Hoger beroepsonderwijs

2.873

2.873

2.873

VIII-06.70

 

07.70/76 Wetenschappelijk onderwijs

46.884

47.953

47.953

VIII-07.70/76

 

16.70 Onderzoek en wetenschappen; NOW

454

454

454

VIII-16.70

 

Subtotaal

796.138

867.226

897.625

 
  • 8. 
    Versterkte kaders voor ontwikkeling
       

BHOS

05.01 Multilaterale samenwerking

214.821

191.824

151.410

XVII-05.01

 

05.02 Overig armoedebeleid

63.310

82.189

96.665

XVII-05.02

 

05.04 Nog te verdelen i.v.m. wijzigingen BNI en/of toerekeningen

0

19.526

16.851

XVII-05.04

Financiën

04.50.02 Deelname aan internationale instellingen; desaldering ontvangsten

0

0

0

IXB-04.50.01

 

04.50.05 Deelname aan internationale instellingen; AIIB

0

0

0

IXB-04.50.05

 

04.50.07 IBRD (onderdeel Wereldbank)

69.296

0

22.355

IXB-04.50.07

 

04.50.08 IFC (onderdeel Wereldbank)

41.059

0

19.978

IXB-04.50.08

 

04.50.09 IDA (onderdeel Wereldbank)

71.295

44.200

219.550

IXB-04.50.09

Toerek.

Eerstejaarsopvang asielzoekers (toerekening)

492.792

0

0

Toerekening

 

37.02.20 COA (Eerstejaarsopvang asielzoekers)

0

264.391

307.472

VI-37.02.20

 

01.70/01.75 Primair onderwijs (eerstejaarsopvang asielzoekers)

0

31.773

28.924

VIII-01.70/75

 

03.70 Voortgezet onderwijs (eerstejaarsopvang asielzoekers)

0

10.297

9.316

VIII-03.70

 
  • 9. 
    Apparaatskosten (incl. postennet) en overige uitgaven
       

BZ

07.01 Apparaat (personeel en materieel)

277.767

318.546

305.546

V-0701

 

Subtotaal

277.767

318.546

305.546

 
 

Totaal ODA binnen HGIS

4.742.810

4.483.624

4.802.120

 
 

ODA buiten HGIS

4.725

4.725

4.725

 
 

TOTAAL ODA

4.747.535

4.488.349

4.806.845

 

1 In 2019 en 2020 betrof dit artikel 11.95.

Bijlage 5: De geplande ODA-uitgaven binnen de BHOS-begroting per regio in 2022

Zoals aangekondigd in de BHOS-nota Investeren in Perspectief, verschuift het geografische zwaartepunt van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid in deze kabinetsperiode naar de focusregio's West-Afrika/Sahel, Hoorn van Afrika, en Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA). Deze HGIS-bijlage geeft jaarlijks een overzicht van de beoogde uitgaven per regio, uitgesplitst naar de beleidsthema's van de BHOS-begroting.

De tabel hieronder toont bij elke regio eerst de landen waar sprake is van een naar de ambassade te delegeren landenbudget (en soms ook een gedelegeerd regionaal budget). Vervolgens worden voor de hele regio per thema de verwachte centrale bestedingen aangegeven. Naast uitgaven in de focusregio's, zijn de gedelegeerde middelen en de verwachte centrale bestedingen opgenomen voor «Overig Afrika», «Overig Azië» en «Overige landen». Aangevuld met de categorie «Wereldwijd/niet gespecificeerd» omvat de tabel het totaal van de ODA-uitgaven binnen de BHOS-begroting.

De in de tabel opgenomen inzet van centrale middelen in de regio's moet gezien worden als een indicatie. Deze beperking heeft te maken met de aard van de bestedingen. Centrale thematische programma's zijn doorgaans niet op één land of regio gericht (in tegenstelling tot de gedelegeerde middelen) en hebben meestal een meerjarig karakter. Veel programma's werken met een landenlijst waarbij vooraf niet vast staat in welke landen van de lijst deze middelen zullen worden benut1. Om in deze situatie toch een realistische inschatting te maken, is voor elke lopende activiteit van meer dan EUR 1 miljoen de huidige geografische verdeling nagegaan2, rekening houdend met zowel gerealiseerde en lopende uitgaven als verwachte uitgaven in de pijplijn. Deze indicatieve verdeling over landen en regio's van de huidige portefeuille is vervolgens toegepast op de betreffende centrale thematische budgetten voor 2022.

