Memorie van toelichting - Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2006

Deze memorie van toelichting i is onder nr. 2 toegevoegd aan wetsvoorstel 30300 IXB - Vaststelling begroting Financiën 2006.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2006; Memorie van toelichting  
Document­datum 20-09-2005
Publicatie­datum 12-03-2009
Nummer KST88433_2
Kenmerk 30300 IXB, nr. 2
Van Financiën (FIN)
Originele document in PDF

2.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2005–2006

30 300 IXB

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2006

Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

A.

Artikelsgewijze toelichting bij het begrotings-

Blz.

 
 

wetsvoorstel

3

B.

Begrotingstoelichting

4

1.

Leeswijzer

4

2.

Beleidsagenda

6

2.1

Het werkterrein van het ministerie van Financiën op

 
 

hoofdlijnen

6

2.2

Beleidsprioriteiten

6

2.3

De begroting op hoofdlijnen

11

3.

Beleidsartikelen

15

3.1

Belastingen

15

3.2

Financiële markten

22

3.3

Financieringsactiviteiten publiek-private sector

29

3.4

Internationale financiële betrekkingen

36

3.5Exportkredietverzekering en investeringsgaranties

41

3.6

Vervallen

47

3.7

Beheer materiële activa

48

3.8

Financieel-economisch beleid van de overheid

54

4.

Niet-beleidsartikelen

59

4.1

Algemeen

59

4.2

Nominaal en onvoorzien

60

5.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

61

6.

Baten-lastenparagraaf Domeinen Roerende Zaken

63

7.

Verdiepingshoofdstuk

67

  • 8. 
    Bijlage inzake ZBO’senRWT’s                                                    76
  • 9. 
    Bijlage motiesentoezeggingen                                                 77
  • 10. 
    Lijst met afkortingen                                                                 102
  • 11. 
    Begrippenlijst                                                                             105

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (begrotingsstaat ministerie)

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het ministerie van Financiën voor het jaar 2006 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2006. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2006.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2006 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2 (begrotingsstaat baten-lastendienst)

Met ingang van deze begroting wordt de baten-lastendienst Domeinen Roerende Zaken opgenomen. Over het invoeren van het baten-lastenstelsel is de Kamer in mei 2005geïnformeerd (Kamerstukken II 2004/05, 28 884, nr. 4).

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de baten-lastendienst Domeinen Roerende Zaken voor het jaar 2006 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting in de paragraaf inzake de diensten die een baten-lastenstelsel voeren.

De Minister van Financiën, G. Zalm

B. BEGROTINGSTOELICHTING 1. LEESWIJZER

Algemeen

Welke beleidsdoelstellingen worden nagestreefd op het gebied van de fiscaliteit, de financiële markten, de beheersing van de collectieve uitgaven? Hoe gaat de Staat om met roerende en onroerende zaken? Hoeveel bedragen de uitgaven van de Staat aan internationale financiële instellingen? In begrotingshoofdstuk IXB Financiën (IXB) wordt antwoord gegeven op deze en vele andere vragen. IXB is opgebouwd uit zeven beleidsartikelen met uiteenlopende beleidsterreinen en twee niet-beleids-artikelen. De beleidsartikelen weerspiegelen bijna het gehele werkterrein van het ministerie van Financiën; het beheer van de staatsschuld en het kasbeleid zijn opgenomen in begrotingshoofdstuk IXA Nationale Schuld (IXA).

De beleidsartikelen zijn:

  • 1. 
    Belastingen
  • 2. 
    Financiële markten
  • 3. 
    Financieringsactiviteiten publiek-private sector
  • 4. 
    Internationale financiële betrekkingen
  • 5. 
    Exportkredietverzekering en investeringsgaranties
  • 7. 
    Beheer materiële activa
  • 8. 
    Financieel-economisch beleid van de overheid

De niet-beleidsartikelen zijn:

  • 9. 
    Algemeen
  • 10. 
    Nominaal en onvoorzien

Beleidsartikel 6 Staatsloterij is met ingang van 2005als zelfstandig beleidsartikel komen te vervallen, omdat de beleidsverantwoordelijkheid ten aanzien van de Staatsloterij is overgegaan naar het ministerie van Justitie. Het beheer van de Staatsloterij is bij Financiën gebleven. De budgettaire aspecten (afdracht) zijn geïntegreerd in artikel 3.

De begrotingstoelichting is als volgt opgebouwd. In de beleidsagenda (hoofdstuk 2) worden het werkterrein van het ministerie, de beleidsprioriteiten en de begroting op hoofdlijnen beschreven. In hoofdstuk 3 wordt op de beleidsartikelen ingegaan. Op 22 juni jl. is de Tweede Kamer geïnformeerd over de mogelijkheden om bij de begrotingsdoelstellingen zinvolle en relevante gegevens over outcomeof outputop te nemen (Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 23). Daarbij is aangegeven dat, met uitzondering van 3 doelstellingen binnen beleidsartikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector, bij alle begrotingsdoelstellingen gegevens over outcomeof outputworden opgenomen. Dit is in deze begroting verwerkt. Bij ieder beleidsartikel is tevens een onderzoeksprogramma opgenomen in het overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid. Per doelstelling is (meerjarig) aangegeven welke beleidsdoorlichtingen, effectevaluaties en overige evaluatie-onderzoeken zijn gepland.

In hoofdstuk 4 worden vervolgens de niet-beleidsartikelen behandeld. Hoofdstuk 5bevat de paragraaf betreffende de bedrijfsvoering. In hoofdstuk 6 is de paragraaf inzake de baten-lastendienst Domeinen Roerende Zaken opgenomen. Hoofdstuk 7 bevat het Verdiepings-

hoofdstuk, waarin per artikel de belangrijkste nieuwe mutaties worden toegelicht. In hoofdstuk 8 is de bijlage ZBO’s en RWT’s opgenomen, waarna ten slotte de bijlage moties en toezeggingen, een lijst met afkortingen en een begrippenlijst volgen.

  • 2. 
    BELEIDSAGENDA

2.1 Het werkterrein van het Ministerie van Financiën op hoofdlijnen

Het Ministerie van Financiën draagt de verantwoordelijkheid voor de voorbereiding en uitvoering van:

  • a. 
    het algemeen financieel-economische en internationale financiële beleid
  • b. 
    het begrotingsbeleid en doelmatig beheer van ’s-Rijks financiën
  • c. 
    het financieringsbeleid
  • d. 
    het fiscale beleid
  • e. 
    het heffen, controleren en innen van de belastingen
  • f. 
    het beheer van materiële eigendommen van het Rijk

Het beheer van de staatsschuld en het kasbeleid vallen ook onder de verantwoordelijkheid van Financiën en zijn opgenomen in IXA. Het begrotingsbeleid wordt toegelicht in de Miljoenennota en komt beknopt aan de orde in IXB. Voor het algemeen financieel-economische beleid geldt eveneens dat een groot deel in de Miljoenennota is opgenomen. Ook de belastingontvangsten worden toegelicht in de Miljoenennota. De financiën van decentrale overheden, waarvoor de Minister van Financiën medeverantwoordelijk is, komen aan de orde in de Miljoenennota en in de begrotingen van het Gemeentefonds en het Provinciefonds.

2.2 Beleidsprioriteiten

2.2.1 Houdbare overheidsfinanciën; trendmatigbegrotingsbeleid

Voor alle jaren het feitelijke EMU-tekort lager uit dan een jaar geleden nog werd gevreesd.

De doelstelling uit de begroting 2005om uiterlijk ultimo 2005de situatie van een buitensporig tekort (een tekort boven de 3%) te beëindigen, is gerealiseerd. De ministers van financiën hebben de procedure op 7 juni 2005officieel beëindigd. Het feitelijk tekort kwam in 2003 nog uit op 3,2%, maar ligt daar in 2004 met 2,1% al weer ruimschoots onder. Ook in 2005 en 2006 wordt rekening gehouden met een tekort dat ruimschoots onder de 3% en de signaalwaarde van 2,5% BBP ligt (1,8%).

Doelstelling van dit kabinet is voorts het bereiken van een houdbaar pad van de overheidsfinanciën, waarbij de staatsschuld op termijn aanzienlijk wordt verkleind en tegelijkertijd wordt voldaan aan de Europese vereisten van het Verdrag en het Stabiliteits- en Groeipact. Om dit houdbare pad van de overheidsfinanciën te bereiken beoogt het kabinet het structurele EMU-tekort terug te brengen tot 1⁄2% BBP in 2007. Tussen 2003 en 2006 verbetert het structurele saldo, afhankelijk van de gehanteerde methode voor berekening, met gemiddeld 0,5tot 0,8 procent punt BBP per jaar.

2.2.2 Corporate Governance

Op het terrein van corporate governance is de laatste jaren belangrijke vooruitgang geboekt. De nieuwe wetgeving op het terrein van corporate governance (per 1 oktober 2004), met daarin de wettelijke verankering van de Nederlandse corporate governance code, heeft een positieve invloed gehad op de corporate governance structuur van de Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen. Volgens het Amerikaanse corporate governance rating bureau Governance Metrics International is de

gemiddelde corporate governance score van de Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen tussen juli 2003 en maart 2005met 50% gestegen: van 4,2 naar 6,5. Van alle landen op het Europese continent scoren de Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen het hoogst op het gebied van goed ondernemingsbestuur. Wereldwijd staat Nederland zesde. Nederland moet alleen de Angelsaksische landen Verenigd Koninkrijk, Canada, Verenigde Staten, Australië en Ierland voor laten gaan. Het onderwerp behoudt de komende jaren de aandacht van het kabinet. Het kabinet heeft zich in zijn beleidsprogramma 2003–2007 ten doel gesteld het Nederlandse bedrijfsleven in 2007 in internationale vergelijkingen in de kopgroep te brengen op de gebieden «rechten en plichten van aandeelhouders», «transparantie» en «board structuur en kwaliteit». De door de ministers van Financiën en Justitie en de staatssecretaris van Economische Zaken in december 2004 ingestelde Monitoring Commissie Corporate Governance Code zal jaarlijks aan het kabinet rapporteren hoe de beursgenoteerde ondernemingen de bepalingen van de Tabaksblat code hebben toegepast en wat de redengeving is van eventuele niet-toepassing. Afhankelijk van de monitoringresultaten wordt bekeken of aanvullende wetgeving noodzakelijk is om de beoogde doelstelling in 2007 te kunnen realiseren. Het kabinet verwacht in december 2005de monitoringresultaten over boekjaar 2004 en de aandeelhoudersvergaderingen die in 2005zijn gehouden. Het kabinet heeft de Monitoring Commissie Corporate Governance Code gevraagd in september 2005reeds te rapporteren over de naleving van de codebepalingen betreffende de beloning van bestuurders en commissarissen.

Eén van de corporate governance gebieden waar Nederland nog verdere vooruitgang kan boeken, is op het gebied van beschermingsconstructies in overnamesituaties en meer in het bijzonder de uiteindelijke doorbreek-baarheid daarvan. De implementatie van de Europese richtlijn inzake overnamebiedingen (13e richtlijn), die op 20 mei 2006 moet zijn geïmplementeerd, zal vergezeld gaan met een doorbraakregel van bestaande beschermingsconstructies. Door de implementatie van de richtlijn zullen de procedureregels voor overnamebiedingen worden geharmoniseerd en zal de bescherming van aandeelhouders worden uitgebreid. De uitbreiding van de bescherming van aandeelhouders komt onder andere tot stand door de invoering van het zogenoemde verplichte bod: eenieder die 30% van de aandelen van een beursgenoteerde onderneming verwerft, wordt verplicht een openbaar bod uit te brengen op alle aandelen. In 2006 wordt door het ministerie van Financiën samen met het ministerie van Justitie en het ministerie van Economische Zaken verder gewerkt aan de uitvoering van de maatregelen die zijn aangekondigd in de kabinetsreactie op de Tabaksblat code (Kamerstukken II 2003/04, 29 449, nr. 1). Het wetsvoorstel betreffende de invoering van onafhankelijk toezicht op de financiële verslaggeving van beursgenoteerde vennootschappen door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) zal naar verwachting in 2006 in werking treden. De aanpassing van de Wet toezicht accountantsorganisaties is aanvaard door de Tweede Kamer. Bij aanvaarding door de Eerste Kamer kan de nieuwe wet in 2006 ingaan.

De Staat zal als aandeelhouder ook in 2006 zijn deelnemingen kritisch blijven volgen op de toepassing van de Tabaksblat code, waaronder de beoordeling van het bezoldigingsbeleid van het bestuur, en de Staat zal gebruik maken van de via de Tabaksblat code en de bij wet gegeven mogelijkheden. De Staat als aandeelhouder zal, voorafgaande aan het aandeelhoudersvergaderingenseizoen 2006, andere grote aandeelhouders, zoals gemeenten, provincies, institutionele beleggers en andere voor

de hand liggende organisaties/instellingen uitnodigen om in overleg informatie uit te wisselen over het bezoldigingsbeleid. Daarnaast kan dit overleg gebruikt worden om proactief informatie uit te wisselen over voor de aandeelhouder relevante zaken.

2.2.3 Reductie Administratieve Lasten

In 2006 zal het programma voor vermindering van administratieve lasten voor bedrijven verder worden uitgevoerd, overeenkomstig de titel van de kabinetsnotitie die in maart 2005aan de Tweede Kamer is aangeboden: «nu volle kracht vooruit». Volgens de planning zal eind 2006 19% van de per 1 januari 2003 gemeten € 16,3 mld. aan AL zijn gereduceerd. Dit bespaart het bedrijfsleven jaarlijks € 3 mld. kosten.

Belangrijkste maatschappelijk effect van de vermindering van administratieve lasten voor bedrijven met een kwart is een versterking van de concurrentiekracht van de Nederlandse economie. Volgens berekeningen van het CPB leidt dit – via een besparing op arbeidskosten – tot een extra groei van het BBP van 1,5%.

Het op deze wijze stimuleren van het ondernemerschap in Nederland levert op termijn meer welvaart, werkgelegenheid en consumptie per hoofd van de bevolking op. In een maatschappelijke sector als de zorg leidt een vermindering van de AL met een kwart – volgens het CPB – tot een verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening voor de patiënt. 24 000 professionals houden zich dan namelijk niet meer bezig met het invullen van formulieren, maar besteden hun tijd aan het verlenen van zorg («handen aan het bed»).

In 2007 moet de volle kwart, ofwel € 4,1 mld., worden gerealiseerd. Door Financiën wordt met de betrokken departementen de komende jaren tevens gewerkt aan de verdere verankering van de aanpak van administratieve lasten. Aan de hand van concrete pilotprojecten onderzoekt de Europese Commissie momenteel de mogelijkheden van een Europese meetmethodiek om de administratieve lasten te meten die ontstaan door Europese wetgeving. Dit was ook de inzet van Nederland tijdens het EU-voorzitterschap. De resultaten daarvan zijn november 2005bekend. Ook wordt aandacht besteed aan het terugdringen van de mechanismen die er voor zorgen dat (onbedoeld) steeds weer nieuwe administratieve lasten ontstaan. Op die manier kan worden verzekerd dat de AL op duurzame wijze worden verlaagd.

Zie voor een verdere uitwerking van de coördinatie van de AL-reductie voor het bedrijfsleven operationele doelstelling 4 van beleidsartikel 8 in paragraaf 3.8.3.2.

Tegelijk met de kabinetsnotitie «nu volle kracht vooruit» is in maart 2005 een vervolgrapportage van Financiën aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 57). Deze rapportage is op 27 april 2005met de Tweede Kamer besproken. In deze rapportage wordt aangegeven dat tot en met 2007 op het fiscale terrein en het terrein van de financiële markten in totaal € 940 mln. aan administratieve lasten zal worden gereduceerd. De voorgenomen reductie in 2006 was rekening houdend met enkele verschuivingen van 2005naar 2006, op dat moment € 194 mln. Naar de stand per 1 juli 2005en voorts rekening houdend met het Fiscaal pakket 2006 komt de voorgenomen reductie 2006 nu uit op € 200,8 mln. zoals blijkt uit het hierna opgenomen overzicht. De mutaties in de maatregelen ten opzichte van het beeld in maart 2005 betreffen: + Wetsvoorstel tariefverlaging vennootschapsbelasting (beperking

aftrekbaarheid gemengde kosten – € 5mln. in 2006, vervallen regeling

afwaarderingsverliezen en afschaffing kapitaalsbelasting € 0,12 mln. in

2006) + Vereenvoudiging van de afdrachtsvermindering S&O in het kader van

het belastingplan 2006 (€ 0,3 mln. in 2006) en vervallen van de

administratieplicht voor grondwateronttrekkingen voor beregening en

bevloeiing vooruitlopend op de herziening van de Wet belastingen op

milieugrondslag (€ 0,1 mln. in 2006) + Vervallen van de post centrale afdracht loonheffing in het kader van

WALVIS/SUB (– € 2 mln. in 2005) + Eerdere realisatie van frequentievermindering van de aangiften Wet

belastingen op milieugrondslag (€ 0,125mln. in 2005, – € 0,125mln. in

2006) + Eerdere realisatie reductie financiële bijsluiter (€ 17,6 mln. in 2005,

– € 23 mln. in 2007) + Latere realisatie van een deel van de frequentievermindering melding

ongebruikelijke/verdachte transacties Wet MOT (– € 13 mln. in 2005,

€ 13,1 mln. in 2006) + Latere realisatie van het vervallen van de verplichting in art. 9, eerste

lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965(– € 1,3 mln. in 2006,

€ 1,3 mln. in 2007) + Implementatie Europese richtlijn kapitaaleisen (– € 5,6 mln. in 2007) Het totale netto beeld tot en met 2007 van de reductie AL bedrijfsleven van Financiën staat nu op € 922,4 mln. Dit betekent een nog in te vullen taakstelling van het plafond met € 17,6 mln. Naar verwachting zullen onder meer de uitkomsten van het project loondomein en nadere afwegingen op de terreinen van het toezicht op de financiële markten in het najaar van 2005resultaten opleveren die deze taakstelling kunnen invullen.

Overzicht voorgenomen reductie AL in 2006 voor het bedrijfsleven

 

Reductie (x € 1 mln.)

Vennootschapsbelasting

Volstaan met fiscale jaarrekening voor kleine rechtspersonen (vervallen commerciële jaarrekening)

75

Vennootschapsbelasting

Beperken aftrekbaarheid gemengde kosten in het kader van tariefverlaging vennootschapsbelasting

-5

Vennootschapsbelasting

Vervallen regeling afwaarderingsverliezen

0,11

Loonbelasting en afdrachtvermindering

Invoering SUB

80

Loonbelasting en afdrachtvermindering

Belastingplan 2005(autokostenfictie in deloonbelasting)

-6

Loonbelasting en afdrachtvermindering

Belastingplan 2005(vereenvoudiging afdrachtvermindering S&O)

0,3

Algemene en bijzondere fiscale wetten

Belastingplan 2006 (vervallen van de administratieplichtvoorgrondwateronttrekkin-gen voorberegening en bevloeiing)

0,1

Algemene en bijzondere fiscale wetten

Wijzigingen in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990 en de Wet belastingen op milieugrondslag

4,2

Algemene en bijzondere fiscale wetten

Vervallen kapitaalsbelasting

0,01

Gedragstoezicht

Beperken meldingsplicht beurstransacties Wet toezicht effectenverkeer

2,7

Gedragstoezicht

Beperken insiderbegrip in complianceregeling Wet toezicht effectenverkeer

5,5

Gedragstoezicht

Informatie Besluit Kredietaanbiedingen elektronisch beschikbaar stellen Wet op het consumentenkrediet

2,7

Gedragstoezicht

Accountantstoets op rapportageverplichtingen schrappen; artikel 25Wet op het consumentenkrediet

0,8

Gedragstoezicht

Afschaffen doorlopende verplichting buitenbeursinstellingen Wet toezicht effectenverkeer

8,2

Gedragstoezicht

Wet financiële jaarverslaggeving

-0,3

Gedragstoezicht

Aanleveren gegevens art. 20 Wet toezicht effectenverkeer via extranet AFM

0,3

Gedragstoezicht

Elektronisch aanleveren gegevens art. 23 Wet toezicht effectenverkeer

0,3

Prudentieel toezicht

Terughoudend zijn met nieuweWtk-rapportages en wijzigingen bestaande Wtk-rapportages

17,6

Integriteitstoezicht

Frequentievermindering melding ongebruikelijke/verdachte transacties Wet MOT

13,1

Integriteitstoezicht

Versoepelen identificatie- en verificatieplicht Wet identificatie dienstverlening

4

Integriteitstoezicht

Rationalisatie geldtransactiekantoren Wet geldtransactiekantoren

0,2

Integriteitstoezicht

3e witwasrichtlijn

-3

Totaal

 

200,8

Op het fiscale terrein is bij brief van 27 juli 2005(Kamerstukken II 2004/05, 29 362, nr. 43) de aanpak van de reductie van administratieve lasten voor de burger uiteengezet. De in de brief geschetste reductie van ruim 25% in tijd en kosten voor de burger is voor ongeveer de helft gerealiseerd in de jaren 2003, 2004 en 2005. De andere helft staat gepland voor 2007. Dit betreft vooral de vooraf ingevulde aangifte. Vanaf 2006 zullen verschillende voorbereidende activiteiten plaatsvinden in de aanloop naar de vooraf ingevulde aangifte. Voor de burger zal de vooraf ingevulde aangifte zichtbaar worden in het voorjaar van 2008.

2.2.4 Modernisering Vennootschapsbelasting

Verbetering van de concurrentiepositie van ons land is een speerpunt van het kabinet. In april 2005is de nota over de toekomst van de vennootschapsbelasting getiteld «Werken aan Winst, naar een laag tarief en een brede grondslag»verzonden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2004/05, 30 107, nr. 2). De nota geeft een visie van het kabinet op de maatregelen die nodig zijn om het fiscale ondernemingsklimaat en de aantrekkelijkheid van ons land als vestigingsplaats voor bedrijven op de langere termijn te bestendigen en te verbeteren. Het kabinet wil terug naar de top in de nieuwe EU-25en wil een impuls geven aan het maken van winst. Voorwaarden zijn internationale competitiviteit, budgettaire neutraliteit en evenwichtige herverdelingseffecten. In 2006 wordt voortvarend aan de slag gegaan met de implementatie van deze maatregelen. De Nederlandse ontwikkeling sluit aan bij de algemene tendens in Europa van tariefverlaging door middel van grondslagverbreding.

2.2.5Invoeren huur- en zorgtoeslag

Vanaf 1 januari 2006 wordt de Belastingdienst verantwoordelijk voor de uitvoering van de zorgtoeslag. De zorgtoeslag is een nieuwe regeling die in het kader van de herziening van het zorgstelsel zal worden ingevoerd. Daarnaast neemt de Belastingdienst per 1 januari 2006 ook de uitvoering van de huursubsidie van VROM over. De naam huursubsidie verandert daarbij in huurtoeslag. De uitvoering van beide regelingen zal gebeuren door een nieuw onderdeel van de Belastingdienst, de Belastingdienst/ Toeslagen. Voor de zorgtoeslag komen naar schatting 6 miljoen huishoudens in aanmerking.

Alle activiteiten zijn gericht op het tijdig welslagen van deze aanzienlijke operatie. Aangezien dergelijke grote operaties niet zonder risico’s zijn heeft de Belastingdienst terugvalscenario’s ingericht.

2.3 De begroting op hoofdlijnen

In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven in de samenstelling en ontwikkeling van de uitgaven en de niet-belastingontvangsten op IXB. De belangrijkste wijzigingen worden toegelicht.

Ontwikkeling uitgaven

Grafiek 2.3.1 Ontwikkeling uitgaven 2001–2010

16

14

12

10-

6-

 
   
       
       
       
       
       
                                           
                                           
 

2001 2002 2003 2004 20052006 2007 2008 2009 2010

jaar

 

Apparaatsuitgaven Beleidsuitgaven Heffings- en invorderingsrente Overige uitgaven

Tabel 2.3.1 Belangrijkste mutaties uitgaven (x € 1 000)

Uitgaven

art.

20052006

2007

2008

2009 2010

Stand ontwerpbegroting 20053 898 486

3 93 491

3 893 267

3 876 209

3 916 081

Nota van Wijziging

1, 10

80 294

118 987

152 680

182 680

192 680

Mutatie 1e suppletore begroting 20051 t/m 10

9 938 937

  • 164 942
  • 138 801
  • 69 294
  • 68 101

Beleidsmatige mutaties

           

Uitvoeringskosten Belastingdienst

1

-4 200

8 300

8 200

5 550

5 800

Bijstelling gasgebouw

3

156 311

       

Overheveling naar Justitie i.v.m DRZ

7

 

-8 700

-8 700

-8 700

  • 8 700

Niet-beleidsmatige mutaties

           

Loonbijstelling

1 t/m 9

19 931

2 513

2 517

2 513

2 513

Prijsbijstelling

1 t/m 9

13 828

13 376

12 827

12 903

12 962

Taakstelling PIA

1 t/m 9

-702

-7 068

  • 16 164
  • 16 164
  • 16 164

Elektronische overheid

1 t/m 10

 
  • 2 710
  • 2 060
  • 2 430
  • 2 660

Overig

1 t/m 10

  • 23 003

-7 159

2 257

444

  • 160

Stand ontwerpbegroting 2006

 

14 079 882

3 888 088

3 906 023

3 983 711

4 034 251 4 058 071

Toelichting

Circa 70% van de totale uitgaven van het ministerie van Financiën in 2006 zijn apparaatsuitgaven. Deze apparaatsuitgaven worden geraamd op ca. € 2,5mld. en hangen voor ruim 93% samen met de fiscale politiek van het kabinet (beleidsartikel 1). De beleidsuitgaven (programma) bedragen in 2006 in totaal naar verwachting ca. € 402 mln. Een groot deel van deze uitgaven heeft betrekking op het bevorderen van een duurzame internatio-

8

4

2

0

nale financieel-economische ontwikkeling (beleidsartikel 4) en schadeuitkeringen bij de exportkredietverzekering (beleidsartikel 5).

De éénmalige uitschieter in de (overige) uitgaven in 2005heeft te maken met de aankoop van het transportbedrijf Gasunie. De daarmee samenhangende belastingontvangsten (Vpb, BTW) en heffingen (aardgasbaten) vloeien terug naar de Staat.

Ontwikkeling ontvangsten

Grafiek 2.3.2 Ontwikkeling niet-belastingontvangsten 2001–2010

7

4 3

 
     
         
                 
                                         
                                         
                                         
                                         

2001 2002 2003 2004 20052006 2007 2008 2009 2010

jaar

Heffings- en invorderingsrente Winstuitkering DNB Apparaatsontvangsten Overige ontvangsten

Tabel 2.3.2. Belangrijkste mutaties niet-belastingontvangsten (x € 1 000)

Ontvangsten

 

art.

20052006

2007

2008

2009 2010

Stand ontwerpbegroting 2005

   

2 939 264

2 878 4952 939 191

2 808 777

2 769 501

Nota van Wijziging

 

1

8 000

42000

  • 94 000
  • 99 000
  • 73 000

Mutatie 1e suppletore begroting

2005

1 t/m 9

1 521 585

211 489

94 734

47 734

12 021

Winstafdracht DNB

 

2

175000

112 333

48 783

24 117

4 200

Dividend Staatsdeelnemingen

 

3

56 454

60 392

47 093

47 093

47 093

Opbrengst vermogenstitels

 

3

911 583

       

Afdrachten Staatsloterij

 

3

  • 14 804
  • 17 416
  • 17 416
  • 17 416
  • 17 416

Vervroegde aflossingen

 

5, 7

442 000

92 900

  • 52 000
  • 52 800
  • 54 700

Verkoop onroerende zaken

 

7

47 000

  • 47 000
     

Overig

 

1 t/m 9

139 380

169 368

385370

440 370

431 870

Stand ontwerpbegroting 2006

   

6 225 462

3 502 561

3 351 755

3 198 875

3 119 569 3 100 355

Toelichting

De totale niet-belastingontvangsten op IXB bedragen in 2006 ruim € 3,5 mld. Een groot deel daarvan betreffen ontvangsten in het kader van de Staatsdeelnemingen (verkoopopbrengst vermogenstitels en dividend) en

2

0

de afdrachten van Holland Casino, de Staatsloterij (beleidsartikel 3) en DNB (beleidsartikel 2). Andere ontvangsten betreffen de schaderestituties (provenu’s) bij de exportkredietverzekering (beleidsartikel 5) en (erf)pacht-en verkoopopbrengsten van gronden (beleidsartikel 7).

  • 3. 
    BELEIDSARTIKELEN

Omschrijving

Bijdrage

Verantwoordelijkheid

Succesfactoren

3.1 Belastingen

3.1.1 Fiscaal beleid en wetgeving

Algemene beleidsdoelstelling

Het ontwerpen van beleid gericht op het genereren van inkomsten en het realiseren van niet-fiscale doelstellingen van het overheidsbeleid.

+ Om inkomsten te genereren voor de financiering van overheidsbeleid. + Om structuurversterkende maatregelen te nemen. + Om het fiscale instrument in te zetten voor de realisatie van niet-fiscale doelstellingen van het overheidsbeleid.

Financiën:

+ geeft vorm aan het fiscaal- en douanebeleid, + vormt het fiscale stelsel, + verzorgt de fiscale wetgeving,

+ vervult een centrale rol in de standpuntbepaling van Nederland over belastingvoorstellen binnen de Europese Unie.

De minister en staatssecretaris van Financiën zijn verantwoordelijk voor: + het opstellen van fiscale wet- en regelgeving, + het vaststellen van de belastinggrondslagen.

Behalen van deze doelstelling hangt af van:

+ de kwaliteit van de fiscale wet- en regelgeving,

+ politieke ontwikkelingen,

+ de belastingmoraal (compliance).

Motivering Instrumenten

Activiteiten

Prestatie-indicatoren

Planning

Verwijzing beleidsstukken

3.1.2 Operationele doelstellingen

3.1.2.1 Operationele doelstelling 1

Het genereren van inkomsten.

Om de overheidsuitgaven te financieren.

+ Fiscale wet- en regelgeving + Communicatie

+ Het ontwerpen van een Belastingplan.

+ Voorkomen van belastingontduiking.

+ Het tegengaan van belastingconstructies.

De realisatie van geplande inkomsten afhankelijk van de economische ontwikkeling.

2006, continu

Miljoenennota 2006 en Belastingplan 2006

Motivering

Instrumenten Activiteiten

Prestatie-indicatoren

Planning

Verwijzing beleidsstukken

3.1.2.2 Operationele doelstelling 2

Het realiseren van niet-fiscale doelstellingen.

+   Om het aanbod van bepaalde voorzieningen te stimuleren.

+   Om maatschappelijk ongewenst gedrag tegen te gaan.

+   Om structuurversterkende maatregelen te nemen.

+   Om het vestigingsklimaat aantrekkelijker te maken.

+   Om administratieve lasten te verminderen.

+   Om invoering van de algemene douanewet mogelijk te maken

+ Fiscale wet- en regelgeving + Communicatie

+ Aanpassen van de Wet op de vennootschapsbelasting.

+ Vereenvoudigen van onderdelen van fiscale wet- en regelgeving.

+ Ontwerpen van een invoeringswet algemene douanewet.

+ Fiscaal instrumentarium up to date + % reductie administratieve lasten

2006, continu

Nota Vpb (Kamerstukken II 2004/05, 30 107, nr. 2)

Motivering

Instrumenten

Activiteiten

Prestatie-indicatoren

Succesfactoren Planning

3.1.2.3 Operationele doelstelling 3

Het verzorgen van wetgeving ter ondersteuning van de uitvoering van niet-fiscale taken door de Belastingdienst.

Om de uitvoering door de Belastingdienst mogelijk te maken, te ondersteunen en te vergemakkelijken.

+ Fiscale wet- en regelgeving + Communicatie

+ Het ontwerpen van het wetsvoorstel rechtshandhaving + AWIR

Belastingdienst beschikt over adequaat instrumentarium en uitvoerbare wetgeving.

De uitvoerbaarheid van de fiscale wetgeving.

2006

Motivering

Instrumenten

3.1.2.4 Operationele doelstelling 4

Het evalueren van fiscale wet- en regelgeving.

Om te bezien of beoogde doelstellingen en uitgangspunten van wetgeving ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd.

+ Evaluatieonderzoek + Beleidsdoorlichting

Activiteiten Prestatie-indicatoren

Planning

Verwijzing beleidsstukken

Het evalueren van belastinguitgaven.

Effectiviteit en efficiency van de fiscale maatregelen in beeld. Evaluatierapporten.

