Memorie van toelichting - Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2006 - Hoofdinhoud
Deze memorie van toelichting i is onder nr. 2 toegevoegd aan wetsvoorstel 30300 IXB - Vaststelling begroting Financiën 2006.
Inhoudsopgave
Officiële titel | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2006; Memorie van toelichting |
---|---|
Documentdatum | 20-09-2005 |
Publicatiedatum | 12-03-2009 |
Nummer | KST88433_2 |
Kenmerk | 30300 IXB, nr. 2 |
Van | Financiën (FIN) |
Originele document in PDF |
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Vergaderjaar 2005–2006
30 300 IXB
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2006
Nr. 2
MEMORIE VAN TOELICHTING
INHOUDSOPGAVE
A.
Artikelsgewijze toelichting bij het begrotings-
Blz.
wetsvoorstel |
3 |
|
B. |
Begrotingstoelichting |
4 |
1. |
Leeswijzer |
4 |
2. |
Beleidsagenda |
6 |
2.1 |
Het werkterrein van het ministerie van Financiën op |
|
hoofdlijnen |
6 |
|
2.2 |
Beleidsprioriteiten |
6 |
2.3 |
De begroting op hoofdlijnen |
11 |
3. |
Beleidsartikelen |
15 |
3.1 |
Belastingen |
15 |
3.2 |
Financiële markten |
22 |
3.3 |
Financieringsactiviteiten publiek-private sector |
29 |
3.4 |
Internationale financiële betrekkingen |
36 |
3.5Exportkredietverzekering en investeringsgaranties |
41 |
|
3.6 |
Vervallen |
47 |
3.7 |
Beheer materiële activa |
48 |
3.8 |
Financieel-economisch beleid van de overheid |
54 |
4. |
Niet-beleidsartikelen |
59 |
4.1 |
Algemeen |
59 |
4.2 |
Nominaal en onvoorzien |
60 |
5. |
Bedrijfsvoeringsparagraaf |
61 |
6. |
Baten-lastenparagraaf Domeinen Roerende Zaken |
63 |
7. |
Verdiepingshoofdstuk |
67 |
-
8.Bijlage inzake ZBO’senRWT’s 76
-
9.Bijlage motiesentoezeggingen 77
-
10.Lijst met afkortingen 102
-
11.Begrippenlijst 105
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL
Wetsartikel 1 (begrotingsstaat ministerie)
De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het ministerie van Financiën voor het jaar 2006 vast te stellen.
Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2006. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2006.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2006 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
Wetsartikel 2 (begrotingsstaat baten-lastendienst)
Met ingang van deze begroting wordt de baten-lastendienst Domeinen Roerende Zaken opgenomen. Over het invoeren van het baten-lastenstelsel is de Kamer in mei 2005geïnformeerd (Kamerstukken II 2004/05, 28 884, nr. 4).
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de baten-lastendienst Domeinen Roerende Zaken voor het jaar 2006 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting in de paragraaf inzake de diensten die een baten-lastenstelsel voeren.
De Minister van Financiën, G. Zalm
B. BEGROTINGSTOELICHTING 1. LEESWIJZER
Algemeen
Welke beleidsdoelstellingen worden nagestreefd op het gebied van de fiscaliteit, de financiële markten, de beheersing van de collectieve uitgaven? Hoe gaat de Staat om met roerende en onroerende zaken? Hoeveel bedragen de uitgaven van de Staat aan internationale financiële instellingen? In begrotingshoofdstuk IXB Financiën (IXB) wordt antwoord gegeven op deze en vele andere vragen. IXB is opgebouwd uit zeven beleidsartikelen met uiteenlopende beleidsterreinen en twee niet-beleids-artikelen. De beleidsartikelen weerspiegelen bijna het gehele werkterrein van het ministerie van Financiën; het beheer van de staatsschuld en het kasbeleid zijn opgenomen in begrotingshoofdstuk IXA Nationale Schuld (IXA).
De beleidsartikelen zijn:
-
1.Belastingen
-
2.Financiële markten
-
3.Financieringsactiviteiten publiek-private sector
-
4.Internationale financiële betrekkingen
-
5.Exportkredietverzekering en investeringsgaranties
-
7.Beheer materiële activa
-
8.Financieel-economisch beleid van de overheid
De niet-beleidsartikelen zijn:
-
9.Algemeen
-
10.Nominaal en onvoorzien
Beleidsartikel 6 Staatsloterij is met ingang van 2005als zelfstandig beleidsartikel komen te vervallen, omdat de beleidsverantwoordelijkheid ten aanzien van de Staatsloterij is overgegaan naar het ministerie van Justitie. Het beheer van de Staatsloterij is bij Financiën gebleven. De budgettaire aspecten (afdracht) zijn geïntegreerd in artikel 3.
De begrotingstoelichting is als volgt opgebouwd. In de beleidsagenda (hoofdstuk 2) worden het werkterrein van het ministerie, de beleidsprioriteiten en de begroting op hoofdlijnen beschreven. In hoofdstuk 3 wordt op de beleidsartikelen ingegaan. Op 22 juni jl. is de Tweede Kamer geïnformeerd over de mogelijkheden om bij de begrotingsdoelstellingen zinvolle en relevante gegevens over outcomeof outputop te nemen (Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 23). Daarbij is aangegeven dat, met uitzondering van 3 doelstellingen binnen beleidsartikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector, bij alle begrotingsdoelstellingen gegevens over outcomeof outputworden opgenomen. Dit is in deze begroting verwerkt. Bij ieder beleidsartikel is tevens een onderzoeksprogramma opgenomen in het overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid. Per doelstelling is (meerjarig) aangegeven welke beleidsdoorlichtingen, effectevaluaties en overige evaluatie-onderzoeken zijn gepland.
In hoofdstuk 4 worden vervolgens de niet-beleidsartikelen behandeld. Hoofdstuk 5bevat de paragraaf betreffende de bedrijfsvoering. In hoofdstuk 6 is de paragraaf inzake de baten-lastendienst Domeinen Roerende Zaken opgenomen. Hoofdstuk 7 bevat het Verdiepings-
hoofdstuk, waarin per artikel de belangrijkste nieuwe mutaties worden toegelicht. In hoofdstuk 8 is de bijlage ZBO’s en RWT’s opgenomen, waarna ten slotte de bijlage moties en toezeggingen, een lijst met afkortingen en een begrippenlijst volgen.
-
2.BELEIDSAGENDA
2.1 Het werkterrein van het Ministerie van Financiën op hoofdlijnen
Het Ministerie van Financiën draagt de verantwoordelijkheid voor de voorbereiding en uitvoering van:
-
a.het algemeen financieel-economische en internationale financiële beleid
-
b.het begrotingsbeleid en doelmatig beheer van ’s-Rijks financiën
-
c.het financieringsbeleid
-
d.het fiscale beleid
-
e.het heffen, controleren en innen van de belastingen
-
f.het beheer van materiële eigendommen van het Rijk
Het beheer van de staatsschuld en het kasbeleid vallen ook onder de verantwoordelijkheid van Financiën en zijn opgenomen in IXA. Het begrotingsbeleid wordt toegelicht in de Miljoenennota en komt beknopt aan de orde in IXB. Voor het algemeen financieel-economische beleid geldt eveneens dat een groot deel in de Miljoenennota is opgenomen. Ook de belastingontvangsten worden toegelicht in de Miljoenennota. De financiën van decentrale overheden, waarvoor de Minister van Financiën medeverantwoordelijk is, komen aan de orde in de Miljoenennota en in de begrotingen van het Gemeentefonds en het Provinciefonds.
2.2 Beleidsprioriteiten
2.2.1 Houdbare overheidsfinanciën; trendmatigbegrotingsbeleid
Voor alle jaren het feitelijke EMU-tekort lager uit dan een jaar geleden nog werd gevreesd.
De doelstelling uit de begroting 2005om uiterlijk ultimo 2005de situatie van een buitensporig tekort (een tekort boven de 3%) te beëindigen, is gerealiseerd. De ministers van financiën hebben de procedure op 7 juni 2005officieel beëindigd. Het feitelijk tekort kwam in 2003 nog uit op 3,2%, maar ligt daar in 2004 met 2,1% al weer ruimschoots onder. Ook in 2005 en 2006 wordt rekening gehouden met een tekort dat ruimschoots onder de 3% en de signaalwaarde van 2,5% BBP ligt (1,8%).
Doelstelling van dit kabinet is voorts het bereiken van een houdbaar pad van de overheidsfinanciën, waarbij de staatsschuld op termijn aanzienlijk wordt verkleind en tegelijkertijd wordt voldaan aan de Europese vereisten van het Verdrag en het Stabiliteits- en Groeipact. Om dit houdbare pad van de overheidsfinanciën te bereiken beoogt het kabinet het structurele EMU-tekort terug te brengen tot 1⁄2% BBP in 2007. Tussen 2003 en 2006 verbetert het structurele saldo, afhankelijk van de gehanteerde methode voor berekening, met gemiddeld 0,5tot 0,8 procent punt BBP per jaar.
2.2.2 Corporate Governance
Op het terrein van corporate governance is de laatste jaren belangrijke vooruitgang geboekt. De nieuwe wetgeving op het terrein van corporate governance (per 1 oktober 2004), met daarin de wettelijke verankering van de Nederlandse corporate governance code, heeft een positieve invloed gehad op de corporate governance structuur van de Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen. Volgens het Amerikaanse corporate governance rating bureau Governance Metrics International is de
gemiddelde corporate governance score van de Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen tussen juli 2003 en maart 2005met 50% gestegen: van 4,2 naar 6,5. Van alle landen op het Europese continent scoren de Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen het hoogst op het gebied van goed ondernemingsbestuur. Wereldwijd staat Nederland zesde. Nederland moet alleen de Angelsaksische landen Verenigd Koninkrijk, Canada, Verenigde Staten, Australië en Ierland voor laten gaan. Het onderwerp behoudt de komende jaren de aandacht van het kabinet. Het kabinet heeft zich in zijn beleidsprogramma 2003–2007 ten doel gesteld het Nederlandse bedrijfsleven in 2007 in internationale vergelijkingen in de kopgroep te brengen op de gebieden «rechten en plichten van aandeelhouders», «transparantie» en «board structuur en kwaliteit». De door de ministers van Financiën en Justitie en de staatssecretaris van Economische Zaken in december 2004 ingestelde Monitoring Commissie Corporate Governance Code zal jaarlijks aan het kabinet rapporteren hoe de beursgenoteerde ondernemingen de bepalingen van de Tabaksblat code hebben toegepast en wat de redengeving is van eventuele niet-toepassing. Afhankelijk van de monitoringresultaten wordt bekeken of aanvullende wetgeving noodzakelijk is om de beoogde doelstelling in 2007 te kunnen realiseren. Het kabinet verwacht in december 2005de monitoringresultaten over boekjaar 2004 en de aandeelhoudersvergaderingen die in 2005zijn gehouden. Het kabinet heeft de Monitoring Commissie Corporate Governance Code gevraagd in september 2005reeds te rapporteren over de naleving van de codebepalingen betreffende de beloning van bestuurders en commissarissen.
Eén van de corporate governance gebieden waar Nederland nog verdere vooruitgang kan boeken, is op het gebied van beschermingsconstructies in overnamesituaties en meer in het bijzonder de uiteindelijke doorbreek-baarheid daarvan. De implementatie van de Europese richtlijn inzake overnamebiedingen (13e richtlijn), die op 20 mei 2006 moet zijn geïmplementeerd, zal vergezeld gaan met een doorbraakregel van bestaande beschermingsconstructies. Door de implementatie van de richtlijn zullen de procedureregels voor overnamebiedingen worden geharmoniseerd en zal de bescherming van aandeelhouders worden uitgebreid. De uitbreiding van de bescherming van aandeelhouders komt onder andere tot stand door de invoering van het zogenoemde verplichte bod: eenieder die 30% van de aandelen van een beursgenoteerde onderneming verwerft, wordt verplicht een openbaar bod uit te brengen op alle aandelen. In 2006 wordt door het ministerie van Financiën samen met het ministerie van Justitie en het ministerie van Economische Zaken verder gewerkt aan de uitvoering van de maatregelen die zijn aangekondigd in de kabinetsreactie op de Tabaksblat code (Kamerstukken II 2003/04, 29 449, nr. 1). Het wetsvoorstel betreffende de invoering van onafhankelijk toezicht op de financiële verslaggeving van beursgenoteerde vennootschappen door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) zal naar verwachting in 2006 in werking treden. De aanpassing van de Wet toezicht accountantsorganisaties is aanvaard door de Tweede Kamer. Bij aanvaarding door de Eerste Kamer kan de nieuwe wet in 2006 ingaan.