Een belangrijk deel van de centrale middelen wordt ingezet voor programma's en organisaties waarbij de geografische focus vanwege de aard van het werk niet (vooraf) is vastgesteld. Deze thematische inzet is in de tabel opgenomen onder de categorie Wereldwijd/niet gespecificeerd. Binnen deze categorie vormt humanitaire hulp de grootste post; besteding hiervan is flexibel en gebeurt in principe waar dit in de loop van het jaar het hardst nodig blijkt te zijn. Andere voorbeelden van bestedingen in deze categorie zijn de bijdragen aan het vaccinatiefonds GAVI, het Global Fund to Fight AIDS, Tuberculosis and Malaria, de multilaterale klimaat- fondsen en bijdragen aan multilaterale organisaties.

Bij de berekening is geen rekening gehouden met nieuwe initiatieven in de focusregio's die nog in de loop van 2021 en in 2022 worden ontwikkeld. Daardoor is een zekere onderschatting van de verschuiving naar de focusregio's mogelijk; deze beweging is nog in volle gang en krijgt met name bij nieuwe programma's en nieuwe fases van bestaande programma's z'n beslag.

Tabel 15 De geplande ODA-uitgaven binnen de BHOS-begroting per regio in 2022 (x 1.000 EUR)

 

HGIS regio

HGIS indeling

Thema

ODA budget

Focusregio Sahel

Burkina Faso

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

 

2.1 Voedselzekerheid    5.500

2.2 Water    5.000

 

3.1 SRGR en HIV/aids

5.500

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

6.600

Totaal

28.500

Mali

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

1.000

 

2.1 Voedselzekerheid

3.500

 

2.2 Water

8.000

 

3.1 SRGR en HIV/aids

16.400

 

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

13.900

 

Totaal

42.800

Niger

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

5.000

 

2.1 Voedselzekerheid

5.500

 

2.2 Water

5.000

 

3.1 SRGR en HIV/aids

10.200

 

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

2.500

 

Totaal

28.200

Nigeria

2.1 Voedselzekerheid

4.200

 

Totaal

4.200

Senegal

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

1.000

 

Totaal

1.000

Inzet in deze regio vanuit

1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem

2.732

centrale budgetten

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

8.989

 

2.1 Voedselzekerheid

23.677

 

2.2 Water

14.975

 

2.3 Klimaat

10.225

 

3.1 SRGR en HIV/aids

18.481

 

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

551

 

3.3 Maatschappelijk middenveld

20.778

 

3.4 Onderwijs

5.344

 

4.2 Opvang en bescherming in de regio

8.858

 

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

506

 

Totaal

115.115

219.815

Focusregio Hoorn van Afrika

Ethiopië

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

5.500

2.1 Voedselzekerheid

40.000

2.2 Water

13.000

3.1 SRGR en HIV/aids

20.000

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

1.000

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

3.500

Totaal

83.000

 

Kenia

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

1.200

   

2.1 Voedselzekerheid

1.850

   

2.2 Water

2.550

   

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

1.250

   

Totaal

6.850

 

Oeganda

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

1.000

   

2.1 Voedselzekerheid

18.000

   

3.1 SRGR en HIV/aids

10.000

   

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

10.000

   

Totaal

39.000

 

Regionaal Hoorn van

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

2.000

 

Afrika

Totaal

2.000

HGIS regio

HGIS indeling

Thema

ODA budget

 
 

Soedan

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

 

1.000

   

2.1 Voedselzekerheid

 

5.250

   

Totaal

 

6.250

 

Somalië

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

 

2.000

   

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

 

12.500

   

Totaal

 

14.500

 

Zuid-Soedan

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

 

2.650

   

2.1 Voedselzekerheid

 

7.050

   

2.2 Water

 

8.395

   

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

 

800

   

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

 

9.500

   

Totaal

 

28.395

 

Inzet in deze regio vanuit

1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem

 

1.833

 

centrale budgetten

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

 

17.072

   

2.1 Voedselzekerheid

 

30.655

   

2.2 Water

 

11.828

   

2.3 Klimaat

 

6.750

   

3.1 SRGR en HIV/aids

 

41.783

   

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

 

9.104

   

3.3 Maatschappelijk middenveld

 

32.322

   

3.4 Onderwijs

 

11.743

   

4.2 Opvang en bescherming in de regio

 

38.297

   

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

 

5.264

   

5.1 Multilaterale samenwerking

 

16

   

Totaal

 

206.669

       

386.664

Focusregio's Midden-

Egypte

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

 

600

Oosten & Noord-Afrika

 

2.1 Voedselzekerheid

 

2.000

   

2.2 Water

 

4.000

   

3.1 SRGR en HIV/aids

 

2.200

   

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

 

800

   

Totaal

 

9.600

 

Irak

2.2 Water

 

2.000

   

Totaal

 

2.000

 

Jemen

2.2 Water

 

4.150

   

3.1 SRGR en HIV/aids

 

10.000

   

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

 

1.000

   

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

 

5.000

   

Totaal

 

20.150

 

Jordanië

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

 

7.350

   

2.1 Voedselzekerheid

 