2006, continu

Bijlage 5Miljoenennota 2006

Omschrijving

Bijdrage

Verantwoordelijkheid

Succesfactoren

Effectgegevens

3.1.3 Belastingdienst

Algemene beleidsdoelstelling

De Belastingdienst operationaliseert het fiscaal beleid, en voor zover nodig het beleid op andere terreinen, door middel van zijn algemene uitvoeringsdoelstelling:

Het onderhouden en versterken van de bereidheid van burgers en bedrijven tot nakoming van hun wettelijke verplichtingen ten aanzien van de Belastingdienst.

Om te zorgen dat burgers en bedrijven bereid zijn hun wettelijke verplichtingen richting Belastingdienst na te komen (compliance).

De Belastingdienst bevordert compliance door goede dienstverlening, adequaat toezicht en zonodig strafrechtelijk afgedwongen naleving.

De minister en staatssecretaris van Financiën zijn verantwoordelijk voor: + de uitvoering van de heffing en inning van de rijksbelastingen en de

douanerechten, + de controle op de invoer, doorvoer en uitvoer van goederen, + de uitvoering van de premieheffing en inning van de werknemers- en

volksverzekeringen, + handhavingstaken op het gebied van de economische ordening en

financiële integriteit, + de uitvoering van de vaststelling en de uitkering van toeslagen.

Behalen van deze doelstelling hangt af van:

+ de kwaliteit van de dienstverlening,

+ de effectiviteit van het toezicht en de opsporing.

Het behalen van deze doelstelling heeft als effect dat burgers en bedrijven zoveel mogelijk hun wettelijke verplichtingen, richting Belastingdienst uit zichzelf nakomen.

Prestatie-indicatoren

(in %)

Basiswaarde (2004)

Belastingontduiking is onaanvaardbaar Zelf belasting ontduiken is vrijwel uitgesloten Belasting betalen betekent iets moeten bijdragen

87,6 74,8

58,4

Streefwaarde 2006

88 75

60

Toelichting

De percentages zijn ontleend aan onderzoeken onder belastingplichtigen

en ondernemers in het kader van de Fiscale Monitor.

Verwijzing beleidsstukken

Bedrijfsplan Belastingdienst 2005–2009 (bijlage bij Kamerstukken II 2004/05, 29 800 IXB, nr. 19)

Motivering

Instrumenten

Activiteiten

3.1.4 Operationele doelstellingen

3.1.4.1 Operationele doelstelling 1

Belastingplichtigen, premieplichtigen en belanghebbenden bij toeslagen dienstverlening aanbieden op de manier die hen past.

Om de zelfredzaamheid te bevorderen, zodat burgers en bedrijven een juiste aangifte of aanvraag indienen.

+ Voorlichting.

+ Informatieverstrekking.

+ Hulp bij aangifte of aanvraag.

+ Verbeteren kwaliteit belastingtelefoon bijvoorbeeld door inrichting van

callcentra gericht op specifieke doelgroepen. + Ontwikkelen van een persoonlijk digitaal domein.

+ Verbeteren van de kwaliteit van de algemene informatie op de website. + Inrichten van een baliefunctie voor de inkomensafhankelijke toeslagen.

Prestatie-indicatoren

 

(in %)

Basiswaarde

Streefwaarde

 

(2004)

2006

Afgehandelde telefoongesprekken

67

80

Ervaren duidelijkheid correspondentie

81

84

Ervaren snelheid afhandeling

71

72

Ervaren bereikbaarheid

60

70

Nakomen van afspraken

87

87

Verwijzing beleidsstukken

Bedrijfsplan Belastingdienst 2005–2009 (bijlage bij Kamerstukken II 2004/05, 29 800 IXB, nr. 19)

Plan van aanpak belastingtelefoon (Kamerstukken II 2004/05, 29 800 IXB, nr. 21)

Motivering

Instrumenten

Activiteiten

3.1.4.2 Operationele doelstelling 2

Door toezicht en opsporing bevorderen dat belastingplichtigen, pre-mieplichtigen en belanghebbenden bij toeslagen hun wettelijke verplichtingen nakomen.

+ Om het niet nakomen van wettelijke verplichtingen te voorkomen en

zonodig te corrigeren. + Om sneller en vollediger belastinggelden te innen.

+ Toezicht en opsporing

+ Risicobeheersing

+ Vergunningen bij Douane

+ Intensiveren van de risicogerichte en zichtbare controles. + Meer gericht opsporen van onbekende belastingplichtigen. + Het krachtiger aanpakken van malafide belastingplichtigen.

+ Intensiveren van de invordering.

+ Ontwikkelen en implementeren van horizontaal toezicht.

Prestatie-indicatoren

 

(in %)

Basiswaarde

Streefwaarde

 

(2004)

2006

Correcties IB/Vpb

7,4

7,5

Nihilscores veldtoetsen (IB/Vpb/LB/OB)

26

25

Correcties invoerrechten/accijnzen

13

13,5

Achterstand invordering

3,7

3,5

Aantal processen-verbaal dat leidt tot

   

veroordeling/transactie

79

86

Door belastingplichtige ervaren pakkans

66

70

Verwijzing beleidsstukken

Bedrijfsplan Belastingdienst 2005–2009 (bijlage bij Kamerstukken II

2004/05, 29 800 IXB, nr. 19)

Brief aan de Tweede Kamer over horizontaal toezicht van 8 april 2005

(Kamerstukken II 2004/05, 29 643, nr. 4)

Brief aan de Tweede Kamer over contra legem en vrijplaatsen van 3 juni

2004 (Kamerstukken II 2003/04, 29 643, nr. 2)

3.1.4.3 Operationele doelstelling 3

Het leveren van een bijdrage aan de bescherming van de samenleving tegen ongewenste goederen.

Motivering

Om de samenleving te beschermen tegen ongewenste goederen op het gebied van veiligheid, gezondheid, economie en milieu (VGEM).

Instrumenten

+ Toezicht en opsporing + Ambulante controles

Activiteiten

Verbreden en intensiveren van het toezicht op de hele logistieke keten bij grensoverschrijdend goederenverkeer. Ontwikkelen van een intelligence-functie gericht op de risicobeheersing van het grensoverschrijdend goederenvervoer. Intensiveren van de samenwerking met de douanediensten binnen en buiten de EU.

Intensiveren van de samenwerking met Nederlandse handhavings-organisaties op VGEM-gebied.

Prestatie-indicatoren

 
 

Basiswaarde

Streefwaarde

 

(2004)

2006

% correcties Douane VGEM

1,7

2

Aantal correcties VGEM bij passagierscontrole

   

Douane

13 582

11 250

Aantal processen-verbaal Douane bij VGEM

14 37518 000

Aantal processen-verbaal FIOD-ECD niet-fiscaal

310

275

Verwijzing beleidsstukken

Bedrijfsplan Belastingdienst 2005–2009 (bijlage bij Kamerstukken II 2004/05, 29 800 IXB, nr. 19)

3.1.5Budgettaire gevolgen van beleid

 

Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000)

 

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

3 033 341

3 352 681

3 367 353

3 345 332

3 373 431

3 387 778

3 387 108

Uitgaven

3 010 723

3 352 680

3 367 293

3 345 272

3 373 431

3 387 778

3 387 108

Programma-uitgaven

687 706

771 002

826 147

903172

934 530

944 530

944 530

Juridisch verplicht

687 706

771 002

768 317

839 950

869 113

878 413

878 413

Doelstelling 1-4

             

Programma

135 400

86 002

61 147

63 172

64 530

64 530

64 530

Heffing- en invorderingsrente

552 306

685 000

765 000

840 000

870 000

880 000

880 000

Apparaatsuitgaven

2 323 017

2 581 678

2 541 146

2 442 100

2 438 901

2 443 248

2 442 578

Ontvangsten

92 813 280

101 172 137

100 400 212

103 758 486

106 120 608

109 913 167

113 684 644

Programma-ontvangsten

92 773 282

101 132 733

100 381 540

103 744 314

106 106 436

109 898 995

113 670 472

Algemene beleidsdoelstelling

             

Belastingontvangsten

91 761 317

99 952 410

99 035 417

102 288 491

104 600 613

108 373 172

112 144 649

Doelstelling 1-4

             

Programma

291 661

290 323

291 123

290 823

290 823

290 823

290 823

Heffing- en invorderingsrente

720 304

890 000

1 055000

1 165000

1 215000

1 235000

1 235000

Apparaatsontvangsten

39 998

39 404

18 672

14 172

14 172

14 172

14 172

Toelichting op de budgettaire gevolgen van beleid

De belastingontvangsten in de tabel budgettaire gevolgen zijn nettoontvangsten na aftrek van de ontvangsten die ten behoeve van het Gemeentefonds en het Provinciefonds (op grond van de Financiële-verhoudingswet) en het BTW-Compensatiefonds worden afgezonderd. In onderstaande tabel staat de aansluiting van de Miljoenennota 2006 met IXB. Een toelichting op de belastingontvangsten wordt gegeven in de Miljoenennota.

Tabel Aansluiting belastingontvangsten Miljoenennota 2006 met IXB (x € mln.)

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

 

Totale belastingontvangsten

106 249114 775

115 005

118 311

Miljoenennota (kasbasis)

     

Afdracht Gemeentefonds

11 818 11 980

13 032

13 013

Afdracht Provinciefonds

982 1 000

1 052

1 052

Afdracht BTW-Compensatiefonds

1 687 1 842

1 884

1 957

120 670

124 564

128 396

1297513025              1302

1  052               1 052                 1 052

2 042               2 113                2 175

Belastingontvangsten IXB

91761956 99 952 410 99 035 417 102 288 491 104 600 613 108 373 172 112 144 649

3.1.6 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

2006                2007                2008                2009

2010

Fiscaal beleid en wetgeving

Belastinguitgaven

Monitor inkomsten uit lokale heffingen

Beleidsdoorlichting operationele doelstelling 4

♦♦♦♦♦ ♦♦♦♦♦

Belastingdienst

Algemene uitvoeringsdoelstelling

Fiscale monitor (compliance)

Operationele doelstelling 1

Fiscale monitor (dienstverlening) Periodieke audit ELA

Operationele doelstelling 2

Periodieke audit project Toeslagen

Periodieke audit project SUB

Periodieke audit vrijplaatsen en contra legem

Periodieke audit project herziening invordering

FIX

AKM Kapitaalsbelasting

AKM Milieubelastingen (heffingen en teruggaven)

AKM Landinrichtingsrente

AKM Assurantiebelasting

AKM Mijnbouwwet

AKM BTW-compensatiefonds

AKM BPM

AKM Recht van successie en schenking

AKM Registratiewet 1970

AKM Dwanginvordering voor derden

AKM Informatieverstrekking aan derden

AKM Wederzijdse bijstand

Operationele doelstelling 3

AKM effectiviteit handhavingsplannen VGEM

♦♦♦♦♦

♦♦♦♦♦

Beleidsdoorlichting Overig evaluatie-onderzoek

3.2 Financiële markten

3.2.1 Algemene beleidsdoelstelling

Het bevorderen van goed functionerende en internationaal concurrerende financiële markten en integriteit van het financiële stelsel.

Omschrijving

Om de keuze aan financiële producten tegen gunstige voorwaarden en concurrerende prijzen te stimuleren en om het vertrouwen in het financiële stelsel te bevorderen.

Bijdrage

De minister van Financiën zorgt voor:

+ de wet- en regelgeving voor het toezicht op de financiële sector en

+ een ongestoorde muntvoorziening.

Verantwoordelijkheid

De minister van Financiën heeft een directe verantwoordelijkheid voor: + de wet- en regelgeving voor het toezicht op de financiële sector + een ongestoorde voorziening van voldoende munten. De Minister van Financiën heeft een indirecte verantwoordelijkheid voor: + de uitvoering van het toezicht op de financiële sector.

Succesfactoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van politieke en internationale ontwikkelingen.

Effectgegevens

Behalen van deze doelstelling heeft als effect dat:

+ marktverstoringen worden voorkomen en weggenomen,

+ misbruik van de financiële sector door witwassers en financiers van

terrorisme wordt tegengegaan en + een goede werking van het betalingsverkeer wordt bevorderd.

3.2.2 Budgettaire gevolgen van beleid

 

Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000)

 

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

87 774

72 588

36 64931 916

31 78931 788

31 787

Waarvan garantieverplichtingen

 

24 000

         

Uitgaven

54 713

48 588

36 64931 916

31 78931 788

31 787

Programma-uitgaven

48 361

41 423

30 211

26 211

26 211

26 211

26 211

Juridisch verplicht

   

0000

0

Doelst.1Goed functionerende financiële

             

markten

             

Bijdrage toezicht AFM

5421

16 900

11 000

11 000

11 000

11 000

11 000

Bijdrage toezicht DNB op verzekeraars

 

2 300

         

Bijdrage toezicht DNB op pensioenfond-

             

sen

 

2000

         

Maatschappelijk overleg betalingsverkeer

 

200

200

200

200

200

200

Rechtspraak Financiële Markten

 

1 000

1 000

1 000

1 000

1 000

1 000

Doelst.2Integriteit van het financiële

             

stelsel

             

Caribbean Financial Action Taskforce

30

32

32

32

32

32

32

Doelst.3Goed functionerend muntwezen

             

Muntcirculatie

15056

13 991

13 979

13 979

13 979

13 979

13 979

Retouren guldenmunten

3 226

5000

4 000

       

Afname munt in circulatie

24 628

           

Apparaatsuitgaven

6 352

7 165

6 438

5705

5578

5577

5576

Ontvangsten

494 596

606 696

692 518

550 518

521 518

503 518

552 518

Totaal programma-ontvangsten

494 596

606 696

692 518

550 518

521 518

503 518

552 518

Doelst.1Goed functionerende financiële

             

markten

             

Winstuitkering DNB

445 600

574 033

667 000

525 000

496 000

478 000

527 000

Overige programma-ontvangsten

11 9354 467

322

322

322

322

322

Doelst.3Goed functionerend muntwezen

             

Ontvangsten muntwezen

37 061

8 184

5184

5184

5184

5184

5184

Toename munten in circulatie

 

20 012

20 012

20 012

20 012

20 012

20 012

Toelichting op de budgettaire gevolgen van beleid

Garantie debetfaciliteit AFM bij de schatkist

De AFM neemt deel aan het «schatkistbankieren». Dat betekent dat zij gebruik kan maken van een debetfaciliteit bij de schatkist. Financiën staat onder voorwaarden garant bij het onverhoopt niet nakomen van de financiële verplichtingen van de AFM.

Vrijwaringsregelingen

Tussen het ministerie van Financiën en de AFM en de voormalige Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK, thans DNB) gelden vrijwaringsregelingen. Op grond van deze regelingen dragen AFM en DNB een bepaald eigen risico indien zij tot schadevergoeding worden veroordeeld als gevolg van aansprakelijkheid voor falend toezicht. Boven dit eigen risico geldt onder voorwaarden vrijwaring door de Staat.

Garantie voorbereidingskosten toezicht AFM

De voorbereidingskosten die gemaakt worden tijdens de periode waarin de AFM zich voorbereidt op nieuwe toezichtstaken worden op de balans geactiveerd en krijgen zo het karakter van nog te innen vorderingen.

Inning kan geschieden vanaf het moment dat de betreffende wet in werking treedt. Tot dat moment loopt de AFM het risico dat deze vorderingen niet inbaar zijn. Dit risico is tot een daartoe overeengekomen bedrag afgedekt via een door Financiën afgegeven garantie (€ 24 mln.).

Uitgaven

Het ministerie van Financiën is bestuurlijk gebonden aan deze uitgaven, maar niet juridisch verplicht.

Bijdrage toezicht

De rijksoverheid bekostigt de door de toezichthouders te maken repressieve handhavingskosten.

Dit vanwege het algemene belang dat gediend is met de aanpak van overtreders. Waar het gaat om de preventieve handhavingskosten worden de kosten van de Wet melding ongebruikelijke transacties, de Wet identificatie bij dienstverlening en de Sanctiewet 1977 door het Rijk gefinancierd. Achterliggende gedachte daarbij is dat het daarop betrekking hebbende toezicht zich primair richt op het voorkomen van overtredingen van derden (namelijk niet onder toezicht staande instellingen en personen).

De bijdrage van het Rijk is vastgesteld in de vorm van een percentage van de totale toezichtkosten van de betreffende toezichthouder. De verschillende percentages zijn berekend aan de hand van de begrotingen van de toezichthouders voor het jaar 2003. Zij komen overeen met 14%, 21% en 11% van de toezichtkosten van respectievelijk de AFM, DNB en de voormalige PVK.

Muntcirculatie

Muntcirculatie bestaat uit uitgaven die betrekking hebben op de muntpro-ductie en de subsidie aan het Geld- en Bankmuseum en de vergoeding van de kosten van het Nationaal Analysecentrum voor Munten (NACM). De muntproductie in de jaren 2006 en verder is afhankelijk van de ontwikkelingen in de muntvraag.

Ontvangsten

Ontvangsten muntwezen

De ontvangsten muntwezen hebben betrekking op de uitgifte van bijzondere euromunten, de afdracht van De Koninklijke Nederlandse Munt NV (KNM) aan de Staat van de totale nominale waarde van uitgegeven muntsets, de bijzondere euromunten en van royalty’s. Royalty’s zijn een vergoeding die de Staat ontvangt voor dukaten die KNM produceert en verkoopt.

De ontvangsten muntwezen hebben tevens betrekking op verkocht metaalschroot; dit betreft metaal van vernietigde euromunten die als gevolg van beschadiging niet meer bruikbaar zijn voor de circulatie. In 2006 zullen er ontvangsten van verkocht metaalschroot zijn van nog ingeleverde guldenmunten.

Toename munten in circulatie

Het in omloop brengen van reguliere euromunten leidt tot ontvangsten voor de Staat en tegelijkertijd tot een schuld aan het publiek. Vanwege de uitbreidings- en vervangingvraag naar munten is doorgaans sprake van een netto-ontvangst voor de Staat.

WinstuitkeringDNB

Artikel 22, tweede lid, van de Statuten van DNB bepaalt dat de uit de vastgestelde jaarrekening blijkende winst ter beschikking staat van de algemene vergadering van aandeelhouders. De Staat treedt hierbij als enig aandeelhouder op. Indien de omstandigheden dit toestaan, kan DNB een deel van de (geprognotiseerde) winst in de vorm van een interimdividend aan de Staat uitkeren.

3.2.3 Operationele doelstellingen

3.2.3.1 Operationele doelstelling 1

Het bevorderen van goed functionerende en internationaal concurrerende financiële markten.

Motivering Instrumenten

Om marktverstoringen te voorkomen en weg te nemen.

+ Juridisch. Acht wetten worden vervangen door één nieuwe wet, de Wet op het financieel toezicht (Wft). Hierdoor is er op dat terrein straks één wet met daarop gebaseerde lagere regelgeving die het toezicht op de financiële marktsector in Nederland regelt.

+ Communicatie. Het ministerie van Financiën zal, in samenwerking met DNB en de AFM, de sector begeleiden bij de introductie van de Wft door middel van voorlichting.

Activiteiten

Implementeren van de Wet op het financieel toezicht en de nazorg daarvan.

Zorgdragen voor een adequaat prudentieel toezichtregime. Harmoniseren van regels voor financiële infrastructuur en handelsplatforms.

Ontwikkelen van crisismanagementprocedures. Bevorderen van corporate governance bij beursgenoteerde ondernemingen.

Stimuleren van het Nederlandse vestigingsklimaat voor financiële instellingen. Bevorderen van de Europese financiële marktintegratie.

Doelgroepen

De financiële sector, de financiële toezichthouders, consumenten en aandeelhouders.

Prestatie-indicatoren

Basiswaarde (2004)

Streefwaarde 2006

Implementatie Europese richtlijnen1

55,6% (1 juni 2005)

25%

Gebaseerd op het halfjaarlijkse scorebord van de interne markt van de Europese Commissie. Het percentage geeft aan welk deel van de Europese richtlijnen uit het Actieplan Financiële Diensten (FSAP), die op dat moment van kracht zijn, nog niet zijn omgezet in nationale wetgeving.

Verwijzing beleidsstukken

Wet op het financieel toezicht: wetsvoorstel en memorie van toelichting (Kamerstukken II 2003/04, 29 708, nr. 2 en Kamerstukken II 2003/04, 29 708, nr. 3), Europese richtlijn over herverzekering (Kamerstukken II 2003/04, 22 112, nr. 326), brief over de vormgeving van het toezicht op de infratruc-tuur van de financiële markten en de taakverdeling tussen DNB en de AFM (Kamerstukken II 2003/04, 28 122, nr. 19), Europese richtlijn over herverze-

kering (Kamerstukken II 2003/04, 21), Europese richtlijn over prudentieel toezicht op banken en Beleggingsondernemingen (Bazel II) (Kamerstukken II 2004/05, 21 109, nr. 150), voortgangsrapportage betalingsverkeer (Kamerstukken II 2004/05, 27 863, nr. 20), Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende een nieuw rechtskader voor betalingen in de Interne Markt (Kamerstukken II 2003/04, 22 112, nr. 307), Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement «Clearing en afwikkeling in de Europese Unie een strategie voor de toekomst» (Kamerstukken II 2003/04, 22 112, nr. 328), Kabinetsreactie op de Tabaksblat code (Kamerstukken II 2003/04, 29 449, nr. 1), brief over rapport van de Commissie Modernisering Beleggingsinstellingen (commissie Winter) (Kamerstukken II 2004/05, 28 998, nr. 10), nalevingskosten: brief minister en staatssecretaris met antwoord op de motie Aptroot/Smeets (Kamerstukken II, 2004/05, 29 515, nr. 18)

3.2.3.2 Operationele doelstelling 2

Het bevorderen van de integriteit van het financiële stelsel door het stellen van randvoorwaarden voor onder meer anti-witwaswet- en regelgeving en voor het toezicht op de financiële sector.

Motivering

Om misbruik van de financiële sector door witwassers en financiers van terrorisme tegen te gaan.

Instrumenten

Juridisch.

+ De Wet geldtransactiekantoren wordt waar nodig herzien als blijkt dat

de wet onnodige toetredingsdrempels opwerpt die deelname aan het

formele circuit van geldovermakingen bemoeilijken. + De huidige wetten MOT en Wid worden in samenwerking met het

ministerie van Justitie geïntegreerd tot één witwaswet. + De Noodwet financieel verkeer wordt onder de loep genomen en waar

nodig herzien en gemoderniseerd.

Activiteiten

+ Aanpakken van ondergronds bankieren.

+ Stroomlijnen van de Nederlandse witwaswetgeving.

+ Beschermen van de vitale infrastructuur.

Doelgroepen Prestatie-indicatoren

De financiële sector

Basiswaarde (2004)

Streefwaarde 2006

Implementatie Europese richtlijnen

55,6% (1 juni 2005)

25%

Verwijzing beleidsstukken

Rapport en beleidsstandpunt «Uit onverdachte bron» (Kamerstukken II 2003/04, 17 050, nr. 263), Nota inzake de bestrijding van misbruik van non-profitorganisaties voor terrorismefinanciering (Kamerstukken II 2003/04, 27 925, nr. 136), Nota over een integrale wijziging van het boetestelsel in financiële wetgeving (Kamerstukken II 2004/05, 30 125, nr. 2)

3.2.3.3 Operationele doelstelling 3

Het zorgdragen voor een goed functionerend muntwezen via een ongestoorde muntvoorziening van voldoende munten met als randvoorwaarde kosteneffectiviteit.

Motivering Instrumenten

Om een goede werking van het betalingsverkeer te bevorderen.

Beleidsuitvoering. Op grond van de Muntwet 2003 worden uitsluitend in opdracht van de Staat munten vervaardigd en uitgegeven. Op grond van een muntcontract worden de euromunten door KNM vervaardigd. DNB verzorgt de distributie van de euromunten.

Activiteiten

+ Voldoen aan de muntvraag.

+ Uitgeven van bijzondere euromunten.

+ Ontwaarden van ingeleverde guldenmunten.

 

Productie euromunten 2002–2006 (aantallen x

1000)

   
 

2002

2003

2004

2005*

2006*

2 euro

24 200

749

245288

288

1 euro

41 400

950

235

288

288

50 eurocent

94 400

810

269

363

363

20 eurocent

73 700

57 821

20 430

363

363

10 eurocent

39 400

818

262

363

363

5eurocent

46 400

874

306

80 413

91 813

2 eurocent

66 900

150 750

115 622

413

413

1 eurocent

45600

57 660

113 906

413

413

Totaal

432000

270 432

251 275

82 904

94 304

  • raming

Doelgroepen Prestatie-indicatoren

 

Voorraden euromunten

Muntdepot 2002-2006

(jaarultimo; aantallen x 1000)

 

2002

2003

2004

2005*

2006*

2 euro

48 948

50 790

64 366

64 366

64 366

1 euro

85866

74 688

95092

95092

95092

50 eurocent

157 461

95 117

98 475

92 760

87 045

20 eurocent

58 457

17 229

76 877

59 122

41 367

10 eurocent

240 275

152 546

126 582

89 427

52 272

5eurocent

296 673

148 498

67 342

55937

50 000

2 eurocent

25167

11 943

66 426

186 450

200 000

1 eurocent

165910

33 730

55171

175175

190 000

Totaal

1 078 757

584 541

650 331

818 329780 142

  • raming

Banken, toonbankinstellingen en consumenten

Basiswaarde (2004)

Streefwaarde 2006

Muntvoorziening t.o.v. de marktvraag Uitgifte bijzondere munten

100% 3

100% 2

Verwijzing beleidsstukken

Uitgiftekader bijzondere munten na de introductie van de euro (Kamerstukken II 2001/02, 28 107, nr. 1)

3.2.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

 
 

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Algemene beleidsdoelstelling

           

IMF FSAP

         

Operationele doelstelling 1

           

Evaluatie fusie DNB-PVK

     

   

Evaluatie Financiële Bijsluiter

         

Evaluatie toezicht op verslaggeving

     

   

Evaluatie toezicht op accountants

     

   

Evaluatie risico-georiënteerd toezicht

 

       

Bemiddeling financiële diensten

 

       

Goede verhuisservice banken

 

       

Operationele doelstelling 2

           

FATF-evaluatie

 

       

Evaluatie op de Wet geldtransactie-

           

kantoren

 

       

Operationele doelstelling 3

           

Beleidsdoorlichting muntwezen

 

Á

       

Evaluatie muntendistributie

 

       

Beleidsdoorlichting Overig evaluatie-onderzoek

3.3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector

3.3.1 Algemene beleidsdoelstelling

Bevorderen van bedrijfseconomische doelmatigheid en optimaal financieel resultaat bij verwerven, afstoten en beheer van de activa van de Staat.

Omschrijving

Bijdrage

Het zodanig beheren, aangaan en afstoten van Staatsdeelnemingen om een optimaal financieel resultaat te realiseren.

Het breder toepassen van publiek private samenwerking (PPS), waar dat doelmatig is, om te komen tot een betere prijs kwaliteit verhouding van overheidsinvesteringen.

Financiën treedt op als een actieve zakelijke aandeelhouder, beheert kredieten verstrekt onder de Regeling Bijzondere Financiering en adviseert overheidslichamen op het gebied van publiek private samenwerking middels het Kenniscentrum PPS.

Verantwoordelijkheid

Succesfactoren

Effectgegevens

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor het realiseren van optimaal financieel resultaat bij het beheren, aangaan en afstoten van Staatsdeelnemingen en voor een bredere toepassing van PPS bij de totstandkoming van overheidsinvesteringen.

Privatisering en participaties

Het behalen van de doelstelling omtrent aangaanen afstotenvan Staatsdeelnemingen hangt af van consistentie in het toepassen van de uitgangspunten van het deelnemingenbeleid en politieke besluitvorming hieromtrent. Bij afstoting is Financiën bovendien doorgaans afhankelijk van de houding van medeaandeelhouders (vooral in geval van een minderheidsbelang) en andere stakeholders.

Voor wat betreft het beherenvan deelnemingen is Financiën bij het realiseren van de centrale doelstelling van beheer, namelijk waardemaximalisering, vaak afhankelijk van het op de deelneming van toepassing zijnde beleidsmatige kader. Dit kader is een stelsel van beleidsmatige randvoorwaarden waarbinnen het beheer wordt gevoerd. Er is derhalve sprake van een waardemaximalisering binnen kaders. Een andere belangrijke factor waar Financiën bij het beheer rekening mee moet houden, is de houding en de mate van invloed van andere belanghebbenden, bijvoorbeeld medeaandeelhouders en financiers.

Privatisering en participaties

Het behalen van de doelstelling op het gebied van Staatsdeelnemingen heeft als effect waardemaximalisatie op lange termijn dan wel opbrengst-maximalisatie van Staatsdeelnemingen. Voor zover een deelneming publieke taken uitvoert, leidt goed beheer tot een bedrijfseconomisch zo efficiënt mogelijke uitvoering van deze taken.

Zowel dividenden, gerealiseerde winsten als de verkoopprijs kunnen worden aangemerkt als effectindicator. De hoogte van de dividenduitkering wordt bepaald door enerzijds de uitkeerbare winst en anderzijds het door de onderneming gehanteerde uitkeringspercentage.

De winsten van de deelnemingen zijn afhankelijk van een veelheid van zowel algemene economische factoren als op bedrijfs- en sectorspecifieke factoren, die per onderneming variëren.

Succesfactoren

Publiek private samenwerking

PPS is een andere manier van werken die een bijdrage kan leveren om de publieke dienstverlening te verbeteren en de overheid doelmatiger en doeltreffender te maken.

Het behalen van de doelstelling hangt af van de structurele inbedding van publiek private samenwerking in de werkwijze en besluitvorming van de (vak-)departementen. Hieraan gerelateerd is de politieke betrokkenheid een wezenlijke factor.

Voor het inbedden van PPS in de organisatie zullen de (vak-)departemen-ten kennis en ervaring op het gebied van PPS moeten opbouwen inclusief het op de juiste manier toepassen van het PPS instrumentarium. Voor PPS is het van belang dat de ingezette stappen op het terrein van de begroting worden voortgezet. In het bijzonder VBTB, de levenscyclusbenadering bij overheidsinvesteringen en het denken in risico’s.

Effectgegevens

Verwijzing beleidsstukken

Publiek private samenwerking

Het behalen van de doelstelling van publiek private samenwerking heeft

als effect dat er een betere prijskwaliteit verhouding bereikt wordt bij

overheidsinvesteringen.

PPS is nu in de meeste beleidssectoren geïntroduceerd als optie voor de realisatie van investeringen. Er is een vervolgtraject van gecontroleerde verbreding ingezet die moet leiden tot een structurele inbedding van PPS in de besluitvorming. Dit is een continu proces totdat PPS structureel onderdeel is in de besluitvorming voor overheidsinvesteringen.

Bij overheidsinvesteringen in gebouwen en infrastructuur, vanaf een zekere financiële projectomvang, wordt structureel een Public Private Comparator (PPC) uitgevoerd. De PPC is een financieel vergelijkingsinstrument waarvan de uitkomst mede bepalend is voor het kiezen van de beste aanbestedingsvorm voor een project. Een goed uitgevoerde PPC betekent een doelmatigheidsafweging maar is ook een indicatie voor de structurele inbedding van PPS in de besluitvorming. Bij gebiedsontwikkeling bekijkt het Rijk hoe samen met marktpartijen de inrichting van gebieden en de afstemming van de verschillende publieke functies (infra, groen, openbare voorzieningen) en private functies (woningen, winkels, kantoren) efficiënt vorm gegeven kan worden.