De Staat zal als aandeelhouder ook in 2006 zijn deelnemingen kritisch blijven volgen op de toepassing van de Tabaksblat code, waaronder de beoordeling van het bezoldigingsbeleid van het bestuur, en de Staat zal gebruik maken van de via de Tabaksblat code en de bij wet gegeven mogelijkheden. De Staat als aandeelhouder zal, voorafgaande aan het aandeelhoudersvergaderingenseizoen 2006, andere grote aandeelhouders, zoals gemeenten, provincies, institutionele beleggers en andere voor
de hand liggende organisaties/instellingen uitnodigen om in overleg informatie uit te wisselen over het bezoldigingsbeleid. Daarnaast kan dit overleg gebruikt worden om proactief informatie uit te wisselen over voor de aandeelhouder relevante zaken.
2.2.3 Reductie Administratieve Lasten
In 2006 zal het programma voor vermindering van administratieve lasten voor bedrijven verder worden uitgevoerd, overeenkomstig de titel van de kabinetsnotitie die in maart 2005aan de Tweede Kamer is aangeboden: «nu volle kracht vooruit». Volgens de planning zal eind 2006 19% van de per 1 januari 2003 gemeten € 16,3 mld. aan AL zijn gereduceerd. Dit bespaart het bedrijfsleven jaarlijks € 3 mld. kosten.
Belangrijkste maatschappelijk effect van de vermindering van administratieve lasten voor bedrijven met een kwart is een versterking van de concurrentiekracht van de Nederlandse economie. Volgens berekeningen van het CPB leidt dit – via een besparing op arbeidskosten – tot een extra groei van het BBP van 1,5%.
Het op deze wijze stimuleren van het ondernemerschap in Nederland levert op termijn meer welvaart, werkgelegenheid en consumptie per hoofd van de bevolking op. In een maatschappelijke sector als de zorg leidt een vermindering van de AL met een kwart – volgens het CPB – tot een verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening voor de patiënt. 24 000 professionals houden zich dan namelijk niet meer bezig met het invullen van formulieren, maar besteden hun tijd aan het verlenen van zorg («handen aan het bed»).
In 2007 moet de volle kwart, ofwel € 4,1 mld., worden gerealiseerd. Door Financiën wordt met de betrokken departementen de komende jaren tevens gewerkt aan de verdere verankering van de aanpak van administratieve lasten. Aan de hand van concrete pilotprojecten onderzoekt de Europese Commissie momenteel de mogelijkheden van een Europese meetmethodiek om de administratieve lasten te meten die ontstaan door Europese wetgeving. Dit was ook de inzet van Nederland tijdens het EU-voorzitterschap. De resultaten daarvan zijn november 2005bekend. Ook wordt aandacht besteed aan het terugdringen van de mechanismen die er voor zorgen dat (onbedoeld) steeds weer nieuwe administratieve lasten ontstaan. Op die manier kan worden verzekerd dat de AL op duurzame wijze worden verlaagd.
Zie voor een verdere uitwerking van de coördinatie van de AL-reductie voor het bedrijfsleven operationele doelstelling 4 van beleidsartikel 8 in paragraaf 3.8.3.2.
Tegelijk met de kabinetsnotitie «nu volle kracht vooruit» is in maart 2005 een vervolgrapportage van Financiën aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 57). Deze rapportage is op 27 april 2005met de Tweede Kamer besproken. In deze rapportage wordt aangegeven dat tot en met 2007 op het fiscale terrein en het terrein van de financiële markten in totaal € 940 mln. aan administratieve lasten zal worden gereduceerd. De voorgenomen reductie in 2006 was rekening houdend met enkele verschuivingen van 2005naar 2006, op dat moment € 194 mln. Naar de stand per 1 juli 2005en voorts rekening houdend met het Fiscaal pakket 2006 komt de voorgenomen reductie 2006 nu uit op € 200,8 mln. zoals blijkt uit het hierna opgenomen overzicht. De mutaties in de maatregelen ten opzichte van het beeld in maart 2005 betreffen: + Wetsvoorstel tariefverlaging vennootschapsbelasting (beperking
aftrekbaarheid gemengde kosten – € 5mln. in 2006, vervallen regeling
afwaarderingsverliezen en afschaffing kapitaalsbelasting € 0,12 mln. in
2006) + Vereenvoudiging van de afdrachtsvermindering S&O in het kader van
het belastingplan 2006 (€ 0,3 mln. in 2006) en vervallen van de
administratieplicht voor grondwateronttrekkingen voor beregening en
bevloeiing vooruitlopend op de herziening van de Wet belastingen op
milieugrondslag (€ 0,1 mln. in 2006) + Vervallen van de post centrale afdracht loonheffing in het kader van
WALVIS/SUB (– € 2 mln. in 2005) + Eerdere realisatie van frequentievermindering van de aangiften Wet
belastingen op milieugrondslag (€ 0,125mln. in 2005, – € 0,125mln. in
2006) + Eerdere realisatie reductie financiële bijsluiter (€ 17,6 mln. in 2005,
– € 23 mln. in 2007) + Latere realisatie van een deel van de frequentievermindering melding
ongebruikelijke/verdachte transacties Wet MOT (– € 13 mln. in 2005,
€ 13,1 mln. in 2006) + Latere realisatie van het vervallen van de verplichting in art. 9, eerste
lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965(– € 1,3 mln. in 2006,
€ 1,3 mln. in 2007) + Implementatie Europese richtlijn kapitaaleisen (– € 5,6 mln. in 2007) Het totale netto beeld tot en met 2007 van de reductie AL bedrijfsleven van Financiën staat nu op € 922,4 mln. Dit betekent een nog in te vullen taakstelling van het plafond met € 17,6 mln. Naar verwachting zullen onder meer de uitkomsten van het project loondomein en nadere afwegingen op de terreinen van het toezicht op de financiële markten in het najaar van 2005resultaten opleveren die deze taakstelling kunnen invullen.
Overzicht voorgenomen reductie AL in 2006 voor het bedrijfsleven
Reductie (x € 1 mln.) |
||
Vennootschapsbelasting |
Volstaan met fiscale jaarrekening voor kleine rechtspersonen (vervallen commerciële jaarrekening) |
75 |
Vennootschapsbelasting |
Beperken aftrekbaarheid gemengde kosten in het kader van tariefverlaging vennootschapsbelasting |
-5 |
Vennootschapsbelasting |
Vervallen regeling afwaarderingsverliezen |
0,11 |
Loonbelasting en afdrachtvermindering |
Invoering SUB |
80 |
Loonbelasting en afdrachtvermindering |
Belastingplan 2005(autokostenfictie in deloonbelasting) |
-6 |
Loonbelasting en afdrachtvermindering |
Belastingplan 2005(vereenvoudiging afdrachtvermindering S&O) |
0,3 |
Algemene en bijzondere fiscale wetten |
Belastingplan 2006 (vervallen van de administratieplichtvoorgrondwateronttrekkin-gen voorberegening en bevloeiing) |
0,1 |
Algemene en bijzondere fiscale wetten |
Wijzigingen in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990 en de Wet belastingen op milieugrondslag |
4,2 |
Algemene en bijzondere fiscale wetten |
Vervallen kapitaalsbelasting |
0,01 |
Gedragstoezicht |
Beperken meldingsplicht beurstransacties Wet toezicht effectenverkeer |
2,7 |
Gedragstoezicht |
Beperken insiderbegrip in complianceregeling Wet toezicht effectenverkeer |
5,5 |
Gedragstoezicht |
Informatie Besluit Kredietaanbiedingen elektronisch beschikbaar stellen Wet op het consumentenkrediet |
2,7 |
Gedragstoezicht |
Accountantstoets op rapportageverplichtingen schrappen; artikel 25Wet op het consumentenkrediet |
0,8 |
Gedragstoezicht |
Afschaffen doorlopende verplichting buitenbeursinstellingen Wet toezicht effectenverkeer |
8,2 |
Gedragstoezicht |
Wet financiële jaarverslaggeving |
-0,3 |
Gedragstoezicht |
Aanleveren gegevens art. 20 Wet toezicht effectenverkeer via extranet AFM |
0,3 |
Gedragstoezicht |
Elektronisch aanleveren gegevens art. 23 Wet toezicht effectenverkeer |
0,3 |
Prudentieel toezicht |
Terughoudend zijn met nieuweWtk-rapportages en wijzigingen bestaande Wtk-rapportages |
17,6 |
Integriteitstoezicht |
Frequentievermindering melding ongebruikelijke/verdachte transacties Wet MOT |
13,1 |
Integriteitstoezicht |
Versoepelen identificatie- en verificatieplicht Wet identificatie dienstverlening |
4 |
Integriteitstoezicht |
Rationalisatie geldtransactiekantoren Wet geldtransactiekantoren |
0,2 |
Integriteitstoezicht |
3e witwasrichtlijn |
-3 |
Totaal |
200,8 |
Op het fiscale terrein is bij brief van 27 juli 2005(Kamerstukken II 2004/05, 29 362, nr. 43) de aanpak van de reductie van administratieve lasten voor de burger uiteengezet. De in de brief geschetste reductie van ruim 25% in tijd en kosten voor de burger is voor ongeveer de helft gerealiseerd in de jaren 2003, 2004 en 2005. De andere helft staat gepland voor 2007. Dit betreft vooral de vooraf ingevulde aangifte. Vanaf 2006 zullen verschillende voorbereidende activiteiten plaatsvinden in de aanloop naar de vooraf ingevulde aangifte. Voor de burger zal de vooraf ingevulde aangifte zichtbaar worden in het voorjaar van 2008.
2.2.4 Modernisering Vennootschapsbelasting
Verbetering van de concurrentiepositie van ons land is een speerpunt van het kabinet. In april 2005is de nota over de toekomst van de vennootschapsbelasting getiteld «Werken aan Winst, naar een laag tarief en een brede grondslag»verzonden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2004/05, 30 107, nr. 2). De nota geeft een visie van het kabinet op de maatregelen die nodig zijn om het fiscale ondernemingsklimaat en de aantrekkelijkheid van ons land als vestigingsplaats voor bedrijven op de langere termijn te bestendigen en te verbeteren. Het kabinet wil terug naar de top in de nieuwe EU-25en wil een impuls geven aan het maken van winst. Voorwaarden zijn internationale competitiviteit, budgettaire neutraliteit en evenwichtige herverdelingseffecten. In 2006 wordt voortvarend aan de slag gegaan met de implementatie van deze maatregelen. De Nederlandse ontwikkeling sluit aan bij de algemene tendens in Europa van tariefverlaging door middel van grondslagverbreding.
2.2.5Invoeren huur- en zorgtoeslag
Vanaf 1 januari 2006 wordt de Belastingdienst verantwoordelijk voor de uitvoering van de zorgtoeslag. De zorgtoeslag is een nieuwe regeling die in het kader van de herziening van het zorgstelsel zal worden ingevoerd. Daarnaast neemt de Belastingdienst per 1 januari 2006 ook de uitvoering van de huursubsidie van VROM over. De naam huursubsidie verandert daarbij in huurtoeslag. De uitvoering van beide regelingen zal gebeuren door een nieuw onderdeel van de Belastingdienst, de Belastingdienst/ Toeslagen. Voor de zorgtoeslag komen naar schatting 6 miljoen huishoudens in aanmerking.
Alle activiteiten zijn gericht op het tijdig welslagen van deze aanzienlijke operatie. Aangezien dergelijke grote operaties niet zonder risico’s zijn heeft de Belastingdienst terugvalscenario’s ingericht.