3.000

   

2.2 Water

 

3.900

   

Totaal

 

14.250

 

Libanon

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

 

6.000

   

Totaal

 

6.000

 

Palestijnse Gebieden

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

 

2.000

   

2.2 Water

 

10.500

   

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

 

6.200

   

Totaal

 

18.700

 

Tunesië

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

 

4.000

   

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

 

7.500

   

Totaal

 

11.500

 

Inzet in deze regio vanuit

1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem

 

1.733

 

centrale budgetten

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

 

8.673

   

2.1 Voedselzekerheid

 

5.664

HGIS regio

HGIS indeling

Thema

ODA budget

 
   

2.2 Water

 

4.529

   

2.3 Klimaat

 

2.268

   

3.1 SRGR en HIV/aids

 

5.629

   

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

 

9.544

   

3.3 Maatschappelijk middenveld

 

17.569

   

3.4 Onderwijs

 

3.475

   

4.2 Opvang en bescherming in de regio

 

80.351

   

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

 

19.426

   

Totaal

 

158.861

       

241.061

Overig Afrika

Benin

2.1 Voedselzekerheid

 

9.500

   

2.2 Water

 

3.750

   

3.1 SRGR en HIV/aids

 

7.000

   

Totaal

 

20.250

 

Burundi

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

 

1.200

   

2.1 Voedselzekerheid

 

18.100

   

3.1 SRGR en HIV/aids

 

5.400

   

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

 

3.000

   

Totaal

 

27.700

 

Democratische

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

 

800

 

Republiek Congo

Totaal

 

800

 

Ghana

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

 

1.800

   

2.1 Voedselzekerheid

 

1.800

   

2.2 Water

 

1.000

   

Totaal

 

4.600

 

Mozambique

2.1 Voedselzekerheid

 

6.500

   

2.2 Water

 

10.100

   

Totaal

 

16.600

 

Regionaal Afrika

3.1 SRGR en HIV/aids

 

10.000

   

Totaal

 

10.000

 

Regionaal Grote Meren

2.1 Voedselzekerheid

 

10.500

   

2.2 Water

 

5.500

   

2.3 Klimaat

 

3.500

   

3.1 SRGR en HIV/aids

 

4.500

   

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

 

8.200

   

Totaal

 

32.200

 

Rwanda

2.1 Voedselzekerheid

 

1.400

   

2.2 Water

 

700

   

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

 

2.780

   

Totaal

 

4.880

 

Inzet vanuit centrale

1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem

 

2.733

 

budgetten

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

 

29.922

   

2.1 Voedselzekerheid

 

37.796

   

2.2 Water

 

19.040

   

2.3 Klimaat

 

14.442

   

3.1 SRGR en HIV/aids

 

59.152

   

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

 

4.649

   

3.3 Maatschappelijk middenveld

 

27.241

   

3.4 Onderwijs

 

17.306

   

4.2 Opvang en bescherming in de regio

 

5.939

   

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

 

1.535

   

Totaal

 

219.754

       

336.784

Overig Azië

Afghanistan

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

 

30.000

   

Totaal

 

30.000

 

Bangladesh

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

3.000

2.1 Voedselzekerheid

4.000

2.2 Water

17.000

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

1.000

Totaal

25.000

 

Indonesië

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

194

   

2.2 Water

600

   

2.3 Klimaat

390

   

3.4 Onderwijs

549

   

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

500

   

Totaal

2.233

 

Inzet vanuit centrale

1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem

1.633

 

budgetten

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

26.333

   

2.1 Voedselzekerheid

19.396

   

2.2 Water

10.615

   

2.3 Klimaat

5.139

   

3.1 SRGR en HIV/aids

14.309

   

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

6.361

   

3.3 Maatschappelijk middenveld

37.468

   

3.4 Onderwijs

11.709

   

4.2 Opvang en bescherming in de regio

1.835

   

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

3.091

   

Totaal

137.890

     

195.123

Overige landen

Suriname

3.3 Maatschappelijk middenveld

700

   

5.2 Overig armoedebeleid

20.583

   

Totaal

21.283

 

Inzet vanuit centrale

1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem

67

 

budgetten

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

19.692

   

2.1 Voedselzekerheid

3.799

   

2.2 Water

2.298

   

2.3 Klimaat

4.208

   

3.1 SRGR en HIV/aids

6.878

   

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

1.866

   

3.3 Maatschappelijk middenveld

10.196

   

3.4 Onderwijs

3.082

   

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

84

   

Totaal

52.170

     

73.453

Niet gespecificeerd

Inzet vanuit centrale

1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem

10.694

Wereldwijd

budgetten

1.3 Private sector en arbeidsmarkt

266.653

   

2.1 Voedselzekerheid

60.036

   

2.2 Water

20.189

   

2.3 Klimaat

211.516

   