De voortgangsrapportage PPS (Kamerstukken II 2004/05, 28 753 nr. 4) «Investeren in groei» (Kamerstukken II 2003/04, 29 696 nr. 1) «Kaderbrief PPS/innovatief aanbesteden» (Kamerstukken II 2003/04, 29 200 nr. 149)

3.3.2 Budgettaire gevolgen van beleid

 

Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000)

 

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

42 777

10 155 386

5 840

5 564

5 610

5 480

5 479

Regeling BF

25965

79 411

0000

0

Garantieverplichting NPM

             

Uitgaven

60 54910 086 558

16 423

19 147

18 239

17 609

17 108

Programma-uitgaven

49 203

10 080 544

10 583

13 583

12 629

12 129

11 629

Juridisch verplicht

   

10 266

0

0

0

0

Doelst.1Aangaan,beheren en afstoten

             

Staatsdeelnemingen

             

Verwerving vermogenstitels

 

10 067 311

         

Doelst.2Verhelpen knelpunten in

             

ondernemingsfinanciering

             

Regeling BF

2 43510 129

10 129

13 129

12 629

12 129

11 629

PPM

23

454

454

454

     

Overige programma-uitgaven

             

Tijdelijke regeling subsidie tankstations

1 728

           

Uitvoeringskosten tijdelijke regeling

             

subsidie tankstations

17

150

         

Verstrekte leningen

45000

           

PPS/Zuidas

 

2 500

         

Apparaatsuitgaven

11 346

6 014

5840

5564

5610

5480

5479

Personeel en materieel

3 083

3 314

3 240

3 064

3 210

3 210

3 209

Uitvoeringskosten Staatsdeelnemingen

8 263

2 700

2 600

2 500

2 400

2 270

2 270

Ontvangsten

2 243 241

3 135 688

967 009

933 036

899 021

865 014

816 006

Programma-ontvangsten

2 243 241

3 135688

967 009

933 036

899 021

865014

816 006

Doelst.1Aangaan,beheren en afstoten

             

Staatsdeelnemingen

             

Dividend Staatsdeelnemingen

513 947

454 624

666 446

636 471

606 471

576 471

536 471

Opbrengst vermogenstitels

1 286 588

2 340 583

         

Rente en aflossing div. leningen

127 395104 042

83 034

79 036

75 021

71 014

67 006

Afdrachten Holland Casino

137 308

110 000

110 000

110 000

110 000

110 000

105000

Afdrachten Staatsloterij

132 872

78 000

78 000

78 000

78 000

78 000

78 000

Terugstorting agio

38 876

38 160

20 000

20 000

20 000

20 000

20 000

Doelst.2Verhelpen knelpunten in

             

ondernemingsfinanciering

             

BF/PPM

4 357

9 529

9 529

9 529

9 529

9 529

9 529

Overige programma-ontvangsten

             

Tijdelijke regeling subsidie tankstations

1 898

750

         

Toelichting op de budgettaire gevolgen van beleid

Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen

Uit hoofde van de concentratie van Staatsdeelnemingen worden

uitvoeringskosten voorzien voortvloeiend uit het beheer en verkoop van

Staatsdeelnemingen.

Regeling Bijzondere Financiering

In 2004 is de Regeling Bijzondere Financiering (Regeling BF) geëvalueerd. De belangrijkste conclusie was dat de kapitaalmarkt zich dermate had ontwikkeld dat de Regeling BF geen toegevoegde waarde meer vervulde en derhalve zal worden afgeschaft. Als gevolg van de afschaffing van de Regeling BF zullen met ingang van 2006 geen verplichtingen meer worden

aangegaan en zijn de verwachte uitgaven naar beneden bijgesteld. Eind 2005zal worden bezien hoe de afwikkeling van de Regeling BF precies plaats zal gaan vinden.

De uitgaven van de Regeling BF vloeien voort uit de vergoeding aan de uitvoerder voor de gederfde rente, gederfde aflossing en de gemaakte kosten. Daarnaast zijn ook uitgaven geraamd die samenhangen met de afwikkeling van de aflopende regeling Particuliere Participatiemaatschappijen (PPM).

De ontvangsten van de Regeling BF komen voort uit garantieprovisies en restituties. Zowel de uitgaven als de ontvangsten komen voort uit in het verleden aangegane langlopende verplichtingen. Daarnaast zijn ook ontvangsten geraamd samenhangend met de regeling PPM.

3.3.3 Operationele doelstellingen

3.3.3.1 Operationele doelstelling 1

Realiseren van optimaal resultaat bij het beheren, aangaan en afstoten vanStaatsdeelnemingen.

Motivering

Om de zakelijke belangen van de staat in Staatsdeelnemingen te behartigen.

Instrumenten

Bevoegdheden uit hoofde van aandeelhouderschap, beleid m.b.t. het uitoefenen van deze bevoegdheden, kennis en ervaring.

Activiteiten

Voorbereiden en uitvoeren van aan- en verkooptransacties.

Voorbereiden van en optreden op algemene vergaderingen van

aandeelhouders.

Periodieke gesprekken met Raden van Commissarissen.

Bewerkstelligen van adequate vormgeving van corporate governance

en financieel beheer (dividendbeleid, vermogensstructuur e.d.).

Doelgroep Prestatie-indicatoren

Verwijzing beleidsstukken

De Staat der Nederlanden.

Voor deelnemingenbeleid bestaan er geen zinvolle prestatie-indicatoren. De resultaten van de inspanningen zijn namelijk moeilijk te meten. Het deelnemingenbeleid wordt daarom eens in de vijf jaar geëvalueerd. De volgende evaluatie staat gepland voor 2006. Tevens wordt voor iedere Staatsdeelneming eens in de vijf jaar een periodieke check uitgevoerd waarbij wordt bekeken of er belemmeringen bestaan voor afstoting. In 2004 zijn de eerste zes evaluaties uitgevoerd. Verder wordt jaarlijks aan de TK een jaarverslag over beheer van Staatsdeelnemingen gepresenteerd. Over aspecten van transacties en beheer wordt verslag gedaan in de vorm van een jaarverslag.

Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid(Kamerstukken II 2001/02, 28 165, nr. 1 en Kamerstukken II 2001/02, 28 165, nr. 2)

3.3.3.2 Operationele doelstelling 2

Het afwikkelen van een kredietportefeuille die is aangegaan onder de Regeling Bijzondere Financiering ten behoeve van het verhelpen van knelpunten in de kapitaalmarkt voor Nederlandse ondernemingen.

Motivering

De Regeling BF voorzag Nederlandse ondernemingen van risicodragend vermogen wanneer zij geconfronteerd worden met moeilijkheden bij het aantrekken daarvan. In 2004 is de regeling geëvalueerd. De belangrijkste conclusie van deze evaluatie was dat de kapitaalmarkt zich dermate had ontwikkeld dat de Regeling BF geen toegevoegde waarde meer vervulde en derhalve zal worden afgeschaft.

In de huidige portefeuille van de Regeling BF zitten langlopende leningen; deze portefeuille zal afgewikkeld moeten worden. De samenstelling van de portefeuille zal veranderen doordat uiteindelijk alleen de kredieten met een «bijzondere» karakter (uitstel van betalingen, etc.) nog onderdeel zullen uitmaken van de portefeuille. In het algemeen is dit speciale beheer zeer arbeidsintensief.

Instrumenten

Inzet personeel met benodigde kennis en ervaring, NIB als uitvoerder van de regeling.

Activiteiten

Monitoring, controle, besluitvorming ten aanzien van bijzondere kredieten.

Motivering

3.3.3.3 Operationele doelstelling 3

Het bewerkstelligen van een optimale opbrengst van bijzondere markt-gerelateerde operaties door (bedrijfseconomisch) advies en ondersteuning te bieden aan departementen die bijzondere marktgerelateerde operaties uitvoeren.

Om een optimaal resultaat bij deze operaties te krijgen, ook in financiële zin.

Instrumenten Activiteiten

Advies en ondersteuning.

Departementen adviseren over zakelijke aanpak bij het uitvoeren van bijzondere marktgerelateerde operaties zoals de financiële aspecten bij de uitgifte van vergunningen voor exploitatie van rechten (bv. digitale radio).

Doelgroep Prestatie-indicatoren

Departementen die bijzondere marktgerelateerde operaties uitvoeren.

Voor deze doelstelling bestaan er geen zinvolle prestatie-indicatoren. De mate van doelbereiking wordt vastgesteld aan de hand van een evaluatie van de rol van Financiën bij bijzondere marktgerelateerde operaties waar Financiën bij betrokken is, eventueel in samenwerking met het vakdepartement of als onderdeel van een integrale evaluatie door het vakdepartement.

3.3.3.4 Operationele doelstelling 4

Motivering

Instrumenten

Het stimuleren van de toepassing van publiek private samenwerking bij de totstandkoming van overheidsinvesteringen, daar waar dat dezelfde kwaliteit voor minder geld of voor hetzelfde geld meer kwaliteit oplevert.

PPS is een andere manier van investeren en een andere manier van werken die leidt tot besparingen en de gewenste kwaliteit. Het verbeteren van de publieke dienstverlening staat centraal.

Advies in PPS-projecten, opbouwen en delen van PPS-kennis (handleidingen, standaardisering van contracten e.d., projectevaluaties, PPS-oplei-dingen), ontwikkeling van instrumenten (financiële vergelijkingsinstrumenten (PPC/PSC) e.d.), ontwikkeling van beleidskaders (bijv. voor risicodragende participaties in gebiedsontwikkelingsprojecten) en oplossen van knelpunten in beleid en kaders, en promotie.

Activiteiten

Het vergroten van de acceptatie en de toepassing van PPS bij de totstandkoming van overheidsinvesteringen;

Binnen de diverse sectoren ervaring en kennis opdoen in pilotprojec-ten en met projectevaluaties. Vervolgens de kennis verbreden binnen de sector en inbedden bij de vakdepartementen inclusief het goed toepassen van het PPS instrumentarium;

Het wegnemen belemmeringen om PPS mogelijk te maken. Dit zijn sectoroverstijgende onderwerpen zoals het levenscyclus denken en het bewustzijn van risico’s;

PPS in de verschillende fases structureel onderdeel te maken van besluitvorming bij overheidsinvesteringen. Dit is sectoroverstijgend.

Doelgroep Planning

Prestatie-indicatoren

Vooral de rijksoverheid en in mindere mate decentrale overheden en semi-overheidsorganisaties.

Continu naar behoefte totdat PPS een geaccepteerd alternatief is bij de afweging voor overheidsinvesteringen. Dit wil zeggen dat de operationele doelstelling is bereikt wanneer voor de desbetreffende sector PPS structureel en volwaardig onderdeel uitmaakt van de departementale besluitvorming en er voldoende PPS projecten zijn uitgevoerd om de opgedane kennis te verankeren in de organisatie.

Het aantal goed toegepaste PPC’s zoals die uit de projectevaluaties naar voren komen.

In 2004 is de voortgang van PPS bij de vakdepartementen geëvalueerd (Kamerstukken II 2004/05, 28 753, nr. 4). De rol van het kenniscentrum PPS wordt in 2005beschouwd.

Verwijzing beleidsstukken

Voortgangsrapportage PPS (Kamerstukken II 2004/05, 28 753, nr. 4), brief investeren in groei (Kamerstukken II 2003/04, 29 696, nr. 1), kaderbrief PPS/innovatief aanbesteden (Kamerstukken II 2003/04, 29 200, nr. 149).

3.3.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid vanbeleid

20052006               2007               2008               2009               2010

Operationele doelstelling 1

Evaluatie deelnemingenbeleid

Operationele doelstelling 4

Evaluatie kenniscentrum PPS

♦ Overig evaluatie-onderzoek

Omschrijving

Bijdrage Verantwoordelijkheid

Succesfactoren

Effectgegevens

3.4 Internationale financiële betrekkingen

3.4.1 Algemene beleidsdoelstelling

Het bevorderen van een financieel-economisch gezond en welvarend Europa en eenevenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling.

Om aan een financieel gezond en welvarend Nederland bij te dragen via de bevordering van een welvarend Europa en een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling.

Nederland is lid van de E(M)U en aandeelhouder in internationale financiële instellingen (IFI’s).

De minister is verantwoordelijk voor de Nederlandse inbreng op financieel-economisch terrein binnen de EU en voor de Nederlandse inbreng binnen de internationale financiële instellingen. Wat betreft de ontwikkelingsbanken is er een gedeelde verantwoordelijkheid met de minister voor OS.

Doordat het beleid van de EU en de IFI’s door een internationaal krachtenveld wordt bepaald waarin Nederland een van de vele spelers is, is het niet automatisch dat het uiteindelijk door de internationale financiële instellingen en Europese Unie gevoerde beleid een volledige weerspiegeling van de Nederlandse beleidsvisie zal zijn.

Behalen van deze doelstelling heeft als effect dat mede door de Nederlandse inbreng een financieel-economisch gezond en welvarend Europa en een stabiele en voorspoedige ontwikkeling van de internationale economie, waarbij de lidstaten een budgettair en economisch verantwoord beleid voeren, er een behoedzame en doelmatige EU-begroting tot stand komt en de IFI’s bijdragen aan een evenwichtige financieel-economische ontwikkeling.

3.4.2 Budgettaire gevolgen van beleid

 

Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000)

 

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

92 296

688 485

115 799

195 892

851 146

1 644 907

115 801

Betalingsverplichtingen

84 563

575 040

2 354

82 447

572 672

75 583

2 356

Garantieverplichtingen

7 733

113 445113 445113 445278 474

1 569 324

113 44

Uitgaven

358 465

180 709

96 809

130 491

183 220

219 835

250 541

Programma-uitgaven

355 682

178 117

94 455

128 134

180 864

217 479

248 185

Juridisch verplicht

   

94 455

125 634

170 742

180 090

201 060

Doelst.2Evenwichtige financieel-

             

economische ontwikkeling

             

Instrument: deelneming multilaterale

             

ontwikkelingsbanken en -fondsen

355 682

178 117

94 455

128 134

180 864

217 479

248 185

Apparaatsuitgaven

2 783

2 592

2 354

2 357

2 356

2 356

2 356

Ontvangsten

1 653

1 205

1 028

980

929

929

929

Doelst.2Evenwichtige financieel-

             

economische ontwikkeling

             

Ontvangsten

1 653

1 205

1 028

980

929

929

929

Toelichting op de budgettaire gevolgen van beleid

De raming voor betalingsverplichtingenis het gevolg van de onderhandelingen over financiële bijdragen aan diverse internationale financiële instellingen, zoals kapitaalverhogingen van banken en middelenaanvullingen van concessionele fondsen. Regel hierbij is dat voor nieuwe verplichtingen budgettair een stelpost wordt opgenomen die gelijk is aan de Nederlandse bijdrage aan de vorige kapitaalverhoging c.q. middelenaanvulling. De verplichtingen komen volgens een vastgesteld kaspatroon tot betaling.

De raming voor garantieverplichtingenheeft betrekking op het zogenaamde garantiekapitaal van de internationale financiële instellingen (het deel van de verplichting dat waarschijnlijk niet tot betaling komt, het callable capital), op garantie-overeenkomsten tussen de Staat en DNB (onder meer de Nederlandse deelneming in IMF) en deelneming in de door de BIS te verstrekken kredietfaciliteiten.

De geraamde programma-uitgavenhebben enerzijds betrekking op aangegane verplichtingen, als uitkomst van reeds afgeronde internationale onderhandelingen, en anderzijds op stelposten voor nieuwe verplichtingen van onderhandelingen die nog niet zijn afgerond of die nog zullen plaatsvinden.

Juridisch verplichte uitgaven zijn uitgaven, waarvoor Nederland juridisch een verplichting is aangegaan in verband met kapitaalverhogingen van banken en middelenaanvullingen van fondsen.

Een deel van de verplichtingen- en uitgavenramingen is door wisselkoersinvloeden (US-dollar en SDR) beleidsmatig niet te beïnvloeden.

Voor 2006 zijn geen verplichtingen geraamd in verband met financiële bijdragen aan internationale financiële instellingen. Voor de jaren 2007–2010 zijn de volgende verplichtingenramingen verwerkt in verband met nieuwe kapitaalverhogingen en middelenaanvullingen:

Wereldbankgroep (IBRD, IDA, IFC, MIGA)1

Een nieuwe kapitaalverhoging voor de Wereldbank wordt niet voor 2009 verwacht. De stelposten voor de verplichtingenramingen voor Wereldbank en IFC zijn doorgeschoven van 2008 naar 2009 (raming voor Wereldbank van € 54,5 mln. en bijbehorende garantieverplichting van € 1,5mld. en raming voor IFC van € 18,8 mln.). Een stelpost is opgenomen voor de middelenaanvulling IDA in 2008 (€ 421,9 mln.).

Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbankgroep (IDB, IIC, FSO en MIF) Een stelpost is opgenomen voor de middelenaanvulling FSO in 2008 (€ 9,5mln.).

Afrikaanse Ontwikkelingsbankgroep (AfDB, AfDF)

Een stelpost is opgenomen voor de middelenaanvulling AfDF in 2008

(€ 135,5 mln.).

Aziatische Ontwikkelingsbankgroep (AsDB, AsDF)

De middelenaanvulling voor AsDB is uitgesteld van 2007 naar 2008

(stelpost van € 3,4 mln. en bijbehorende garantieverplichting van € 208,3

mln.). Voorts is een stelpost opgenomen voor AsDF van € 80,1 mln. in

2007.

1 Dit betreft verplichtingen waarvoor de              Europese Investeringsbank (EIB, EIB Lomé en Cotonou)

Minister voor Ontwikkelingssamenwerking          Er zijn geen budgettaire gevolgen voorzien.

mede verantwoordelijk is.

Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) Er zijn geen budgettaire gevolgen voorzien.

Motivering

Instrumenten Activiteiten

3.4.3 Operationele doelstellingen

3.4.3.1 Operationele doelstelling 1

Het bevorderen van een gezonde en stabiele monetaire en budgettaire ontwikkeling van de Europese Unie en haar lidstaten.

Omdat Nederland als middelgrote en open economie gebaat is bij een gezonde en stabiele monetaire en budgettaire ontwikkeling binnen de Europese Unie.

Internationaal overleg

+ Standpuntbepaling ten behoeve van internationaal overleg.

+ Standpuntinname in onderhandelingen over het EU-budget voor 2007.

+ Standpuntinname in onderhandelingen over de meerjarenbegroting

(Financiële Perspectieven 2007–2013) alsmede herziening van het

Eigen Middelen Besluit. + Behandelen aanvragen Exchange Rate Mechanism (ERM-II) en

succesvol begeleiden binnen ERM-II van nieuwe lidstaten. Tevens

mogelijk eerste aanvragen toetreding eurozone. + Het bevorderen van de begrotingsdiscipline en een stabiele macro-economische omgeving in de EMU door een evenwichtige multilateral

surveillance. + Monitoren van economische situatie en onderhandelen over acquis

communautaire met kandidaat-lidstaten in het kader van de uitbreiding

van de EU.

Doelgroepen

Prestatie-indicatoren

Verwijzing beleidsstukken

De EU-lidstaten, de kandidaat-lidstaten, Europese Commissie, het Europese Parlement en de Europese Centrale Bank

+   Toepassing principe van begrotingsdiscipline bij EU-begroting 2007

+   Bruto-afdrachten aan de EU

+   Netto betalingspositie

+   Mate van aandacht voor economische analyse bij aanvragen ERM-II

+   Spilkoers bij toelating lidstaten in ERM-II

+   Koers bij toelating lidstaten tot eurozone

+   Behoud van 3% tekortnorm en 60% grens voor schuldquote als ankers voor de begrotingsdiscipline in de EU

Rapport van de Ecofin over de verbetering van de implementatie van het Stabiliteits- en Groeipact (Kamerstukken II 2004/05, 21 501-07, nr. 477), Toetreding tot ERM-II (Brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, d.d. 8 juli 2004, fin0400309, 2003/04), Notitie inzake de voorstellen van de Commissie over de nieuwe Financiële Perspectieven 2007–2013 (Kamerstukken II 2003/04, 21 501-20, nr. 259) alsook geannoteerde agenda’s en verslagen Eurogroep en Ecofin aan de Tweede Kamer.

3.4.3.2 Operationele doelstelling 2

Het bevorderen van een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling. Essentieel daarbij is behoud van de financiële soliditeit en samenhang in het opereren van de Internationale financiële instellingen (IFI’s)1.

Motivering

Omdat Nederland belang heeft bij een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling en waarde hecht aan een evenwichtige financieel-economische ontwikkeling in lage en- middeninkomens-landen

Instrumenten Activiteiten

Internationaal overleg

+ Toezicht op rol IFI’s bij de bevordering van het financieel-economische evenwicht. De focus zal dit jaar liggen op het agenderen van samenhang en taakverdeling tussen IFI’s en met de EU-ontwikkelingsinstellingen in landen die aan de EU grenzen.

+ Mid-Term Reviews Middelenaanvullingen2. De nadruk zal liggen op de uitwerking van het schuldhoudbaarheidsraamwerk.

+ Internationale economische analyses die vereist zijn om de internationale beleidsdiscussie en respons te kunnen beïnvloeden.

+ Toezicht op financiële deugdelijkheid IFI’s. Actuele punten zijn de mogelijke IMF-goudverkoop, invoering van een nieuw risicomodel bij de EIB en de sterke uitbreiding van de private sector activiteiten bij de AsDB.

+ Adequate Nederlandse representatie in belangrijke internationaal-economische gremia. Vooral van belang in discussies rond hervorming bestuur van IMF en WB.

Doelgroepen Prestatie-indicatoren

IFI’s, G-10, OESO, EU-lidstaten

+ Doen van aanbevelingen ter verbetering van de afbakening en coördinatie van werkzaamheden van verschillende IFI’s en EU-ontwikkelingsinstellingen.

+ Invoering verder ontwikkeld schuldhoudbaarheidsraamwerk bij AfDF, AsDF en IDA.

+ Het bevorderen en sturen van internationale discussies op financieel-economisch terrein.

+ Behoud van AAA-rating van multilaterale ontwikkelingsbanken.

+ Financiële positie van de banken.

+ Behoud van de financieel solide positie van het IMF bij verkoop IMF-goud ter financiering van schuldendienstverlichting.

+ Positie binnen de belangrijkste internationaal-economische gremia zoals IMF en WB.

1  Zie voor het Nederlandse beleid ten opzichte van de IFI’s ook de begroting van Buitenlandse Zaken.

2  Hier wordt de voortgang van de bij de mid-delenaanvullingonderhandelingen gemaakte afspraken besproken.

3.4.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid vanbeleid

2004         20052006         2007         2008         2009         2010

Operationele doelstelling 1

Evaluatie van het functioneren van de EMU en de bijdrage van Nederland daaraan.

Beleidsdoorlichting van de inzet van Nederland bij het bevorderen van een gezonde en stabiele monetaire en budgettaire ontwikkeling van de Europese Unie en haar lidstaten.

Operationele doelstelling 2

Beleidsdoorlichting van de inzet van Nederland in het beleid van de Internationale Financiële Instellingen ter bevordering van de internationale financiële stabiliteit.

Beleidsdoorlichting Overig evaluatie-onderzoek

3.5 Exportkredietverzekering en investeringsgaranties

3.5.1 Algemene beleidsdoelstelling

Het bijdragen aan een goed functionerende en complete markt voor verzekering van risico’s verbonden aan export en investeringen in het buitenland.

Omschrijving

Bijdrage

Om bij te dragen aan een goed functionerende en complete markt voor verzekering van risico’s verbonden aan export en investeringen in het buitenland, waarbij deze risico’s zoveel mogelijk door de private markt worden gedragen en concurrentieverstoring tussen landen wordt geminimaliseerd.

Bepaalde risico’s verbonden aan de kredietverlening aan en investering in het buitenland kunnen niet op de particuliere markt worden verzekerd. Onder bepaalde voorwaarden kan de Nederlandse overheid, evenals de overheden van de meeste andere industrielanden, deze niet marktbare risico’s in herverzekering nemen. Op deze wijze draagt de Staat bij aan het creëren van een gunstig klimaat voor export en buitenlandse investeringen van Nederlandse ondernemingen.

Voor de herverzekeringsactiviteiten van de Staat gelden de volgende doelstellingen. In de eerste plaats dienen de activiteiten van de Staat aanvullend te zijn op de markt. Daarnaast dienen de herverzekeringsactiviteiten van de Staat zichzelf te bedruipen. Verder streeft Nederland in internationaal verband naar een minimalisatie van concurrentieverstoring tussen landen.

Verantwoordelijkheid

Succesfactoren

Effectgegevens

De Staat heeft drie instrumenten om deze algemene beleidsdoelstelling te realiseren:

+ de Exportkredietverzekering (EKV)

+ de Tijdelijke Regeling herverzekering investeringen (TRhi) + de Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA). Sinds 2004 bestaat de mogelijkheid tot herverzekering van investeringsgaranties afgegeven door MIGA ten behoeve van specifieke Nederlandse investeringen in het buitenland.

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor het doelmatig en doeltreffend functioneren van de herverzekeringsfaciliteiten.

Behalen van deze doelstelling hangt af van de mate waarin de herverzekeringsfaciliteiten van de Staat aanvullend zijn op schommelingen op de private markt, de mate waarin de faciliteiten kostendekkend zijn en de mate waarin concurrentieverstoring wordt geminimaliseerd.

Behalen van deze doelstelling heeft als effect dat deze faciliteit kostendekkend blijft en dat concurrentieverstoring wordt tegengegaan. Tevens wordt de goed functionerende markt voor de herverzekering van risico’s verbonden aan export en investeringen in het buitenland in stand gehouden.

3.5.2 Budgettaire gevolgen van beleid

 

Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000)

 

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

3 746 557

11 950 060

11 950 034

11 949 953

11 949 952

11 949 952

11 949 952

waarvan betalingsverplichtingen

12 557

14 004

13 978

13 897

13 896

13 896

13 896

waarvan garantieverplichtingen

3 734 000

11 936 056

11 936 056

11 936 056

11 936 056

11 936 056

11 936 056

EKV

3 577 000

11 332 276

11 332 276

11 332 276

11 332 276

11 332 276

11 332 276

Rhi

157 000

453 780

453 780

453 780

453 780

453 780

453 780

MIGA

0

150 000

150 000

150 000

150 000

150 000

150 000

Uitgaven

86 355

138 012

137 986

147 905

147 904

147 904

147 904

Programma-uitgaven

73 791

124 008

124 008

134 008

134 008

134 008

134 008

Juridisch verplicht

   

117 808

127 308

127 308

127 308

127 308

Doelst.1Doelmatige inzet

             

herverzekeringsfaciliteiten

             

Schade-uitkering EKV

73 791

124 008

124 008

134 008

134 008

134 008

134 008

Schade-uitkering Rhi

000000

0

Schade-uitkering MIGA

000000

0

Apparaatsuitgaven

12 564

14 004

13 978

13 897

13 896

13 896

13 896

Personeel en materieel

957

1 223

1 122

1 041

1 040

1 040

1 040

Kostenvergoeding Atradius DSB

11 607

12 781

12 856

12 856

12 856

12 856

12 856

Ontvangsten

266 972

808 361

262 261

117 361

116 561

95 334

105 034

Programma-ontvangsten

266 972

808 361

262 261

117 361

116 561

95 334

105 034

Doelst.1Doelmatige inzet

             

herverzekeringsfaciliteiten

             

Premies EKV

69 564

39 034

39 034

39 034

39 034

39 034

39 034

Premies Rhi

1 329

1 000

1 000

1 000

1 000

1 000

1 000

Doelst. 2 Kostendekkendheid

             

Schaderestituties EKV

196 079

768 327

222 227

77 327

76 527

55 300

65 000

Toelichting op de budgettaire gevolgen van beleid Onderstaande grafiek laat de ontwikkeling zien van het totaal door de Staat (her)verzekerde bedrag (cumulatief uitstaande obligo voor EKV en TRhi). Hierbij is een uitsplitsing gemaakt naar definitieve (polissen) en voorlopige (dekkingstoezeggingen) verzekeringen.

Grafiek 3.5.1. Uitstaande verzekeringen

 
   
           
                     
                                     
                                                   
                                                   
               

1

                                 

92 93 94 9596 97 98 99 00 01 02 03 04

jaren

Definitief

Voorlopig

De meerjarenramingen van de schade-uitkeringen EKV zijn gebaseerd op verwachtingen over de verzekeringsportefeuille. Op basis van de actuele situatie en verwachte korte termijn ontwikkelingen zijn de schattingen voor 2006 e.v. bijgesteld.

De ontvangsten bestaan uit premies en provenu’s. De premieontvangsten zijn geraamd op basis van de resultaten van de afgelopen jaren. De provenu’s komen voornamelijk voort uit in het kader van de Club van Parijs (CvP) gesloten schuldenregelingen. In de CvP zijn afspraken gemaakt over de vervroegde aflossing van een aantal landen. Dit leidt tot een positieve bijstelling van de provenuontvangsten in 2005en 2006 en een negatieve bijstelling voor latere jaren.

3.5.3 Operationele doelstellingen

3.5.3.1 Operationele doelstelling 1

Het doelmatig, klantgericht en transparant uitvoeren van herverzekeringsfaciliteiten voor risico’s verbonden aan export en investeringen in het buitenland, waarbij uitgangspunt is dat de faciliteiten van de Staat aanvullend zijn op de markt.

Motivering

Om bij te dragen aan een goed functionerende en complete markt voor verzekering van risico’s verbonden aan export en investeringen in het buitenland.

Instrumenten

de Exportkredietverzekering (EKV)

de Tijdelijke Regeling herverzekering investeringen (TRhi)

MIGA via een herverzekeringsovereenkomst met de Wereldbank

Activiteiten

Herverzekering van aanvaardbare risico’s verbonden aan export en investeringen in het buitenland.

De Staat herverzekert risico’s die de markt niet kan dragen. Met uitvoerder Atradius DSB zijn afspraken gemaakt over welke categorieën risico’s (tegen betaling van premies) voor herverzekering door de Staat in aanmerking komen (risicodracht).

Bij de uitvoering van de EKV en de TRhi zijn de Staat (het ministerie van Financiën en het ministerie van Economische Zaken), Atradius DSB en De Nederlandsche Bank betrokken. Ter vergroting van de doelmatigheid en efficiency wordt in 2005het zogenaamde Pauwenhofproces afgesloten. Dit proces bestaat uit verschillende deelprojecten die leiden tot een verbetering van de uitvoeringsstructuur. Bij de vormgeving van de nieuwe uitvoeringsstructuur is veel aandacht besteed aan de werkverdeling tussen de betrokken partijen, om optimaal te profiteren van ieders sterke punten en om onnodige overlap in werkzaamheden te voorkomen.

Doelgroepen Prestatie-indicatoren

Nederlandse exporteurs en investeerders.

+ Doorlooptijden van verzekeringsaanvragen

+ Vijfjaarlijkse evaluatie van EKV- en TRhi-faciliteit

De doorlooptijden van verzekeringsaanvragen gelden als prestatieindicator van de doelmatige uitvoering en de klantgerichtheid van het beleid. De streefwaarde voor de doorlooptijd1 is net als het voorgaande jaar gesteld op 55 werkdagen, waarvan 40 werkdagen netto behandeld-uur. De vijfjaarlijkse evaluaties van de EKV en de TRhi geven inzicht in de doelmatigheid en effectiviteit van het ingezette instrumentarium en van de uitvoering en gebruikerservaring.

Basiswaarde (2004)

20052006

2007         2008         2009

2010

Doorlooptijden van verzekeringsaanvragen

55

55

52

52

48

48

48

3.5.3.2 Operationele doelstelling 2

Een kostendekkende uitvoering van het pakket aan herverzekeringsfaciliteiten.

Motivering

1 Het betreft de doorlooptijd van het hele behandelingstraject (Atradius DSB, DNB, Staat) als gewogen gemiddelde van reguliere exportkredietverzekeringszaken (zowel onder als buiten de machtiging van Atradius DSB en DNB). Van de 55 werkdagen is 40 werkdagen netto behandelingsduur. De overige tijd bestaat uit het posttraject en de tijd waarin op informatie van aspirant-verzekerde gewacht wordt (en de behandeling dus stil ligt).

Om subsidiering van export te voorkomen en om kostendekkend te werken. Het streven naar kostendekkendheid van het pakket van herverzekeringsfaciliteiten vloeit voort uit het internationale verbod op subsidiëring van de export en uit budgettaire overwegingen. De faciliteiten dienen kostendekkend te zijn. Kostendekkendheid is vanwege de lange looptijd van risico’s alleen te meten over een lange periode. Schades treden meestal pas enkele jaren nadat een transactie in herverzekering is genomen op. Provenu’s kunnen nog vele jaren nadat de schade is uitgekeerd worden ontvangen. De resultaten op kasbasis geven onvoldoende inzicht in de kostendekkendheid. Bedrijfseconomische aannames kunnen een beter inzicht geven in de kostendekkendheid

Instrumenten

Activiteiten

Doelgroepen

Prestatie-indicatoren

+   Premieheffing

+   Acceptatiebeleid

+   Schadeafhandelingsbeleid

+   Recuperatiebeleid (onder andere via Club van Parijs)

+   Uitvoeringskostenbeleid

Het uitvoeren van de herverzekeringsfaciliteiten op kostendekkende wijze.

De Staat der Nederlanden

In 2004 is een model voor bedrijfseconomische resultaatbepaling vastgesteld dat nauw aansluit bij modellen die internationaal ontwikkeld zijn. In het model worden kosten en opbrengsten grotendeels toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. Dit gebeurt onder andere door gebruik te maken van voorzieningen. Ook wordt, naast de ontvangen rente op vorderingen, de financieringsrente in het resultaat verwerkt. De implementatie van het model is voorzien voor 2005. De kamer zal t.z.t. worden ingelicht over de resultaten.

Model bedrijfseconomische resultaatbepaling:

+ verdiende premie

– uitvoeringskosten

+/- wijziging voorziening verwachte schade

– oninbare bedragen verwachte schade

+/- wijziging voorziening vorderingen

– oninbare vorderingen

+/- financieringsrente

+ ontvangen rente op vorderingen

  • resultaat

Motivering

3.5.3.3 Operationele doelstelling 3

Het minimaliseren van concurrentieverstoring tussen landen met als inzet minimalisering van overheidssteun.