2.3 De begroting op hoofdlijnen
In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven in de samenstelling en ontwikkeling van de uitgaven en de niet-belastingontvangsten op IXB. De belangrijkste wijzigingen worden toegelicht.
Ontwikkeling uitgaven
Grafiek 2.3.1 Ontwikkeling uitgaven 2001–2010
16
14
12
10-
6-
2001 2002 2003 2004 20052006 2007 2008 2009 2010 jaar |
|||||||||||||||||||||
Apparaatsuitgaven Beleidsuitgaven Heffings- en invorderingsrente Overige uitgaven |
Tabel 2.3.1 Belangrijkste mutaties uitgaven (x € 1 000) |
||||||
Uitgaven |
art. |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 2010 |
|
Stand ontwerpbegroting 20053 898 486 |
3 93 491 |
3 893 267 |
3 876 209 |
3 916 081 |
||
Nota van Wijziging |
1, 10 |
80 294 |
118 987 |
152 680 |
182 680 |
192 680 |
Mutatie 1e suppletore begroting 20051 t/m 10 |
9 938 937 |
|
|
|
|
|
Beleidsmatige mutaties |
||||||
Uitvoeringskosten Belastingdienst |
1 |
-4 200 |
8 300 |
8 200 |
5 550 |
5 800 |
Bijstelling gasgebouw |
3 |
156 311 |
||||
Overheveling naar Justitie i.v.m DRZ |
7 |
-8 700 |
-8 700 |
-8 700 |
|
|
Niet-beleidsmatige mutaties |
||||||
Loonbijstelling |
1 t/m 9 |
19 931 |
2 513 |
2 517 |
2 513 |
2 513 |
Prijsbijstelling |
1 t/m 9 |
13 828 |
13 376 |
12 827 |
12 903 |
12 962 |
Taakstelling PIA |
1 t/m 9 |
-702 |
-7 068 |
|
|
|
Elektronische overheid |
1 t/m 10 |
|
|
|
|
|
Overig |
1 t/m 10 |
|
-7 159 |
2 257 |
444 |
|
Stand ontwerpbegroting 2006 |
14 079 882 |
3 888 088 |
3 906 023 |
3 983 711 |
4 034 251 4 058 071 |
Toelichting
Circa 70% van de totale uitgaven van het ministerie van Financiën in 2006 zijn apparaatsuitgaven. Deze apparaatsuitgaven worden geraamd op ca. € 2,5mld. en hangen voor ruim 93% samen met de fiscale politiek van het kabinet (beleidsartikel 1). De beleidsuitgaven (programma) bedragen in 2006 in totaal naar verwachting ca. € 402 mln. Een groot deel van deze uitgaven heeft betrekking op het bevorderen van een duurzame internatio-
8
4
2
0
nale financieel-economische ontwikkeling (beleidsartikel 4) en schadeuitkeringen bij de exportkredietverzekering (beleidsartikel 5).
De éénmalige uitschieter in de (overige) uitgaven in 2005heeft te maken met de aankoop van het transportbedrijf Gasunie. De daarmee samenhangende belastingontvangsten (Vpb, BTW) en heffingen (aardgasbaten) vloeien terug naar de Staat.
Ontwikkeling ontvangsten
Grafiek 2.3.2 Ontwikkeling niet-belastingontvangsten 2001–2010
7
4 3
2001 2002 2003 2004 20052006 2007 2008 2009 2010 jaar |
||||||||||||||||||||
Heffings- en invorderingsrente Winstuitkering DNB Apparaatsontvangsten Overige ontvangsten |
Tabel 2.3.2. Belangrijkste mutaties niet-belastingontvangsten (x € 1 000) |
|||||||
Ontvangsten |
art. |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 2010 |
||
Stand ontwerpbegroting 2005 |
2 939 264 |
2 878 4952 939 191 |
2 808 777 |
2 769 501 |
|||
Nota van Wijziging |
1 |
8 000 |
42000 |
|
|
|
|
Mutatie 1e suppletore begroting |
2005 |
1 t/m 9 |
1 521 585 |
211 489 |
94 734 |
47 734 |
12 021 |
Winstafdracht DNB |
2 |
175000 |
112 333 |
48 783 |
24 117 |
4 200 |
|
Dividend Staatsdeelnemingen |
3 |
56 454 |
60 392 |
47 093 |
47 093 |
47 093 |
|
Opbrengst vermogenstitels |
3 |
911 583 |
|||||
Afdrachten Staatsloterij |
3 |
|
|
|
|
|
|
Vervroegde aflossingen |
5, 7 |
442 000 |
92 900 |
|
|
|
|
Verkoop onroerende zaken |
7 |
47 000 |
|
||||
Overig |
1 t/m 9 |
139 380 |
169 368 |
385370 |
440 370 |
431 870 |
|
Stand ontwerpbegroting 2006 |
6 225 462 |
3 502 561 |
3 351 755 |
3 198 875 |
3 119 569 3 100 355 |
Toelichting
De totale niet-belastingontvangsten op IXB bedragen in 2006 ruim € 3,5 mld. Een groot deel daarvan betreffen ontvangsten in het kader van de Staatsdeelnemingen (verkoopopbrengst vermogenstitels en dividend) en
2
0
de afdrachten van Holland Casino, de Staatsloterij (beleidsartikel 3) en DNB (beleidsartikel 2). Andere ontvangsten betreffen de schaderestituties (provenu’s) bij de exportkredietverzekering (beleidsartikel 5) en (erf)pacht-en verkoopopbrengsten van gronden (beleidsartikel 7).
-
3.BELEIDSARTIKELEN
Omschrijving
Bijdrage
Verantwoordelijkheid
Succesfactoren
3.1 Belastingen
3.1.1 Fiscaal beleid en wetgeving
Algemene beleidsdoelstelling
Het ontwerpen van beleid gericht op het genereren van inkomsten en het realiseren van niet-fiscale doelstellingen van het overheidsbeleid.
+ Om inkomsten te genereren voor de financiering van overheidsbeleid. + Om structuurversterkende maatregelen te nemen. + Om het fiscale instrument in te zetten voor de realisatie van niet-fiscale doelstellingen van het overheidsbeleid.
Financiën:
+ geeft vorm aan het fiscaal- en douanebeleid, + vormt het fiscale stelsel, + verzorgt de fiscale wetgeving,
+ vervult een centrale rol in de standpuntbepaling van Nederland over belastingvoorstellen binnen de Europese Unie.
De minister en staatssecretaris van Financiën zijn verantwoordelijk voor: + het opstellen van fiscale wet- en regelgeving, + het vaststellen van de belastinggrondslagen.
Behalen van deze doelstelling hangt af van:
+ de kwaliteit van de fiscale wet- en regelgeving,
+ politieke ontwikkelingen,
+ de belastingmoraal (compliance).
Motivering Instrumenten
Activiteiten
Prestatie-indicatoren
Planning
Verwijzing beleidsstukken
3.1.2 Operationele doelstellingen
3.1.2.1 Operationele doelstelling 1
Het genereren van inkomsten.
Om de overheidsuitgaven te financieren.
+ Fiscale wet- en regelgeving + Communicatie
+ Het ontwerpen van een Belastingplan.
+ Voorkomen van belastingontduiking.
+ Het tegengaan van belastingconstructies.
De realisatie van geplande inkomsten afhankelijk van de economische ontwikkeling.
2006, continu
Miljoenennota 2006 en Belastingplan 2006
Motivering
Instrumenten Activiteiten
Prestatie-indicatoren
Planning
Verwijzing beleidsstukken
3.1.2.2 Operationele doelstelling 2
Het realiseren van niet-fiscale doelstellingen.
+ Om het aanbod van bepaalde voorzieningen te stimuleren.
+ Om maatschappelijk ongewenst gedrag tegen te gaan.
+ Om structuurversterkende maatregelen te nemen.
+ Om het vestigingsklimaat aantrekkelijker te maken.
+ Om administratieve lasten te verminderen.
+ Om invoering van de algemene douanewet mogelijk te maken
+ Fiscale wet- en regelgeving + Communicatie
+ Aanpassen van de Wet op de vennootschapsbelasting.
+ Vereenvoudigen van onderdelen van fiscale wet- en regelgeving.
+ Ontwerpen van een invoeringswet algemene douanewet.
+ Fiscaal instrumentarium up to date + % reductie administratieve lasten
2006, continu
Nota Vpb (Kamerstukken II 2004/05, 30 107, nr. 2)
Motivering
Instrumenten
Activiteiten
Prestatie-indicatoren
Succesfactoren Planning
3.1.2.3 Operationele doelstelling 3
Het verzorgen van wetgeving ter ondersteuning van de uitvoering van niet-fiscale taken door de Belastingdienst.
Om de uitvoering door de Belastingdienst mogelijk te maken, te ondersteunen en te vergemakkelijken.
+ Fiscale wet- en regelgeving + Communicatie
+ Het ontwerpen van het wetsvoorstel rechtshandhaving + AWIR
Belastingdienst beschikt over adequaat instrumentarium en uitvoerbare wetgeving.
De uitvoerbaarheid van de fiscale wetgeving.
2006
Motivering
Instrumenten
3.1.2.4 Operationele doelstelling 4
Het evalueren van fiscale wet- en regelgeving.
Om te bezien of beoogde doelstellingen en uitgangspunten van wetgeving ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd.
+ Evaluatieonderzoek + Beleidsdoorlichting
Activiteiten Prestatie-indicatoren
Planning
Verwijzing beleidsstukken
Het evalueren van belastinguitgaven.
Effectiviteit en efficiency van de fiscale maatregelen in beeld. Evaluatierapporten.
2006, continu
Bijlage 5Miljoenennota 2006
Omschrijving
Bijdrage
Verantwoordelijkheid
Succesfactoren
Effectgegevens
3.1.3 Belastingdienst
Algemene beleidsdoelstelling
De Belastingdienst operationaliseert het fiscaal beleid, en voor zover nodig het beleid op andere terreinen, door middel van zijn algemene uitvoeringsdoelstelling:
Het onderhouden en versterken van de bereidheid van burgers en bedrijven tot nakoming van hun wettelijke verplichtingen ten aanzien van de Belastingdienst.
Om te zorgen dat burgers en bedrijven bereid zijn hun wettelijke verplichtingen richting Belastingdienst na te komen (compliance).
De Belastingdienst bevordert compliance door goede dienstverlening, adequaat toezicht en zonodig strafrechtelijk afgedwongen naleving.
De minister en staatssecretaris van Financiën zijn verantwoordelijk voor: + de uitvoering van de heffing en inning van de rijksbelastingen en de
douanerechten, + de controle op de invoer, doorvoer en uitvoer van goederen, + de uitvoering van de premieheffing en inning van de werknemers- en
volksverzekeringen, + handhavingstaken op het gebied van de economische ordening en
financiële integriteit, + de uitvoering van de vaststelling en de uitkering van toeslagen.
Behalen van deze doelstelling hangt af van:
+ de kwaliteit van de dienstverlening,
+ de effectiviteit van het toezicht en de opsporing.
Het behalen van deze doelstelling heeft als effect dat burgers en bedrijven zoveel mogelijk hun wettelijke verplichtingen, richting Belastingdienst uit zichzelf nakomen.
Prestatie-indicatoren
(in %)
Basiswaarde (2004)
Belastingontduiking is onaanvaardbaar Zelf belasting ontduiken is vrijwel uitgesloten Belasting betalen betekent iets moeten bijdragen
87,6 74,8
58,4
Streefwaarde 2006
88 75
60
Toelichting
De percentages zijn ontleend aan onderzoeken onder belastingplichtigen
en ondernemers in het kader van de Fiscale Monitor.
Verwijzing beleidsstukken
Bedrijfsplan Belastingdienst 2005–2009 (bijlage bij Kamerstukken II 2004/05, 29 800 IXB, nr. 19)
Motivering
Instrumenten
Activiteiten
3.1.4 Operationele doelstellingen
3.1.4.1 Operationele doelstelling 1
Belastingplichtigen, premieplichtigen en belanghebbenden bij toeslagen dienstverlening aanbieden op de manier die hen past.