3.1 SRGR en HIV/aids

280.076

   

3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid

14.168

   

3.3 Maatschappelijk middenveld

51.369

   

3.4 Onderwijs

16.343

   

4.1 Humanitaire Hulp

437.000

   

4.2 Opvang en bescherming in de regio

26.720

   

4.3 Veiligheid en Rechtstaatontwikkeling

60.300

   

5.1 Multilaterale samenwerking

151.394

   

5.2 Overig armoedebeleid

76.082

   

5.4 Nog te verdelen BNI en/of toerekeningen

16.851

   

Totaal

1.699.391

HGIS regio

HGIS indeling

Thema

ODA budget

 
       

1.699.391

Totaal generaal

     

3.152.290

Bijlage 6: Berekening ODA-plafond 2021-2026, realisatie ODA-prestatie 2020 en raming ODA-prestatie 2021-2026

Tabel 16 Berekening ODA-plafond 2021-2026 (bedragen in miljoenen EUR)

Berekening ODA-plafond 2021-2026 (bedragen in miljoenen EUR)

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Raming BNI

844.822

894.885

925.196

954.160

983.282

1.013.293

A : Basisbedrag 0,7% BNI

5.914

6.264

6.476

6.679

6.883

7.093

B: Bij: geraamde aflossingen op ODA-leningen en ontvangsten OS

48

44

44

44

44

44

C : Maatregelen Rutte II

  • 1.462
  • 1.462
  • 1.462
  • 1.462
  • 1.462
  • 1.462

D : Kasschuiven Rutte II

  • 331
  • 475
       

E : Dichten tijdelijke dip door correctie kasschuiven Rutte II (Rutte III)

331

475

       

F : Intensivering OS/ODA Rutte III

100

         

G : Kasschuiven Wereldbank/IDA

  • 165
   
  • 24
   

H : Overig (o.m Voorjaarsbesluitvorming en

BIV)

54

  • 39

28

28

28

28

I: ODA-plafond 2021-2026

4.488

4.807

5.086

5.266

5.493

5.703

Realisatie netto ODA prestatie 2020 en Raming netto ODA-prestatie 2021-2026 (bedragen in miljoenen EUR)

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

 

Bruto ODA-totaal

4.752

4.488

4.807

5.086

5.266

5.493

5.703

Af: geraamde ontvangsten OS

  • 49
  • 25
  • 25
  • 25
  • 25
  • 25
  • 25

Netto ODA (in miljoenen euro)

4.703

4.463

4.782

5.062

5.241

5.468

5.678

 

Raming BNI (in miljarden euro)

793,9

844,8

894,9

925,2

954,2

983,3

1.013,3

 

Netto ODA in % van het BNI

0,59

0,53

0,53

0,55

0,55

0,56

0,56

In bovenstaande tabel wordt een overzicht gepresenteerd van de opbouw van het ODA-budget en de hieraan gekoppelde ODA-prestatie. Hieronder volgt een toelichting op de onderdelen, die gezamenlijk de omvang van het totale ODA-budget bepalen:

  • A. 
    Het uitgangspunt is 0,7% van het BNI.
  • B. 
    Aflossingen op ODA-leningen en overige ontvangsten worden hieraan toegevoegd. Deze worden jaarlijks bijgesteld. Het gaat daarbij om structureel ca. EUR 45 miljoen per jaar.
  • C. 
    Het kabinet Rutte II heeft verschillende structurele maatregelen doorgevoerd op het ODA-budget als gevolg waarvan het ODA-budget is verlaagd (met in totaal ongeveer EUR 1,4 miljard per jaar):
  • 1. 
    Een taakstelling van EUR 1 miljard per jaar.
  • 2. 
    Een ruilvoettaakstelling van EUR 49 miljoen per jaar.
  • 3. 
    Het ODA-budget niet gecompenseerd als gevolg van de verwerking van ESA-20103 (een verlaging van ongeveer EUR 264 miljoen per jaar).
  • 4. 
    De EKI-reservering4 is geschrapt (EUR 150 miljoen per jaar).
  • D. 
    Het kabinet Rutte III corrigeert voor de kasschuiven van het kabinet Rutte II. Hierdoor neemt het ODA-budget deze kabinetsperiode toe met EUR 118 miljoen in 2019 oplopend naar EUR 475 miljoen in 2022 en komt het ODA-budget vanaf 2022 weer op 0,7% BNI minus EUR 1,4 miljard, zoals afgesproken in het Regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst». Het ODA-budget blijft de komende kabinetsperiode gekoppeld aan de ontwikkeling van het BNI.
  • E. 
    Zie toelichting onder D.
  • F. 
    Daarenboven zijn er in deze kabinetsperiode incidenteel extra middelen toegevoegd van in totaal EUR 1 miljard, verdeeld over de jaren 2018 t/m 2021.
  • G. 
    Het betalingsritme voor de Wereldbank (IDA) is in 2020 aangepast. Dit leidt tot een kasschuif.
  • H. 
    De regel overig bestaat uit een aantal budgettaire consequenties voor ODA zoals de voorjaarsbesluitvorming (o.a. de eindejaarsmarge) en de ontvlechting van het BIV in 2018.
  • I. 
    Bovenstaande maatregelen (A t/m H) resulteren in het totale ODA-budget.