Om een gezonde concurrentiepositie voor Nederlandse exporteurs te creëren door middel van een herverzekeringsfaciliteit die gelijkwaardig is aan die van andere landen.

Instrumenten

Activiteiten

+ Actieve deelname in internationale fora zoals OESO (onder meer via

het Arrangement), WTO en EU + Benchmark indicatoren: acceptatiebeleid, dekking, aangeboden

assortiment en premies

Voor 2006 zijn op internationaal terrein de volgende onderwerpen van belang: in de OESO wordt gewerkt aan grotere convergentie van en transparantie over debiteurenpremies voor exportkredietverzekeringen. De inzet van Nederland hierbij is een zo groot mogelijke convergentie om concurrentieverstoring tegen te gaan, terwijl de premies moeten blijven voldoen aan de eis van kostendekkendheid. Het streven is om de transparantie en financiële rapportage van OESO-landen over kostendekkendheid te verbeteren. Daardoor kan de onderlinge vergelijkbaarheid toenemen en kunnen oneigenlijke vormen van overheidssteun beter worden bestreden.

De tekst van het Arrangement zal verder worden aangepast aan de ontwikkelingen in de Wereld Handels Organisatie (WTO), in het licht van de uitkomsten van de Doharonde en WTO-paneluitspraken. Daarnaast zal Nederland zich in de WTO-onderhandelingen inzetten om «pure cover», de lichtste vorm van overheidsinterventie, in de subsidiecode van de WTO veilig te stellen. Een kostendekkende exportkredietverzekering is naar de mening van Nederland geen subsidie. De regels van de subsidiecode dienen op dit punt waar nodig te worden verduidelijkt. In dit kader zal worden gestreefd naar intensivering van de betrekkingen met opkomende economieën die steeds meer kapitaalgoederen exporteren. Doel is het creëren van een «level playing field» voor Nederlandse exporteurs ten opzichte van het buitenland voor wat betreft exportkredietverzekerings-voorwaarden.

Tevens worden vier objectieve maatstaven die inzicht geven in de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse EKV internationaal vergeleken. Deze vergelijking betreft zeven andere exportkredietverzekeraars: België (ONDD), Duitsland (HERMES), Frankrijk (COFACE), Verenigd Koninkrijk (ECGD), Spanje (CESCE), Zweden (EKN) en Italië (SACE).

Doelgroepen Prestatie-indicatoren

Nederlandse exporteurs en investeerders

De jaarlijkse prestatiemeting vindt plaats door middel van een internationale vergelijking van de Nederlandse EKV met zeven andere exportkredietverzekeraars. In de vergelijking worden de aspecten «acceptatie-beleid», «dekking», «aangeboden assortiment» en «premies» meegenomen. Dit zijn objectieve maatstaven die inzicht geven in de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse EKV. Resultaten worden ieder jaar opgenomen in het Financiële Jaarverslag van het Rijk. Uit de resultaten komt naar voren dat het Nederlandse beleid inzake de exportkredietverzekering en dat van andere exportkredietverzekeraars de laatste jaren naar elkaar toe is gegroeid.

3.5.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid vanbeleid

20052006

2007         2008         2009         2010

Operationele doelstelling 1

De evaluatie van de EKV- en TRHI-faciliteit

Operationele doelstelling 2

Model voor Bedrijfseconomische Resultaatbepaling

Operationele doelstelling 3

Benchmark indicatoren

♦ ♦ ♦♦♦♦♦♦

♦ Overig evaluatie-onderzoek

3.6 Staatsloterij

Vervallen.

3.7 Beheer materiële activa

Omschrijving

Bijdrage

3.7.1 Algemene beleidsdoelstelling

Het doelmatig verwerven, beheren en vervreemden van roerende en onroerende zaken voor het Rijk en het bevorderen van een optimale allocatie van onroerende zaken voor het Rijk.

Om te bereiken dat roerende en onroerende zaken voor de Staat op grond van financieel-economisch en maatschappelijk belang zo doelmatig mogelijk beheerd, aangekocht en verkocht worden.

Financiën vertegenwoordigt de Staat als eigenaar van gebouwen, gronden, objecten en roerende zaken. Zij verzorgt dienstverlening bij de verkoop, aankoop, beheer, bewaring en vernietiging van roerende en onroerende zaken, met het oog op een doelmatig vermogensbeheer. Tevens draagt Financiën bij aan de samenwerking en afstemming met andere departementen op het gebied van de uitvoering van het vastgoed-beleid.

Verantwoordelijkheid

Succesfactoren

Effectgegevens

De minister is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de uitvoering van de dienstverlening en het leveren van een bijdrage aan samenwerking en afstemming tussen departementen op het gebied van uitvoering van vastgoedbeleid.

Voornaamste factoren die de financiële resultaten van een doelmatig vermogensbeheer beïnvloeden zijn de algemeen economische situatie, de ontwikkeling van grondprijzen en het aantal inbeslaggenomen goederen. Bij de complexere grondreallocaties is het proces van belangenafstemming van grote invloed op de snelheid van realisatie. Ten aanzien van een succesvolle interdepartementale samenwerking op gebied van vastgoed zijn op dit moment de ontwikkelingen rond de voorgenomen fusie tussen de dienst Domeinen en de Dienst Landelijk Gebied en de vorming van het zogenaamde Rijksvastgoed-ontwikkelingsbedrijf van belang.

Het behalen van deze doelstelling heeft als effect dat het vermogensbeheer ten aanzien van roerende en onroerende zaken binnen de overheid zo doelmatig mogelijk verloopt. Het beheer van materiële activa betreft primair de bedrijfsvoering van het Rijk, de maatschappelijke effecten (outcome) zijn beperkt. In relatie hiermee betreffen zinvolle prestatieindicatoren vooral outputmeting en organisatieonderzoek en slechts heel beperkt beleidsevaluaties.

3.7.2 Budgettaire gevolgen van beleid

 

Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000)

 

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

95 556

110 219

98 599

98 318

90 815

90 957

90 953

Uitgaven

94 018

110 219

98 599

98 318

90 815

90 957

90 953

Programma-uitgaven

62 817

72 953

75 539

75 539

68 039

68 039

68 039

Juridisch verplicht

   

44 307

44 307

44 307

44 307

44 307

Doelst. 1 Bewaring/vervreemding

             

Roerend

             

Beheerskosten

796

1 564

         

Doelst.2Beheer/verkoop Onroerend

             

Onderhoud en beheerskosten

7 123

12 082

6 232

6 232

6 232

6 232

6 232

Zakelijke lasten

45965

44 307

44 307

44 307

44 307

44 307

44 307

Doelst.3Optimaal handelen in vastgoed

             

Anticiperende aankopen

0

15000

25000

25000

17 500

17 500

17 500

Overige programma-uitgaven

8 933

           

Apparaatsuitgaven

31 201

37 266

23 060

22 779

22 776

22 918

22 914

Ontvangsten

410 643

447 865

205 030

269 945

130 931

104 859

101 953

Programma-ontvangsten

405614

442 834

202 001

267 714

128 700

102 628

99 722

Doelst. 1 Bewaring/vervreemding

             

Roerend

             

Verkoop roerende zaken

2 7851 813

1 813

1 813

1 813

1 813

1 813

Doelst.2Beheer/verkoop Onroerend

             

Verkoop onroerende zaken

232 633

310 407

96 407

166 406

31 406

13 04513 04

Beheerontvangsten

95646

83 943

76 811

72 311

68 511

63 270

60 364

Overige programma-ontvangsten

56 963

46 671

26 970

26 970

26 970

24 500

24 500

Doelst.3Optimaal handelen in vastgoed

             

Anticiperende aankopen

17 587

   

214

     

Apparaatsontvangsten

5029

5031

3 029

2 231

2 231

2 231

2 231

Toelichting op de budgettaire gevolgen van beleid

Beheerskosten en apparaatsuitgaven Roerend In het kader van de vorming van de baten-lastendienst Domeinen Roerende Zaken (DRZ) per 1 januari 2006 zijn de betreffende uitgaven en ontvangsten budgettair neutraal uitgeboekt. Hierbij zijn structureel € 1,0 mln. aan beheerskosten en € 7,7 mln. aan apparaatsuitgaven overgeboekt naar Justitie voor het betalen van facturen voor de opslag en verwerking van in beslag genomen goederen aan DRZ. De begroting van DRZ is toegelicht in hoofdstuk 6 (baten-lastenparagraaf).

Programma-ontvangsten

Doelstelling2Beheer/verkoop Onroerend

Verkoop onroerende zaken

In verband met de algemene budgettaire problematiek worden extra agrarische Domeingronden verkocht. De verkoop betreft het gehele areaal niet-strategische erfpachtgronden. De erfpachtgronden die als strategisch zijn aangemerkt, komen niet in aanmerking voor verkoop. In het jaar 2005 zal voor € 276 mln. worden verkocht aan extra agrarische Domeingronden, in 2006 € 63 mln. en in 2007 € 135mln.

Prestatie-indicatoren

Beheersontvangsten

De beheersontvangsten vertonen een dalende tendens door lagere (erf)pachtopbrengsten. Dit wordt veroorzaakt door de verkooptaakstellingen landbouwgronden.

Motivering

Instrumenten Activiteiten

Doelgroepen

3.7.3 Operationele doelstellingen

3.7.3.1 Operationele doelstelling 1

Efficiënte bewaring en vervreemding van roerende zaken van de Staat.

Om overtollige en inbeslaggenomen zaken zo doelmatig mogelijk, met hoge kwaliteit en integer te bewaren, vervreemden en vernietigen.

n.v.t.

+ Continue activiteit is de uitvoering van de taken: – Bewaring van goederen. – Het openbaar verkopen van overtollige en verbeurdverklaarde

goederen. – De vernietiging van door het OM aangewezen goederen.

+ Om de taken zo efficiënt mogelijk uit te voeren, wordt per 1 januari 2006 gestart met het voeren van een baten-lastenstelsel.

+ De gefaseerde invoering van het Landelijk Beslaghuis tegelijk met de invoering van het baten-lastenstelsel per 1 januari 2006. Het project Landelijk Beslaghuis beziet in hoeverre het ketenproces van inbeslagname, vervoer, bewaring en verwerking van strafrechtelijk inbeslagge-nomen goederen efficiënter en effectiever kan worden ingericht met minimale risico’s voor de integriteit.

+ In verband met het verschuiven van de uitvoering van taken op het gebied van inbeslaggenomen vuurwerk die nu nog bij Defensie plaatsvinden, wordt verder gegaan met de voorbereidingen voor zelfstandige exploitatie van vuurwerkopslag per 1 januari 2007.

Voor verkopen van overtollig gestelde zaken behoren alle departementen tot de doelgroep. Van de dienstverlening op gebied van bewaren maken vooral inbeslagnemende overheidsinstanties als Justitie/OM en de Belastingdienst gebruik.

 
 

Basiswaarde

           
 

(2004)

20052006

2007

2008

2009

2010

Kostendekkendheid bewaartaak (bewaarloon/bewaarkosten)

88%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Kostendekkendheid verkooptaak (toe te rekenen verkoop-

             

kosten aan verkochte zaken/ontvangen opgeld van verkochte

             

zaken)

139%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Gemiddelde bezettingsgraad (gemiddeld bezet aantal

             

m2/totaal beschikbare m2)

70%

80%

80%

80%

80%

80%

80%

Klanttevredenheid (gemiddelde score klanttevredenheids-

             

onderzoek)

6,5(2005)

6,5

-

7,0

-

7,5

-

Verwijzing beleidsstukken

Inzake de invoering van het baten-lastenstelsel en het Landelijke Beslag-huis kan recente en relevante informatie worden gevonden in Kamerstukken II 2003/04, 28 884, nr. 3.

Over het invoeren van het baten-lastenstelsel is de Kamer in mei 2005per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2004/05, 28 884, nr. 4).

3.7.3.2 Operationele doelstelling 2

Efficiënt beheren en vervreemden van onroerende zaken van de Staat.

Motivering

Om het beheren en vervreemden van onroerende zaken van de Staat en de betaling van zakelijke lasten op onroerende zaken van de Staat zo doelmatig mogelijk en op kwalitatief hoogwaardige wijze uit te voeren.

Instrumenten Activiteiten

Doelgroepen Prestatie-indicatoren

n.v.t.

+ Continue activiteit is de uitvoering van de taken: – Verkopen van onroerende zaken. – Beheren van onroerende zaken. – Beoordeling en betaling van de aanslagen zakelijke lasten.

+ Speciaal vermeld wordt de verkoop van de niet strategische erfpachtgronden. De verkopen vinden plaats in de jaren 2004–2007. De opbrengsten zullen worden ingezet voor algemene budgettaire problematiek. De opbrengsten voor 2006 en 2007 zullen respectievelijk € 63 mln. en € 135mln. bedragen.

Een gespecialiseerd dienstonderdeel, verspreid over aantal locaties in het land, voert de taken uit. Het waarderen van vastgoed en het begeleiden van vastgoedprojecten wordt door interne vastgoeddeskundigen gedaan. Alvorens objecten aan derden te verkopen, wordt eerst door interne afstemming binnen de overheid bezien of het object nog een functie kan vervullen.

+ Op dit moment worden de mogelijkheden onderzocht om tot een fusie te komen tussen de dienst Domeinen en de dienst Landelijk Gebied.

Alle departementen behoren tot de doelgroep.

Onderstaande tabel bevat prestatie-indicatoren over de efficiëntie van de bedrijfsvoering en de kwaliteit van de dienstverlening.

Basiswaarde (2004)

20052006

2007

2008

2009

2010

Toe te rekenen apparaatskosten aan verkopen (apparaatskosten onroerende zaken/verkoopopbrengsten onroerende zaken)

Toe te rekenen apparaatskosten aan ingebruikgevingen (apparaatskosten ingebruikgevingen/ontvangsten ingebruik-gevingen)

Betaling OZB: toe te rekenen apparaatskosten aan betaling OZB (apparaatskosten OZB/betaalde OZB) Kwaliteit dienstverlening betaling OZB (aantal gehonoreerde bezwaarschriften/aantal ingediende bezwaarschriften) Klanttevredenheid (gemiddelde score klanttevredenheids-onderzoek)

2%

4%

4%

4%

4%

4%

4%

 

8%

9%

9%

9%

9%

9%

9%

7%

9%

9%

9%

9%

9%

9%

70%

70%

 

70%

70%

70%

70%

7,0

-

7,0

-

7,0

-

7,0

Verwijzing beleidsstukken

Voor nadere informatie over het verkoopbeleid wordt verwezen naar Kamerstukken II 2003/04, 24 490, nr. 17. De evaluatie veiling benzinestations is verschoven van 2005naar 2006 (Kamerstukken II 2003/04, 24 036, nr. 294).

3.7.3.3 Operationele doelstelling 3

Optimaal handelen in vastgoed in samenwerking met andere departementen.

Motivering

Om aankoop, beheer en verkoop van vastgoed sneller, beter en/of tegen lagere kosten te kunnen realiseren.

Instrumenten

Beschikbaar stellen van een leenfaciliteit voor anticiperende aankopen en met behulp van het Beleidskader anticiperend handelen in vastgoed (Kamerstukken II 2001/02, 28 000 IXB en 27 581, nr. 31) op een actievere en zonodig meer risiconemende wijze omgaan met vastgoed.

Activiteiten

Ondersteuning van en deelname aan Raad voor Vastgoed Rijksoverheid.

Stimuleren uitwisseling van kennis en ervaring, organiseren van gezamenlijke opleidingen, uniformeren van processen, procedures en contracten, uitwisseling vastgoedplannen en -informatie (o.a. omtrent bezit) tussen departementen, bevorderen adoptie van uitvoerende activiteiten en leveren bijdrage aan opzet en uitbouw shared-service organisatie(s) voor uitvoerende activiteiten1, e.e.a. conform het Werkprogramma van de Raad voor Vastgoed Rijksoverheid 2005–2007 en Programma Andere Overheid.

Opzet en uitbouw interdepartementaal gemeenschappelijk Rijksvast-goedontwikkelingsbedrijf (GOB).

Beschikbaar stellen leenfaciliteit voor anticiperende aankoop en beheer van vastgoed aan departementen.

Opzetten leenfaciliteit voor anticiperende aankoop en beheer van vastgoed en inkoop van overtollig vastgoed aan GOB. Bijdrage leveren aan opzet kader voor modern en doelmatig activa-beleid.

Meer bedrijfseconomisch (bijv. waar mogelijk anticiperend en zonodig meer risiconemend) handelen in en met vastgoed.

Doelgroepen

Alle departementen die zich bezighouden met of betrokken zijn bij het aankopen, beheren en verkopen van vastgoed voor de uitvoering van rijksbeleid.

1 In het voorjaar van 2005hebben Financiën en LNV aangegeven de mogelijkheden te onderzoeken om hun vastgoeddiensten Domeinen en DLG per 1 januari 2006 te laten opgaan in één shared-service organisatie.

Prestatie-indicatoren

 
 

Basiswaarde

         
 

(2004)

20052006

2007

2008

2009

2010

Mate van uitvoering Werkprogramma RVR op punten

           

uitwisseling kennis en ervaring en opleiding.

0%

30% 60%

100%

n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

Mate van uitwisseling van vastgoedplannen en -informatie

           

tussen departementen

n.v.t.

20% 50%

80%

n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

Mate van uitvoering Werkprogramma RVR op punten

           

afstemming (incl. uniformering), adoptie en bundeling van

           

(i.e. realisatie shared-service(s) voor) uitvoerende activitei-

           

ten.

0%

30% 60%

100%

n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

Aantal projecten waarbij GOB sinds haar oprichting is

           

ingeschakeld

0

510

n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

Omvang beroep op leenfaciliteit door diverse departemen-

           

ten (in mln. €)

-

– n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

3.7.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid vanbeleid

 

20052006

2007

2008

2009

2010

Operationele doelstelling 1

       

Organisatieonderzoek Landelijk Beslaghuis

 

   

Organisatieonderzoek Bedrijfsvoering Opslag Vuurwerk

   

 

Operationele doelstelling 2

       

Evaluatie veiling benzinestations

     

Evaluatie beleidskader agrarische domeinen

   

 

Operationele doelstelling 3

       

Beleidsdoorlichting operationele doelstelling 3

   

Á

 

Evaluatie functioneren RVR/VG

 

   

Evaluatie leenfaciliteit voor departementen

 

   

Evaluatie GOB

 

   

Á Beleidsdoorlichting

♦ Overig evaluatie-onderzoek

Omschrijving

Bijdrage

Verantwoordelijkheid

3.8 Financieel-economisch beleid van de overheid

3.8.1 Algemene beleidsdoelstelling

Het bevorderen van doelmatig, doeltreffend en rechtmatig overheids-beleidbinnen overeengekomen beleidsprioriteiten, gericht op houdbare overheidsfinanciën.

Om te komen tot een houdbaar pad voor de overheidsfinanciën, tot doelmatige en rechtmatige overheidsuitgaven en om de administratieve lasten voor het bedrijfsleven te beperken.

Het ministerie van Financiën:

+ schept voorwaarden om de overheidsuitgaven en lastenontwikkeling

te beheersen + vermindert de administratieve lasten voor het bedrijfsleven.

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor operationele doelstellingen 1 en mede verantwoordelijk voor operationele doelstellingen 2, 3 en 4.

Succesfactoren

Effectgegevens

De realisatie van doelstellingen wordt bepaald door:

+ de economische omstandigheden

+ de kwaliteit van het beleid en de kwaliteit van de financiële functie

+ het naleven van afspraken

Behalen van deze doelstelling heeft als effecten dat:

+ de uitgaven en de lasten binnen het in de Miljoenennota gestelde

kader blijven, + het structurele EMU-tekort wordt gereduceerd met een 1⁄2% per jaar,

richting een tekort van maximaal 1⁄2% BBP in 2007, + de netto administratieve lasten zullen in 2006 op jaarbasis zijn

verminderd met € 3 mld.

3.8.2 Budgettaire gevolgen van beleid

 

Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000)

 

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

29 334

28 299

24 055

23 203

22 976

22 973

22 969

Apparaatsuitgaven

29 334

28 299

24 055

23 203

22 976

22 973

22 969

Uitgaven

29 129

28 299

24 055

23 203

22 976

22 973

22 969

Apparaatsuitgaven

29 129

28 299

24 055

23 203

22 976

22 973

22 969

Ontvangsten

4 635

2 613

2 613

2 613

2 613

2 613

2 613

Apparaatsontvangsten

4 6352 613

2 613

2 613

2 613

2 613

2 613

3.8.3 Operationele doelstellingen

3.8.3.1 Operationele doelstelling 1

Het terugbrengen van het structurele EMU-tekort tot1⁄2% BBP in 2007.

Motivering

+ Om een houdbaar pad voor de overheidsfinanciën te bereiken.

+ Om te voldoen aan de regels uit het verdrag van Maastricht en het Stabiliteits- en Groeipact.

+ Om duidelijke informatie te verstrekken over de budgettaire besluitvorming.

Instrumenten Activiteiten

Begrotingsregels en voorschriften

+ Het opstellen en handhaven van de kaders voor de collectieve uitgaven en de lastenontwikkeling.

+ Het transparant informeren over de budgettaire besluitvorming door verantwoording af te leggen aan de Staten-Generaal. Hiervoor wordt onder andere een cursus «schrijven leesbare begrotingen» door de Rijksacademie voor Financiën en Economie gegeven. Daarnaast wordt de begroting ook op Internet geplaatst.

+ In 2006 vindt een beleidsdoorlichting plaats van de begrotingssystematiek door de Studiegroep Begrotingsruimte.

+ Het normeren van de algemene uitkering van het Gemeentefonds en Provinciefonds en het ontwikkelen van maatregelen ter beheersing van het EMU-saldo OPL door reguliere berekening van de accressen, bestuurlijk overleg en het zonodig aanpassen van wet- en regelgeving. In 2006 vindt de evaluatie van de normeringsmethodiek plaats.

+ Het evalueren van de werking van het in 2003 ingestelde BTW-compensatiefonds. De uitkomsten van deze evaluatie zullen worden benut om de definitieve uitname uit Gemeentefonds en Provinciefonds vast te stellen welke dient als de voeding van het fonds. Daarnaast is het streven om de uitvoering te vereenvoudigen waardoor de administratieve lasten kunnen verminderen. De besluitvorming rondom de evaluatie van het BTW-compensatiefonds vindt plaats in het voorjaar van 2006. De implementatie in 2006/2007.

Doelgroepen Prestatie-indicatoren

Ministerraad, Staten-Generaal en decentrale overheden

 

(in % BBP)

2003

2004

20052006

2007 2008 2009

2010

Doelstelling structureel EMU-saldo

     

< - 0,5< - 0,5< - 0,5

<0,5

Structureel EMU-saldo

Structureel EMU-saldo inclusief vertraging1

  • 2,4 -3,1
  • 1,4
  • 1,4
  • 0,6 - 0,9
  • 1,0 - 0,6
   

Centraal Planbureau, Macro Economische Verkenning 2006, paragraaf 5.3, bladzijde 136.

 
 

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Uitgaven binnen kader

Ja

Ja Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Lasten binnen lastenkader

Ja

Ja Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Tussen 2003 en 2006 verbetert het structurele saldo, afhankelijk van de gehanteerde methode voor berekening, met gemiddeld 0,5tot 0,8 procent punt BBP per jaar.

3.8.3.2 Operationele doelstelling 2

Motivering

Instrumenten

Activiteiten

Het toetsen van beleidsvoorstellen en het aandragen van alternatieven.

+ Om te komen tot een beleid dat budgettair inpasbaar is en past binnen

het bredere financieel-economisch beeld. + Om het overheidsbeleid zo doelmatig en rechtmatig mogelijk te laten

zijn.

+ Comptabiliteitswet

+ Rijksbegrotingsvoorschriften

+ Het beoordelen, initiëren en ontwikkelen van beleidsvoorstellen door werkbezoeken, IRF- en interdepartementale onderzoeken, kennisgroe-pen, seminars, het opstellen van adviesnota’s op MR-stukken en verandertrajecten (bijv. op het terrein van het zorgstelsel, onderwijs of ruimte).

+ Inventarisatie van ombuigingsmaatregelen en beleidsvarianten.

+ Er op toezien dat het controle systeem op departementaal niveau goed functioneert.

Doelgroepen Prestatie-indicatoren

Departementen

 

(in %)

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Rechtmatigheid uitgaven, verplichtingen en ontvangsten

99,0

99,0 99,0

99,0

99,0

99,0

99,0

Motivering Instrumenten

3.8.3.3 Operationele doelstelling 3

Het bevorderen van een resultaatgerichte en rechtmatige bedrijfsvoering bij het Rijk.

Om te komen tot een doelmatige besteding van het overheidsgeld.

+   Comptabiliteitswet

+   Rijksbegrotingsvoorschriften

+   Regeling leen en depositiefaciliteit baten-lastendiensten 2003

+   Vermogensvoorschriften baten-lastendiensten 2003

+   Beleidslijn instellingsprocedure baten-lastendiensten 2003

Activiteiten

+ Financiële regelgeving schrappen, samenvoegen of vereenvoudigen.

+ Het begeleiden van het vormen van baten-lastendiensten en het uitvoeren van een pilot baten-lastenstelsel bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

+ Versterken bedrijfsvoering bij het Rijk door het financieel management te voorzien van rijksbrede overzichten, benchmarks en praktijkvoorbeelden.

+ Het financieel beheer verbeteren door de verantwoordelijkheid van het management voor bedrijfsvoering te versterken in het kader van het kabinetsstandpunt inzake IBO regeldruk en controletoren.

Doelgroepen

Prestatie-indicatoren Planning

Departementen, baten-lastendiensten, Ministerraad, decentrale overheden en Algemene Rekenkamer.

+ Begeleiding van circa 10 diensten in een veranderingstraject.

Het vereenvoudigen van de regelgeving zal in 2005/2006 vorm krijgen. Voor de overige activiteiten geldt planning 2006/2007.

Motivering

3.8.3.2 Operationele doelstelling 4

Een vermindering van de administratieve lasten voor het bedrijfsleven in de huidige kabinetsperiode met een kwart in 2007 ten opzichte van 31 december 2002.

Om de concurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven te bevorderen.

Instrumenten Activiteiten

Doelgroepen Prestatie-indicatoren

Rijksbegrotingsvoorschriften en MJN 2004/2005

+ Coördinatie van het programma voor de reductie van administratieve lasten bij de betrokken departementen.

+ Het monitoren van de voortgang van reductie van administratieve lasten.

+ Ondersteunen van overige ministeries door kennisuitwisseling en grensoverschrijdende samenwerking (Europa, interdepartementale samenwerking, methoden en technieken).

+ Samenwerking met andere overheden, zowel nationaal als internationaal.

+ Het vormen, op basis van het Nederlandse standaardkosten model, van een internationale standaard om administratieve lasten te meten. Zo loopt een aantal benchmark projecten met individuele EU lidstaten, waarin administratieve lasten worden gemeten. Hiermee wordt geprobeerd gezamenlijk de efficiëntie van implementatie van Europese regels te verbeteren.

Departementen en bedrijfsleven

 

(cumulatief in € mld.)

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Reductie netto-administratieve lasten

0,9

1,7 3

4,1

4,1

4,1

4,1

Planning

Het interdepartementale programma loopt van 2003 tot 2007.

3.8.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

 

2004 20052006 2007 2008 2009 2010

Operationele doelstelling 1

 

Jaarlijkse beoordeling Nederlands Stabiliteitsprogramma door

 

EFC/Ecofin

♦♦♦♦♦♦♦

Jaarlijkse IMF-artikel IV consultatie

♦♦♦♦♦♦♦

Doorlichting begrotingssystematiek door de Studiegroep Begrotings-

 

ruimte

Á

Evaluatie Normeringsystematiek

Evaluatie BTW-compensatiefonds

Operationele doelstelling 2

 

Visitatiecommissie over bijdrage van DGRB aan bevordering doelma-

 

tigheid en doeltreffendheid overheidsuitgaven

Operationele doelstelling 3

 

Evaluatie VBTB

(Tussen)evaluatie RPE

♦♦

Operationele doelstelling 4

 

Risico analyse

♦♦

Beleidsdoorlichting Overig evaluatie-onderzoek

  • 4. 
    DE NIET-BELEIDSARTIKELEN 4.1 Algemeen
 

Artikelonderdelen en budgettaire gevolgen (x € 1000)

 

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

110 003

129 396

103 941

103 370

110 374

110 603

104 892

Uitgaven

103 243

129 396

103 941

103 370

110 374

110 603

104 892

Totaal apparaatsuitgaven

101 302

126 119

103 741

103 225

110 269

110 553

104 847

Apparaatsuitgaven

101 302

120 519

98 141

97 625

104 669

104 953

99 247

Uitvoeringskosten omslagstelsel

             

Rijkswagenpark

 

5600

5600

5600

5600

5600

5600

Bijdrage aan tsunamislachtoffers

 

2 862

         

Tegoeden WO II

1 941

415200

14510

50

4

Ontvangsten

15 908

7 307

7 307

7 307

7 307

7 307

7 307

Apparaatsontvangsten

15908

1 707

1 707

1 707

1 707

1 707

1 707

Omslagstelsel Rijkswagenpark

 

5600

5600

5600

5600

5600

5600

Toelichting

PEW

De schommelingen in de apparaatsuitgaven worden grotendeels veroorzaakt door de uitgaven voor het Project Eigentijds Werken (PEW). Het doel van PEW is de renovatie van het gebouw van het ministerie van Financiën aan het Korte Voorhout.

Tegoeden WO II

De uitgaven voor tegoeden WOII hebben betrekking op de uitvoeringskosten van de afwikkeling van de verdeling van de tegoeden ten behoeve van de joodse gemeenschap.

Brussels European and Global Economic Laboratory (Bruegel) In 2006 wordt € 30 000 bijgedragen aan het Brussels European and Global Economic Laboratory (Bruegel). De bijdrage aan Bruegel heeft als doelstelling de samenwerking binnen Europa en de kwaliteit van het Europese beleid te bevorderen.

Stichting Instituut Financieel Economisch Beleid (IFEB) In 2006 wordt € 30 000 bijgedragen aan de Stichting Instituut Financieel Economisch Beleid (IFEB). De bijdrage aan IFEB heeft met name als doelstelling jonge afgestudeerden voor te bereiden op financieel economische beleidsfuncties op nationaal niveau.

4.2 Nominaal en onvoorzien

Artikelonderdelen en budgettaire gevolgen (x € 1000)

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

Uitgaven

Onvoorzien

Loonbijstelling

Prijsbijstelling

Ontvangsten

0

5 421

6 333

6 401

4 963

4 804

0               5 421               6 333               6 401               4 963               4 804

0               5421               6 333               6 401               4 963               4 804

000000 000000

000000

4 809

4 809

4 809 0 0

0

Toelichting

Vanuit dit artikel vinden overboekingen van loon en prijsbijstelling naar de loon- en prijsgevoelige artikelen binnen IXB plaats. De post onvoorzien is bedoeld om eventuele onzekere ontwikkelingen op IXB op te vangen.

  • 5. 
    BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

De bedrijfsvoeringsparagraaf is inhoudelijk gewijzigd naar aanleiding van het IBO-rapport «regeldruk en controletoren». De paragraaf bestaat nu uit 4 onderdelen:

  • • 
    de rechtmatigheid van de begrotingsuitvoering
  • • 
    de totstandkoming van de beleidsinformatie
  • • 
    het gevoerde financieel- en materieelbeheer
  • • 
    overige aspecten van de bedrijfsvoering

Er wordt gerapporteerd over uitzonderingen, bijvoorbeeld bijzondere risico’s of aandachtspunten die relevant zijn voor de Staten-Generaal. Op het vlak van de rechtmatigheid van de begrotingsuitvoering, de totstandkoming van beleidsinformatie en het gevoerde financieel- en materieelbeheer worden geen bijzondere risico’s of aandachtspunten voorzien. Onderstaand wordt ingegaan op de overige aspecten van de bedrijfsvoering.

Belastingdienst

Aan risicovolle projecten besteedt het management van de Belastingdienst extra aandacht. Met betrekking tot de ondersteunende processen brengt de Belastingdienst jaarlijks een mededeling over de bedrijfsvoering uit. In 2006 vraagt een aantal onderwerpen, extra aandacht van het management; de Belastingtelefoon, de start van de uitvoering van inkomensafhankelijke toeslagen en de werknemersverzekeringen.

Telefonische bereikbaarheid

De slechte telefonische bereikbaarheid in het najaar van 2004 heeft mede geleid tot het plan van aanpak Belastingtelefoon waarover de Tweede Kamer in april 2005is geïnformeerd. De komende tijd wordt gewerkt aan structurele maatregelen gericht op de verbetering van de kwaliteit van de Belastingtelefoon, zoals de inrichting van zes specifieke callcentra gericht op specifieke doelgroepen. Om de bereikbaarheid te verbeteren zal het aantal werkplekken, vooral in de piekuren, worden uitgebreid.