Om de zelfredzaamheid te bevorderen, zodat burgers en bedrijven een juiste aangifte of aanvraag indienen.
+ Voorlichting.
+ Informatieverstrekking.
+ Hulp bij aangifte of aanvraag.
+ Verbeteren kwaliteit belastingtelefoon bijvoorbeeld door inrichting van
callcentra gericht op specifieke doelgroepen. + Ontwikkelen van een persoonlijk digitaal domein.
+ Verbeteren van de kwaliteit van de algemene informatie op de website. + Inrichten van een baliefunctie voor de inkomensafhankelijke toeslagen.
Prestatie-indicatoren
(in %) |
Basiswaarde |
Streefwaarde |
(2004) |
2006 |
|
Afgehandelde telefoongesprekken |
67 |
80 |
Ervaren duidelijkheid correspondentie |
81 |
84 |
Ervaren snelheid afhandeling |
71 |
72 |
Ervaren bereikbaarheid |
60 |
70 |
Nakomen van afspraken |
87 |
87 |
Verwijzing beleidsstukken
Bedrijfsplan Belastingdienst 2005–2009 (bijlage bij Kamerstukken II 2004/05, 29 800 IXB, nr. 19)
Plan van aanpak belastingtelefoon (Kamerstukken II 2004/05, 29 800 IXB, nr. 21)
Motivering
Instrumenten
Activiteiten
3.1.4.2 Operationele doelstelling 2
Door toezicht en opsporing bevorderen dat belastingplichtigen, pre-mieplichtigen en belanghebbenden bij toeslagen hun wettelijke verplichtingen nakomen.
+ Om het niet nakomen van wettelijke verplichtingen te voorkomen en
zonodig te corrigeren. + Om sneller en vollediger belastinggelden te innen.
+ Toezicht en opsporing
+ Risicobeheersing
+ Vergunningen bij Douane
+ Intensiveren van de risicogerichte en zichtbare controles. + Meer gericht opsporen van onbekende belastingplichtigen. + Het krachtiger aanpakken van malafide belastingplichtigen.
+ Intensiveren van de invordering.
+ Ontwikkelen en implementeren van horizontaal toezicht.
Prestatie-indicatoren
(in %) |
Basiswaarde |
Streefwaarde |
(2004) |
2006 |
|
Correcties IB/Vpb |
7,4 |
7,5 |
Nihilscores veldtoetsen (IB/Vpb/LB/OB) |
26 |
25 |
Correcties invoerrechten/accijnzen |
13 |
13,5 |
Achterstand invordering |
3,7 |
3,5 |
Aantal processen-verbaal dat leidt tot |
||
veroordeling/transactie |
79 |
86 |
Door belastingplichtige ervaren pakkans |
66 |
70 |
Verwijzing beleidsstukken
Bedrijfsplan Belastingdienst 2005–2009 (bijlage bij Kamerstukken II
2004/05, 29 800 IXB, nr. 19)
Brief aan de Tweede Kamer over horizontaal toezicht van 8 april 2005
(Kamerstukken II 2004/05, 29 643, nr. 4)
Brief aan de Tweede Kamer over contra legem en vrijplaatsen van 3 juni
2004 (Kamerstukken II 2003/04, 29 643, nr. 2)
3.1.4.3 Operationele doelstelling 3
Het leveren van een bijdrage aan de bescherming van de samenleving tegen ongewenste goederen.
Motivering
Om de samenleving te beschermen tegen ongewenste goederen op het gebied van veiligheid, gezondheid, economie en milieu (VGEM).
Instrumenten
+ Toezicht en opsporing + Ambulante controles
Activiteiten
Verbreden en intensiveren van het toezicht op de hele logistieke keten bij grensoverschrijdend goederenverkeer. Ontwikkelen van een intelligence-functie gericht op de risicobeheersing van het grensoverschrijdend goederenvervoer. Intensiveren van de samenwerking met de douanediensten binnen en buiten de EU.
Intensiveren van de samenwerking met Nederlandse handhavings-organisaties op VGEM-gebied.
Prestatie-indicatoren
Basiswaarde |
Streefwaarde |
|
(2004) |
2006 |
|
% correcties Douane VGEM |
1,7 |
2 |
Aantal correcties VGEM bij passagierscontrole |
||
Douane |
13 582 |
11 250 |
Aantal processen-verbaal Douane bij VGEM |
14 37518 000 |
|
Aantal processen-verbaal FIOD-ECD niet-fiscaal |
310 |
275 |
Verwijzing beleidsstukken
Bedrijfsplan Belastingdienst 2005–2009 (bijlage bij Kamerstukken II 2004/05, 29 800 IXB, nr. 19)
3.1.5Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000) |
|||||||
2004 |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
||
Verplichtingen |
3 033 341 |
3 352 681 |
3 367 353 |
3 345 332 |
3 373 431 |
3 387 778 |
3 387 108 |
Uitgaven |
3 010 723 |
3 352 680 |
3 367 293 |
3 345 272 |
3 373 431 |
3 387 778 |
3 387 108 |
Programma-uitgaven |
687 706 |
771 002 |
826 147 |
903172 |
934 530 |
944 530 |
944 530 |
Juridisch verplicht |
687 706 |
771 002 |
768 317 |
839 950 |
869 113 |
878 413 |
878 413 |
Doelstelling 1-4 |
|||||||
Programma |
135 400 |
86 002 |
61 147 |
63 172 |
64 530 |
64 530 |
64 530 |
Heffing- en invorderingsrente |
552 306 |
685 000 |
765 000 |
840 000 |
870 000 |
880 000 |
880 000 |
Apparaatsuitgaven |
2 323 017 |
2 581 678 |
2 541 146 |
2 442 100 |
2 438 901 |
2 443 248 |
2 442 578 |
Ontvangsten |
92 813 280 |
101 172 137 |
100 400 212 |
103 758 486 |
106 120 608 |
109 913 167 |
113 684 644 |
Programma-ontvangsten |
92 773 282 |
101 132 733 |
100 381 540 |
103 744 314 |
106 106 436 |
109 898 995 |
113 670 472 |
Algemene beleidsdoelstelling |
|||||||
Belastingontvangsten |
91 761 317 |
99 952 410 |
99 035 417 |
102 288 491 |
104 600 613 |
108 373 172 |
112 144 649 |
Doelstelling 1-4 |
|||||||
Programma |
291 661 |
290 323 |
291 123 |
290 823 |
290 823 |
290 823 |
290 823 |
Heffing- en invorderingsrente |
720 304 |
890 000 |
1 055000 |
1 165000 |
1 215000 |
1 235000 |
1 235000 |
Apparaatsontvangsten |
39 998 |
39 404 |
18 672 |
14 172 |
14 172 |
14 172 |
14 172 |
Toelichting op de budgettaire gevolgen van beleid
De belastingontvangsten in de tabel budgettaire gevolgen zijn nettoontvangsten na aftrek van de ontvangsten die ten behoeve van het Gemeentefonds en het Provinciefonds (op grond van de Financiële-verhoudingswet) en het BTW-Compensatiefonds worden afgezonderd. In onderstaande tabel staat de aansluiting van de Miljoenennota 2006 met IXB. Een toelichting op de belastingontvangsten wordt gegeven in de Miljoenennota.
Tabel Aansluiting belastingontvangsten Miljoenennota 2006 met IXB (x € mln.)
2004
20052006
2007
2008
2009
2010
Totale belastingontvangsten |
106 249114 775 |
115 005 |
118 311 |
Miljoenennota (kasbasis) |
|||
Afdracht Gemeentefonds |
11 818 11 980 |
13 032 |
13 013 |
Afdracht Provinciefonds |
982 1 000 |
1 052 |
1 052 |
Afdracht BTW-Compensatiefonds |
1 687 1 842 |
1 884 |
1 957 |
120 670
124 564
128 396
1297513025 1302
1 052 1 052 1 052
2 042 2 113 2 175
Belastingontvangsten IXB
91761956 99 952 410 99 035 417 102 288 491 104 600 613 108 373 172 112 144 649
3.1.6 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid
2006 2007 2008 2009
2010
Fiscaal beleid en wetgeving
Belastinguitgaven
Monitor inkomsten uit lokale heffingen
Beleidsdoorlichting operationele doelstelling 4
♦♦♦♦♦ ♦♦♦♦♦
Belastingdienst
Algemene uitvoeringsdoelstelling
Fiscale monitor (compliance)
Operationele doelstelling 1
Fiscale monitor (dienstverlening) Periodieke audit ELA
Operationele doelstelling 2
Periodieke audit project Toeslagen
Periodieke audit project SUB
Periodieke audit vrijplaatsen en contra legem
Periodieke audit project herziening invordering
FIX
AKM Kapitaalsbelasting
AKM Milieubelastingen (heffingen en teruggaven)
AKM Landinrichtingsrente
AKM Assurantiebelasting
AKM Mijnbouwwet
AKM BTW-compensatiefonds
AKM BPM
AKM Recht van successie en schenking
AKM Registratiewet 1970
AKM Dwanginvordering voor derden
AKM Informatieverstrekking aan derden
AKM Wederzijdse bijstand
Operationele doelstelling 3
AKM effectiviteit handhavingsplannen VGEM
♦♦♦♦♦
♦♦♦♦♦
Beleidsdoorlichting Overig evaluatie-onderzoek
♦
♦
♦
♦
♦
♦
♦
♦
♦
♦
♦
3.2 Financiële markten
3.2.1 Algemene beleidsdoelstelling
Het bevorderen van goed functionerende en internationaal concurrerende financiële markten en integriteit van het financiële stelsel.
Omschrijving
Om de keuze aan financiële producten tegen gunstige voorwaarden en concurrerende prijzen te stimuleren en om het vertrouwen in het financiële stelsel te bevorderen.
Bijdrage
De minister van Financiën zorgt voor:
+ de wet- en regelgeving voor het toezicht op de financiële sector en
+ een ongestoorde muntvoorziening.
Verantwoordelijkheid
De minister van Financiën heeft een directe verantwoordelijkheid voor: + de wet- en regelgeving voor het toezicht op de financiële sector + een ongestoorde voorziening van voldoende munten. De Minister van Financiën heeft een indirecte verantwoordelijkheid voor: + de uitvoering van het toezicht op de financiële sector.
Succesfactoren
Behalen van deze doelstelling hangt af van politieke en internationale ontwikkelingen.
Effectgegevens
Behalen van deze doelstelling heeft als effect dat:
+ marktverstoringen worden voorkomen en weggenomen,
+ misbruik van de financiële sector door witwassers en financiers van
terrorisme wordt tegengegaan en + een goede werking van het betalingsverkeer wordt bevorderd.