Bijlage 7: Internationale klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden 2022

In 2009 zegden de rijke landen toe vanaf 2020 USD 100 miljard per jaar vrij te maken voor klimaatactie in ontwikkelingslanden. Deze collectieve toezegging werd in 2015 in Parijs herbevestigd. Een verdeling per donor werd niet overeengekomen. Er wordt in UNFCCC-verband gewerkt aan gemeenschappelijke richtlijnen voor de rapportage over klimaatfinanciering. Het tijdens COP24 in Katowice overeengekomen Rulebook heeft daar richting aan gegeven. Het is de bedoeling dat de richtlijnen tijdens de 26e UNFCCC-klimaatconferentie (COP26) in najaar 2021 worden vastgesteld.

Internationale samenwerking op het terrein van klimaat richt zich op vergroting van de weerbaarheid van mensen en gemeenschappen tegen de gevolgen van klimaatverandering (klimaatadaptatie) en het tegengaan van klimaatverandering (klimaatmitigatie). Hiertoe wordt door Nederland samengewerkt met het bedrijfsleven, ngo's, kennisinstellingen, FMO, multilaterale klimaatfondsen en ontwikkelingsbanken. Als in de samenwerking met bedrijven en private investeerders met publieke middelen private financiering wordt gemobiliseerd, mogen deze private investeringen worden meegeteld als Nederlandse klimaatfinanciering. Om de omvang van die gemobiliseerde financiering te berekenen past Nederland een in OESO-verband ontwikkelde methode toe5.

Nederland heeft de afgelopen jaren gewerkt aan een stijging van de publieke en private klimaatuitgaven. De verwachting is dat Nederland in 2022 EUR 620 miljoen aan publieke klimaatfinanciering zal realiseren. Deze verwachting ligt boven de laatste realisatie ad EUR 592 miljoen in 2020. Daarnaast zal naar schatting EUR 640 miljoen aan private klimaatfinanciering worden gemobiliseerd met (een deel van) de publieke inzet. Deze inschatting ligt boven de laatste realisatie ad EUR 592 miljoen in 2020.

Vanuit sub-artikel 2.3 (klimaat) zet Nederland in op ondersteuning van internationale klimaatfondsen, bevordering van toegang tot hernieuwbare energie, tegengaan van ontbossing en landdegradatie, vergroening van investerings- en handelsstromen en vergroting van kennis- en capaciteits-opbouw over de relatie tussen klimaat en ontwikkeling. Hiertoe is onder andere het Dutch Fund for Climate and Development (DFCD) opgezet.

Binnen het thema Voedselzekerheid zet Nederland in op duurzame productiviteitsverhoging en versterking van weerbaarheid en adaptatie, wat tevens resulteert in lagere emissies. Aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering staat ook centraal binnen het thema Water met aandacht voor verhoogde waterproductiviteit in de landbouw, verbeterd stroomgebied-beheer en veilige delta's, en klimaatbestendige toegang tot drinkwater en sanitaire voorzieningen. Multilaterale ontwikkelingsbanken (MDB's), multilaterale klimaatfondsen als GCF en GEF, en VN-instellingen als UNDP, UN Environment, WFP, UNICEF en WHO ontplooien in hun programma's klimaatrelevante activiteiten die Nederland met ongeoormerkte financiële bijdragen ondersteunt.

Ook levert een deel van bedrijfsleveninstrumentarium een bijdrage aan de vermindering van broeikasgasemissies en aan de versterking van weerbaarheid tegen de gevolgen van klimaatverandering, bijvoorbeeld door het gebruik van hernieuwbare energie, het tegengaan van ontbossing, het aanbieden van verzekeringen tegen de risico's van klimaatverandering en de bevordering van innovatie. In lijn met motie Van der Lee6 wordt ingezet op verdere vergroening van de programma's binnen begrotingsartikel 1 Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen. Tot slot dragen de Strategische Partnerschappen met het maatschappelijk middenveld bij aan klimaatmitigatie en/of klimaatadaptatie, met name door te lobbyen voor beter beleid en betere beleidsuitvoering, waarbij de belangen van de meest kwetsbare mensen voorop staan.