Uitvoering van de werknemersverzekeringen

De Belastingdienst wordt per 1 januari 2006 verantwoordelijk voor de heffing, inning en controle van de premies werknemersverzekeringen. Om deze taken te kunnen uitvoeren, komen gefaseerd vanaf 1 juli 2005in totaal 800 medewerkers over van UWV. Met de samenvoeging van het takenpakket van de Belastingdienst en het UWV wordt op termijn een aanzienlijke lastenverlichting voor het bedrijfsleven en een besparing op de uitvoeringskosten gerealiseerd.

Zorg- en huurtoeslag

Per 1 januari 2006 zal de Belastingdienst de zorgtoeslag gaan uitvoeren. Het gaat daarbij om ruim 6 miljoen aanvragen per jaar. Tevens zal de Belastingdienst per 1 januari 2006 de uitvoering van de huursubsidie van VROM overnemen. Voor de uitvoering van beide regelingen is een nieuw organisatieonderdeel opgericht, de Belastingdienst/Toeslagen. Vanaf september 2005zullen aanvragers van een zorgtoeslag en huurtoeslag een aanvraagformulier ontvangen. Indien deze vóór 1 november worden ingevuld, zullen vanaf eind december de eerste voorschotten worden uitbetaald.

Voor de implementatie van deze majeure operatie is een projectorganisatie ingericht. Belangrijkste taken voor het project zijn daarbij:

+ de ontwikkelingen van de geautomatiseerde systemen;

+ de inrichting van de nieuwe organisatie, inclusief de opleiding van het

personeel; + de communicatie en dienstverlening aan burgers.

De projectorganisatie rapporteert maandelijks aan de staatssecretaris over de voortgang van het project, die deze rapportages ook doorstuurt naar de Tweede Kamer.

Domeinen

Baten-lastendienst Domeinen Roerende Zaken/Landelijk Beslaghuis Op 1 januari 2006 start Domeinen Roerende Zaken als een baten-lasten-dienst, tegelijk met de gefaseerde invoering van het Landelijk Beslaghuis. Zodra de invoering van het Landelijk Beslaghuis nader is uitgewerkt, zullen de convenanten, systemen en werkinstructies aangepast worden.

Fusie Domeinen–DLG

Op dit moment wordt een fusie tussen Dienst Landelijk Gebied en Domeinen uitgewerkt. In verband met een mogelijke verbreding van de fusieorganisatie wordt een IBO-onderzoek gestart dat medio 2006 afgerond moet zijn.

Kerndepartement

Renovatie van het gebouw aan het Korte Voorhout

Het aanbestedingsproces voor de PPS Renovatie Financiën wordt in 2006 afgerond. Naar verwachting wordt in de loop van 2006 gestart met de renovatiewerkzaamheden. De hoofdzetel van het ministerie zal vanaf 2006 tijdelijk verplaatst worden naar de Prinses Beatrixlaan in Den Haag. De planning is dat het gerenoveerde gebouw Korte Voorhout 7 in de tweede helft van 2008 weer in gebruik genomen wordt.

Voorbereiden van het kerndepartement op de externe veranderingen. In 2006 wordt de organisatie van Financiën voorbereid op externe ontwikkelingen zoals het Ontwikkel- en Expertisecentrum (OC/EC), P-Direkt, Facilitair Salaris Centrum (FSC) en We Print Together (WPT). Het Facilitair Salaris Bureau (FSB) zal overgaan naar het back office P-Direkt. Een deel van de taken zal volgens de Transitieplanning worden overgebracht naar het front office van P-Direkt.

  • 6. 
    BATEN-LASTENPARAGRAAF DOMEINEN ROERENDE ZAKEN 6.1 Meerjarige begroting van baten en lasten
 

(x € 1000)

2006 2007

2008

2009

2010

Baten

       

Opbrengst moederdepartement

0000

0

Opbrengst overige departementen

10 900 10 850

10 750

10 650

10 650

Opbrengsten derden

2 950 2 950

2 950

2 950

2 950

Rentebaten

0000

0

Buitengewone baten

0000

0

Exploitatie bijdrage

0000

0

Totaal baten

13 850 13 800

13 700

13 600

13 500

Lasten

       

Apparaatskosten

       

Personele kosten

3 800 3755

3 755

3 755

3 755

Materiele kosten

9 600 9 600

9 600

9 600

9 600

Rentelasten

30 26

22

18

13

Afschrijvingskosten

       

Materieel

215224

212

248

230

Immaterieel

0000

0

Dotaties voorzieningen

0000

0

Buitengewone lasten

0000

0

Totaal lasten

13 645 13 605

13 58913 621

13 698

Saldo van baten en lasten

205 195

111

-21

2

Toelichting

Baten

Opbrengst departementen

In de opbrengst departementen zijn begrepen:

  • a. 
    Opbrengsten uit de kerntaak van het agentschap DRZ (opslag/ registratie/afwikkeling) vanwege inbeslaggenomen goederen (€ 8,7 mln.). De opdrachtgever hiervoor is het ministerie van Justitie (OM). De geraamde opbrengst is gebaseerd op het aantal te verhuren m2 en te besteden uren tegen vastgestelde tarieven, die zijn gebaseerd op voorcalculatorische kostprijzen.
  • b. 
    De geprognosticeerde opbrengst van de dienstverlening van opslag, taxatie en verkoopfaciliteiten op basis van het in 2003 gesloten contract met de Belastingdienst (€ 0,6 mln.), ministerie van Justitie (BOOM/CJIB, € 0,5mln.) en RWS (€ 0,1 mln.).
  • c. 
    Opbrengsten uit hoofde van vervoer van politie naar de regio eenheden van het agentschap (€ 0,4 mln.). De opdrachtgever hiervoor is het ministerie van Justitie.
  • d. 
    Opbrengsten uit hoofde van schoning van PC’s welke door departement worden afgestoten (€ 0,6 mln.).

Opbrengsten derden

De opbrengsten derden bestaan onder meer uit opgelden (ca. € 2,5mln.). Daarnaast zijn er nog opbrengsten voor abonnementen catalogi, boeteopbrengsten en opbrengsten voor kentekenbewijzen.

Lasten

Personeel

De categorie personeelskosten omvat de salariskosten (inclusief sociale lasten) van ambtelijk personeel en uitzendkrachten. Het agentschap DRZ heeft een formatie van 87 fte. Bij de bepaling van de gemiddelde jaarlijkse loonkosten is uitgegaan van ± € 42 750 per fte in 2006.

Materieel

In onderstaande tabel zijn de materiële exploitatiekosten van het agentschap DRZ naar categorie onderverdeeld. De materiële kosten worden voor meer dan 65% bepaald door de huisvestingscomponent: de door RGD in rekening gebrachte huren. Service Level Agreements worden afgesloten ter ondersteuning van het agentschap DRZ in specialistische functies, te weten automatisering, personeel, beleid etc.

Materiële kosten (x € 1000)

2006

2007

2008

2009

Huisvesting

Reis- en verblijfkosten

Bureaukosten

Communicatie

Service Level Agreements

Overig

 

6 300

6 300

6 300

6 300

40

40

40

40

200

200

200

200

210

210

210

210

1 340

1 340

1 340

1 340

1 510

1 510

1 510

1 510

Totaal materiële kosten

9600

9600

9600

9600

Rentelasten

Voor de financiering van de materiële vaste activa bij de start van het agentschap maakt het agentschap DRZ gebruik van de leenfaciliteit bij het ministerie van Financiën. Vervangingsinvesteringen worden door DRZ gefinancierd uit de lopende rekening. Hiervoor wordt dus geen aparte lening afgesloten (het minimale jaarlijkse investeringsbedrag moet groter zijn dan € 0,5mln.) Voor de berekening van de rentelasten is een rentepercentage van 4% gehanteerd.

Afschrijvingen

De afschrijvingen vinden lineair plaats. De afschrijvingstermijnen zijn

gebaseerd op de verwachte economische levensduur van een activum.

Daarbij zijn de voorschriften van het ministerie van Financiën over

handleiding agentschappen gehanteerd (richtlijnen van het HAFIR)

gehanteerd. Zie voor de gehanteerde afschrijvingstermijnen de meerjarige

investeringsplanning.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten zal worden aangewend als vermogensvorming tot het wettelijk maximale bedrag. Daarnaast zal de tariefstelling van het agentschap worden aangepast, zodat door het Agentschap behaalde efficiency resultaten terug vloeien naar de klant.

6.2 Kasstroomoverzicht

 

(x € 1000)

2006

2007

2008

2009

2010

  • 1. 
    Rekening courant RHB 1/1

0

117

205270

11

  • 2. 
    Totaal operationele kasstroom

420

419

323

227

232

3a. -/- Totaal investeringen

  • 200
  • 228
  • 155
  • 244
  • 52

3b +/+ Totaal boekwaarde desinvesteringen

         
  • 3. 
    Totaal investeringskasstroom
  • 200
  • 228
  • 155
  • 244
  • 52

4a. -/- Eenmalige uitkering aan moederdepartement

-798

       

4b. +/+ Eenmalige storting door moederdepartement

         

4c. -/- Aflossingen op leningen

  • 103
  • 103
  • 103
  • 102
  • 83

4d. +/+ Beroep op de leenfaciliteit

-798

       
  • 4. 
    Totaal financieringskasstroom
  • 103
  • 103
  • 103
  • 102
  • 83
  • 5. 
    Rekening courant RHB 31/12

117

205270

151

248

Overzicht investeringen

 

Categorie Afschrijvingstermijn

2006

2007

2008

2009

2010

Verbouwing 250 Heftrucks, palletwagens, gereedschapenmeubilair 8 100 000 60 000 Kantoormachinesenvoertuigen 4 50000 119 000 Telecommunicatie apparatuur 7 25000 0 Overige inventaris 10 25000 49000

0 92000 22000 11 000 30 000

0

60 000

130 000

22000

32000

0

4 000

46 000

0

2000

Totaal investeringen

200 000

228 000

155 000

244 000

52000

6.3 Openingsbalans per 1 januari 2006

 

Per 1 januari 2006 (x € 1000)

Balans jaar 2006

Activa

 

Immateriële activa

0

Materiële activa

 
  • grond en gebouwen

0

  • nstallaties en inventarissen

430

Overige materiële vaste activa

368

Voorraden

0

Debiteuren

50

Nog te ontvangen

0

Liquide middelen

190

Totaal activa

1 038

Passiva

 

Eigen vermogen

 
  • exploitatiereserve

0

  • verplichte reserves

0

  • onverdeeld resultaat

0

Leningen bij MinFin

798

Voorzieningen

0

Crediteuren

100

Nog te betalen

140

Totaal passiva

1 038

  • 7. 
    VERDIEPINGSHOOFDSTUK 7.1 Belastingen
 

Opbouw verplichtingen (x € 1000)

2004 20052006

2007

2008

2009

2010

Stand ontwerpbegroting 2005 3287 860 Nota van wijziging 69896 Mutatie1e suppletore begroting 2005– 39 644 Nieuwe mutaties 34 569 Stand ontwerpbegroting 2006 3033 341 3352 681

3 315 875 97 284

11994 3 367 353

3 287 6353 288 736

119 671 149 671

5– 66 341 - 66 147

4 367 1 171

3 345 332 3 373 431

3 293 071

159 671

  • 6 947

983

3 387 778

3 387 108

Opbouw uitgaven (x € 1000)

 

2004

20052006

2007

2008

2009 2010

Stand ontwerpbegroting 2005

 

3 287 859

3 315 815

3 287 575

3 288 736

3 293 071

Nota van wijziging

 

69 896

97 284

119 671

149 671

159 671

Mutatie 1e suppletore begroting

2005- 39 644

  • 7 800

5– 66 341

  • 66 147
  • 65 947

Nieuwe mutaties

           

Loonbijstelling

 

33 815

2 652

2 884

2 652

2 390

Prijsbijstelling

 

10 74510 463

9 892

9 938

9 992

PIA-taakstelling-2e tranche

 
  • 653
  • 6 575
  • 15033
  • 15033
  • 15033

Elektronische Overheid

   
  • 2 460
  • 1 990
  • 2 350
  • 2 580

Overboeking naar SZW ivm SUB

 
  • 14 300
       

Desaldering werk voor derden

 

11 400

       

Gewijzigde WKO

 

-4 200

-4 200

-4 200

-4 200

  • 4 200

Uitvoeringskosten WIA

   

4 500

2 500

2 750

3 000

Uitvoeringskosten EDM

   

5500

7 600

7 000

7 000

Bijdrage BSN

 
  • 2 200

-800

     

Voortzetting TBU

   

2 500

2 300

   

Overig

 

-38

414

414

414

414

Stand ontwerpbegroting 2006

3 010 723

3 352 680

3 367 293

3 345 272

3 373 431

3 387 778 3 387 108

Opbouw ontvangsten (x € 1000)

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Standontwerpbegroting20059 806244 Nota van wijziging                                                                              8000

Mutatie1e suppletore begroting 2005499 283 Nieuwe mutaties Belastingontvangsten                                                                    362 610

 

97 910 044

102 42 244

107 638 244

112 344 244

42 000

  • 94 000
  • 99 000
  • 73 000

5– 40 049

  • 40 049
  • 40 049
  • 40 049

2 488 217

1 350 291

  • 1 378 587
  • 2 318 028

Stand ontwerpbegroting 2006

92 813 280 101172137 100400212 103758486 106120608 109913167 113684644

Toelichting nieuwe mutaties

Voor een toelichting op de belastingontvangsten wordt verwezen naar de

Miljoenennota.

7.2 Financiële markten

 

Opbouw verplichtingen (x € 1000)

2004 20052006

2007

2008

2009

2010

Standontwerpbegroting20054962 Mutatie1esuppletorebegroting200522 847 Nieuwe mutaties 116 Stand ontwerpbegroting 2006 87774 72588

38 894

  • 2 743

498

36 649

34 894

-3 16

178

31 916

34 894 5–3 283 178 31 789

34 894

  • 3 283

177

31 788

31 787

Opbouw uitgaven (x € 1000)

2004 20052006

2007

2008

2009

2010

Stand ontwerpbegroting 200549 625 38 894

34 894

34 894

34 894

 

Mutatie1esuppletore begroting 2005 –1153 –2743

-3 156

-3 283

  • 3 283
 

Nieuwe mutaties

       

Loonbijstelling 106 8 8 8 7

 

Prijsbijstelling 10 10

10

10

10

 

Overige mutaties 480

160

160

160

 

Stand ontwerpbegroting 2006 54713 48588 36649

31 916

31 789

31 788

31 787

Opbouw ontvangsten (x € 1000)

 

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Stand ontwerpbegroting 2005

Mutatie 1e suppletore begroting 2005

Nieuwe mutaties

Winstuitkering DNB

Stand ontwerpbegroting 2006

494 596

588 551 - 156 855

175000 606 696

589 185 -9 000

112 333 692 518

597 735 - 96 000

48 783 550 518

610 401 - 113 000

24 117 521 518

618 318 - 119 000

4 200 503 518

503 518

Toelichting nieuwe mutaties

WinstuitkeringDNB

De hogere winst hangt voornamelijk samen met de gedaalde rente en met een aandelenherwaardering. Tevens heeft DNB een bate gerealiseerd in verband met buiten omloop gestelde bankbiljetten die niet zijn teruggeko-

men.

7.3 Financieringsactiviteiten publiek private sector

Opbouw verplichtingen (x € 1000)

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Stand ontwerpbegroting 2005                                                       85387

Mutatie1e suppletore begroting 20059 913 461 Bijstelling Gasgebouw                                                                   156 311

Afschaffing Regeling BF

Overige mutaties                                                                                    227

Stand ontwerpbegroting 2006                                42777 10155386

 

85362

85358

85333

85333

  • 139

-412

  • 339
  • 469

79 411

  • 79 411

-79 411

-79 411

28

29

27

27

5840

5564

5610

5480

5479

 

Opbouw uitgaven (x € 1000)

2004 20052006

2007

2008

2009

2010

Stand ontwerpbegroting 2005 18559

20 534

20 530

20 051

20 051

 

Mutatie1e suppletore begroting 20059 911 461

-3 639

-412

  • 339
  • 469
 

Nieuwe mutaties

         

Bijstelling Gasgebouw 156 311

         

Regeling BF

  • 500
  • 1 000
  • 1 500
  • 2000
 

Uitvoeringskosten tankstations 150

         

Loonbijstelling 54 4 4 4 4

 

Prijsbijstelling 10

10

11

9

9

 

Overig apparaat 13

14

14

14

14

 

Stand ontwerpbegroting 2006 60549 10086 558

16 423

19 147

18 239

17 609

17 107

Opbouw ontvangsten (x € 1000)

2004 20052006

2007

2008

2009

2010

Stand ontwerpbegroting 2005 675 432

658 539

664 065

660 050

656 043

 

Mutatie1e suppletore begroting 20051 486 843

260 924

230 924

200 924

170 924

 

Nieuwe mutaties

         

Dividend staatsdeelnemingen 56454

60 392

47 093

47 093

47 093

 

Opbrengst vermogenstitels 911 583

         

Afdrachten Holland Casino –1630

  • 1 630
  • 1 630
  • 1 630
  • 1 630
 

Afdrachten Staatsloterij –14804

  • 17 416
  • 17 416
  • 17 416

17 416

 

Terugstorting agio 21060

6 200

10 000

10 000

10 000

 

Tijdelijke regeling tankstations 750

         

Stand ontwerpbegroting 2006 2 110 369 3135688

967 009

933 036

899 021

865014

816 006

Toelichting nieuwe mutaties

Bijstelling Gasgebouw

De bruto-aankoopprijs van het transportbedrijf Gasunie bedroeg ruim

€ 156 mln. meer dan voorzien bij de 1ste suppletore begroting 2005.

Opbrengst vermogenstitels

De mutatie in de Opbrengst Vermogenstitels van € 912 mln. heeft

betrekking op de verkoop van aandelen TNT (€ 0,9 mld.) en KLM (€ 12

mln.).

7.4 Internationale financiële betrekkingen

 

Opbouw betalingsverplichtingen (x € 1000)

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Stand ontwerpbegroting 2005

mutatie1esuppletorebegroting2005

Nieuwe mutaties

Stand ontwerpbegroting 2006 84563

517 789

7 200

51

575 040

2 562 5–217 9 2 354

88 137

10 82 447

587 056 5– 14 393 9 572 672

2 564

73 010

9

75 583

2 356

Opbouw garantieverplichtingen (x € 1000)

2004 20052006

2007 2008

2009

2010

Standontwerpbegroting2005113445349043 321734 191 962 Mutatie1esuppletore begroting 2005 –235 598 –208 289 –1637 488 Stand ontwerpbegroting 2006 7 733 113 445113 445113 445278 474

113 445 1 455 879 1 569 324

113 44

Opbouw uitgaven (x € 1000)

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Stand ontwerpbegroting 2005                                                      181 818

Mutatie1e suppletore begroting 2005– 1 160

Nieuwe mutaties

Loonbijstelling                                                                                           45

Prijsbijstelling

Stand ontwerpbegroting 2006                              358 465

213 521 116 721

210 561 - 80 080

194 856 - 11 64

230 107 5–10 281

3433

66666

180 709             96 809           130 491           183 220           219 835

250 541

 
 

Opbouw ontvangsten (x € 1000)

2004 20052006

2007

2008

2009

2010

Standontwerpbegroting200512051028 Stand ontwerpbegroting 2006 1653 1205 1028

980 980

929 929

929 929

929

7.5 Exportkredietverzekering en investeringsgaranties

Opbouw verplichtingen (x € 1000)

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Standontwerpbegroting200511950036 11949947 11949948 11949948 11949948

Mutatie1esuppletorebegroting200583

Nieuwe mutaties                                                                                      24                      4                      5                      4                      4

Stand ontwerpbegroting 2006                           3 746 557 11950 060 11950 034 11949 953 11 949 952 11 949 952 11 949 952

Opbouw uitgaven (x € 1000)

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

147 899 5–9917

147 900

147 900

147 900

Standontwerpbegroting2005142988

Mutatie1esuppletorebegroting2005– 000

Nieuwe mutaties

Loonbijstelling                                                                                           20                      2                      2                      1                      1

Prijsbijstelling                                                                                              4                      2                      3                      3                      3

Stand ontwerpbegroting 2006                                863 5138 012          137 986          147 905147 904          147 904

147 904

 

Opbouw ontvangsten (x € 1000)

 

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Stand ontwerpbegroting 2005 Mutatie 1e suppletore begroting 2005 Nieuwe mutaties Vervroegde aflossingen Stand ontwerpbegroting 2006

266 972

173 815168 815168 815168 815149 488 210 546 546 546 546 546

424 000 92 900 - 52 000 - 52 800 - 54 700 808 361 262 261 117 361 116 561 95334

105034

Toelichting nieuwe mutaties

Vervroegde aflossingen

In de Club van Parijs zijn afspraken gemaakt over de vervroegde aflossing van een aantal landen. Dit leidt tot een positieve bijstelling van de provenuontvangsten in 2005en 2006 en een negatieve bijstelling voor latere jaren.

7.6 Staatsloterij

Vervallen.

7.7 Beheer materiële activa

 

Opbouw verplichtingen (x € 1000)

2004 20052006

2007

2008

2009

2010

Standontwerpbegroting2005103868 Mutatie1esuppletorebegroting20053 600 Nieuwe mutaties 2 751 Stand ontwerpbegroting 2006 95556 110 219

109 197

  • 10 598 98 599

109 096

  • 10 778 98 318

101 96

  • 10 781 90 815

101 739

  • 10 782 90 957

90 953

Opbouw uitgaven (x € 1000)

2004 20052006

2007

2008

2009

2010

Stand ontwerpbegroting 2005103 868

109 197

109 096

101 96

101 739

 

Mutatie 1e suppletore begroting 20053 600

         

Nieuwe mutaties

         

Overheveling naar Justitie i.v.m DRZ

-8 700

-8 700

-8 700

  • 8 700
 

Oprichting DRZ

  • 2 800
  • 2 800
  • 2 800
  • 2 800
 

PIA-taakstelling -14

  • 141

-323

  • 323
  • 323
 

Loonbijstelling 498

31

34

31

28

 

Prijsbijstelling 767

762

761

761

763

 

Overig 1500

250

250

250

250

 

Stand ontwerpbegroting 2006 94018 110 219

98 599

98 318

90 815

90 957

90 953

Opbouw ontvangsten (x € 1000)

2004 20052006

2007

2008

2009

2010

Stand ontwerpbegroting 2005 366 697

261 564

273 032

134 018

110 159

 

Mutatie 1e suppletore begroting 200512 168

-32

5–287

  • 287
   

Nieuwe mutaties

         

Verkoop onroerende zaken 47000

  • 47 000
       

Oprichting DRZ

  • 2 800
  • 2 800
  • 2 800
  • 2 800
 

Vervroegde aflossing koopsom 22000

         

Aflossing anticiperende aankopen

-7 000

       

Pachtontvangsten

     

-2 500

 

Overige

798

       

Stand ontwerpbegroting 2006 410 643 447 865

205 030

269 945130 931

104 859

101 953

Toelichting nieuwe mutaties

Overheveling naar Justitie in verband met DRZ

In verband met de oprichting van het agentschap Roerende Zaken vindt

een begrotingsoverheveling naar Justitie (€ 8,7 mln.) plaats.

Oprichting DRZ

Door de oprichting van de baten-lastendienst DRZ vervallen hiermee samenhangende apparaatuitgaven en beheerskosten (€ 2,8 mln.). De bedragen corresponderen met de gederfde ontvangsten. Door de oprichting van de baten-lastendienst DRZ vervallen ontvangsten (opgelden en apparaatsontvangsten RZ).

Verkoop onroerende zaken

De verkoop van gronden conform het met de Tweede Kamer afgestemde

beleidskader verloopt in 2005sneller dan verwacht (€ 47 mln.).

Vervroegde aflossingkoopsom

De vervroegde aflossing van een grote koopsom leidt tot een positieve

bijstelling van de ontvangsten in 2005.

Aflossing anticiperende aankopen

Er is sprake van een vervroegde aflossing van de Fochteloërveenlening op 29 december 2004. Regulier had deze lening op 31 december 2006 afgelost moeten worden.

7.8 Financieel-economisch beleid van de overheid

 

Opbouw verplichtingen (x € 1000)

2004 20052006

2007

2008

2009

2010

Standontwerpbegroting200526913 Mutatie1esuppletorebegroting2005972 Nieuwe mutaties 414 Stand ontwerpbegroting 2006 29334 28299

24 166

  • 110
  • 1

24 055

23 39 -33 - 1 23 203

23 347 5–468 97 22 976

23 347

-468

94

22 973

22 969

Opbouw uitgaven (x € 1000)

2004

20052006

2007

2008

2009

2010

Standontwerpbegroting200526913

Mutatie1esuppletorebegroting2005972

Nieuwe mutaties

Loonbijstelling                                                                                        431

Prijsbijstelling                                                                                            83

Overig apparaat                                                                                   –100

Stand ontwerpbegroting 2006                                29129            28299

 

24 166

23 39

23 347

23 347

  • 110

-33

5–468

-468

31

33

30

27

68

66

67

67

  • 100
  • 100
   

24 055

23 203

22 976

22 973

22 969

 
 

Opbouw ontvangsten (x € 1000)

2004 20052006

2007

2008

2009

2010

Standontwerpbegroting20052613 2613 Stand ontwerpbegroting 2006 46352 613 2613

2 613 2 613

2 613 2 613

2 613 2 613

2 613

7.9 Algemeen

 

Opbouw verplichtingen (x € 1000)

2004 20052006

2007

2008

2009

2010

Standontwerpbegroting200592646 Mutatie1esuppletore begroting 2005 36048 Nieuwe mutaties 702 Stand ontwerpbegroting 2006 110 003 129 396

82 366

19 609

1 966

103 941

88 02 13 551 1 794 103 370

96 442

13 516

416

110 374

96 728

13 461

414

110 603

104 892

Opbouw uitgaven (x € 1000)

2004 20052006

2007

2008

2009

2010

Stand ontwerpbegroting 200592 646 82 366

88 02

96 442

96 728

 

Mutatie1esuppletore begroting 2005 36048 19609

13 551

13 516

13 461

 

Nieuwe mutaties

       

Loonbijstelling 604 46

49

4539

 

Prijsbijstelling 646 543

615

712

716

 

Overig apparaat –548 1377

1 130

  • 341
  • 341
 

Stand ontwerpbegroting 2006 103 243 129 396 103 941

103 370

110 374

110 603

104 892

Opbouw ontvangsten (x € 1000)

2004 20052006

2007

2008

2009

2010

Standontwerpbegroting20057707 7707 Mutatie1e suppletore begroting 2005– 400 – 400 Stand ontwerpbegroting 2006 15908 7307 7307

7 707 -400 7 307

7 707 - 400 7 307

7 707 - 400 7 307

7 307

7.10 Nominaal en onvoorzien

 

Opbouw verplichtingen en uitgaven (x € 1000)

2004 20052006

2007

2008

2009

2010

Stand ontwerpbegroting 2005 –5790

  • 16 901
  • 28 853

-31 613

-31 756

 

Nota van wijziging 10398

21 703

33 009

33 009

33 009

 

Mutatie 1e suppletore begroting 200533 813

6 379

  • 2 028
  • 928
  • 1 114
 

Nieuwe mutaties

         

Loonbijstelling –19931

  • 2 513
  • 2 517
  • 2 513
  • 2 513
 

Prijsbijstelling –13828

  • 13 376
  • 12 827
  • 12 903
  • 12 962
 

Taakstelling PIA 702

7 068

16 164

16 164

16 164

 

Overige mutaties 57

3 973

3 453

3 747

3 976

 

Stand ontwerpbegroting 2006 0 5421

6 333

6 401

4 963

4 804

4 809

Opbouw ontvangsten (x € 1000)

2004                20052006                2007                2008                2009                 2010

Stand ontwerpbegroting 2005                                                                 0                      0                      0                      0                      0

Stand ontwerpbegroting 2006                                         0                      0                      0                      0                      0                      0

Toelichting nieuwe mutaties

Loonbijstelling

De mutatie betreft het toedelen van de loonbijstelling aan de loongevoelige artikelen op IXB.

Prijsbijstelling

De mutatie betreft het toedelen van de prijsbijstelling aan de prijsgevoelige artikelen op IXB.

Taakstelling PIA

De mutatie betreft het verdelen van de taakstelling Professioneel Inkopen

en Aanbesteden, welke bij 1ste suppletore wet 2005op artikel 10 is

geparkeerd.

Overige mutaties

De overige mutaties betreffen vooral het verdelen van de bijdrage aan de

uitgaven voor de Elektronische Overheid (bij BZK) over IXB.

0

  • 8. 
    BIJLAGE INZAKE ZBO’S EN RWT’S

In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van de ZBO’s die onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Financiën vallen.

Artikel

Artikel 1 Belastingen Artikel 2 Financiële markten

Artikel 9 Algemeen

ZBO

Waarderingskamer

Autoriteit Financiële Markten De Nederlandsche Bank Stichting Waarborgfonds Motorverkeer Nederlands Bureau der Motorrijtuigenverzekeraars

Stichting Afwikkeling Maror-gelden

Overheid

Stichting Joods Humanitair Fonds

  • 9. 
    BIJLAGE MOTIES EN TOEZEGGINGEN

Overzicht van de door de Staten-Generaal aanvaarde moties en door bewindslieden gedane toezeggingen in het vergaderjaar 2004–2005

FISCAAL

Door de Staten-Generaal aanvaarde moties

 

Onderdeel A.1 Moties waarvan de uitvoering is afgerond

Vergaderjaar

Omschrijving van de motie

Vindplaats

Stand van zaken/Planning

  • 1. 
    2003-2004

Van Hijum en Hofstra: Nota mobiliteit;

Kamerstukken II 2003/04,

De Minister van Financiën heeft

 

Motie met het verzoek om een vast

29 644, nr. 2

geantwoord bij brief aan de

 

percentage van de opbrengsten uit de

 

Tweede Kamer van 12 oktober

 

belastingen op automobiliteit te

 

2004

 

oormerken voor realisatie, beheer en

 

Kamerstukken II 2004/05, 29 644,

 

onderhoud van infrastructuur.

 

nr. 7 herdruk.

  • 2. 
    2003-2004

Weekers c.s.: Wet financiering sociale

Kamerstukken II 2003/04,

Staatssecretaris heeft geant-

 

verzekeringen; Motie over het verkorten

29 529, nr. 16

woord bij brief van 24 december

 

van de beslistermijnen die gelden voor

 

2004

 

de afhandeling van bezwaarschriften.

 

Kamerstukken II 2004/05, 29 529,

 

Verzoekt de regering de beslistermijnen

 

nr. 22.

 

alsmede de bezwaartermijnen nog dit

   
 

jaar te heroverwegen, daarbij aanslui-

   
 

ting zoekend bij de Algemene Wet

   
 

Bestuursrecht.

   
  • 3. 
    2003-2004

Koopmans/de Krom: roept de regering

Kamerstukken II 2003/04,

Brief aan TK d.d. 12 maart 2004.

 

op om één vorm van heffing op de

27 664, nr. 21

Kamerstukken II 2003/04, 27 664,

 

export van afval te introduceren óf de

 

nr. 26.

 

WBM-heffing op het storten van afval te

   
 

verlagen.

   
  • 4. 
    2003-2004

Slob: verzoekt de regering een overzicht

Kamerstukken II 2003/04,

Afgehandeld bij brief van de

 

te maken van de in de landbouwpraktijk

28 207, nr. 4

Staatssecretaris d.d. 18 februari

 

ervaren knelpunten rond vrijstellingen in

 

2005

 

de Wet op belastingen van rechtsverkeer

 

Kamerstukken II 2004/05, 28 207,

 

en mogelijke oplossingen daarvan en de

 

nr. 10.

 

TK daarover zo snel mogelijk te

   
 

informeren.

   
  • 5. 
    2003-2004

Van Vroonhoven-Kok c.s.: verzoekt de

Kamerstukken II 2003/04,

Afgehandeld bij brief van de

 

regering om een analyse van de werking

28 244, nr. 75

Minister van Economische Zaken

 

van de onderlinge verhouding van de

 

mede namens de Staatssecretaris

 

Mededingingswet en de Algemene wet

 

van Financiën d.d. 3 december

 

rijksbelastingen hierover; verzoekt

 

2004

 

voorts zonder afbreuk te doen aan ratio

 

Kamerstukken 2004/05, 28 244,

 

van de Mededingingswet, indien nodig,

 

nr. 87.

 

de wet zodanig aan te passen dat

   
 

gegevensuitwisseling tussen beide

   
 

instanties vergemakkelijkt wordt.