3.2.2 Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000) |
|||||||
2004 |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
||
Verplichtingen |
87 774 |
72 588 |
36 64931 916 |
31 78931 788 |
31 787 |
||
Waarvan garantieverplichtingen |
24 000 |
||||||
Uitgaven |
54 713 |
48 588 |
36 64931 916 |
31 78931 788 |
31 787 |
||
Programma-uitgaven |
48 361 |
41 423 |
30 211 |
26 211 |
26 211 |
26 211 |
26 211 |
Juridisch verplicht |
0000 |
0 |
|||||
Doelst.1Goed functionerende financiële |
|||||||
markten |
|||||||
Bijdrage toezicht AFM |
5421 |
16 900 |
11 000 |
11 000 |
11 000 |
11 000 |
11 000 |
Bijdrage toezicht DNB op verzekeraars |
2 300 |
||||||
Bijdrage toezicht DNB op pensioenfond- |
|||||||
sen |
2000 |
||||||
Maatschappelijk overleg betalingsverkeer |
200 |
200 |
200 |
200 |
200 |
200 |
|
Rechtspraak Financiële Markten |
1 000 |
1 000 |
1 000 |
1 000 |
1 000 |
1 000 |
|
Doelst.2Integriteit van het financiële |
|||||||
stelsel |
|||||||
Caribbean Financial Action Taskforce |
30 |
32 |
32 |
32 |
32 |
32 |
32 |
Doelst.3Goed functionerend muntwezen |
|||||||
Muntcirculatie |
15056 |
13 991 |
13 979 |
13 979 |
13 979 |
13 979 |
13 979 |
Retouren guldenmunten |
3 226 |
5000 |
4 000 |
||||
Afname munt in circulatie |
24 628 |
||||||
Apparaatsuitgaven |
6 352 |
7 165 |
6 438 |
5705 |
5578 |
5577 |
5576 |
Ontvangsten |
494 596 |
606 696 |
692 518 |
550 518 |
521 518 |
503 518 |
552 518 |
Totaal programma-ontvangsten |
494 596 |
606 696 |
692 518 |
550 518 |
521 518 |
503 518 |
552 518 |
Doelst.1Goed functionerende financiële |
|||||||
markten |
|||||||
Winstuitkering DNB |
445 600 |
574 033 |
667 000 |
525 000 |
496 000 |
478 000 |
527 000 |
Overige programma-ontvangsten |
11 9354 467 |
322 |
322 |
322 |
322 |
322 |
|
Doelst.3Goed functionerend muntwezen |
|||||||
Ontvangsten muntwezen |
37 061 |
8 184 |
5184 |
5184 |
5184 |
5184 |
5184 |
Toename munten in circulatie |
20 012 |
20 012 |
20 012 |
20 012 |
20 012 |
20 012 |
Toelichting op de budgettaire gevolgen van beleid
Garantie debetfaciliteit AFM bij de schatkist
De AFM neemt deel aan het «schatkistbankieren». Dat betekent dat zij gebruik kan maken van een debetfaciliteit bij de schatkist. Financiën staat onder voorwaarden garant bij het onverhoopt niet nakomen van de financiële verplichtingen van de AFM.
Vrijwaringsregelingen
Tussen het ministerie van Financiën en de AFM en de voormalige Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK, thans DNB) gelden vrijwaringsregelingen. Op grond van deze regelingen dragen AFM en DNB een bepaald eigen risico indien zij tot schadevergoeding worden veroordeeld als gevolg van aansprakelijkheid voor falend toezicht. Boven dit eigen risico geldt onder voorwaarden vrijwaring door de Staat.
Garantie voorbereidingskosten toezicht AFM
De voorbereidingskosten die gemaakt worden tijdens de periode waarin de AFM zich voorbereidt op nieuwe toezichtstaken worden op de balans geactiveerd en krijgen zo het karakter van nog te innen vorderingen.
Inning kan geschieden vanaf het moment dat de betreffende wet in werking treedt. Tot dat moment loopt de AFM het risico dat deze vorderingen niet inbaar zijn. Dit risico is tot een daartoe overeengekomen bedrag afgedekt via een door Financiën afgegeven garantie (€ 24 mln.).
Uitgaven
Het ministerie van Financiën is bestuurlijk gebonden aan deze uitgaven, maar niet juridisch verplicht.
Bijdrage toezicht
De rijksoverheid bekostigt de door de toezichthouders te maken repressieve handhavingskosten.
Dit vanwege het algemene belang dat gediend is met de aanpak van overtreders. Waar het gaat om de preventieve handhavingskosten worden de kosten van de Wet melding ongebruikelijke transacties, de Wet identificatie bij dienstverlening en de Sanctiewet 1977 door het Rijk gefinancierd. Achterliggende gedachte daarbij is dat het daarop betrekking hebbende toezicht zich primair richt op het voorkomen van overtredingen van derden (namelijk niet onder toezicht staande instellingen en personen).
De bijdrage van het Rijk is vastgesteld in de vorm van een percentage van de totale toezichtkosten van de betreffende toezichthouder. De verschillende percentages zijn berekend aan de hand van de begrotingen van de toezichthouders voor het jaar 2003. Zij komen overeen met 14%, 21% en 11% van de toezichtkosten van respectievelijk de AFM, DNB en de voormalige PVK.
Muntcirculatie
Muntcirculatie bestaat uit uitgaven die betrekking hebben op de muntpro-ductie en de subsidie aan het Geld- en Bankmuseum en de vergoeding van de kosten van het Nationaal Analysecentrum voor Munten (NACM). De muntproductie in de jaren 2006 en verder is afhankelijk van de ontwikkelingen in de muntvraag.
Ontvangsten
Ontvangsten muntwezen
De ontvangsten muntwezen hebben betrekking op de uitgifte van bijzondere euromunten, de afdracht van De Koninklijke Nederlandse Munt NV (KNM) aan de Staat van de totale nominale waarde van uitgegeven muntsets, de bijzondere euromunten en van royalty’s. Royalty’s zijn een vergoeding die de Staat ontvangt voor dukaten die KNM produceert en verkoopt.
De ontvangsten muntwezen hebben tevens betrekking op verkocht metaalschroot; dit betreft metaal van vernietigde euromunten die als gevolg van beschadiging niet meer bruikbaar zijn voor de circulatie. In 2006 zullen er ontvangsten van verkocht metaalschroot zijn van nog ingeleverde guldenmunten.
Toename munten in circulatie
Het in omloop brengen van reguliere euromunten leidt tot ontvangsten voor de Staat en tegelijkertijd tot een schuld aan het publiek. Vanwege de uitbreidings- en vervangingvraag naar munten is doorgaans sprake van een netto-ontvangst voor de Staat.
WinstuitkeringDNB
Artikel 22, tweede lid, van de Statuten van DNB bepaalt dat de uit de vastgestelde jaarrekening blijkende winst ter beschikking staat van de algemene vergadering van aandeelhouders. De Staat treedt hierbij als enig aandeelhouder op. Indien de omstandigheden dit toestaan, kan DNB een deel van de (geprognotiseerde) winst in de vorm van een interimdividend aan de Staat uitkeren.
3.2.3 Operationele doelstellingen
3.2.3.1 Operationele doelstelling 1
Het bevorderen van goed functionerende en internationaal concurrerende financiële markten.
Motivering Instrumenten
Om marktverstoringen te voorkomen en weg te nemen.
+ Juridisch. Acht wetten worden vervangen door één nieuwe wet, de Wet op het financieel toezicht (Wft). Hierdoor is er op dat terrein straks één wet met daarop gebaseerde lagere regelgeving die het toezicht op de financiële marktsector in Nederland regelt.
+ Communicatie. Het ministerie van Financiën zal, in samenwerking met DNB en de AFM, de sector begeleiden bij de introductie van de Wft door middel van voorlichting.
Activiteiten
Implementeren van de Wet op het financieel toezicht en de nazorg daarvan.
Zorgdragen voor een adequaat prudentieel toezichtregime. Harmoniseren van regels voor financiële infrastructuur en handelsplatforms.
Ontwikkelen van crisismanagementprocedures. Bevorderen van corporate governance bij beursgenoteerde ondernemingen.
Stimuleren van het Nederlandse vestigingsklimaat voor financiële instellingen. Bevorderen van de Europese financiële marktintegratie.
Doelgroepen
De financiële sector, de financiële toezichthouders, consumenten en aandeelhouders.
Prestatie-indicatoren
Basiswaarde (2004)
Streefwaarde 2006
Implementatie Europese richtlijnen1
55,6% (1 juni 2005)
25%
Gebaseerd op het halfjaarlijkse scorebord van de interne markt van de Europese Commissie. Het percentage geeft aan welk deel van de Europese richtlijnen uit het Actieplan Financiële Diensten (FSAP), die op dat moment van kracht zijn, nog niet zijn omgezet in nationale wetgeving.
Verwijzing beleidsstukken
Wet op het financieel toezicht: wetsvoorstel en memorie van toelichting (Kamerstukken II 2003/04, 29 708, nr. 2 en Kamerstukken II 2003/04, 29 708, nr. 3), Europese richtlijn over herverzekering (Kamerstukken II 2003/04, 22 112, nr. 326), brief over de vormgeving van het toezicht op de infratruc-tuur van de financiële markten en de taakverdeling tussen DNB en de AFM (Kamerstukken II 2003/04, 28 122, nr. 19), Europese richtlijn over herverze-
kering (Kamerstukken II 2003/04, 21), Europese richtlijn over prudentieel toezicht op banken en Beleggingsondernemingen (Bazel II) (Kamerstukken II 2004/05, 21 109, nr. 150), voortgangsrapportage betalingsverkeer (Kamerstukken II 2004/05, 27 863, nr. 20), Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende een nieuw rechtskader voor betalingen in de Interne Markt (Kamerstukken II 2003/04, 22 112, nr. 307), Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement «Clearing en afwikkeling in de Europese Unie een strategie voor de toekomst» (Kamerstukken II 2003/04, 22 112, nr. 328), Kabinetsreactie op de Tabaksblat code (Kamerstukken II 2003/04, 29 449, nr. 1), brief over rapport van de Commissie Modernisering Beleggingsinstellingen (commissie Winter) (Kamerstukken II 2004/05, 28 998, nr. 10), nalevingskosten: brief minister en staatssecretaris met antwoord op de motie Aptroot/Smeets (Kamerstukken II, 2004/05, 29 515, nr. 18)
3.2.3.2 Operationele doelstelling 2
Het bevorderen van de integriteit van het financiële stelsel door het stellen van randvoorwaarden voor onder meer anti-witwaswet- en regelgeving en voor het toezicht op de financiële sector.
Motivering
Om misbruik van de financiële sector door witwassers en financiers van terrorisme tegen te gaan.
Instrumenten
Juridisch.
+ De Wet geldtransactiekantoren wordt waar nodig herzien als blijkt dat
de wet onnodige toetredingsdrempels opwerpt die deelname aan het
formele circuit van geldovermakingen bemoeilijken. + De huidige wetten MOT en Wid worden in samenwerking met het
ministerie van Justitie geïntegreerd tot één witwaswet. + De Noodwet financieel verkeer wordt onder de loep genomen en waar
nodig herzien en gemoderniseerd.
Activiteiten
+ Aanpakken van ondergronds bankieren.
+ Stroomlijnen van de Nederlandse witwaswetgeving.
+ Beschermen van de vitale infrastructuur.
Doelgroepen Prestatie-indicatoren
De financiële sector
Basiswaarde (2004)
Streefwaarde 2006
Implementatie Europese richtlijnen
55,6% (1 juni 2005)
25%
Verwijzing beleidsstukken
Rapport en beleidsstandpunt «Uit onverdachte bron» (Kamerstukken II 2003/04, 17 050, nr. 263), Nota inzake de bestrijding van misbruik van non-profitorganisaties voor terrorismefinanciering (Kamerstukken II 2003/04, 27 925, nr. 136), Nota over een integrale wijziging van het boetestelsel in financiële wetgeving (Kamerstukken II 2004/05, 30 125, nr. 2)
3.2.3.3 Operationele doelstelling 3
Het zorgdragen voor een goed functionerend muntwezen via een ongestoorde muntvoorziening van voldoende munten met als randvoorwaarde kosteneffectiviteit.
Motivering Instrumenten
Om een goede werking van het betalingsverkeer te bevorderen.
Beleidsuitvoering. Op grond van de Muntwet 2003 worden uitsluitend in opdracht van de Staat munten vervaardigd en uitgegeven. Op grond van een muntcontract worden de euromunten door KNM vervaardigd. DNB verzorgt de distributie van de euromunten.
Activiteiten
+ Voldoen aan de muntvraag.
+ Uitgeven van bijzondere euromunten.
+ Ontwaarden van ingeleverde guldenmunten.