Met een deel van het publieke instrumentarium wordt private financiering gemobiliseerd door samenwerking met Nederlandse en internationale private partijen. Om deze financiering te meten werd in de resultatenmoni-toring van het ministerie een indicator voor gemobiliseerde private financiering toegevoegd. Het grootste deel van de private financiering die aan Nederland kan worden toegerekend, wordt gerealiseerd door de MDB's. Zoals gezegd zal naar schatting EUR 640 miljoen aan private klimaatfinan-ciering worden gemobiliseerd met (een deel van) de publieke inzet. De realisatie in 2020 bedroeg EUR 592 miljoen in 2020 en EUR 864 miljoen in 2019. Dit verschil illustreert de grote jaarlijkse schommelingen en bijbehorende onzekerheid bij de inschatting van gemobiliseerde private financiering. De schommelingen en onzekerheid bij gemobiliseerde private investeringen zijn veel groter dan bij publieke klimaatfinanciering, zeker uitgedrukt in jaarschijven. Dit komt onder andere door de sterke invloed van wijzigende marktomstandigheden en doordat de tijdsduur van het sluiten van transacties met commerciële partijen bij elke deal anders is en de hoogte van de private investeringen vooraf niet bekend is. Zo bleek de gemobiliseerde private financiering veel gevoeliger voor de COVID-19 crisis dan de publieke klimaatfinanciering. In 2020 zijn veel projecten van bijvoorbeeld FMO vanwege de COVID-19 crisis gedeeltelijk stil komen te liggen; de verwachting is dat de achterstand in 2021 en 2022 wordt ingelopen. Vanwege de aanmerkelijke jaarlijkse schommelingen wordt een gemiddelde over 4 jaar als basis voor de inschatting van de gemobiliseerde private klimaatfinanciering voor 2022 gebruikt.

In onderstaande tabel wordt op hoofdlijnen een indicatie gegeven van de klimaatfinanciering die in 2022 naar verwachting gerealiseerd zal worden. Per beleidsartikel van de BHOS-begroting wordt aangegeven welk deel van de totale middelen naar verwachting publieke klimaatfinanciering betreft.

Naar verwachting zal circa 25 procent van de publieke klimaatfinanciering worden uitgegeven aan het tegengaan van klimaatverandering (mitigatie) en circa 45 procent aan aanpassing aan klimaatverandering (adaptatie); de overige uitgaven, voornamelijk klimaatfinanciering via multilaterale instellingen, kunnen niet worden gespecificeerd naar deze doelstellingen.

Circa een-derde van de publieke klimaatfinanciering zal worden gerealiseerd in activiteiten die klimaat als hoofddoelstelling hebben. De overige financiering zal worden gerealiseerd in activiteiten die klimaat als nevendoelstelling hebben.

In het HGIS-jaarverslag over 2022 zal in een bijlage worden gerapporteerd over de werkelijk gerealiseerde klimaatuitgaven ten behoeve van ontwikkelingslanden. Daarbij zullen zich ongetwijfeld verschillen voordoen ten opzichte van de hieronder genoemde geschatte bedragen, zeker bij gemobiliseerde private klimaatfinanciering. Dat kan diverse oorzaken hebben, waaronder de omstandigheid dat bij de realisatie talrijke partners betrokken zijn, zoals de MDB's, waarvan het beleid en de investeringen door de donoren gezamenlijk worden bepaald.

Tabel 17 Verwachte klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden 2022 (bedragen x EUR mln.)

Prognose publieke klimaatfinanciering

Begroting

Begrotingsartikel

Indicatie klimaatuitgaven 2022

Indicatie klimaatrelevantie van begrotingsartikel (percentage)

 

BHOS

1.Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

65

12%

 

2.1 Voedselzekerheid

120

37%

 

2.2 Water

70

37%

 

2.3 Klimaat1

235

91%

 
  • 3. 
    Sociale vooruitgang

60

7%

 
  • 4. 
    Vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling

20

3%

 
  • 5. 
    Multilaterale samenwerking en overige inzet

25

9%

Financiën

IDA en IBRD

65

18%

Totale publieke klimaatfinanciering

 

660

 

Prognose gemobiliseerde private financiering

Indicatie private financiering 2022

Nederlandse klimaatfondsen en programma's

 

85

Multilaterale ontwikkelingsbanken

   

340

FMO-A

   

130

Overige instrumenten en multidonorprogramma's

 

85

Totale gemobiliseerde private financiering

 

640

1 Dit begrotingsartikel omvat tevens duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen.

Bijlage 8: Internationale inspanningen voor migratie in 2022

In deze bijlage worden de HGIS-uitgaven in 2022 op het gebied van (het tegengaan van irreguliere) migratie, asielopvang en humanitaire hulp toegelicht. Eerst wordt per begrotingsartikel een overzicht gegeven van de financiële inspanningen die volledig gericht zijn op de eerste twee onderwerpen. Vervolgens wordt stilgestaan bij instrumenten en programma's die gedeeltelijk aan vluchtelingen of het tegengaan van irreguliere migratie gerelateerd zijn.