   
  • 6. 
    2003-2004

Dezentjé Hamming: verzoekt de regering

Kamerstukken II 2003/04,

Heroriëntatie Vpb is inmiddels

 

een onderzoek uit te voeren om het

29 210, nr. 75

gestart. Nota «Werken aan winst»

 

stelsel van vennootschapsbelasting op

 

is op 29 april 2005aan de Kamer

 

korte termijn te herzien.

 

gestuurd

Kamerstukken II 2004/05, 30 107,

nr. 2.

Onderdeel A.1 Moties waarvan de uitvoering is afgerond

 

Vergaderjaar Omschrijving van de motie

Vindplaats

Stand van zaken/Planning

7.

2004–2005Motie Herben: mogelijkheden om na

Kamerstukken II 2004/05,

Notitie over het onderwerp is

 

veertig dienstjaren in een slijtend beroep

29 800, nr. 11

gepubliceerd als Bijlage 3 bij

 

vervroegd met pensioen te kunnen

 

Nota naar aanleiding van het

 

gaan.

 

Verslag en het Nader Verslag van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling Kamerstukken II 2004/05, 29 760, nr. 10

8.

2004–2005Verhagen c.s. over wijzigingen in de

Kamerstukken II 2004/05,

Brief van de Minister van

 

begroting 2005en volgende jaren.

29 800, nr. 4

Financiën m.b.t. de uitvoering van de motie is verzonden d.d. 4 oktober 2005.

Kamerstukken II 2004/05, 29 800, nr. 29.

9.

2003–2004 Van Vroonhoven/Dezentjé Hamming:

Kamerstukken II 2003/04,

Rapport is naar kamer gestuurd

 

verzoekt de regering de toegankelijkheid

29 210, nr. 84

op 15dec 2004.

 

van de WBSO-regeling te bevorderen.

 

Kamerstukken II 2004/2005, 29 515, nr. 47.

10.

2004–2005Motie van As: verzoekt het kabinet te

Kamerstukken II 2004/05,

Afgerond. Discussienota «Alge-

 

onderzoeken aan welke goede-doelen-

29 800, nr. 32

meen nut beogende instellingen

 

organisaties de overheid belastinggeld

 

in de fiscaliteit» is op 8 juni 2005

 

geeft, waarvan het salaris van de

 

aan de Kamer gestuurd.

 

bestuurders meer is dan die van een

 

Kamerstukken II 2004/05, 27 789,

 

minister en de kamer daarover te

 

nr. 10

 

informeren.

   

11.

2004–2005Motie Vroonhoven-Kok:Verzoek tot

Kamerstukken II 2004/05,

Meegenomen in Nota «Werken

 

regeling voor gemengde kosten.

29 767, nr. 59

aan winst» die d.d. 29 april 2005 aan de Kamer is gestuurd Kamerstukken II 2004/05, 30 107, nr. 2.

12.

2004–2005Motie van der Vlies c.s.: verzoekt de

Kamerstukken II 2004/05,

Afgehandeld; is meegenomen in

 

regering om voorstellen te ontwikkelen

29 800, nr. 37

de nota Mantelzorg in beeld van

 

voor fiscale tegemoetkoming in de

 

VWS d.d . 17 juni 2005

 

kosten die mantelzorgers maken en deze

 

Kamerstukken II 2004/05, 30 169,

 

voorstellen te presenteren in het

 

nr. 1

 

Belastingplan 2006.

   

13.

2004–2005Motie Dezentjé Hamming: Kwalitatief

Kamerstukken II 2004/05,

De doorlooptijden zijn opgeno-

 

prestatiecontract met B/CPP.

29 767, nr. 57

men in het prestatiecontract waarmee aan de motie is voldaan.

Onderdeel A.1 Moties waarvan de uitvoering is afgerond

 

Vergaderjaar

Omschrijving van de motie

Vindplaats

Stand van zaken/Planning

14.

2003-2004

Giskes c.s.: Verzoek om een overzicht

Kamerstukken II 2003/04,

Sinds 2003 is het innovatieplat-

   

van fiscale instrumenten die relevant zijn

29 210, nr. 80

form actief op het terrein van de

   

voor de kenniseconomie en een

 

kenniseconomie. Dit platform

   

desbetreffend plan van aanpak vóór

 

heeft zich zelf ten doel gesteld de

   

1 juni 2004.

 

innovatiekracht van Nederland te versterken, zodat ons land in 2010 weer een koploper is in de Europese kenniseconomie. Fiscale instrumenten maken deel uit van de instrumenten die kunnen worden benut om de doelstellingen ten aanzien van de kenniseconomie te halen. Derhalve beschouwen wij de onderhavige motie als zijnde opgegaan in doelstellingen van het innovatieplatform en daarmee als afgedaan.

15.

2004-2005

Motie Verburg c.s.: inzake wijziging benamingen in AWIR en de materiewetten, «huursubsidie» en «Regeling tegemoetkoming kinderopvang».

Kamerstukken II 2004/05, 29 764/29 765, nr. 33.

De motie is uitgevoerd.

16.

2004–2005Motie Omtzigt: verzoekt de regering<

Kamerstukken II 2004/05,

De Staatssecretaris van Financiën

   

alimentatie zo vast te stellen dat over

29 763, nr. 79

heeft bij brief van 8 juli 2005

   

inkomen éénmaal de werkgeversbij-

 

aangegeven waarom het niet

   

drage betaald wordt.

 

mogelijk is uitvoering te geven aan deze motie

Kamerstukken II 2004/05, 29 689, nr. 10

17.

2003-2004

Vendrik: verzoekt de regering het

Kamerstukken II 2003/04,

Afgehandeld. Beleid vergt aanpak

   

landelijk team gecoördineerd fiscale

29 200 IXB, nr. 16

op lokaal niveau. Met gemeenten

   

vrijplaatsen-beleid, op zeer korte termijn

 

zijn en worden thans convenan-

   

om te vormen in een landelijke

 

ten afgesloten over een geza-

   

Task-Force vrijplaatsontmanteling.

 

menlijke aanpak van vrijplaatsen

18.

2004–2005Motie Koser Kaya c.s.: Gewijzigde motie

Kamerstukken II 2004/05,

Afgehandeld bij brief van de

   

over mogelijkheden aansprakelijkheids-

17 050, nr. 294

Staatssecretaris, mede namens

   

stelling van bestuurder van malafide

 

de Staatssecretaris van SZW,

   

uitzendbureaus en het verhalen van de

 

d.d. 8 september 2005.

   

schade.

 

DGB 2005-4961.

19.

2004–2005Motie Crone c.s.: Accijnsvrijstelling voor

Kamerstukken II 2004/05, 29 767,

Is meegenomen in Belastingplan

   

biobrandstoffen

nr. 50

2006

Door de Staten-Generaal aanvaarde moties

 

Onderdeel A.2 Moties waarvan de uitvoering nog niet is afgerond

 

Vergaderjaar

Omschrijving van de motie

Vindplaats

Stand van zaken/planning

1.

1996-1997

De Vries c.s. verzoekt wetgeving voort-

Kamerstukken II 1996/97

In het kader van de Belasting-

   

vloeiend uit het wetsvoorstel (herziening

24 761, nr. 21

herziening 2001 hebben zich op

   

regime AB c.a.) te evalueren, de Tweede

 

het terrein van het regime AB

   

Kamer in de loop van het jaar 2000

 

enkele nieuwe ontwikkelingen

   

hierover te informeren en in het bijzon-

 

voorgedaan. Als gevolg daarvan

   

der aandacht te schenken aan de

 

is besloten om de evaluatie van

   

regelingen m.b.t. fictief loon en fictieve

 

dit regime mee te nemen in de

   

rente en huur.

 

evaluatie van Belastingherziening 2001, welke in 2005zal worden afgerond.

2.

1999-2000

Bos c.s. verzoekt de regering om

Kamerstukken II 1999/00,

Zal worden meegenomen bij de

   

ontwikkelingen op de onroerendgoed-

26 727, nr. 101

evaluatie in 2005van de Wet IB

   

markt te volgen i.v.m. arbitragemoge-

 

2001.

   

lijkheden voor particuliere verhuurders

   
   

tussen box I en box III alsmede de

   
   

mogelijke invloed op het door deze

   
   

verhuurders te plegen onderhoud.

   

3.

1999-2000

Giskes c.s. verzoekt de regering om z.s.m. een notitie op te stellen over de mogelijkheden om ook andere producten dan lijfrenteverzekeringen, zoals geblokkeerde spaar- of beleggingsrekeningen, in aanmerking te laten komen voor de fiscale faciliteiten t.b.v. de pensioenopbouw.

Kamerstukken II 1999/00, 26 727, nr. 106

In voorbereiding.

4.

2003-2004

Dezentjé Hamming: verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze ouderen kunnen worden gevrijwaard van het invullen van formulieren voor de Belastingdienst en dit onderzoek vóór 1 maart 2004 aan de Kamer aan te bieden.

Kamerstukken II 2003/04, 29 210, nr. 77

In voorbereiding.

5.

2003-2004

Giskes c.s.: Verzoekt de regering in het

Kamerstukken II 2003/04,

Rapportage wordt na het

   

voorjaar 2004 een integrale visie op de

29 210, nr. 81

zomerreces 2005aan de Kamer

   

financiële betrokkenheid van de

 

aangeboden.

   

overheid bij het wonen, te presenteren.

   

6.

2003-2004

Samsom: verzoekt de regering WKK’s met een elektrisch rendement van minder dan 30%, budgetneutraal (bijvoorbeeld via een glijdende schaal), gedeeltelijke vrijstelling van energiebelasting te geven, corresponderend met het brandstofverbruik dat toegewezen kan worden aan de elektriciteitsproductie.

Kamerstukken II 2003/04, 29 207, nr. 13

In voorbereiding.

7.

2004–2005Motie Bakker: Differentiatie bij heffings-

Kamerstukken II 2004/05

In voorbereiding.

   

en invorderingsrente.

29 767, nr. 51

 

Onderdeel A.2 Moties waarvan de uitvoering nog niet is afgerond

Vergaderjaar Omschrijving van de motie

Vindplaats

Stand van zaken/planning

  • 8. 
    2004–2005Motie Bruls c.s. over het bevorderen van een vrijwillige certificering en periodieke keuring binnen de uitzendbranche en geen verplichte vergunning te ontwikkelen

. Motie Bussemaker c.s.: Verzoek om bestrijding van fraude en illegale arbeid in de uitzendbranche prioriteit te geven.

Kamerstukken II 2004/05, 17 050, nr. 287, nr. 288

Kamer wordt in september 2005 geïnformeerd.

  • 9. 
    2004–2005Motie Noorman-Den Uyl c.s.: verzoek om niet-gebruik van de fiscale regeling voor chronisch zieken en gehandicapten tot minder dan 10% terug te brengen.

Kamerstukken II 2004/05, 29 800 XV, nr. 78

In voorbereiding.

  • 10. 
    2004–2005Motie Verburg c.s.: motie die er toe

strekt dat dezelfde gegevens niet vaker dan eenmaal door de werkgever of werknemer hoeven te worden verstrekt.

Kamerstukken II 2004/05, 29 764/29 765, nr. 25

In voorbereiding.

  • 11. 
    2004–2005Motie Omtzigt: verzoekt de regering om de koopkrachtgarantie aan jongeren met een Wajong-uitkering een structureel karakter te geven.

Kamerstukken II 2004/05, 30 124, nr. 31

In voorbereiding.

  • 12. 
    2004–2005Motie Omtzigt: verzoekt de regering om niet-gebruik van de zorgtoeslag tot een absoluut minimum te beperken.

Kamerstukken II 2004/05, 30 124, nr. 33

In voorbereiding.

Door bewindslieden gedane toezeggingen

 

Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond

Vergaderjaar

Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

  • 1. 
    1997-1998

Op verzoek van B. M. de Vries zal de

Staatssecretaris tijdens alge-

In de nota Vpb «werken aan

 

Staatssecretaris de Tweede Kamer een

meen overleg op 18 juni 1998

winst» die op 29 april 2005aan

 

toetsingsschema doen toekomen voor

met vaste Commissie voor

de Tweede Kamer is gestuurd,

 

de Nederlandse inzet bij onderhandelin-

Financiën over de notitie «Uit-

wordt aandacht besteed aan

 

gen over de totstandkoming van een

gangspunten van het beleid op

onderdelen van het verdrags-

 

bilateraal belastingverdrag.

het terrein van internationaal

beleid

   

fiscaal (verdragen)recht»

Kamerstukken II 2004/05, 30 107,

   

Kamerstukken II 1997/98, 25087, nr. 4

nr. 2.

  • 2. 
    2000-2001

Wat betreft de buitenlandse regeling

Staatssecretaris tijdens het

Met ingang van 1 januari 2005

 

kinderopvang moeten nog nadere

wetgevingsoverleg over diverse

zijn de regelingen voor kinderop-

 

afspraken worden gemaakt over hoe de

concept-AMvB’s en Ministeriële

vang gewijzigd.

 

toets zal plaatsvinden. Er dienen

Regelingen i.v.m. de belasting-

 
 

algemene regels te worden geformu-

herziening 2001 op 11 december

 
 

leerd.

2000.

Handelingen II 2000/01, 26 727,

nr. 125, p. 20

 

Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond

Vergaderjaar

Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

  • 3. 
    2002-2003

Deelnemingsvrijstelling. Toegezegd is te

Staatssecretaris tijdens

Heroriëntatie Vpb is gestart. Nota

 

onderzoeken op welke wijze andere

Financiële beschouwingen op

is op 29 april 2005aan de TK

 

Europese landen invulling hebben

30 oktober 2002.

verzonden

 

gegeven aan de deelnemingsvrijheid in

Handelingen 2002/03, nr. 13 + 14

Kamerstukken II 2004/05, 30 107,

 

verschillende verschijningsvormen.

 

nr. 2.

  • 4. 
    2002-2003

Over twee jaar zullen de effecten

Staatssecretaris tijdens de

Het evaluatierapport WACP is op

 

geanalyseerd worden van het terugha-

plenaire behandeling Belasting-

11 oktober 2004 aan de Kamer

 

len van de willekeurige afschrijvings-

plan 2003 op 13 november 2002.

gezonden

 

mogelijkheid continentaal plat. Daarna

Handelingen II 2002/03, nr. 20

Kamerstukken II 2004/05, 29 800,

 

zal bezien worden of er adequate

 

nr. 7.

 

maatregelen genomen moeten worden.

   
  • 5. 
    2003-2004

Waterspoor. Er wordt interdepartemen-

Staatssecretaris tijdens de

Rapport IBO bekostiging water-

 

taal beleidsonderzoek (IBO) naar de

behandeling van de nota

beheer is afgerond en met

 

bekostiging van het waterbeheer

Fiscaliteit, landbouw- en

kabinetsstandpunt naar de kamer

 

uitgevoerd. De waterschappen worden

natuurbeleid op 6 oktober 2003.

gestuurd

 

ook bij het onderzoek betrokken. Begin

Kamerstukken II 2003/04, 28 207,

Kamerstukken II 2003/04, 29 428,

 

voorjaar 2004 wordt gekomen met een

nr. 5

nr. 1.

 

kabinetsstandpunt.

   
  • 6. 
    2003-2004

Toegezegd vóór Prinsjesdag aan de

Minister tijdens AO over

Brief met overzicht verzonden op

 

Kamer een lijst van maatregelen ter

administratieve lasten op 14 juni

21 september 2004

 

verlichting administratieve lasten te

2004

Kamerstukken II 2004/05, 29 515,

 

zenden die op/door Financiën wel

Kamerstukken II 2003/04, 29 515,

nr. 34.

 

overwogen zijn, maar ook weer zijn

nr. 16, p. 36

 
 

verworpen en dat met korte toelichting

   
 

op de waarom-vraag.

   
  • 7. 
    2003-2004

Vereenvoudiging loonbegrip. Verdere

Staatssecretaris tijdens AO over

Resultaat is verwerkt in voort-

 

stappen bezien met SZW; in dat kader

administratieve lasten op 14 juni

gangsrapportage administratieve

 

bespreken met SZW of voor kleine

2004.

lasten 2005van d.d. 14 maart

 

kortdurende baantjes zoals vakantie-

Kamerstukken II 2003/04, 29 515,

2005

 

baantjes van scholieren e.d. heffing

nr. 16

Kamerstukken II 2004/05, 29 515,

 

beperken tot belastingen en geen

 

nr. 57.

 

premie, maar dan ook geen uitkerings-

   
 

recht; resultaat hiervan in de volgende

   
 

administratieve lasten brief die is

   
 

voorzien voor maart/april 2005.

   
  • 8. 
    2003-2004

Wanneer blijkt dat zich structureel

Staatssecretaris tijdens de

De Staatssecretaris heeft bij brief

 

knelpunten voordoen bij vrijstellingen

behandeling van de nota

van d.d. 18 februari 2005uitvoe-

 

overdrachtsbelasting, wordt daarover

Fiscaliteit, landbouw- en

ring gegeven aan de toezegging.

 

met de Kamer overleg gevoerd.

natuurbeleid op 6 oktober 2003

Kamerstukken II 2004/05, 28 207,

   

Kamerstukken II 2003/04, 28 207, nr. 5

nr. 10.

  • 9. 
    2003-2004

Knelpunten in Vpb die Dezentjé

Staatssecretaris tijdens het

Heroriëntatie Vpb is gestart. Nota

 

Hamming naar voren heeft gebracht

wetgevingsoverleg over het

is op 29 april 2005aan de TK

 

meenemen als wordt gekeken naar een

Belastingplan 2004 op

verzonden

 

eventuele herziening van de Vpb.

10 november 2003

Kamerstukken II 2004/05, 30 107,

   

Kamerstukken I 2003/04, 29 210,

nr. 2.

   

nr. 93, p. 21

 
  • 10. 
    2003-2004

Toegezegd te kijken of de Wet op de Vpb

Staatssecretaris tijdens de

Heroriëntatie Vpb is gestart. Nota

 

wel «lean and mean» is en aansluit bij

Algemene Financiële Beschou-

is op 29 april 2005aan de TK

 

de snelle ontwikkelingen die zich op dit

wingen in de Eerste Kamer op

verzonden

 

moment voltrekken en of wij daar

11 november 2003

Kamerstukken II 2004/05, 30 107,

 

binnen Europa wel mee uit de voeten

Handelingen I 2003/04, nr. 6,

nr. 2.

 

kunnen.

  • p. 
    313–314
 

Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond

Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

  • 11. 
    2003–2004          De Kamer op de hoogte houden van de

ervaringen die worden opgedaan met reparatiewetgeving aangaande Bosal.

Staatssecretaris tijdens de behandeling van het Belastingplan in de EK op 9 december 2003 nr. 11, p. 474

De ontwikkelingen m.b.t. deze wetgeving worden gevolgd.

  • 12. 
    2003–2004          De vergroeningscommissie zal concrete

voorstellen moeten doen die zullen worden betrokken bij het Belastingplan.

Staatssecretaris tijdens de behandeling van het Belastingplan in de EK op 9 december 2003

Handelingen I 2003/04, nr. 11, p. 494

Is meegenomen in Belastingplan 2005.

  • 13. 
    2003–2004          Kijken naar tekstuele opschoning, de

definities in de Vpb en zorgen voor een heldere omschrijving van de wetteksten binnen de Vpb.

Staatssecretaris tijdens de behandeling van het Belastingplan in de EK op 9 december 2003

Handelingen I 2003/04, nr. 11, p. 498

Heroriëntatie Vpb is gestart. Nota

is op 29 april 2005aan de TK

verzonden

Kamerstukken II 2004/05, 30 107,

nr. 2.

  • 14. 
    2003–2004          De kwestie aangaande «home state

taxation» meenemen. In dit kader het spanningsveld concurrerend fiscaal vestigingsklimaat en harmonisatie EU meenemen.

Staatssecretaris tijdens de behandeling van het Belastingplan in de EK op 9 december 2003

Handelingen I 2003/04, nr. 11, p. 498

Heroriëntatie Vpb is gestart. Nota

is op 29 april 2005aan de TK

verzonden

Kamerstukken II 2004/05, 30 107,

nr. 2.

  • 15. 
    2003–2004          De Kamer zal nader worden geïnfor-

meerd over de BPM bij invoer.

Staatssecretaris tijden AO over de herziening van de fiscale regels op het terrein van verkeer en vervoer d.d. 11 februari 2004 Kamerstukken II 2003/04, 29 280, nr. 9

Afgehandeld; onderdeel van wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de accijns en van enkele andere wetten.

Kamerstukken II 200 405, 29 729, nr. 3.

  • 16. 
    2003–2004          In een brief aan de Kamer zal worden

ingegaan op horizontaal toezicht van de Belastingdienst.

Staatssecretaris tijdens AO over de APA/ATR-praktijk etc. d.d. 3 juni 2004

Kamerstukken II 2003/04, 29 200 IX B, nr. 28

Bij brief van 8 april 2005heeft de Staatssecretaris de Kamer geïnformeerd over de verkenning van horizontaal toezicht Kamerstukken II 2004/05, 29 643, nr. 4.

  • 17. 
    2003–2004          Nog voor de zomer een besluit dat

voldoet aan de OESO-normen m.b.t stroomlijning en gelijke behandeling van hoofdkantoren.

Staatssecretaris tijdens AO over

APA/ATR- praktijk etc. d.d. 3 juni

2004

Kamerstukken II 2003/04 29 200

IXB, nr. 28

Afgehandeld. Besluit is uitgebracht op 21 augustus 2004. Nr. IFZ2004/680 M.

  • 18. 
    2003–2004          De Belastingdienst zal een instructie

ontvangen over de zaken die absoluut niet door de beugel kunnen. De wet wordt aangepast voor oplossingen die praktisch en wenselijk blijken.

Staatssecretaris tijdens AO over

APA/ATR- praktijk etc. d.d. 3 juni

2004

Kamerstukken II 2003/04 29 200

IXB, nr. 28

De werkinstructie is op 24 december 2004 aan de Belastingdienstregio’s verzonden en is o.a. gepubliceerd op de website van het Ministerie van Financiën.

  • 19. 
    2003–2004          Het is misschien verstandig voor

aanvang van het nieuwe vergaderjaar een dag te organiseren over onderwerpen als: wat is de taak van de Belastingdienst. Er kan een presentatie worden gegeven over de gang van zaken rond de APA/ATR en hoe beleidsbesluiten tot stand komen.

Staatssecretaris tijdens AO over

APA/ATR- praktijk etc. d.d. 3 juni

2004

Kamerstukken II 2003/04 29 200

IXB, nr. 28

Bedrijfsbezoek TK is gehouden.

 

Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond

 

Vergaderjaar

Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

20.

2003-2004

De Kamer op de hoogte stellen zodra er duidelijkheid is over de beschikking voor de Belgische coördinatiecentra.

Staatssecretaris tijdens AO over

APA/ATRpraktijk etc. d.d. 3 juni

2004

Kamerstukken II 2003/04 29 200

IXB, nr. 28

Afgehandeld.

Kamerstukken II 2004/05, 29 998,

nr. 3.

21.

2004–2005Praktijkproblemen m.b.t. de aftrek van de financieringsrente bij bedrijfsopvolging, bekijken.

Staatssecretaris tijdens de behandeling van het Belastingplan in de EK d.d. 14 december 2004

Handelingen I 2004/05, nr. 10, p. 496.

Renteaftrekbeperkende maatregelen worden meegenomen bij de lopende heroriëntatie van de Wet op de Vennootschapsbelasting. Nota «Werken aan winst» is op 29 april 2005aan de Kamer gestuurd

Kamerstukken II 2004/05, 30 107, nr. 2.

22.

2004–2005De Kamer een nota zenden met

antwoorden op vragen over «algemeen nut beogende instellingen».

Staatssecretaris tijdens de behandeling van het Belastingplan in de EK, d.d. 14 december 2004

Handelingen I 2004/05, nr. 10, p. 485.

Afgehandeld. Nota op 20 juni 2006 aan de TK verzonden. Kamerstukken II 2004/05, 27 789, nr. 10.

23.

2003-2004

Rond Prinsjesdag en in ieder geval vóór de behandeling van het Belastingplan zal de Kamer inzicht worden geboden in de verwachting van het budgettaire beslag van de TBU-regeling in 2004. Bezien zal worden of het mogelijk is om ook inzicht te bieden in de casuïstiek.

Staatssecretaris tijdens AO over diverse belastingonderwerpen d.d. 16 juni 2004 Kamerstukken II 2003/04, 26 727/29 210/29 606, nr. 132. Afgehandeld.

Brief van de Minister van SZW d.d. 17 september 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 200 XV, nr. 110.

24.

2003-2004

De Kamer zal worden geïnformeerd over bepalingen rond de weekendregeling omtrent chronisch zieken.

Staatssecretaris tijdens AO over diverse belastingonderwerpen d.d. 16 juni 2004 Kamerstukken II 2003/04, 26 727, 29 606, 29 210 nr. 132.

Afgehandeld in Overige Fiscale maatregelen 2005. Staatsblad 2004, 654.

25.

2003-2004

Via reguliere rapportages het verloop (van samenwerking tussen UWV en de Belastingdienst)aan de Kamer te rapporteren.

Staatssecretaris tijdens overleg in EK van het wetsvoorstel Walvis d.d. 22 juni 2004 Handelingen I 2003/04, nr. 34, p. 1844.

Meegenomen in Beheersverslag 2003 van de Belastingdienst dat op 8 december 2004 aan de Kamer is gezonden. Tweede halfjaarlijkse rapportage: Kamerstukken II 2004/05, 26 448, nr. 11

26.

2003-2004

Op verzoek van de kamerleden wordt een apart wetsvoorstel inzake opleggen van een dwangsom door de Belastingdienst ingediend. Toegezegd dit spoedig mogelijk te doen.

Staatssecretaris tijdens AO over onderzoek Belastingdienst naar fraude bouwbedrijven d.d. 23 juni 2004

Kamerstukken II 2004/05, 28 244, nr. 86

Was opgenomen in het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen (OFM) maar is na gedachtewisseling met de TK, niet in de wet opgenomen.

27.

2004–2005Schriftelijke reactie op motie Verhagen c.s. (Kamerstukken 29 800, nr. 4) vóór de Algemene Financiële Beschouwingen.

Minister tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen d.d. 29 september 2004 Handelingen II 2004/05, nr. 5, p. 189.

Brief verzonden d.d. 4 oktober

2005.

Kamerstukken II 2004/05, 29 800,

nr. 29.

28.

2004–2005Bij de behandeling van het Belastingplan terugkomen op de voorgestelde regeling grijs kenteken bij gehandicapten en niet winstmakende bedrijven.

Staatssecretaris tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen d.d. 6 oktober 2004 Handelingen II 2004/05, nr. 8, p. 386.

Is meegenomen bij nota van

wijziging.

Kamerstukken II 2004/05, 29 767,

nr. 6.

Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond

Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

  • 29. 
    2004–2005Toegezegd een brief aan de Kamer te

zenden over de «gevolgen van de kosten die met bezwaar samenhangen».

Staatssecretaris tijdens behandeling wetsvoorstel Wijziging wet waardering onroerende zaken d.d. 27 oktober 2004 Handelingen II 2004/05, nr. 14.

Brief is verzonden d.d. 1 november 2004. Kamerstukken II 2004/05, 29 612, nr. 15.

  • 30. 
    2004–2005Kijken hoe de film-c.v. minder bureaucratisch kan worden gemaakt, zodat in ieder geval de fiscale afhandeling geen vertraging hoeft te betekenen voor het opstarten van nieuwe filmprojecten.

Staatssecretaris tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen d.d. 6 oktober 2004 Handelingen II 2004/05nr. 8, p. 402

Afgehandeld in Belastingplan

2005en brief van 19 november

2004

Kamerstukken II 2004/05, 25 434,

nr. 22.

Filmregeling. Met Staatssecretaris Van der Laan in 2005bezien hoe we verder met de filmstimulering moeten omgaan. We treden hiervoor in overleg met de sector.

Staatssecretaris tijdens het plenaire debat inzake het Belastingplan 2005d.d. 17 en 18 november 2004 Handelingen II 2004/05, Nr. 25, p. 1563.

Regeling aanwijzing filminveste-ringen 2005. Stcrt. 2005, 133

  • 31. 
    2004–2005Nadere informatie m.b.t. de financiële onderbouwing amendementen, anti-cumulatiebepaling en gelijkwaardige keuzemogelijkheid spaarloon en levensloop etc.

Staatssecretaris tijdens het wetgevingsoverleg inzake fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling d.d. 19 november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 760, nr. 54.

Brief van de Minister van SZW en de Staatssecretaris van 23 november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 760, nr. 37.

  • 32. 
    2004–2005Toegezegd de wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in verband met de invoering van een aftrekverbod voor de aankoopkosten van een deelneming, in een stroomschema te plaatsen’.

Staatssecretaris tijdens de behandeling wetsvoorstel wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in de EK d.d. 2 november 2004 Handelingen I 2004/05, nr. 3, p. 55.

Brief van de Staatssecretaris d.d. 15november 2004 aan de EK Kamerstukken I 2004/05, 29 381, nr. E.

  • 33. 
    2004–2005Resultaat van de werkgroep stroomlijning uitkeringen WBSO nog vóór zomerreces.

Staatssecretaris tijdens AO over

administratieve lasten op 14 juni

2004

Kamerstukken II 2003/04, 29 515,

nr. 16, p. 34.

Rapport is op 15december 2004 aangeboden aan de TK Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 47.

  • 34. 
    2004–2005Toegezegd een brief aan de Kamer te sturen m.b.t. buitengewone uitgaven.

Staatssecretaris tijdens wetgevingsoverleg Belastingplan en Overige Fiscale Maatregelen (OFM) d.d. 15november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 767, nr. 60.

Staatssecretaris heeft geantwoord in een brief van 17 november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 767/29 758, nr. 46.

  • 35. 
    2004–2005          Toegezegd een brief aan de Kamer te

sturen m.b.t. de jonggehandicaptenkorting voor Wajongers.

Staatssecretaris tijdens wetgevingsoverleg Belastingplan en Overige Fiscale Maatregelen (OFM) d.d. 15november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 767, nr. 60.

Staatssecretaris heeft geantwoord in een brief van 17 november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 767/29 758, nr. 46.

  • 36. 
    2004–2005Toegezegd een brief aan de Kamer te sturen m.b.t. weekenduitgaven.

Staatssecretaris tijdens wetgevingsoverleg Belastingplan en Overige Fiscale Maatregelen (OFM) d.d. 15november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 767, nr. 60.

Staatssecretaris heeft geantwoord in een brief van 17 november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 767/29 758, nr. 46.

 

Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond

 

Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

37.

2004–2005Toegezegd een brief aan de Kamer te

Staatssecretaris tijdens wetge-

Staatssecretaris heeft geant-

 

sturen m.b.t. autokostenfictie in de

vingsoverleg Belastingplan en

woord in een brief van

 

loonbelasting.

Overige Fiscale Maatregelen

17 november 2004

   

(OFM) d.d. 15november 2004

Kamerstukken II 2004/05,

   

Kamerstukken II 2004/05, 29 767, nr. 60.

29 767/29 758, nr. 46.

38.

2004–2005Toegezegd een brief aan de Kamer te

Staatssecretaris tijdens wetge-

Staatssecretaris heeft geant-

 

sturen m.b.t. film.

vingsoverleg Belastingplan en

woord in een brief van

   

Overige Fiscale Maatregelen

17 november 2004

   

(OFM) d.d. 15november 2004

Kamerstukken II 2004/05,

   

Kamerstukken II 2004/05, 29 767, nr. 60.

29 767/29 758, nr. 46.

39.

2004–2005Toegezegd een brief aan de Kamer te

Staatssecretaris tijdens wetge-

Staatssecretaris heeft geant-

 

zenden waarin wordt ingegaan op de

vingsoverleg Belastingplan en

woord in een brief van

 

wijze waarop de amendementen op het

Overige Fiscale Maatregelen

17 november 2004

 

Belastingplan 2005inzake de versoepe-

(OFM) d.d. 15november 2004

Kamerstukken II 2004/05, 29 758,

 

lingen van de tonnageregeling zich

Kamerstukken II 2004/05, 29 767,

nr. 27.

 

verhouden tot de mogelijkheden die de

nr. 60.

 
 

nieuwe communautaire richtsnoeren

   
 

betreffende staatssteun voor het

   
 

zeevervoer bieden.

   

40.

2004–2005Toegezegd dat personen die vanwege

Staatssecretaris tijdens de

In antwoord op kamervragen van

 

een handicap zijn aangewezen op een

behandeling van het Belasting-

lid Kant d.d. 13 januari 2005stelt

 

bestelauto, zonder verhoging van fiscale

plan in de EK d.d. 14 december

de Minister van Financiën dat in

 

lasten grijs mogen blijven rijden.