Productie euromunten 2002–2006 (aantallen x |
1000) |
||||
2002 |
2003 |
2004 |
2005* |
2006* |
|
2 euro |
24 200 |
749 |
245288 |
288 |
|
1 euro |
41 400 |
950 |
235 |
288 |
288 |
50 eurocent |
94 400 |
810 |
269 |
363 |
363 |
20 eurocent |
73 700 |
57 821 |
20 430 |
363 |
363 |
10 eurocent |
39 400 |
818 |
262 |
363 |
363 |
5eurocent |
46 400 |
874 |
306 |
80 413 |
91 813 |
2 eurocent |
66 900 |
150 750 |
115 622 |
413 |
413 |
1 eurocent |
45600 |
57 660 |
113 906 |
413 |
413 |
Totaal |
432000 |
270 432 |
251 275 |
82 904 |
94 304 |
-
*raming
Doelgroepen Prestatie-indicatoren
Voorraden euromunten |
Muntdepot 2002-2006 |
(jaarultimo; aantallen x 1000) |
|||
2002 |
2003 |
2004 |
2005* |
2006* |
|
2 euro |
48 948 |
50 790 |
64 366 |
64 366 |
64 366 |
1 euro |
85866 |
74 688 |
95092 |
95092 |
95092 |
50 eurocent |
157 461 |
95 117 |
98 475 |
92 760 |
87 045 |
20 eurocent |
58 457 |
17 229 |
76 877 |
59 122 |
41 367 |
10 eurocent |
240 275 |
152 546 |
126 582 |
89 427 |
52 272 |
5eurocent |
296 673 |
148 498 |
67 342 |
55937 |
50 000 |
2 eurocent |
25167 |
11 943 |
66 426 |
186 450 |
200 000 |
1 eurocent |
165910 |
33 730 |
55171 |
175175 |
190 000 |
Totaal |
1 078 757 |
584 541 |
650 331 |
818 329780 142 |
-
*raming
Banken, toonbankinstellingen en consumenten
Basiswaarde (2004)
Streefwaarde 2006
Muntvoorziening t.o.v. de marktvraag Uitgifte bijzondere munten
100% 3
100% 2
Verwijzing beleidsstukken
Uitgiftekader bijzondere munten na de introductie van de euro (Kamerstukken II 2001/02, 28 107, nr. 1)
3.2.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid
2004 |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Algemene beleidsdoelstelling |
||||||
IMF FSAP |
♦ |
|||||
Operationele doelstelling 1 |
||||||
Evaluatie fusie DNB-PVK |
♦ |
|||||
Evaluatie Financiële Bijsluiter |
♦ |
|||||
Evaluatie toezicht op verslaggeving |
♦ |
|||||
Evaluatie toezicht op accountants |
♦ |
|||||
Evaluatie risico-georiënteerd toezicht |
♦ |
|||||
Bemiddeling financiële diensten |
♦ |
|||||
Goede verhuisservice banken |
♦ |
|||||
Operationele doelstelling 2 |
||||||
FATF-evaluatie |
♦ |
|||||
Evaluatie op de Wet geldtransactie- |
||||||
kantoren |
♦ |
|||||
Operationele doelstelling 3 |
||||||
Beleidsdoorlichting muntwezen |
Á |
|||||
Evaluatie muntendistributie |
♦ |
Beleidsdoorlichting Overig evaluatie-onderzoek
♦
3.3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector
3.3.1 Algemene beleidsdoelstelling
Bevorderen van bedrijfseconomische doelmatigheid en optimaal financieel resultaat bij verwerven, afstoten en beheer van de activa van de Staat.
Omschrijving
Bijdrage
Het zodanig beheren, aangaan en afstoten van Staatsdeelnemingen om een optimaal financieel resultaat te realiseren.
Het breder toepassen van publiek private samenwerking (PPS), waar dat doelmatig is, om te komen tot een betere prijs kwaliteit verhouding van overheidsinvesteringen.
Financiën treedt op als een actieve zakelijke aandeelhouder, beheert kredieten verstrekt onder de Regeling Bijzondere Financiering en adviseert overheidslichamen op het gebied van publiek private samenwerking middels het Kenniscentrum PPS.
Verantwoordelijkheid
Succesfactoren
Effectgegevens
De minister van Financiën is verantwoordelijk voor het realiseren van optimaal financieel resultaat bij het beheren, aangaan en afstoten van Staatsdeelnemingen en voor een bredere toepassing van PPS bij de totstandkoming van overheidsinvesteringen.
Privatisering en participaties
Het behalen van de doelstelling omtrent aangaanen afstotenvan Staatsdeelnemingen hangt af van consistentie in het toepassen van de uitgangspunten van het deelnemingenbeleid en politieke besluitvorming hieromtrent. Bij afstoting is Financiën bovendien doorgaans afhankelijk van de houding van medeaandeelhouders (vooral in geval van een minderheidsbelang) en andere stakeholders.
Voor wat betreft het beherenvan deelnemingen is Financiën bij het realiseren van de centrale doelstelling van beheer, namelijk waardemaximalisering, vaak afhankelijk van het op de deelneming van toepassing zijnde beleidsmatige kader. Dit kader is een stelsel van beleidsmatige randvoorwaarden waarbinnen het beheer wordt gevoerd. Er is derhalve sprake van een waardemaximalisering binnen kaders. Een andere belangrijke factor waar Financiën bij het beheer rekening mee moet houden, is de houding en de mate van invloed van andere belanghebbenden, bijvoorbeeld medeaandeelhouders en financiers.
Privatisering en participaties
Het behalen van de doelstelling op het gebied van Staatsdeelnemingen heeft als effect waardemaximalisatie op lange termijn dan wel opbrengst-maximalisatie van Staatsdeelnemingen. Voor zover een deelneming publieke taken uitvoert, leidt goed beheer tot een bedrijfseconomisch zo efficiënt mogelijke uitvoering van deze taken.
Zowel dividenden, gerealiseerde winsten als de verkoopprijs kunnen worden aangemerkt als effectindicator. De hoogte van de dividenduitkering wordt bepaald door enerzijds de uitkeerbare winst en anderzijds het door de onderneming gehanteerde uitkeringspercentage.
De winsten van de deelnemingen zijn afhankelijk van een veelheid van zowel algemene economische factoren als op bedrijfs- en sectorspecifieke factoren, die per onderneming variëren.
Succesfactoren
Publiek private samenwerking
PPS is een andere manier van werken die een bijdrage kan leveren om de publieke dienstverlening te verbeteren en de overheid doelmatiger en doeltreffender te maken.
Het behalen van de doelstelling hangt af van de structurele inbedding van publiek private samenwerking in de werkwijze en besluitvorming van de (vak-)departementen. Hieraan gerelateerd is de politieke betrokkenheid een wezenlijke factor.
Voor het inbedden van PPS in de organisatie zullen de (vak-)departemen-ten kennis en ervaring op het gebied van PPS moeten opbouwen inclusief het op de juiste manier toepassen van het PPS instrumentarium. Voor PPS is het van belang dat de ingezette stappen op het terrein van de begroting worden voortgezet. In het bijzonder VBTB, de levenscyclusbenadering bij overheidsinvesteringen en het denken in risico’s.
Effectgegevens
Verwijzing beleidsstukken
Publiek private samenwerking
Het behalen van de doelstelling van publiek private samenwerking heeft
als effect dat er een betere prijskwaliteit verhouding bereikt wordt bij
overheidsinvesteringen.
PPS is nu in de meeste beleidssectoren geïntroduceerd als optie voor de realisatie van investeringen. Er is een vervolgtraject van gecontroleerde verbreding ingezet die moet leiden tot een structurele inbedding van PPS in de besluitvorming. Dit is een continu proces totdat PPS structureel onderdeel is in de besluitvorming voor overheidsinvesteringen.
Bij overheidsinvesteringen in gebouwen en infrastructuur, vanaf een zekere financiële projectomvang, wordt structureel een Public Private Comparator (PPC) uitgevoerd. De PPC is een financieel vergelijkingsinstrument waarvan de uitkomst mede bepalend is voor het kiezen van de beste aanbestedingsvorm voor een project. Een goed uitgevoerde PPC betekent een doelmatigheidsafweging maar is ook een indicatie voor de structurele inbedding van PPS in de besluitvorming. Bij gebiedsontwikkeling bekijkt het Rijk hoe samen met marktpartijen de inrichting van gebieden en de afstemming van de verschillende publieke functies (infra, groen, openbare voorzieningen) en private functies (woningen, winkels, kantoren) efficiënt vorm gegeven kan worden.
De voortgangsrapportage PPS (Kamerstukken II 2004/05, 28 753 nr. 4) «Investeren in groei» (Kamerstukken II 2003/04, 29 696 nr. 1) «Kaderbrief PPS/innovatief aanbesteden» (Kamerstukken II 2003/04, 29 200 nr. 149)
3.3.2 Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000) |
|||||||
2004 |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
||
Verplichtingen |
42 777 |
10 155 386 |
5 840 |
5 564 |
5 610 |
5 480 |
5 479 |
Regeling BF |
25965 |
79 411 |
0000 |
0 |
|||
Garantieverplichting NPM |
|||||||
Uitgaven |
60 54910 086 558 |
16 423 |
19 147 |
18 239 |
17 609 |
17 108 |
|
Programma-uitgaven |
49 203 |
10 080 544 |
10 583 |
13 583 |
12 629 |
12 129 |
11 629 |
Juridisch verplicht |
10 266 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Doelst.1Aangaan,beheren en afstoten |
|||||||
Staatsdeelnemingen |
|||||||
Verwerving vermogenstitels |
10 067 311 |
||||||
Doelst.2Verhelpen knelpunten in |
|||||||
ondernemingsfinanciering |
|||||||
Regeling BF |
2 43510 129 |
10 129 |
13 129 |
12 629 |
12 129 |
11 629 |
|
PPM |
23 |
454 |
454 |
454 |
|||
Overige programma-uitgaven |
|||||||
Tijdelijke regeling subsidie tankstations |
1 728 |
||||||
Uitvoeringskosten tijdelijke regeling |
|||||||
subsidie tankstations |
17 |
150 |
|||||
Verstrekte leningen |
45000 |
||||||
PPS/Zuidas |
2 500 |
||||||
Apparaatsuitgaven |
11 346 |
6 014 |
5840 |
5564 |
5610 |
5480 |
5479 |
Personeel en materieel |
3 083 |
3 314 |
3 240 |
3 064 |
3 210 |
3 210 |
3 209 |
Uitvoeringskosten Staatsdeelnemingen |
8 263 |
2 700 |
2 600 |
2 500 |
2 400 |
2 270 |
2 270 |
Ontvangsten |
2 243 241 |
3 135 688 |
967 009 |
933 036 |
899 021 |
865 014 |
816 006 |
Programma-ontvangsten |
2 243 241 |
3 135688 |
967 009 |
933 036 |
899 021 |
865014 |
816 006 |
Doelst.1Aangaan,beheren en afstoten |
|||||||
Staatsdeelnemingen |
|||||||
Dividend Staatsdeelnemingen |
513 947 |
454 624 |
666 446 |
636 471 |
606 471 |
576 471 |
536 471 |
Opbrengst vermogenstitels |
1 286 588 |
2 340 583 |
|||||
Rente en aflossing div. leningen |
127 395104 042 |
83 034 |
79 036 |
75 021 |
71 014 |
67 006 |
|
Afdrachten Holland Casino |
137 308 |
110 000 |
110 000 |
110 000 |
110 000 |
110 000 |
105000 |
Afdrachten Staatsloterij |
132 872 |
78 000 |
78 000 |
78 000 |
78 000 |
78 000 |
78 000 |
Terugstorting agio |
38 876 |
38 160 |
20 000 |
20 000 |
20 000 |
20 000 |
20 000 |
Doelst.2Verhelpen knelpunten in |
|||||||
ondernemingsfinanciering |
|||||||
BF/PPM |
4 357 |
9 529 |
9 529 |
9 529 |
9 529 |
9 529 |
9 529 |
Overige programma-ontvangsten |
|||||||
Tijdelijke regeling subsidie tankstations |
1 898 |
750 |
Toelichting op de budgettaire gevolgen van beleid
Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen
Uit hoofde van de concentratie van Staatsdeelnemingen worden
uitvoeringskosten voorzien voortvloeiend uit het beheer en verkoop van
Staatsdeelnemingen.
Regeling Bijzondere Financiering
In 2004 is de Regeling Bijzondere Financiering (Regeling BF) geëvalueerd. De belangrijkste conclusie was dat de kapitaalmarkt zich dermate had ontwikkeld dat de Regeling BF geen toegevoegde waarde meer vervulde en derhalve zal worden afgeschaft. Als gevolg van de afschaffing van de Regeling BF zullen met ingang van 2006 geen verplichtingen meer worden
aangegaan en zijn de verwachte uitgaven naar beneden bijgesteld. Eind 2005zal worden bezien hoe de afwikkeling van de Regeling BF precies plaats zal gaan vinden.