  • 1. 
    Begrotingsartikelen die volledig gericht zijn op eerstejaaropvang van asielzoekers uit DAC-landen, (irreguliere) migratie en opvang in de regio
 

Artikel

Budget

Totaal

2022

Wv. ODA

6.37.02

JenV begroting: toerekening eerstejaarsopvangkosten asiel

307

307

08.03.01

OCW toerekening: eerstejaarsopvangkosten asiel (primair en secundair onderwijs)

37

37

17.04.02

Migratiesamenwerking en ontwikkeling

34

34

 

Opvang in de regio

128

128

Asieltoerekening: eerstejaarsopvang van asielzoekers uit DAC-landen in Nederland.

De eerstejaarsopvang van asielzoekers in Nederland wordt conform richtlijnen van de OESO Development Assistance Committee (DAC) deels uit ODA-middelen gefinancierd. Deze uitgaven op de JenV- en de OCW-begroting worden aan ODA toegerekend. Wijzigingen van de hoogte van de toerekening lopen via het verdeelartikel op begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS). Het betreft uitgaven voor asielzoekers die afkomstig zijn uit landen die volgens de OESO-DAC gelden als ontwikkelingslanden (de zogenaamde DAC-landen). De asieltoerekening is gesplitst in een JenV-deel en een OCW-deel.

  • • 
    JenV-begroting: In de begroting van Justitie en Veiligheid staan de uitgaven voor opvang van asielzoekers en alleenstaande minderjarige vreemdelingen door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en Stichting Nidos. Daarnaast worden ook kosten voor tolken bij de IND, voorlichting van Vluchtelingenwerk Nederland en rechtsbijstandskosten deels toegerekend. In de JenV-begroting is aangegeven welk deel wordt toegerekend aan ODA. Voor 2022 houdt het kabinet rekening met een totale asielinstroom van 30,000 (afkomstig uit DAC-landen en niet-DAC-landen), resulterend in een aan ODA toe te rekenen gemiddelde bezetting van 19,500 (uit DAC-landen) bij het COA. De aan ODA toegerekende kosten worden onder andere berekend op basis van de kostprijzen van het COA en Nidos, het verwachte aantal asielzoekers uit DAC-landen en de verwachte verblijfsduur. In 2023 zal een nacalculatie plaatshebben op basis van de in 2022 in werkelijkheid gerealiseerde cijfers.
  • • 
    OCW-begroting: De geschatte uitgaven voor (primair en voortgezet) onderwijs zijn gebaseerd op in Nederland leerplichtige asielzoekers afkomstig uit DAC-landen tijdens de eerstejaarsopvang.

Opvang en bescherming in de regio

Wereldwijd blijf het aantal vluchtelingen en ontheemden stijgen. Als gevolg van de pandemie zijn deze mensen extra kwetsbaar en staan perspectief en zelfredzaamheid nog sterker onder druk. Via het Prospects partnerschap met UNHCR, ILO, UNICEF, IFC, en de Wereldbank - dat in 2022 het vierde jaar ingaat - investeert Nederland in een duurzame aanpak van de langdurige crises van ontheemden in de Syrië-regio en in de Hoorn van Afrika. De uitkomsten van de tussentijdse evaluatie van Prospects (2021) worden ingezet ten behoeve van van programmering en van de beleids-dialoog met partners, donoren en autoriteiten van betreffende landen. De lessen van de COVID-19 pandemie worden tevens in het programma meegenomen (bijv. online onderwijs voor vluchtelingen en gastgemeen-schappen).

Migratiesamenwerking

Met de plannen voor een nieuw Pact voor Asiel en Migratie (september 2020) heeft de Europese Commissie een impuls gegeven aan internationale samenwerking op het gebied van migratie, zowel binnen als buiten Europa. Meer dan voorheen zal die samenwerking gezocht moeten worden om het Nederlandse migratiebeleid goed uit te kunnen voeren.

In 2022 zet Nederland de samenwerking met de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), de grootste uitvoerder van Nederlandse programma's op het terrein van migratiesamenwerking, voort. Dat betreft enerzijds Nederlandse steun aan programma's van de organisatie, en anderzijds Nederlandse inzet bij het sturen van de koers van de organisatie.

Samen met het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de Koninklijke Marechaussee, de Nationale Politie en het Openbaar Ministerie blijft Nederland inzetten op stroomlijnen van de internationale aanpak van mensenhandel en -smokkel, langs de voor NL belangrijke migratieroutes.