2004

het Belastingplan 2005een rege-

 

Belastinginspecteurs zullen bij twijfel

Handelingen I 2004/05, nr. 10,

ling is opgenomen die toereikend

 

een ruimhartige beslissing moeten

  • p. 
    481.

is voor de doelgroep. De regeling

 

nemen.

 

zal door de Belastingdienst ruimhartig worden toegepast.

41.

2004–2005De TK een afschrift van de teksten van

Staatssecretaris tijdens het

Bij brief van 3 februari 2005aan

 

de lagere regelgeving op het punt van

schriftelijk overleg over het

voldaan.

 

de nieuwe regeling grijs kenteken voor

Belastingplan 2005

Kamerstukken II 2004/05

 

gehandicapten toezenden, zodra een en

Kamerstukken II 2004/05,

29 767/29 758, nr. 62.

 

ander geregeld is.

29 767/29 758, nr. 61, punt 5.

 

42.

2004–2005Brief met OCW inzake mogelijkheid af te

Staatssecretaris tijdens de

Brief van de Staatssecretaris en

 

wijken van de AWIR op draagkracht-

behandeling Inkomensafhanke-

de Minister van OCW is op

 

vormgeving.

lijke regelingen (AWIR) in de TK

20 januari 2005aan de TK

   

d.d. 20 januari 2005

gestuurd.

   

Handelingen II 2004/05, nr. 40,

Kamerstukken II 2004/05,

   
  • p. 
    2667.

29 764/29 765, nr. 28.

43.

2004–2005Schriftelijke uitwerking rekenvoor-

Staatssecretaris tijdens de

Afgehandeld bij brief van de

 

beelden inkomensterugval in de loop

behandeling Inkomensafhanke-

minister van SZW d.d. 25januari

 

van het jaar.

lijke regelingen (AWIR) in de TK

2005.

   

d.d. 20 januari 2005

Kamerstukken II 2004/05,

   

Handelingen II 2004/05, nr. 40,

29 764/29 765, nr. 29.

   
  • p. 
    2706.
 

44.

2004–2005Als de Belastingdienst langs de fiscale

Staatssecretaris tijdens de

Afgehandeld bij brief van de

 

rechtsgang het inkomen door de rechter

behandeling Inkomensafhanke-

minister van SZW d.d. 25januari

 

heeft moeten aanpassen, zal de

lijke regelingen (AWIR) in de TK

2005.

 

Belastingdienst Toeslagen de toeslag

d.d. 20 januari 2005

Kamerstukken II 2004/05,

 

ambtshalve/automatisch aanpassen.

Handelingen II 2004/05, nr. 40, p. 2708.

29 764/29 765, nr. 29.

Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond

 

Vergaderjaar

Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

45.

2004-2005

Het oordeel van het kabinet over de

Staatssecretaris tijdens de

Afgehandeld bij brief van de

   

motie Gerkens schriftelijk aan de Kamer

behandeling Inkomensafhanke-

minister van SZW d.d. 25januari

   

meedelen.

lijke regelingen (AWIR) in de TK d.d. 20 januari 2005 Handelingen II 2004/05, nr. 40, p. 2709.

2005. Kamerstukken II 2004/05, 29 764/29 765, nr. 29.

46.

2004–2005De antwoorden op nog eventuele

Staatssecretaris tijdens de

Afgehandeld bij brief van de

   

openstaande vragen schriftelijk aan de

behandeling van het wetsvoor-

Staatssecretaris van 22 februari

   

Kamer doen toekomen.

stel VUT/prepensioen in de EK d.d. 15februari 2005 Handelingen I 2004/05, nr. 15, p. 742.

2005

Kamerstukken I 2004/05, 29 760,

nr. G.

47.

2004–2005Toegezegd de Kamer nadere informatie

Staatssecretaris tijdens AO over

Afgehandeld bij brief van de

   

met betrekking tot de waarborgsom

bestrijding van fraude en illega-

Staatssecretaris d.d. 18 maart

   

alvorens personeel te mogen uitlenen,

liteit in de uitzendbranche d.d.

2005

   

voor de behandeling van het VAO toe te

2 maart 2005

Kamerstukken II 2004/05, 17 050,

   

sturen

Kamerstukken II 2004/05, 17 050, nr. 292.

nr. 291.

48.

2004–2005Verschillende toezeggingen m.b.t.

Staatssecretaris tijdens AO over

De Staatssecretaris heeft bij brief

   

verbetering kwaliteit Belastingtelefoon

bereikbaarheid van de Belasting-

van 8 april 2005uitvoering

   

en bereikbaarheid Belastingdienst.

dienst d.d. 16 maart 2005 Kamerstukken II 2004/05, 29 800 IX B, nr. 20.

gegeven aan deze toezeggingen Kamerstukken II 2004/05, 29 800 IX B, nr. 21.

49.

2004–2005Proberen binnen de randvoorwaarden

Staatssecretaris tijdens de

Kabinet heeft gekozen voor

   

met voorstellen te komen om in 2007

Algemene Financiële Beschou-

stroomlijning fiscale kinderkortin-

   

richting een kindertoeslag te gaan en

wingen d.d. 6 oktober 2004

gen per 1-1-2006. (Belastingplan

   

daarmee de administratieve rompslomp

Handelingen II 2004/05nr. 8,

2006)

   

rond het lesgeld op te ruimen.

  • p. 
    402

Kabinet heeft besloten dat het lesgeld per 1-8-2005is afgeschaft.

50.

2004-2005

Toegezegd de mondelinge vragen van

Staatssecretaris tijdens de

Afgehandeld in een brief van de

   

dhr. Rouvoet bij de AFB, over het in

Algemene Financiële Beschou-

Staatssecretaris van

   

beeld brengen van de autokosten bij de

wingen d.d. 6 oktober 2004

17 november 2004

   

loonbelasting, te beschouwen als

Handelingen II 2004/05, nr. 8,

Kamerstukken II 2004/05,

   

«ingediend» en deze te betrekken bij de

  • p. 
    403.

29 767/29 758, nr. 46.

   

schriftelijke behandeling van het

   
   

Belastingplan 2005.

   

51.

2004-2005

Belastingschulden. Aandacht voor

Staatssecretaris tijdens het

In het beheersverslag van de

   

ontwikkeling meenemen bij het

plenaire debat (TK) inzake

Belastingdienst over 2004 is

   

beheersverslag Belastingdienst

Belastingplan en OFM d.d. 17 en 18 november 2004 Handelingen II 2004/05, nr. 25, p. 1561.

uitgebreid aandacht besteed aan de invordering en de genomen maatregelen. Daarnaast wordt de kamer nog apart geïnformeerd in de rapportage over vrijplaatsen en contra legem waar ook ruime aandacht wordt besteed aan de invordering.

52.

2004-2005

Bij het Belastingplan 2006 kijken naar

Staatssecretaris tijdens de

Afgehandeld; is meegenomen in

   

mantelzorg en hierover open van

Algemene Financiële Beschou-

de nota Mantelzorg in beeld van

   

gedachten wisselen.

wingen d.d. 6 oktober 2004 Handelingen II 2004/05nr. 8, p. 403.

VWS d.d. 17 juni 2005 Kamerstukken II 2004/05, 30 169, nr. 1

Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond

 

Vergaderjaar

Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

53.

2004-2005

De differentiatie van BPM naar uitstoot

Staatssecretaris tijdens AO over

Is meegenomen in het Belasting-

   

zal worden ingevoerd per 1 januari 2006

beleidsnota verkeersemissies

plan 2006.

   

en daarnaast zal moeten worden

d.d. 4 november 2004

 
   

onderzocht hoe dit zichtbaar kan worden

Kamerstukken II 2004/0529 667,

 
   

gemaakt voor de consument.

nr. 8

 

54.

2004-2005

De door mw. Fierens aangekaarte

Staatssecretaris tijdens het

De Staatssecretaris heeft de

   

problematiek WOZ-waardering van in

wetgevingsoverleg inzake de

toegezegde brief d.d.

   

aanbouw zijnde objecten wordt, zoals

begroting en uitgaven van het

22 december aan de Kamer

   

afgesproken in het WOZ-overleg met de

Gemeentefonds en het

verzonden

   

Kamer, meegenomen in een brief van de

Provinciefonds d.d.

Kamerstukken II 2004/0529 800

   

Staatssecretaris.

29 november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 800 B/ 29 800 C, nr. 10.

B, nr. 12.

55.

2004-2005

Toegezegd dat de voor de pensioenfond-

Staatssecretaris tijdens de

Besluit en regeling zijn gepubli-

   

sen relevante aanpassingen van de

behandeling wetsvoorstel

ceerd in respectievelijk Staats-

   

uitvoeringsregeling en het uitvoerings-

VUT/prepensioen d.d.

blad 2005, nr. 178 en Staatscou-

   

besluit m.b.t. pensioenregelingen voor

25november 2004

rant 2005, nr. 65.

   

1 januari 2005gereed zullen zijn.

Handelingen II 2004/05, nr. 28, p. 1837.

 

56.

2004-2005

Nadere studie over slijtende beroepen

Minister tijdens de Algemene

Studie is opgenomen in bijlage 3

   

(motie Herben, Kamerstukken 29 800,

Politieke Beschouwingen d.d.

bij Kamerstukken II 2004/05,

   

nr. 11).

29 september 2004 Handelingen II 2004/05, nr. 5, p.

29 760, nr. 10.

57.

2004-2005

De compensatie voor het afschaffen van

Staatssecretaris tijdens het

Wetsvoorstel is ingediend bij TK

   

het gebruikersdeel OZB zal aan bod

wetgevingsoverleg inzake de

op 27 april 2005.

   

komen bij het wetsvoorstel Afschaffing

begroting en uitgaven van het

Kamerstukken II 2004/05, 30 096.

   

OZB-gebruikersdeel.

Gemeentefonds en het Provinciefonds d.d. 29 november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 800 B, nr. 10.

 

58.

2004-2005

Voor 2006 terugkomen op dingen die

Staatssecretaris tijdens de

Is meegenomen in het Belasting-

   

CO2- en NOx-uitstoot kunnen geven.

behandeling van het Belasting-

plan 2006.

   

Daarnaast bekijken of we nog verder

plan in de EK d.d. 14 december

 
   

kunnen met differentiatie binnen de

2004

 
   

BPM en met stimulering van EURO

Handelingen I 2004/05, nr. 10,

 
   

5-motoren.

  • p. 
    485
 

59.

2004-2005

Samen met VNO-NCW met een pilot

Staatssecretaris tijdens de

Afgehandeld; Inmiddels hebben

   

bekijken hoe we de administratieve

behandeling van het Belasting-

15ondernemers zich aangemeld

   

lasten van de auto van de zaak in LB zo

plan in de EK d.d. 14 december

voor het project, waarmee nu in

   

beperkt mogelijk kunnen houden.

2004

Handelingen I 2004/05, nr. 10,

  • p. 
    497.

overleg wordt getreden. Waarschijnlijk wordt in het najaar hierover gerapporteerd.

60.

2004–2005De vaste commissie voor sociale zaken

Staatssecretaris tijdens de

Afgehandeld. Op 26 mei 2005zijn

   

en werkgelegenheid in de TK goed

behandeling van de Wet finan-

de resultaten van het onderzoek

   

informeren over de resultaten van de

ciering sociale verzekeringen

van de Algemene Rekenkamer

   

consultatie van de Algemene Rekenka-

(WFSV) in de EK d.d.

aan de TK verzonden. Kamerstuk-

   

mer.

14 december 2004 Handelingen I 2004/05, nr. 10, p. 467

ken II 2004/2005, 30 130, nr. 2.

61.

2004–2005Terugkomen op finetuning op zorg-

Staatssecretaris tijdens de

Is meegenomen in de Miljoenen-

   

toeslag en nadere afstemming kinder-

behandeling van de Wet Inko-

nota 2006.

   

toeslag in Miljoenennota 2006.

mensafhankelijke regelingen

(AWIR) in de TK d.d. 20 januari

2005

Handelingen II 2004/05, nr. 40,

  • p. 
    2657
 

Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond

 

Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

62.

2004–2005Nota van wijziging waarin staat dat bij

Staatssecretaris tijdens de

De nota van wijziging is d.d.

 

een wisselend partnerinkomen indien

behandeling van de Wet Inko-

20 januari 2005gepubliceerd.

 

mogelijk een ondergrens van 10% in

mensafhankelijke regelingen

Kamerstukken II 2004/05, 29 764,

 

plaats van 20% wordt gesteld.

(AWIR) in de TK d.d. 20 januari

2005

Handelingen II 2004/05, nr. 40,

  • p. 
    2658.

nr. 23.

63.

2004–2005Criteria door Kamer genoemd m.b.t. het

Staatssecretaris tijdens de

 
 

afnemen van niet-gebruik van de

behandeling van de Wet Inko-

 
 

huursubsidie worden gemonitord.

mensafhankelijke regelingen

(AWIR) in de TK d.d. 20 januari

2005

Handelingen II 2004/05, nr. 40,

  • p. 
    2666. Is een continu proces.
 

64.

2004–2005Uitzoeken aantallen mensen die

Staatssecretaris tijdens de

Niet meer relevant als gevolg van

 

maatschappelijk beleggen en recht

behandeling van de Wet Inko-

aanname amendement.

 

hebben op huursubsidie.

mensafhankelijke regelingen

Kamerstukken II 2004/05, 29 765,

   

(AWIR) in de TK d.d. 20 januari

nr. 10.

   

2005

 
   

Handelingen II 2004/05, nr. 40,

 
   
  • p. 
    2667 + 2687.
 

65.

2004–2005 Maandelijks een eenvoudige rapportage

Staatssecretaris tijdens de

Met ingang van maart 2005

 

inzake loop van het proces, aan de

behandeling van de Wet Inko-

wordt maandelijks gerapporteerd

 

Kamer sturen.

mensafhankelijke regelingen

(AWIR) in de TK d.d. 20 januari

2005

Handelingen II 2004/05, nr. 40,

  • p. 
    2669.

over de voortgang.

66.

2004–2005Toegezegd dhr. Omtzigt een tijdpad toe

Staatssecretaris tijdens de

Aan voldaan door middel van

 

te sturen van nu tot 1 januari 2006 t.b.v.

behandeling van de Wet Inko-

voortgangsrapportage maart

 

een goed beeld wanneer welke stappen

mensafhankelijke regelingen

2005

 

worden genomen en wanneer welke

(AWIR) in de TK d.d. 20 januari

Kamerstukken II 2004/05, 29 800

 

systemen operationeel zijn.

2005

Handelingen II 2004/05, nr. 40,

  • p. 
    2707.

IXB, nr. 22.

67.

2004–2005Minister Zalm zegt de heer Van

Minister tijdens de Algemene

Eenhoorn heeft een verkenning

 

Middelkoop toe dat hij bereid is om te

Financiële Beschouwingen in de

naar het decentraal belasting-

 

bezien of er andersoortige belastingen

EK d.d. 23 november 2004

gebied plaatsgevonden. Het

 

zijn dan de OZB.

Handelingen I 2004/05, nr. 6,

rapport Eenhoorn is per brief op

   
  • p. 
    270. O.l.v.

19 mei jl. aangeboden aan de Tweede Kamer.

Kamerstukken II 2004/05, 26 213, nr. 14.

68.

2004–2005Rapportage interdepartementale

Staatssecretaris tijdens de

De rapportage wordt in het

 

samenwerking jaarlijks via het Beheers-

behandeling van de Wet Inko-

beheersverslag van 2005

 

verslag van de Belastingdienst.

mensafhankelijke regelingen

(AWIR) in de TK d.d. 20 januari

2005

Handelingen II 2004/05, nr. 40,

  • p. 
    2659.

meegenomen.

Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond

 

Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

69.

2004–2005Voor geïnteresseerden een werkbezoek

Staatssecretaris tijdens de

Afgehandeld; werkbezoek staat

 

organiseren aan de Belastingdienst

behandeling van de Wet Inko-

gepland voor 29 augustus 2005.

 

Dienst Toeslagen.

mensafhankelijke regelingen

(AWIR) in de TK d.d. 20 januari

2005

Handelingen II 2004/05, nr. 40,

  • p. 
    2672.
 

70.

2004–2005Toegezegd specifiek aandacht te

Minister van VWS tijdens de

Is meegenomen in de Miljoenen-

 

besteden aan de inkomensgevolgen van

plenaire behandeling van het

nota 2006

 

de zorgverzekeringswet voor specifieke

wetsvoorstel zorgverzekerings-

 
 

groepen bij de presentatie van het

wet in de EK d.d. 7 juni 2005

 
 

inkomensbeeld voor 2006 op Prinsjes-

Handelingen I 2004/05, nr. 27,

 
 

dag.

  • p. 
    1244
 

71.

2003–2004 Toegezegd is een soort van «hardheids-

Staatssecretaris tijdens AO over

Uitvoeringsregeling AWR i.v.m.

 

clausule» bij invoering van verplichte

administratieve lasten op 14 juni

de elektronische aangifte is

 

elektronische aangiften voor gevallen

2004

aangepast bij ministeriële

 

waarin dat werkelijk niet gevergd kan

Kamerstukken II 2003/04, 29 515,

regeling van 11 augustus 2004

 

worden, maar daarbij wel rekening

nr. 16

(WDB 2004/448M)

 

houden met de hoge graad van

   
 

geautomatiseerd zijn van bedrijven en

   
 

ook met de 100% die belastingadviseurs

   
 

geautomatiseerd zijn.

   

72.

2004–2005Toegezegd de op schrift gestelde vragen

Staatssecretaris tijdens AO over

De Staatssecretaris heeft

 

en andere vragen die zijn blijven liggen,

de Belastingdienst d.d. 27 april

geantwoord in een brief van

 

zo spoedig mogelijk (voor het einde van

2005

31 mei 2005

 

het meireces) te beantwoorden.

Kamerstukken II 2004/05, 29 800

Kamerstukken II 2004/05, 29 800

   

IXB, nr. 26

IXB, nr. 23

73.

2004–2005Toegezegd de personeelsmonitor met

Staatssecretaris tijdens AO over

De Staatssecretaris heeft de

 

daarbij een analyse voor het einde van

de Belastingdienst d.d. 27 april

monitor plus de analyse d.d.

 

het meireces aan de Kamer te zenden.

2005

31 mei 2005aan de Kamer

   

Kamerstukken II 2004/05, 29 800

verzonden.

   

IXB, nr. 26

Kamerstukken II 2004/05, 29 800 IXB, nr. 23

Door bewindslieden gedane toezeggingen

 

Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog

niet is afgerond

 

Vergaderjaar

Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

  • 1. 
    1999-2000

Toegezegd is dat de aandacht op het

Staatssecretaris op 27 januari

In voorbereiding.

 

punt van verschoningsrecht van

tijdens de behandeling van het

 
 

notarissen zal worden versterkt.

wetsvoorstel Wet IB 2001 en Wetsvoorstel Invoeringswet Wet IB 2001 in de TK Handelingen II 1999/00, 26 727/ 26 728, nr. 42, p. 3246

 
  • 2. 
    1999-2000

Toegezegd is in het kader van de

Staatssecretaris op 27 januari

Zal worden meegenomen in de

 

normale evaluatie van de wet, de

tijdens de behandeling van het

algemene evaluatie van de

 

bredere afweging van de wet, ook te

wetsvoorstel Wet IB 2001 en

belastingherziening 2001, die in

 

kijken naar alles wat te maken heeft met

Wetsvoorstel Invoeringswet Wet

2005zal worden afgerond.

 

het oudedagsdossier.

IB 2001 in de TK

Handelingen II 1999/00,

26 727/26 728, nr. 42, p. 3247

 

Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog

niet is afgerond

 

Vergaderjaar

Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

  • 3. 
    1999-2000

De nieuwe regeling BTW-vrijstelling van

Staatssecretaris tijdens

Evaluatie wordt in najaar 2005

 

beleggingsgoud zal over twee jaren

behandeling van het wetsvoor-

afgerond.

 

worden geëvalueerd waarbij zal worden

stel BTW op (beleggingsgoud) in

 
 

bezien of het onderscheid beleggings-

TK op 15september 1999.

 
 

goud (BTW-vrijstelling) versus consump-

Handelingen II 1999/00, 26 467,

 
 

tief goud (algemeen tarief) werkt in de

  • p. 
    5944 & 5945
 
 

praktijk.

   
  • 4. 
    2000-2001

Toegezegd is in het kader van de

Staatssecretaris tijdens het

In voorbereiding.

 

discussie rondom het vierde deel van

wetgevingsoverleg over diverse

 
 

het Belastingplan 2000 dat het

concept-AMvB’s en Ministeriële

 
 

rangschikkingsbesluit veranderd zal

Regelingen ivm de belasting-

 
 

moeten worden. Dit zal nog aan de

herziening 2001 op 11 december

 
 

Kamer worden toegezonden.

2000. Handelingen II 2000/01, 26 727, nr. 125, p. 21

 
  • 5. 
    2003-2004

Evaluatie IB 2001: vermogensrende-

Staatssecretaris tijdens de

Zal worden meegenomen in de

 

mentsheffing van 4% vs. de reële

behandeling van de nota

algemene evaluatie van de

 

vermogensbelasting op verpachte grond

Fiscaliteit, landbouw- en

belastingherziening 2001, die in

 

wordt meegenomen in de evaluatie van

natuurbeleid op 6 oktober 2003

2005zal worden afgerond.

 

de IB 2001.

Kamerstukken II 2003/04, 28 207, nr. 5

 
  • 6. 
    2003-2004

De arbeidskorting zal, als onderdeel van

Staatssecretaris tijdens het

Zal worden meegenomen in de

 

het bredere evaluatieonderwerp

wetgevingsoverleg over het

algemene evaluatie van de

 

heffingskortingen, nog met de Kamer

Belastingplan 2004 op

belastingherziening 2001, die in

 

worden besproken tijdens de evaluatie

10 november 2003

2005zal worden afgerond.

 

van de belastingherziening 2001 die in

Kamerstukken II 2003/04, 29 210,

 
 

2005aan de Kamer wordt aangeboden.

nr. 93, p. 67

 
  • 7. 
    2003-2004

Effecten lijfrenteregeling bij wisselende

Staatssecretaris tijdens de

Zal worden meegenomen in de

 

inkomens bezien bij de evaluatie van de

behandeling van de Technische

algemene evaluatie van de

 

IB 2001.

herstelwet 2003 op 12 november

belastingherziening 2001, die in

   

2003

2005zal worden afgerond.

   

Handelingen II 2003/04, nr. 23,

 
   
  • p. 
    1564
 
  • 8. 
    2002-2003

In het kader van de spaarloon/lijfrente

Staatssecretaris tijdens de

Zal worden meegenomen in de

 

discussie is toegezegd dat er gemoni-

plenaire behandeling Belasting-

algemene evaluatie van de

 

tord zal worden teneinde te bezien of er

plan 2003 op 13 november 2002

belastingherziening 2001, die in

 

signalen binnenkomen waaruit blijkt dat

Handelingen II 2002/03, nr. 20

2005zal worden afgerond.

 

belastingplichtigen niet in de gelegen-

   
 

heid zijn om onder contractuele

   
 

verplichtingen uit te komen.

   
  • 9. 
    2003-2004

In het kader van de zesde nota van

Staatssecretaris tijdens de

Evaluatie is gereed in 2005.

 

wijziging (regeling buitengewone

plenaire behandeling van het

 
 

uitgaven) de implicaties monitoren.

Belastingplan in de TK van 13 november 2003 Handelingen II 2003/04, nr. 24, p. 1643

 
  • 10. 
    2003-2004

Het autopakket zal worden gemonitord.

Staatssecretaris tijdens de

Monitoring is voltooid en

 

Daarvoor zal gebruik worden gemaakt

behandeling van het Belasting-

gestuurd aan SZW. SZW is het

 

van gegevens van de Belastingdienst

plan in de EK op 9 december

onderzoek aan het uitvoeren en

 

over de loonbelasting en zullen de CAO’s

2003

verwacht hiervan in oktober het

 

in de gaten worden gehouden.

Handelingen I 2003/04, nr. 11,

resultaat. Het resultaat wordt

   

p.480

verwerkt in een rapport dat aan

   

Staatssecretaris tijdens VAO

de Kamer wordt verzonden.

   

over de herziening van de fiscale

 
   

regels op het terrein van verkeer

 
   

en vervoer d.d. 18 februari 2004

 
   

Handelingen II 2003/04, nr. 53

 

Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog niet is afgerond

Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

  • 11. 
    2003–2004          Er zal een brief komen met betrekking

tot het BTW-tarief voor fietsenstallingen.

Staatssecretaris tijdens AO over de herziening van de fiscale regels op het terrein van verkeer en vervoer d.d. 11 februari 2004 Kamerstukken II 2003/04, 29 280, nr. 9

In voorbereiding.

  • 12. 
    2003–2004          Toegezegd een brief naar de Kamer te

sturen over de rittenadministratie en administratieve lasten voor bestelauto’s.

Staatssecretaris tijden AO over de herziening van de fiscale regels op het terrein van verkeer en vervoer d.d. 11 februari 2004 Kamerstukken II 2003/2004, 29 280, nr. 9.

Over de momenteel lopende pilot over dit onderwerp zal de Kamer in 2005worden ingelicht.

Bezien zal worden of vereenvoudiging in de regelgeving voor bestelauto’s mogelijk zijn. Hierover zal overleg plaatsvinden met de branche. Van de uitkomsten van dit overleg zal de Kamer op de hoogte worden gebracht.

  • 13. 
    2003–2004          Staatssecretaris zegt toe m.b.t. de

openstaande rechtsvragen van kennis-groepen die door de inspecteur worden ingeschakeld voor een potentiële rechtsvraag, in de volgende jaarrapportage het voorraadcijfer opnemen.

  • 14. 
    2003–2004          De Kamer zal nog dit jaar worden

ingelicht over mogelijkheden tot aanpassing van de artiesten- en beroepssportersregeling.

Staatssecretaris tijdens VAO over de herziening van de fiscale regels op het terrein van verkeer en vervoer d.d. 18 februari 2004. Handelingen II 2003/2004, nr. 53.

Staatssecretaris tijdens AO over

APA/ATR- praktijk etc. d.d. 3 juni

2004

Kamerstukken II 2003/04 29 200

IXB, nr. 28

Staatssecretaris tijdens AO over diverse belastingonderwerpen d.d. 16 juni 2004 Kamerstukken II 2003/04, 26 727, 29 606, 29 210, nr. 132

In voorbereiding.

In voorbereiding.

  • 15. 
    2004-2005

Toegezegd dat bij brief of nota wordt aangegeven wat de mogelijkheden zijn op het gebied van stimuleren van langer doorwerken boven de 65jaar.

Toegezegd een notitie te maken waarin wordt ingegaan op het 10%-tarief voor 65-plussersen de SPOK en waarbij de zelfstandigenaftrek voor 65-plussers wordt betrokken.

  • 16. 
    2004–2005Nut en noodzaak van Loonbelastingverklaringen meenemen bij de evaluatie Wet IB 2001.
  • 17. 
    2004–2005Buitengewone uitgavenregeling/budget 2004. toegezegd dat als blijkt dat wij het nog beter kunnen doen, wij dat netjes zullen meenemen in het belastingplan voor 2006, na overleg met de Kamer.

Staatssecretaris tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen d.d. 6 oktober 2004 Handelingen II 2004/05nr. 8, p. 388

Staatssecretaris tijdens wetgevingsoverleg d.d. 15november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 767, nr. 60, p. 39

Staatssecretaris tijdens het plenaire debat (TK) inzake Belastingplan en OFM d.d. 17 en 18 november 2004 Handelingen II 2004/05, nr. 25, p. 1560

Staatssecretaris tijdens het plenaire debat (TK) inzake Belastingplan en OFM d.d. 17 en 18 november 2004 Handelingen II 2004/05, nr. 25, p. 1559

In voorbereiding.

Zal worden meegenomen in de algemene evaluatie van de belastingherziening 2001, die in 2005zal worden afgerond.

In voorbereiding.

 

Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog

niet is afgerond

 
 

Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

18.

2004–2005Reageren op de Motie Rouvoet met

Staatssecretaris tijdens AO over

In voorbereiding.

 

betrekking tot de voor- en nadelen van

o.a. kinderregelingen d.d.

 
 

de kinderkorting per kind, uiterlijk in het

1 december 2004 Kamerstukken

 
 

Belastingplan 2006.

II 2004/05, 29 287 en 29 258, nr. 3, p. 10

 

19.

2004–2005Kijken naar (on)gelijke fiscale behande-

Staatssecretaris tijdens de

In voorbereiding.

 

ling van drie typen universiteiten. Aan

behandeling van het Belasting-

 
 

de heer Essers een brief toegezegd over

plan in de EK d.d. 14 december

 
 

de Vpb-plicht voor universiteiten en

2004

 
 

daaraan gelieerde BV’s, die zich al dan

Handelingen I 2004/05, nr. 10,

 
 

niet op de particuliere markt bevinden.

  • p. 
    477 en 495
 

20.

2004–2005Volgend jaar een wetsvoorstel over

Staatssecretaris tijdens de

In voorbereiding.

 

rechtshandhaving indienen.

behandeling van het Belastingplan in de EK d.d. 14 december 2004

Handelingen I 2004/05, nr. 10, p. 495

 

21.

2004–2005Dit kalenderjaar een notitie over

Staatssecretaris tijdens de

In voorbereiding.

 

harmonisatie partnerbegrip.

behandeling van de Wet Inkomensafhankelijke regelingen (AWIR) in de TK d.d. 20 januari 2005

Handelingen II 2004/05, nr. 40, p. 2656

 

22.

2004–2005Bij evaluatie IB 2001 kan m.b.t. het

Staatssecretaris tijdens de

Zal worden meegenomen in de

 

partnerbegrip besproken worden hoe

behandeling Inkomensafhanke-

algemene evaluatie van de

 

bepaalde overhevelingen en individuali-

lijke regelingen (AWIR) in de TK

belastingherziening 2001, die in

 

seringen hebben uitgepakt.

d.d. 20 januari 2005 Handelingen II 2004/05, nr. 40, p. 2708

2005zal worden afgerond.

23.

2004–2005Lagere regelgeving als gevolg van de

Staatssecretaris tijdens de

In voorbereiding.

 

AWIR wordt twee maanden voor

behandeling van de Wet Inko-

 
 

inwerkingtreding openbaar gemaakt.

mensafhankelijke regelingen

(AWIR) in de TK d.d. 20 januari

2005

Handelingen II 2004/05, nr. 40,

  • p. 
    2659
 

24.

2004–2005Soepele betalingsregeling en berekening

Staatssecretaris tijdens de

In voorbereiding; wordt

 

betalingscapaciteit en aflossings-

behandeling van de Wet Inko-

opgenomen in een ministeriële

 

capaciteit.

mensafhankelijke regelingen

(AWIR) in de TK d.d. 20 januari

2005

Handelingen II 2004/05, nr. 40,

  • p. 
    2670

regeling.

25.

2004–2005 Afspraken maken met verzekeraars over

Staatssecretaris tijdens de

Overleg loopt.

 

de voorlichting m.b.t. de zorgtoeslagen.

behandeling van de Wet

Inkomensafhankelijke regelingen

(AWIR) in de TK d.d. 20 januari

2005

Handelingen II 2004/05, nr. 40,

  • p. 
    2671
 

Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog niet is afgerond

Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

  • 26. 
    2004–2005Vóór het zomerreces 2006 de Kamer een brief sturen over wat nog meer met de Toeslagendienst kan worden gedaan.
  • 27. 
    2004–2005Toegezegd het aan beide Kamer doen toekomen van een studie naar de integratie van de zorgtoeslag en fiscale regelingen voor de indiening van het Belastingplan 2007.
  • 28. 
    2004–2005Toegezegd de Kamer na het eerste jaar te informeren over de bevindingen ten aanzien van het horizontaal toezicht.

In voorbereiding.

In voorbereiding.

Staatssecretaris tijdens de behandeling van de Wet Inkomensafhankelijke regelingen (AWIR) in de TK d.d. 20 januari 2005

Handelingen II 2004/05, nr. 40, p. 2709

Minister van VWS tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel wet op de zorgtoe-slag in de EK d.d. 7 juni 2005 Handelingen I 2004/05, nr. 27, p.1263

Staatssecretaris tijdens AO over In voorbereiding.

de Belastingdienst d.d. 27 april

2005

Kamerstukken II 2004/05, 29 800

IXB, nr. 26

NIET-FISCAAL

Door de Staten-Generaal aanvaarde moties

Onderdeel A.1 Moties waarvan de uitvoering is afgerond

Vergaderjaar Omschrijving van de motie                               Vindplaats

Stand van zaken/Planning

  • 1. 
    2003–2004          Motie Van As. Het kabinet wordt

verzocht een einddatum vast te stellen voor alle subsidies enregelingen waarna deze automatisch stoppen, hetzij verlengd worden na een evaluatie.