De uitgaven van de Regeling BF vloeien voort uit de vergoeding aan de uitvoerder voor de gederfde rente, gederfde aflossing en de gemaakte kosten. Daarnaast zijn ook uitgaven geraamd die samenhangen met de afwikkeling van de aflopende regeling Particuliere Participatiemaatschappijen (PPM).
De ontvangsten van de Regeling BF komen voort uit garantieprovisies en restituties. Zowel de uitgaven als de ontvangsten komen voort uit in het verleden aangegane langlopende verplichtingen. Daarnaast zijn ook ontvangsten geraamd samenhangend met de regeling PPM.
3.3.3 Operationele doelstellingen
3.3.3.1 Operationele doelstelling 1
Realiseren van optimaal resultaat bij het beheren, aangaan en afstoten vanStaatsdeelnemingen.
Motivering
Om de zakelijke belangen van de staat in Staatsdeelnemingen te behartigen.
Instrumenten
Bevoegdheden uit hoofde van aandeelhouderschap, beleid m.b.t. het uitoefenen van deze bevoegdheden, kennis en ervaring.
Activiteiten
Voorbereiden en uitvoeren van aan- en verkooptransacties.
Voorbereiden van en optreden op algemene vergaderingen van
aandeelhouders.
Periodieke gesprekken met Raden van Commissarissen.
Bewerkstelligen van adequate vormgeving van corporate governance
en financieel beheer (dividendbeleid, vermogensstructuur e.d.).
Doelgroep Prestatie-indicatoren
Verwijzing beleidsstukken
De Staat der Nederlanden.
Voor deelnemingenbeleid bestaan er geen zinvolle prestatie-indicatoren. De resultaten van de inspanningen zijn namelijk moeilijk te meten. Het deelnemingenbeleid wordt daarom eens in de vijf jaar geëvalueerd. De volgende evaluatie staat gepland voor 2006. Tevens wordt voor iedere Staatsdeelneming eens in de vijf jaar een periodieke check uitgevoerd waarbij wordt bekeken of er belemmeringen bestaan voor afstoting. In 2004 zijn de eerste zes evaluaties uitgevoerd. Verder wordt jaarlijks aan de TK een jaarverslag over beheer van Staatsdeelnemingen gepresenteerd. Over aspecten van transacties en beheer wordt verslag gedaan in de vorm van een jaarverslag.
Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid(Kamerstukken II 2001/02, 28 165, nr. 1 en Kamerstukken II 2001/02, 28 165, nr. 2)
3.3.3.2 Operationele doelstelling 2
Het afwikkelen van een kredietportefeuille die is aangegaan onder de Regeling Bijzondere Financiering ten behoeve van het verhelpen van knelpunten in de kapitaalmarkt voor Nederlandse ondernemingen.
Motivering
De Regeling BF voorzag Nederlandse ondernemingen van risicodragend vermogen wanneer zij geconfronteerd worden met moeilijkheden bij het aantrekken daarvan. In 2004 is de regeling geëvalueerd. De belangrijkste conclusie van deze evaluatie was dat de kapitaalmarkt zich dermate had ontwikkeld dat de Regeling BF geen toegevoegde waarde meer vervulde en derhalve zal worden afgeschaft.
In de huidige portefeuille van de Regeling BF zitten langlopende leningen; deze portefeuille zal afgewikkeld moeten worden. De samenstelling van de portefeuille zal veranderen doordat uiteindelijk alleen de kredieten met een «bijzondere» karakter (uitstel van betalingen, etc.) nog onderdeel zullen uitmaken van de portefeuille. In het algemeen is dit speciale beheer zeer arbeidsintensief.
Instrumenten
Inzet personeel met benodigde kennis en ervaring, NIB als uitvoerder van de regeling.
Activiteiten
Monitoring, controle, besluitvorming ten aanzien van bijzondere kredieten.
Motivering
3.3.3.3 Operationele doelstelling 3
Het bewerkstelligen van een optimale opbrengst van bijzondere markt-gerelateerde operaties door (bedrijfseconomisch) advies en ondersteuning te bieden aan departementen die bijzondere marktgerelateerde operaties uitvoeren.
Om een optimaal resultaat bij deze operaties te krijgen, ook in financiële zin.
Instrumenten Activiteiten
Advies en ondersteuning.
Departementen adviseren over zakelijke aanpak bij het uitvoeren van bijzondere marktgerelateerde operaties zoals de financiële aspecten bij de uitgifte van vergunningen voor exploitatie van rechten (bv. digitale radio).
Doelgroep Prestatie-indicatoren
Departementen die bijzondere marktgerelateerde operaties uitvoeren.
Voor deze doelstelling bestaan er geen zinvolle prestatie-indicatoren. De mate van doelbereiking wordt vastgesteld aan de hand van een evaluatie van de rol van Financiën bij bijzondere marktgerelateerde operaties waar Financiën bij betrokken is, eventueel in samenwerking met het vakdepartement of als onderdeel van een integrale evaluatie door het vakdepartement.
3.3.3.4 Operationele doelstelling 4
Motivering
Instrumenten
Het stimuleren van de toepassing van publiek private samenwerking bij de totstandkoming van overheidsinvesteringen, daar waar dat dezelfde kwaliteit voor minder geld of voor hetzelfde geld meer kwaliteit oplevert.
PPS is een andere manier van investeren en een andere manier van werken die leidt tot besparingen en de gewenste kwaliteit. Het verbeteren van de publieke dienstverlening staat centraal.
Advies in PPS-projecten, opbouwen en delen van PPS-kennis (handleidingen, standaardisering van contracten e.d., projectevaluaties, PPS-oplei-dingen), ontwikkeling van instrumenten (financiële vergelijkingsinstrumenten (PPC/PSC) e.d.), ontwikkeling van beleidskaders (bijv. voor risicodragende participaties in gebiedsontwikkelingsprojecten) en oplossen van knelpunten in beleid en kaders, en promotie.
Activiteiten
Het vergroten van de acceptatie en de toepassing van PPS bij de totstandkoming van overheidsinvesteringen;
Binnen de diverse sectoren ervaring en kennis opdoen in pilotprojec-ten en met projectevaluaties. Vervolgens de kennis verbreden binnen de sector en inbedden bij de vakdepartementen inclusief het goed toepassen van het PPS instrumentarium;
Het wegnemen belemmeringen om PPS mogelijk te maken. Dit zijn sectoroverstijgende onderwerpen zoals het levenscyclus denken en het bewustzijn van risico’s;
PPS in de verschillende fases structureel onderdeel te maken van besluitvorming bij overheidsinvesteringen. Dit is sectoroverstijgend.
Doelgroep Planning
Prestatie-indicatoren
Vooral de rijksoverheid en in mindere mate decentrale overheden en semi-overheidsorganisaties.
Continu naar behoefte totdat PPS een geaccepteerd alternatief is bij de afweging voor overheidsinvesteringen. Dit wil zeggen dat de operationele doelstelling is bereikt wanneer voor de desbetreffende sector PPS structureel en volwaardig onderdeel uitmaakt van de departementale besluitvorming en er voldoende PPS projecten zijn uitgevoerd om de opgedane kennis te verankeren in de organisatie.
Het aantal goed toegepaste PPC’s zoals die uit de projectevaluaties naar voren komen.
In 2004 is de voortgang van PPS bij de vakdepartementen geëvalueerd (Kamerstukken II 2004/05, 28 753, nr. 4). De rol van het kenniscentrum PPS wordt in 2005beschouwd.
Verwijzing beleidsstukken
Voortgangsrapportage PPS (Kamerstukken II 2004/05, 28 753, nr. 4), brief investeren in groei (Kamerstukken II 2003/04, 29 696, nr. 1), kaderbrief PPS/innovatief aanbesteden (Kamerstukken II 2003/04, 29 200, nr. 149).
3.3.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid vanbeleid
20052006 2007 2008 2009 2010
Operationele doelstelling 1
Evaluatie deelnemingenbeleid
Operationele doelstelling 4
Evaluatie kenniscentrum PPS
♦ Overig evaluatie-onderzoek
♦
♦
Omschrijving
Bijdrage Verantwoordelijkheid
Succesfactoren
Effectgegevens
3.4 Internationale financiële betrekkingen
3.4.1 Algemene beleidsdoelstelling
Het bevorderen van een financieel-economisch gezond en welvarend Europa en eenevenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling.
Om aan een financieel gezond en welvarend Nederland bij te dragen via de bevordering van een welvarend Europa en een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling.
Nederland is lid van de E(M)U en aandeelhouder in internationale financiële instellingen (IFI’s).
De minister is verantwoordelijk voor de Nederlandse inbreng op financieel-economisch terrein binnen de EU en voor de Nederlandse inbreng binnen de internationale financiële instellingen. Wat betreft de ontwikkelingsbanken is er een gedeelde verantwoordelijkheid met de minister voor OS.
Doordat het beleid van de EU en de IFI’s door een internationaal krachtenveld wordt bepaald waarin Nederland een van de vele spelers is, is het niet automatisch dat het uiteindelijk door de internationale financiële instellingen en Europese Unie gevoerde beleid een volledige weerspiegeling van de Nederlandse beleidsvisie zal zijn.
Behalen van deze doelstelling heeft als effect dat mede door de Nederlandse inbreng een financieel-economisch gezond en welvarend Europa en een stabiele en voorspoedige ontwikkeling van de internationale economie, waarbij de lidstaten een budgettair en economisch verantwoord beleid voeren, er een behoedzame en doelmatige EU-begroting tot stand komt en de IFI’s bijdragen aan een evenwichtige financieel-economische ontwikkeling.
3.4.2 Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000) |
|||||||
2004 |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
||
Verplichtingen |
92 296 |
688 485 |
115 799 |
195 892 |
851 146 |
1 644 907 |
115 801 |
Betalingsverplichtingen |
84 563 |
575 040 |
2 354 |
82 447 |
572 672 |
75 583 |
2 356 |
Garantieverplichtingen |
7 733 |
113 445113 445113 445278 474 |
1 569 324 |
113 44 |
|||
Uitgaven |
358 465 |
180 709 |
96 809 |
130 491 |
183 220 |
219 835 |
250 541 |
Programma-uitgaven |
355 682 |
178 117 |
94 455 |
128 134 |
180 864 |
217 479 |
248 185 |
Juridisch verplicht |
94 455 |
125 634 |
170 742 |
180 090 |
201 060 |
||
Doelst.2Evenwichtige financieel- |
|||||||
economische ontwikkeling |
|||||||
Instrument: deelneming multilaterale |
|||||||
ontwikkelingsbanken en -fondsen |
355 682 |
178 117 |
94 455 |
128 134 |
180 864 |
217 479 |
248 185 |
Apparaatsuitgaven |
2 783 |
2 592 |
2 354 |
2 357 |
2 356 |
2 356 |
2 356 |
Ontvangsten |
1 653 |
1 205 |
1 028 |
980 |
929 |
929 |
929 |
Doelst.2Evenwichtige financieel- |
|||||||
economische ontwikkeling |
|||||||
Ontvangsten |
1 653 |
1 205 |
1 028 |
980 |
929 |
929 |
929 |
Toelichting op de budgettaire gevolgen van beleid
De raming voor betalingsverplichtingenis het gevolg van de onderhandelingen over financiële bijdragen aan diverse internationale financiële instellingen, zoals kapitaalverhogingen van banken en middelenaanvullingen van concessionele fondsen. Regel hierbij is dat voor nieuwe verplichtingen budgettair een stelpost wordt opgenomen die gelijk is aan de Nederlandse bijdrage aan de vorige kapitaalverhoging c.q. middelenaanvulling. De verplichtingen komen volgens een vastgesteld kaspatroon tot betaling.
De raming voor garantieverplichtingenheeft betrekking op het zogenaamde garantiekapitaal van de internationale financiële instellingen (het deel van de verplichting dat waarschijnlijk niet tot betaling komt, het callable capital), op garantie-overeenkomsten tussen de Staat en DNB (onder meer de Nederlandse deelneming in IMF) en deelneming in de door de BIS te verstrekken kredietfaciliteiten.
