Berichten van het Binnenhof - XVIII
De tweede wet die op de valreep op mijn bord belandde was aanzienlijk overzichtelijker dan de WAB. Hij vloeide voort uit een enkel regeltje in het regeerakkoord. Tegenover de halvering van het eerste collegegeld zouden de studenten vanaf 2020 een lichte verhoging moeten incasseren van de rente die werd geheven op hun studieschuld. Uiteindelijk - in 2060 - zou dat ruim 200 miljoen euro aan extra inkomsten moeten opleveren. Voor het Rijk, wel te verstaan, niet voor het hoger onderwijs.
Ik vond het van meet af aan een hoogst onzeker bedrag op zeer lange termijn en was gevoelig voor het verwijt van de studenten dat de overheid wel heel snel tornde aan de voorwaarden van het nieuwe financieringsstelsel. Het D66 partijcongres deed een beroep op de Eerste Kamer fractie om tegen te stemmen, en daarvoor waren ook nog wel andere argumenten te vinden. Mijn bijdrage hieronder verwijst naar een aantal daarvan. Maar een lastige keus bleef het wel: het regeerakkoord was moeilijk te negeren, en onze eigen D66 minister van onderwijs kon niet anders dan de wet naar beste vermogen te verdedigen.
De ontknoping kwam in de vorm van een onvoorziene dwarsligger in de persoon van Anne Wil Duthler, die na een conflict met de VVD als eenpersoons fractie in de Eerste Kamer verder was gegaan. Haar dreigende tegenstem was voldoende voor de regering om de wet in te trekken en zo een zekere nederlaag te vermijden. Ik was er niet rouwig om.
- 1.Wiskundige en econometrist die na een loopbaan in de wetenschap een gewaardeerd voorzitter van het ondernemersverbond werd. Was in 2006-2012 SER-voorzitter en in 2015-2019 Eerste Kamerlid voor D66 en is nu hoogleraar in Amsterdam. Promoveerde in Amsterdam en werd daarna lector en hoogleraar in Rotterdam. In 1986-1989 was hij rector-magnificus van die universiteit. In 1991 stapte hij over naar het VNO (later VNO/NCW). Als op consensus gerichte voorzitter werkte hij goed samen met onder meer FNV-voorman Stekelenburg. Werd in 1996 bestuurder van de ING Groep en leidde later ook een commissie die ingrijpende herziening van het omroepbestel voorstelde. Was in de Eerste Kamer voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid en hield zich vooral bezig met sociale en financieel-economische zaken.