  • 2. 
    2004–2005Motie Aptroot/Bakker verzoekt de regering de te vervallen arbeidsplaatsen te bepalen, hiervoor een tijdschema op te stellen en een voorstel te doen voor aanwending van de vrijkomende middelen.

Kamerstukken II 2003/04, 29 200, nr. 40

Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 55

De RPE (Regeling prestatiegegevens en evaluatieonderzoek rijksoverheid) bevat een bepaling op basis waarvan al het beleid ten minste één maal in de vijf jaar wordt geëvalueerd. Aan de hand van de uitkomsten van een evaluatie wordt besloten of het beleid wordt voorgezet, gewijzigd of gestopt.

Motie is beantwoord via brief Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 70.

  • 3. 
    2004–2005Motie Aptroot over de beperking van de uitvraag van gegevens voor statistieken.

Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 5 2 H

Motie is beantwoord door de staatssecretaris van EZ, via brief Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 62.

  • 4. 
    2004–2005Motie Koopmans/Smeets over het

inzichtelijk maken van belemmeringen van het ARAR voor vergroting van actieve politie inzet, meer leraren voor de klas en meer zorg.

Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 53

Behandeling van de motie is overgedragen aan de minister van BZK.

Onderdeel A.1 Moties waarvan de uitvoering is afgerond

Vergaderjaar Omschrijving van de motie

Vindplaats

Stand van zaken/Planning

  • 5. 
    2004–2005          Motie Mastwijk. De kamer spreekt de

mening uit dat de departementale auditdiensten per beleidsartikel een oordeel moeten geven over de kwaliteit van het proces van totstandkoming van de niet-financiële en derden-informatie en dat de ministers over niet positieve oordelen dienen te rapporteren in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de jaarverslagen.

AO en plenair debat VBTB en IBO Regeldruk en Controletoren. Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 9

De TK is bij brief van 13 mei 2005 (Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 20) op de hoogte gesteld, dat hiermee in de bedrijfsvoeringsparagraaf en de getrouwbeeld-verklaring over het jaar 2006 rekening zal worden gehouden. Onderwijl zal de noodzakelijke regelgeving (CW en Rbv) worden aangepast.

  • 6. 
    2004–2005Motie Mastwijk. De mening wordt

uitgesproken dat de verdiepingsbijlage omgedoopt dient te worden tot verdiepingshoofdstuk waarin alle voor de Kamer relevante mutaties worden genoemd en toegelicht, dat de minister van Financiën een plan van aanpak dient te presenteren gericht op verbetering van de inhoud van het verdiepingshoofdstuk, in welk plan ook de mogelijkheid wordt besproken de informatie uit de verdiepingshoofdstukken te integreren met de artikelsgewijs toelichting in de begrotingen, en dat ten behoeve van de informatievoorziening weliswaar aanvullend gebruik kan worden gemaakt van Internet maar dat dit de verplichting, zoals neergelegd in artikel 68 van de Grondwet, om de verlangde informatie schriftelijk of mondeling te verstrekken niet vervangt.

AO en plenair debat VBTB en IBO Regeldruk en Controletoren Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 14

De Verdiepingsbijlage wordt omgezet in een Verdiepingshoofdstuk. De Rijksbegrotingsvoorschriften 2005zijn hiervoor met het oog op de begroting 2006 inmiddels aangepast. De TK is hiervan bij brief van 13 mei 2005op de hoogte gesteld (Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 20).

  • 7. 
    2004–2005Motie Douma. De kamer spreekt uit dat beleidsdoelen geformuleerd dienen te worden in termen van te realiseren maatschappelijke effecten («outcome») en in daarvan afgeleide prestatiegegevens en dat daarvan alleen kan worden afgeweken als daarvoor in begroting en jaarverslag een motivering wordt gegeven volgens het principe «pas toe of leg uit» («comply or explain»). De rijksbegrotingvoorschriften dienen dienovereenkomstig aangepast te worden.

AO en plenair debat VBTB en IBO Regeldruk en Controletoren. Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 11

In de brief van 13 mei 2005aan de TK (Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 20) is aangegeven dat uitvoering aan de motie zal worden gegeven via bilaterale ministersgesprekken en dat de ministers de TK voor het zomerreces 2005zullen informeren, indien geen zinvolle en relevante outcome- en output-informatie kan worden opgenomen.

  • 8. 
    2004–2005Motie Douma. De regering wordt

verzocht de Kamer een voorstel te doen voor introductie van een systeem van controle, gebaseerd op single audit, alsmede voor de criteria waaraan decentrale audits in het toekomstige systeem moeten voldoen.

AO en plenair debat VBTB en IBO Regeldruk en Controletoren. Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 12

De TK heeft bij brief van 31 mei 2005(Kamerstukken II 2004/05, 29 249 en 28 779 nr. 4) een voorstel ontvangen.

Onderdeel A.1 Moties waarvan de uitvoering is afgerond

Vergaderjaar Omschrijving van de motie

Vindplaats

Stand van zaken/Planning

  • 9. 
    2004–2005Motie Balemans. De kamer spreekt uit           AO en plenair debat VBTB en

dat de minister in de bedrijfsvoeringspa- IBO Regeldruk en Controletoren.

ragraaf in het jaarverslag per beleids-artikel dient aan te geven of en in welke mater er over de verslaggevings-periode sprake is van onrechtmatigheden en welke maatregelen de minister terzake heeft genomen om te bewerkstelligen dat de minister in control is.

Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 13

De TK is bij brief van 13 mei 2005 (Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 20) op de hoogte gesteld, dat hiermee in de bedrijfsvoeringsparagraaf en de getrouwbeeld-verklaring over het jaar 2006 rekening zal worden gehouden. Onderwijl zal de noodzakelijke regelgeving (CW en Rbv) worden aangepast.

Door bewindslieden gedane toezeggingen

 

Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond

 

Vergaderjaar

Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

1.

1998-1999

Toezicht op afwikkelsystemen.

Minister tijdens overleg met de Vaste cie. voor Financiën over integriteit financiële sector, Kamerstukken II 1998/99, 25830 nr. 8, blz. 8

Kamer is bij brief van 17 februari 2004 geïnformeerd over de invulling van dit toezicht. E.e.a. is besproken in het AO van 21 april 2004. Verwerking volgt in deel infrastructuur van de Wft.

2.

2002-2003

De Tweede Kamer wordt geïnformeerd

Brief aan de TK van 20 januari

De voortgangsrapportage is in

   

over de nieuwe plannen om de

2002 (Kamerstukken II 28 753,

december 2004 verzonden aan de

   

toepassing van PPS te versnellen.

nr. 1) en AO Commissie Rijksuitgaven met minister van Financiën d.d. 15mei 2003.

TK (Kamerstukken II 2004/05, 28 753, nr. 4).

3.

2003-2004

Beschouwing AWBZ-ontwikkeling en de

Debat over de voorjaarsnota,

Is inmiddels meegenomen in de

   

kosten van de gezondheidszorg. Analyse

29 juni 2004.

beleidsagenda van VWS.

   

AWBZ, mede in het licht van de

   
   

ontwikkelingen van de afgelopen jaren.

   

4.

2003-2004

In het kader van de Fusiewet heeft de

Kamerstukken II 2004/05, 29 411,

Brief verzonden aan de TK over

   

minister toezeggingen gedaan rond het

nrs. 15en 16

het op afstand plaatsen van het

   

onderzoek van Berenschot naar

 

pensioenfonds (Kamerstukken II

   

salarissen DNB en het op afstand

 

2004/05, 29 411 nr. 15). Op 7 juli

   

plaatsen van het pensioenfonds.

 

2005heeft de minister een brief aan de TK gezonden inzake het beloningsbeleid voor de directie van DNB (Kamerstukken II 2004/05, 29 411 nr. 16).

5.

2003-2004

Het verslag van het AO wordt aan het

AO Betalingsverkeer 15april

Is geïntegreerd met brief inzake

   

MOB gezonden.

2004.

de evaluatie van het MOB d.d. 2 november 2004 (FM 2004–01393 M).

6.

2003-2004

Over enige tijd wordt een voortgangs-

AO Betalingsverkeer 15april

Is meegenomen in de Voort-

   

rapportage aan de Tweede Kamer

2004.

gangsrapportage Betalingsver-

   

gezonden waarin aandacht wordt

 

keer (Kamerstukken II 2004/05,

   

besteed aan de ontwikkelingen in de

 

27 863 nr. 20).

   

Europese betaalinfrastructuur.

   

Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond

Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

  • 7. 
    2003–2004          De vermeende problematiek rond de

controle van acceptgiro’s (Schirris) wordt bestudeerd.

AO Betalingsverkeer 15april 2004.

Is meegenomen in de Voortgangsrapportage Betalingsverkeer (Kamerstukken II 2004/05, 27 863 nr. 20).

  • 8. 
    2003–2004          De minister zal de volgende punten in

overweging nemen: de hoogte van boetebedragen, een hogere boete bij veelplegers, de mogelijkheid individuele bestuurders te beboeten, het waarschuwen voor frauduleuze buitenlandse aanbieders.

AO IDBB van 5februari 2004.

Kamerstukken II 2004/05, 30 125 nr. 1–2

  • 9. 
    2003–2004          Er wordt een notitie opgesteld waarin

wordt aangegeven wat er in de CW geregeld is op het terrein van verantwoording over besteding van publieke gelden.

Najaarsnotadebat, 17 december 2003, 29 315.

Is meegenomen in het kabinetsstandpunt n.a.v. IBO Verzelfstandigde Organisaties op Rijksniveau.

  • 10. 
    2003–2004          In de jaarverslagen zullen in het vervolg

ook de beleidsconclusies worden opgenomen.

WGO jaarverslagen 2003 IXA/IXB 16 juni 2004.

Toezegging is verwerkt in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2005.

  • 11. 
    2003–2004          Een toelichting op de belastingontvang-

sten wordt alleen opgenomen in het financieel jaarverslag van het Rijk.

WGO jaarverslagen 2003 IXA/IXB 16 juni 2004.

De toelichting op de belastingontvangsten 2004 is opgenomen in het op internet geplaatste aanvullende onderdeel van het FJR 2004.

  • 12. 
    2003–2004          Een kwalitatieve duiding van het

geschatte endogene effect van de autonome ontwikkeling van de belastingontvangsten wordt opgenomen in het volgende financieel jaarverslag van het Rijk.

WGO jaarverslagen 2003 IXA/IXB 16 juni 2004.

In verantwoordings- en begrotingsstukken zal – indien de situatie zich voordoet – de endogene effecten van beleidsmaatregelen tekstueel worden toegelicht.

  • 13. 
    2004–2005De MP geeft aan dat op basis van de geactualiseerde nulmetingen, een analyse van de nationale en internationale herkomst van administratieve lasten en in de adviezen van de departementale gemengde commissies begin 2004 concrete programma’s voor het terugdringen van de administratieve lasten zullen worden afgesproken.

Algemene politieke beschouwingen EK 2003.

Afgedaan via Kamerstukken II 2003/04, 29 515, nr. 1–9 en Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 59 e.v.

  • 14. 
    2004–2005Nadere toelichting op de tabel in de brief Kamerstukken II 29 515, nr. 70 (Kabinetsplan aanpak administratieve lasten).

Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 79

Afgedaan in juli 2005via een brief aan de TK. Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 91

  • 15. 
    2004–2005          TK wordt nog voor de zomer geïnfor-

meerd over de inzichten die de minister via de sector hoopt te verkrijgen en over de manier waarop hij de transparantie van de financiële dienstverlening verder zal bevorderen.

Verslag AO 17 maart 2005, Kamerstukken II 2004/05, 29 629 nr. 3

Toezegging is gestand gedaan.

  • 16. 
    2004–2005In overleg met alle ministers zal worden nagegaan hoe doelformuleringen in de begrotingshoofdstukken kunnen worden verbeterd. Plenair verantwoordingsdebat op 19 mei 2005.

Handelingen II 2004/05, nr. 82 of Kamerstukken II 2004/05, 30 100

In mei/juni 2005zijn met alle collega-ministers bilaterale VBTB-gesprekken gevoerd, waarbij dit aan de orde is gesteld.

Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond

Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

  • 17. 
    2004–2005De TK ontvangt een brief met betrekking AO Kansspelen 28 juni 2005.              Op 2 september 2005is een brief

tot de bonussen van de directie van                Kamerstukken II 2004/05, 24 557, aan de TK gezonden.

Holland Casino’s.                                                 nr. 56

Door bewindslieden gedane toezeggingen

 

Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog

niet is afgerond

 
 

Vergaderjaar

Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

1.

1998-1999

De Minister is bereid de bevoegdheden

Minister tijdens behandeling van

De aanpassing wordt meegeno-

   

van de AR ten aanzien van DNB

de Bankwet op 14 april 1999.

men in de Derde wijziging CW

   

verwoord in art. 59 lid 3 en 4 van de

(Handelingen II 1998/99, blz.

2001. Dit wetsvoorstel wordt in

   

Comptabiliteitswet, opnieuw te bezien.

4139).

september 2005voor advies aan de Algemene Rekenkamer voorgelegd.

2.

1999-2000

Instellingsvoorwaarden van agentschappen zullen in een regeling worden opgenomen.

Kamerstukken II 1999/00, 26 974, nr. 6

In voorbereiding.

3.

2001-2002

Evaluatie van het referentiekader

Algemeen Overleg op 15april

Wordt meegenomen bij de

   

mededeling over de bedrijfsvoering en

2002.

implementatie van de aanbeve-

   

omvorming van het referentiekader tot

 

lingen van het IBO Regeldruk en

   

een ministeriële regeling.

 

Controletoren.

4.

2001-2002

De gevolgen van de dualisering worden

Minister tijdens het debat over

De evaluatie Wet dualisering

   

gemonitord.

de Voorjaarsnota op 24 april 2002.

provinciebestuur is in uitvoering. Rapport gaat begin 2006 naar de TK. De evaluatie Wet dualisering gemeentebestuur is op 28 april 2005door minister BVK met vaste commissie BZK besproken. Met de VNG zal worden overlegd over de wenselijkheid van enkele wijzigingen van de gemeentewet.

5.

2001-2002

Overdracht van vermogensbestanddelen van RWT’s en ZBO’s aan het Rijk zal in een regeling worden opgenomen.

Kamerstukken II 27 849, nr. 9, blz. 5

In voorbereiding.

6.

2001-2002

Evaluatie wijziging Wet melding

Art III van de wet van

Eind 2005zal er een nota aan de

   

ongebruikelijke transacties en de Wet

13 december 2001 (wijziging

TK worden gezonden.

   

identificatie bij financiële dienstverle-

MOT/WID i.v.m. handelaren in

 
   

ning 1993 met het oog op het verplicht

zaken van grote waarde), n.a.v.

 
   

stellen van de identificatieplicht en de

amendement Witteveen

 
   

meldingsplicht van ongebruikelijke

(Kamerstukken II 2001/02,

 
   

transacties voor handelaren in zaken van

28 018, nr. 7).

 
   

grote waarde.

   

7.

2002-2003

Eindrapportage inspanningen taskforce

Brief aan Tweede Kamer van

Eindrapportage zal eind septem-

   

pps bij gebiedsontwikkeling.

10 juli 2003.

ber 2005, als onderdeel van een brief over oprichting Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf, fusie Domeinen/Dienst Landelijk Gebied en activabeleid, aan de TK worden gezonden.

Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog

niet is afgerond

 
 

Vergaderjaar

Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

8.

2002-2003

MDW Benzine. De Kamer wordt a.h.v. de

Kamerstukken II 2002/03, 24 036,

Evaluatie vindt plaats na de

   

evaluatie van de veilingregeling in 2005

nr. 278

(uitgestelde) veiling van 2004.

   

geïnformeerd.

 

(Kamerstukken II 2003/04, 24 036, nr. 294).

9.

2002-2003

In de kabinetsdiscussie over het

Algemene Financiële Beschou-

De motie Van As is meegenomen

   

IBO-instrumentarium de aandachts-

wingen.

in het kader van de takenanalyse

   

punten uit de motie Van As betrekken en

 

van het kabinet waarbij kritisch

   

de Tweede Kamer hierover informeren.

 

werd gekeken naar taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de rijksoverheid. Tegelijk is een rijksbrede en een departementale takenanalyse uitgevoerd. De rijksbrede analyse richtte zich op departements-overstijgende thema’s van groot politiek en maatschappelijk belang. De departementale taken-analyse is uitgevoerd door iedere minister en richt zich op de specifieke taken van het betreffende departement. De resultaten van de takenanalyses zijn besproken in een Catshuisberaad. Vervolgacties volgen in het najaar van 2005.

10.

2003-2004

In reactie op de g.a. Rouvoet zal worden nagegaan of de WRR in haar onderzoeksprogramma een studie heeft opgenomen naar de effecten van de vergrijzing en de aanpak daarvan.

Algemene Financiële Beschouwingen.

In voorbereiding.

11.

2003-2004

Minister stuurt een brief aan de Kamer over (de openbaarheid van) het sanctiebeleid van de AFM.

Handelingen II 2003/04, 29 454.

Input van de AFM eind augustus ontvangen. Verzending van de brief in september 2005.

12.

2003-2004

Bij Justitie/BZK wordt aangekaart dat

AO Betalingsverkeer 15april

Er wordt een brief gestuurd aan

   

aangiftes van valse biljetten serieus in

2004.

BZK/Justitie.

   

behandeling moeten worden genomen.

   

13.

2003-2004

Justitie wordt verzocht om een

AO Betalingsverkeer 15april

Er wordt een brief gestuurd aan

   

wetswijziging die het mogelijk maakt

2004.

BZK/Justitie.

   

voor meerdere partijen (met name TPG)

   
   

om het vervoer van kleine pakketjes geld

   
   

op zich te nemen (met name van belang

   
   

voor bereikbaarheid detailhandel).

   

14.

2003-2004

De banken worden verzocht de 30

AO Betalingsverkeer 15april

De TK wordt geïnformeerd via

   

dagentermijn voor het herroepen van

2004.

een position paper n.a.v. de

   

incassobetalingen op te trekken tot

 

nieuwe tekst van het Legal

   

bijvoorbeeld 45dagen in verband met

 

Payments/Framework.

   

de lage frequentie waarmee rekening-

   
   

afschriften worden verstrekt (soms eens

   
   

per maand).

   

15.

2003-2004

De door Koomen (CDA) aangekaarte

AO Betalingsverkeer 15april

Onderwerp wordt behandeld in

   

schuldenproblematiek en de rol van het

2004

het kader van de Wfd. In het

   

BKR daarbij te behandelen bij de Wfd.

 

najaar van 2005zal de TK worden geïnformeerd.

Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog niet is afgerond

Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

  • 16. 
    2004–2005Tijdens het debat is toegezegd dat

Voorlichting een plan van aanpak maakt om het FJR een betere bekendheid bij de burger te geven. Dit plan zou op Verantwoordingsdag moeten worden bekendgemaakt.

AO en plenair debat VBTB en             Wordt op Derde woensdag van IBO Regeldruk en Controletoren        mei 2006 voor het eerst gerea-Kamerstukken II 2004/05, 29 949,       liseerd. nr. 9

  • 17. 
    2004–2005Er is een nieuwe voortgangsrapportage PPS voor eind 2005toegezegd.

AO PPS op 2 maart 2005Voortgangsrapportage is in voorbereiding.

  • 18. 
    2004–2005De Minister stelt een notitie op over de fiscale aspecten (waaronder BTW) en PPS. AO PPS op 2 maart 2005

Notitie is in voorbereiding.

Planning is dat de notitie kort na het zomerreces van 2005 verzonden zal worden.

  • 19. 
    2004–2005Bij het volgende jaarverslag beheer

staatsdeelnemingen (eind 2005) zullen de bestuurderssalarissen van de deelnemingen in kaart worden gebracht.

AO over staatsdeelnemingen op Het jaarverslag wordt in 27 januari 2005                                      september 2005aandeTK

verzonden.

  • 20. 
    2004–2005De TK (vaste commissie voor Financiën) wordt schriftelijk geïnformeerd over de stand van zaken bij de AVR.

AO over staatsdeelnemingen op In voorbereiding. De brief wordt 27 januari 2005                                      inseptember 2005aandeTK

verzonden.

  • 21. 
    2004–2005De TK wordt geïnformeerd over verkoop van aandelen van de Westerschelde Tunnel NV, Tennet en UCN, voordat sprake is van een finaal verkooptraject.

AO over staatsdeelnemingen op In voorbereiding. 27 januari 2005

  • 22. 
    2004–2005De TK wordt bij een eventuele verkoop van DLV op reguliere wijze achteraf geïnformeerd.

AO over staatsdeelnemingen op 27 januari 2005

  • 23. 
    2004–2005Tijdens het AO staatsdeelnemingen

heeft de minister toegezegd een visie op maatschappelijk ondernemen te zullen opstellen.

AO Staatsdeelnemingen op 27 januari 2005en brief TK d.d. 19 mei 2005

Deze visie op maatschappelijk ondernemen wordt in september 2005verzonden aan de TK.

  • 24. 
    2004–2005De minister zal een brief aan de TK sturen met zijn visie op een aantal NS-onderwerpen vanuit de aandeelhoudersoptiek.

AO Vervoerszaken op 1 maart 2005

Op verzoek van de TK zal deze brief voor 16 september 2005 verzonden worden.

  • 25. 
    2004–2005          Minister Zalm heeft toegezegd contact

op te nemen met EZ om te praten over de regeldrift van ministeries en de administratieve lastendruk.

Algemene beschouwing EK 2004

Deze toezegging gaat over naar het ministerie van EZ.

  • 26. 
    2004–2005Rond Prinsjesdag stuurt het kabinet een voortgangsbrief waarin wordt ingegaan op de uitwerking van de voorstellen van de Kamer, resultaten van het project modelbedrijven, resultaten van de Commissie Stevens en de aanpak van mechanismen bij het ontstaan van weten regelgeving.

Kamerstukken II 2004/05, 29 515, In voorbereiding. nr. 79

  • 27. 
    2004–2005Onderzoek naar de effecten van de tweede fase reductievoorstellen administratieve lasten naar sector en bedrijfsgrootte.

Kamerstukken II 2004/05, 29 515, In voorbereiding. nr. 79

 

Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog

niet is afgerond

 
 

Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken/planning

28.

2004–2005In het kader van de behandeling van de

Vergadering 15-3-2005 Wft

Kamerstukken 2004/05, 30 125

 

Wft heeft de minister toegezegd dat de

(29 708, ongecor. Stenograaf

nr. 1-2

 

nota Boetestelsel financiële wetgeving

  • p. 
    19)
 
 

een kabinetsstandpunt over de functie-

   
 

scheiding bij toezichthouders wordt

   
 

opgenomen.

   

29.

2004–2005De Wft-amvb’s worden parallel aan de

Vergadering 15-3-2005 Wft

Consultaties starten eind 2005.

 

formele marktconsultatie aan de TK

(29 708, Handelingen II 59 3835

 
 

gezonden. Later wordt de TK geïnfor-

ev.)

 
 

meerd over de uitkomsten van de

   
 

consultatie en hoe die is verwerkt.

   

30.

2004–2005Voor de stemming voor deel 1 t/m 3

Vergadering 15maart 2005Wft.

In december 2005wordt bezien

 

wordt inzicht gegeven in deel 4.

(29 708) Handelingen II 59 3835

of aparte actie nodig is naast

 

Vervolgens wordt in overleg met de TK

e.v.

indiening van het wetsvoorstel.

 

bezien of het alsnog een apart deel moet

   
 

worden, of dat het een deel 4 Wft blijft.

   
 

Streefdatum inwerkingtreding deel 4 is

   
 

1 januari 2007.

   

31.

2004–2005De TK wordt geïnformeerd over de

Vergadering 15maart 2005Wft

Op 1 juli 2005is een brede

 

civiele consequenties zodra daarmee

(29 708) Handelingen II 59 3835

consultatie van toezichthouders

 

voortgang is geboekt.

e.v.

en markt gestart. De TK ontvangt in het najaar van 2005bericht over de uitkomsten.

32.

2004–2005TK wordt in het najaar geïnformeerd

Vergadering 15maart 2005

Onderzoek loopt.

 

over de uitkomsten van het Justitie

(29 708) Handelingen II 59 3835

 
 

onderzoek naar de aansprakelijkheid van

e.v.

 
 

toezichthouders en de mogelijke

   
 

uitwerking voor de Wft.

   

33.

2004–2005Onderzoek naar de mogelijkheid tot het

AO Vestigingsplaats beleggings-

Bericht aan TK in najaar 2005.

 

schrappen van de verplichte beursnote-

instellingen, 14 juni 2005.

 
 

ring voor niet vergunningsplichtige

   
 

beleggingsinstellingen (wijziging

   
 

BMVK-regeling).

   

34.

2004–2005Analyse van het toezicht op Unit-linked

AO Vestigingsplaats beleggings-

Voorjaarwisseling 2005/2006

 

verzekeringen.

instellingen op 14 juni 2005.

nadere informatie aan TK.

35.

2004–2005 Toetreding indexfondsen tot de

AO Vestigingsplaats beleggings-

Minister zal NMA informeren

 

Nederlandse markt.

instellingen op 14 juni 2005.

over zorgen TK betreffende mogelijke toetredingsdrempels maar aan NMA overlaten of zij onderzoek wil doen.

36.

2004–2005De minister heeft toegezegd de kamer te

Verslag AO 17 maart 2005

De TK zal in het najaar 2005

 

zullen berichten over boetes bij voortij-

Kamerstukken II 2004/05, 29 629,

worden geïnformeerd.

 

dige beëindiging van hypotheken.

nr. 3

 

37.

2004–2005De TK zal worden geïnformeerd over de

AO Kansspelen op 28 juni 2005.

De TK zal na het zomerreces van

 

gang van zaken bij de procedure tegen

Kamerstukken II 2004/05, 24 557,

2005worden geïnformeerd.

 

de Staatsloterij.

nr. 56

 

38.

2004–2005Brief aan de TK over Amsterdam-Zuidas;

AO Zuidas op 15juni 2005.

Brief wordt in najaar 2005

 

een overzicht over zowel dokals dijk-

 

verzonden aan de TK.

 

variant en onderbouwing keuze voor

   
 

risicodragende participatie in project-NV.

   

39.

2004–2005Brief aan de TK met resultaten onder-

Plenair debat TK op 23 juni 2005.

Brief wordt in najaar 2005

 

zoek naar beursgang versus onder-

 

verzonden aan de TK.

 

handse plaatsing.

   
  • 10. 
    LIJST MET AFKORTINGEN

A

AfDB

AfDF

AFM

AL

AsDB

AsDF

AWIR

Afrikaanse Ontwikkelingsbank

Afrikaanse Ontwikkelingsfonds

Autoriteit Financiële Markten

Administratieve Lasten

Aziatische Ontwikkelingsbank

Aziatische Ontwikkelingsfonds

Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

B

BBP

BF

BIS

BOOM/CJIB

BPM BTW

Bruto binnenlands product

Bijzondere financiering

Bank for International Settlements

Bureau Ontneming Openbaar Ministerie/Centraal

Justitieel Incasso Bureau

Belasting Personenauto’s en Motorrijwielen

Belasting toegevoegde waarde

D

DLG DMN DNB DRZ

Dienst Landelijk Gebied

Domeinen

De Nederlandsche Bank

Domeinen Roerende Zaken

E

EBRD

EIB

EKV

ELA

EMU

ERM

EU

EZ

Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling

Europese Investeringsbank

Exportkredietverzekering

Elektronische aangifte

Europese Monetaire Unie

Exchange Rate Mechanism

Europese Unie

Ministerie van Economische Zaken

F

FATF

FB

FIX

FSAP

FSO

Financial Action Task Force on money laundering

Financiële bijsluiter

Fiscale kwaliteitsindex

Financial Sector Assessment Program

Fonds voor Speciale Operaties

G

GOB

Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf

H

HAFIR

Handboek Financiële Informatie en Administratie Rijksoverheid

I

IB

IBO

IBRD

IDA

Inkomstenbelasting

Interdepartementaal beleidsonderzoek

International bank for reconstruction and development

(Wereldbank)

Internationale ontwikkelingsassociatie

IDB                          Inter-Amerikaanse ontwikkelingsbank

IFC                          International finance corporation

IFI                            Internationale financiële instelling

IIC                           Inter-Amerikaanse investeringsmaatschappij

IMF                         Internationaal monetair fonds

K

KNM                       Koninklijke Nederlandse Munt

L

LB                           Loonbelasting

LNV                        Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

M

MDW                      Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit

MIF                         Multilateraal Investerings Fonds

MIGA                      Multilateral Investment Guarantee Agency

MJN                       Miljoenennota

MOB                       Maatschappelijk overleg betalingsverkeer

MOT                       Meldpunt ongebruikelijke transacties

MR                          Ministerraad

N

NACM                    Nationaal analysecentrum voor munten

O

OB                          Omzetbelasting

OESO                     Organisatie voor Economische Samenwerking en

Ontwikkeling

OM                         Openbaar Ministerie

OPL                         Overige publiekrechtelijke lichamen

OZB                        Onroerende zaakbelasting

P

PIA                          Professioneel Inkopen en Aanbesteden

PPC                         Publiek Private Comparator

PPM                        Regeling Particuliere Participatiemaatschappijen

PPS                         Publiek-private samenwerking

PSC                         Public Sector Comparator

PVK                         Pensioen- enVerzekeringskamer

R

RBV                        Rijksbegrotingvoorschriften

RGD                        Rijksgebouwendienst

RHB                        Rijks Hoofdboekhouding

RPE                         Regeling Prestatiegegevens en Evaluatieonderzoek

Rijksoverheid

RVR                        Raad voor Vastgoed Rijksoverheid

RWS                       Rijkswaterstaat

RWT                       Rechtspersoon met een wettelijke taak

S

SDR                        Special Drawing Rights

SGP                        Stabiliteits-en groeipact

SUB                        Samenwerking UWV en Belastingdienst

T

TK                           Tweede Kamer der Staten-Generaal

TRhi                        Tijdelijke Regeling herverzekering investeringen

U

US                          United States

UWV                       Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen

V

VBTB                      Van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording

VG                          Vastgoed

VGEM                     Veiligheid, Gezondheid, Economie en Milieu

Vpb                         Vennootschapsbelasting

VROM                     Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

W

WB                          World Bank

Wft                          Wetophet financieel toezicht

Wid                         Wet identificatie bij dienstverlening

WOII                       Tweede Wereldoorlog

WTO                       Wereldhandelsorganisatie

Z

ZBO                        Zelfstandig Bestuursorgaan

  • 11. 
    BEGRIPPENLIJST

Anticiperende aankopen

Het in een vroegtijdig stadium verwerven van vastgoed, zodat het Rijk

deze relatief goedkoop in zijn bezit krijgt en zijn publieke doelen tijdig kan

realiseren.

Compliance

Het onderhouden en versterken van de bereidheid van belastingplichtigen

tot nakoming van de wettelijke verplichtingen.

Concessionele fondsen

Fondsen die zachte leningen verstrekken aan de armste landen: dit zijn leningen met een zeer lange looptijd, lange aflossingsvrije periode en een zeer lage rente.

Corporate governance

Het besturen van een onderneming, het afleggen van verantwoording daarover en de verdeling van de verschillende daarvoor relevante bevoegdheden over de organen van de onderneming.

ERM-II

Wisselkoersmechanisme waaraan lidstaten die tot de eurozone willen toetreden moeten deelnemen. Het mechanisme kenmerkt zich door een vaste, maar aanpasbare spilkoers ten opzichte van de euro. Fluctuaties binnen een standaard bandbreedte van +/- 15% zijn toegestaan. Als de bandbreedte bereikt wordt, zijn de ECB en de betreffende Nationale Centrale Bank in principe verplicht te interveniëren. Voor toetreding tot de eurozone is deelname van minimaal twee jaar zonder devaluaties verplicht volgens het Verdrag van Maastricht.

Fiscale monitor

Enquêtes die jaarlijks onder de belastingplichtigen worden gehouden over

de kwaliteit van de dienstverlening door de Belastingdienst.

HIPC-Initiatief

Internationaal initiatief waarbij schuldverlichting wordt gegeven aan de armste landen met een zeer hoge (onhoudbare) schuldenlast (Heavily Indebted Poor Countries).

Oninbaar lijden

Het administratief afboeken van een belastingvordering als deze niet

inbaar blijkt te zijn.

Recuperatiebeleid

Het geheel van maatregelen en activiteiten ter inning van uitstaande

vorderingen in het kader van de exportkrediet- en investeringsverzekering.

Staat van de Unie

Jaarlijks overzicht van de beleidsterreinen van en ontwikkelingen binnen

de Europese Unie en de implicaties hiervan voor Nederland.

 
 
 

3.

Meer informatie

 

4.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.