  • 2. 
    Begrotingsartikelen die deels aan vluchtelingen of migratie gerelateerd zijn

Naast bovengenoemde middelen kan humanitaire hulp ingezet worden ten behoeve van vluchtelingen die besluiten hun land te verlaten wegens conflict of onveiligheid. Het is op voorhand niet aan te geven welke bedragen voor vluchtelingen zullen worden ingezet. Daarom wordt in plaats van de specifieke uitgaven voor vluchtelingen de begrotingsstand van het artikel genoemd.

 

Artikel

Budget

2022

Totaal Wv. ODA

17.04.01

Humanitaire hulp, inclusief bijdragen aan UNHCR, UNWRA en WFP

370    369

Noodhulp en humanitaire diplomatie

De verwachting is dat de noden in 2022 opnieuw toenemen als gevolg van de COVID-19 crisis, door klimaatverandering en conflict. Nederland blijft zich committeren aan hulp voor mensen waar de nood het hoogst is, met flexibele en meerjarige financiering. Grotere effectiviteit en efficiëntie binnen het humanitaire systeem blijft een hoofddoel. In navolging van de in 2021 gelanceerde 'Grand Bargain 2.0' richt het kabinet zich in dat kader op grotere betrokkenheid en zeggenschap van lokale actoren en getroffen gemeenschappen. Ook zet het kabinet de inspanningen voort om geestelijke gezondheid en psychosociale steun (MHPSS) te integreren in de noodhulp, en om grensoverschrijdend gedrag in de internationale hulpverlening tegen te gaan.

De rol van het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken van de VN (OCHA) bij het vergroten van de effectiviteit van humanitaire hulp zal een belangrijk punt zijn in het Nederlandse voorzitterschap (t/m juni 2022) van de OCHA donor support group (ODSG). De nadruk ligt op meer gezamenlijke programmering, uitvoering en financiering, met accent op het beter betrekken van lokale hulpactoren en op betere verantwoording jegens hulpontvangers.

Met ingang van 2022 worden verschillende Nederlandse bijdragen (onder meer aan de VN, Dutch Relief Alliance (DRA) en het Rode Kruis) vernieuwd, waarna in de beleidsdialoog bijzondere aandacht zal zijn voor lokalisering, integratie van MHPSS in crisisrespons en het tegengaan van seksuele exploitatie, misbruik en gender-based violence.

Altijd en overal staan in de Nederlandse diplomatieke inspanningen rond humanitaire crises wereldwijd centraal: bescherming van burgers, ongehinderde toegang voor hulpverlening, en eerbiediging van het internationale humanitaire recht.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021-2022, 35 926, nr. 1 67

1

   Zo omvat de landenlijst voor private sector ontwikkeling een 70-tal landen en staat het Voice fonds (voor het versterken van de positie van gemarginaliseerde en gediscrimineerde groepen) open voor tien landen.

2

   Voor activiteiten met budget kleiner dan EUR 1 miljoen is uitgegaan van een evenredige verdeling over de landen waarvoor de activiteit open staat

3

Toelichting ESA 2010: Door veranderingen in boekhoudkundige regels door de EU (European System of Accounts, ESA 2010) en een herziening van de bronnen voor het berekenen van het BNI door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is het BNI in 2014 opwaarts bijgesteld. Omdat het een rekenkundige correctie van het BNI betrof heeft het kabinet er destijds voor gekozen deze BNI-bijstelling niet door te vertalen in een opwaartse bijstelling van het ODA-budget.

4

Toelichting EKI: Reserveringen voor exportkredietverzekeringen (EKI) zijn reserveringen voor de kwijtschelding van exportkredietschulden van ontwikkelingslanden. Deze schulden zijn ontstaan door investeringen of leveringen van Nederlandse bedrijven aan bedrijven in ontwikkelingslanden. De Nederlandse overheid staat hiervoor garant. Als de ontvangende partij niet betaalt, resulteert deze constructie in een schuld van de overheid van het ontwikkelingsland aan de Nederlandse overheid.

Sinds 2015 wordt geen reservering meer opgenomen voor schuldkwijtschelding aan ontwikkelingslanden in het kader van EKI. Omdat de ODA-begroting destijds niet is gecompenseerd voor het wegvallen van de raming voor EKI-schuldkwijtschelding wordt een reeks van EUR 150 miljoen per jaar in mindering gebracht op het ODA-budget. Wanneer landen aanspraak doen op de EKI-schuldkwijtschelding, dan wordt dit achteraf aan de ODA-realisatie toegevoegd. Dit bedrag hoeft niet gecompenseerd te worden door bezuinigingen op andere ODA-uitgaven. Het gaat namelijk om een schuldkwijtschelding waarvan de uitgaven vaak al jaren eerder zijn gedaan.

5

Zie rapport 'Dutch international private mobilised climate finance' over 2020

6

Kamerstuk 35 830-XVII-6 d.d. 24 juni 2021


 
 
 

3.

Meer informatie

 

4.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.