De geraamde programma-uitgavenhebben enerzijds betrekking op aangegane verplichtingen, als uitkomst van reeds afgeronde internationale onderhandelingen, en anderzijds op stelposten voor nieuwe verplichtingen van onderhandelingen die nog niet zijn afgerond of die nog zullen plaatsvinden.
Juridisch verplichte uitgaven zijn uitgaven, waarvoor Nederland juridisch een verplichting is aangegaan in verband met kapitaalverhogingen van banken en middelenaanvullingen van fondsen.
Een deel van de verplichtingen- en uitgavenramingen is door wisselkoersinvloeden (US-dollar en SDR) beleidsmatig niet te beïnvloeden.
Voor 2006 zijn geen verplichtingen geraamd in verband met financiële bijdragen aan internationale financiële instellingen. Voor de jaren 2007–2010 zijn de volgende verplichtingenramingen verwerkt in verband met nieuwe kapitaalverhogingen en middelenaanvullingen:
Wereldbankgroep (IBRD, IDA, IFC, MIGA)1
Een nieuwe kapitaalverhoging voor de Wereldbank wordt niet voor 2009 verwacht. De stelposten voor de verplichtingenramingen voor Wereldbank en IFC zijn doorgeschoven van 2008 naar 2009 (raming voor Wereldbank van € 54,5 mln. en bijbehorende garantieverplichting van € 1,5mld. en raming voor IFC van € 18,8 mln.). Een stelpost is opgenomen voor de middelenaanvulling IDA in 2008 (€ 421,9 mln.).
Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbankgroep (IDB, IIC, FSO en MIF) Een stelpost is opgenomen voor de middelenaanvulling FSO in 2008 (€ 9,5mln.).
Afrikaanse Ontwikkelingsbankgroep (AfDB, AfDF)
Een stelpost is opgenomen voor de middelenaanvulling AfDF in 2008
(€ 135,5 mln.).
Aziatische Ontwikkelingsbankgroep (AsDB, AsDF)
De middelenaanvulling voor AsDB is uitgesteld van 2007 naar 2008
(stelpost van € 3,4 mln. en bijbehorende garantieverplichting van € 208,3
mln.). Voorts is een stelpost opgenomen voor AsDF van € 80,1 mln. in
2007.
1 Dit betreft verplichtingen waarvoor de Europese Investeringsbank (EIB, EIB Lomé en Cotonou)
Minister voor Ontwikkelingssamenwerking Er zijn geen budgettaire gevolgen voorzien.
mede verantwoordelijk is.
Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) Er zijn geen budgettaire gevolgen voorzien.
Motivering
Instrumenten Activiteiten
3.4.3 Operationele doelstellingen
3.4.3.1 Operationele doelstelling 1
Het bevorderen van een gezonde en stabiele monetaire en budgettaire ontwikkeling van de Europese Unie en haar lidstaten.
Omdat Nederland als middelgrote en open economie gebaat is bij een gezonde en stabiele monetaire en budgettaire ontwikkeling binnen de Europese Unie.
Internationaal overleg
+ Standpuntbepaling ten behoeve van internationaal overleg.
+ Standpuntinname in onderhandelingen over het EU-budget voor 2007.
+ Standpuntinname in onderhandelingen over de meerjarenbegroting
(Financiële Perspectieven 2007–2013) alsmede herziening van het
Eigen Middelen Besluit. + Behandelen aanvragen Exchange Rate Mechanism (ERM-II) en
succesvol begeleiden binnen ERM-II van nieuwe lidstaten. Tevens
mogelijk eerste aanvragen toetreding eurozone. + Het bevorderen van de begrotingsdiscipline en een stabiele macro-economische omgeving in de EMU door een evenwichtige multilateral
surveillance. + Monitoren van economische situatie en onderhandelen over acquis
communautaire met kandidaat-lidstaten in het kader van de uitbreiding
van de EU.
Doelgroepen
Prestatie-indicatoren
Verwijzing beleidsstukken
De EU-lidstaten, de kandidaat-lidstaten, Europese Commissie, het Europese Parlement en de Europese Centrale Bank
+ Toepassing principe van begrotingsdiscipline bij EU-begroting 2007
+ Bruto-afdrachten aan de EU
+ Netto betalingspositie
+ Mate van aandacht voor economische analyse bij aanvragen ERM-II
+ Spilkoers bij toelating lidstaten in ERM-II
+ Koers bij toelating lidstaten tot eurozone
+ Behoud van 3% tekortnorm en 60% grens voor schuldquote als ankers voor de begrotingsdiscipline in de EU
Rapport van de Ecofin over de verbetering van de implementatie van het Stabiliteits- en Groeipact (Kamerstukken II 2004/05, 21 501-07, nr. 477), Toetreding tot ERM-II (Brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, d.d. 8 juli 2004, fin0400309, 2003/04), Notitie inzake de voorstellen van de Commissie over de nieuwe Financiële Perspectieven 2007–2013 (Kamerstukken II 2003/04, 21 501-20, nr. 259) alsook geannoteerde agenda’s en verslagen Eurogroep en Ecofin aan de Tweede Kamer.
3.4.3.2 Operationele doelstelling 2
Het bevorderen van een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling. Essentieel daarbij is behoud van de financiële soliditeit en samenhang in het opereren van de Internationale financiële instellingen (IFI’s)1.
Motivering
Omdat Nederland belang heeft bij een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling en waarde hecht aan een evenwichtige financieel-economische ontwikkeling in lage en- middeninkomens-landen
Instrumenten Activiteiten
Internationaal overleg
+ Toezicht op rol IFI’s bij de bevordering van het financieel-economische evenwicht. De focus zal dit jaar liggen op het agenderen van samenhang en taakverdeling tussen IFI’s en met de EU-ontwikkelingsinstellingen in landen die aan de EU grenzen.
+ Mid-Term Reviews Middelenaanvullingen2. De nadruk zal liggen op de uitwerking van het schuldhoudbaarheidsraamwerk.
+ Internationale economische analyses die vereist zijn om de internationale beleidsdiscussie en respons te kunnen beïnvloeden.
+ Toezicht op financiële deugdelijkheid IFI’s. Actuele punten zijn de mogelijke IMF-goudverkoop, invoering van een nieuw risicomodel bij de EIB en de sterke uitbreiding van de private sector activiteiten bij de AsDB.
+ Adequate Nederlandse representatie in belangrijke internationaal-economische gremia. Vooral van belang in discussies rond hervorming bestuur van IMF en WB.
Doelgroepen Prestatie-indicatoren
IFI’s, G-10, OESO, EU-lidstaten
+ Doen van aanbevelingen ter verbetering van de afbakening en coördinatie van werkzaamheden van verschillende IFI’s en EU-ontwikkelingsinstellingen.
+ Invoering verder ontwikkeld schuldhoudbaarheidsraamwerk bij AfDF, AsDF en IDA.
+ Het bevorderen en sturen van internationale discussies op financieel-economisch terrein.
+ Behoud van AAA-rating van multilaterale ontwikkelingsbanken.
+ Financiële positie van de banken.
+ Behoud van de financieel solide positie van het IMF bij verkoop IMF-goud ter financiering van schuldendienstverlichting.
+ Positie binnen de belangrijkste internationaal-economische gremia zoals IMF en WB.
1 Zie voor het Nederlandse beleid ten opzichte van de IFI’s ook de begroting van Buitenlandse Zaken.
2 Hier wordt de voortgang van de bij de mid-delenaanvullingonderhandelingen gemaakte afspraken besproken.
3.4.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid vanbeleid
2004 20052006 2007 2008 2009 2010
Operationele doelstelling 1
Evaluatie van het functioneren van de EMU en de bijdrage van Nederland daaraan.
Beleidsdoorlichting van de inzet van Nederland bij het bevorderen van een gezonde en stabiele monetaire en budgettaire ontwikkeling van de Europese Unie en haar lidstaten.
Operationele doelstelling 2
Beleidsdoorlichting van de inzet van Nederland in het beleid van de Internationale Financiële Instellingen ter bevordering van de internationale financiële stabiliteit.
Beleidsdoorlichting Overig evaluatie-onderzoek
♦
♦
3.5 Exportkredietverzekering en investeringsgaranties
3.5.1 Algemene beleidsdoelstelling
Het bijdragen aan een goed functionerende en complete markt voor verzekering van risico’s verbonden aan export en investeringen in het buitenland.
Omschrijving
Bijdrage
Om bij te dragen aan een goed functionerende en complete markt voor verzekering van risico’s verbonden aan export en investeringen in het buitenland, waarbij deze risico’s zoveel mogelijk door de private markt worden gedragen en concurrentieverstoring tussen landen wordt geminimaliseerd.
Bepaalde risico’s verbonden aan de kredietverlening aan en investering in het buitenland kunnen niet op de particuliere markt worden verzekerd. Onder bepaalde voorwaarden kan de Nederlandse overheid, evenals de overheden van de meeste andere industrielanden, deze niet marktbare risico’s in herverzekering nemen. Op deze wijze draagt de Staat bij aan het creëren van een gunstig klimaat voor export en buitenlandse investeringen van Nederlandse ondernemingen.
Voor de herverzekeringsactiviteiten van de Staat gelden de volgende doelstellingen. In de eerste plaats dienen de activiteiten van de Staat aanvullend te zijn op de markt. Daarnaast dienen de herverzekeringsactiviteiten van de Staat zichzelf te bedruipen. Verder streeft Nederland in internationaal verband naar een minimalisatie van concurrentieverstoring tussen landen.
Verantwoordelijkheid
Succesfactoren
Effectgegevens
De Staat heeft drie instrumenten om deze algemene beleidsdoelstelling te realiseren:
+ de Exportkredietverzekering (EKV)
+ de Tijdelijke Regeling herverzekering investeringen (TRhi) + de Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA). Sinds 2004 bestaat de mogelijkheid tot herverzekering van investeringsgaranties afgegeven door MIGA ten behoeve van specifieke Nederlandse investeringen in het buitenland.
De minister van Financiën is verantwoordelijk voor het doelmatig en doeltreffend functioneren van de herverzekeringsfaciliteiten.
Behalen van deze doelstelling hangt af van de mate waarin de herverzekeringsfaciliteiten van de Staat aanvullend zijn op schommelingen op de private markt, de mate waarin de faciliteiten kostendekkend zijn en de mate waarin concurrentieverstoring wordt geminimaliseerd.
Behalen van deze doelstelling heeft als effect dat deze faciliteit kostendekkend blijft en dat concurrentieverstoring wordt tegengegaan. Tevens wordt de goed functionerende markt voor de herverzekering van risico’s verbonden aan export en investeringen in het buitenland in stand gehouden.
3.5.2 Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000) |
|||||||
2004 |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
||
Verplichtingen |
3 746 557 |
11 950 060 |
11 950 034 |
11 949 953 |
11 949 952 |
11 949 952 |
11 949 952 |
waarvan betalingsverplichtingen |
12 557 |
14 004 |
13 978 |
13 897 |
13 896 |
13 896 |
13 896 |
waarvan garantieverplichtingen |
3 734 000 |
11 936 056 |
11 936 056 |
11 936 056 |
11 936 056 |
11 936 056 |
11 936 056 |
EKV |
3 577 000 |
11 332 276 |
11 332 276 |
11 332 276 |
11 332 276 |
11 332 276 |
11 332 276 |
Rhi |
157 000 |
453 780 |
453 780 |
453 780 |
453 780 |
453 780 |
453 780 |
MIGA |
0 |
150 000 |
150 000 |
150 000 |
150 000 |
150 000 |
150 000 |
Uitgaven |
86 355 |
138 012 |
137 986 |
147 905 |
147 904 |
147 904 |
147 904 |
Programma-uitgaven |
73 791 |
124 008 |
124 008 |
134 008 |
134 008 |
134 008 |
134 008 |
Juridisch verplicht |
117 808 |
127 308 |
127 308 |
127 308 |
127 308 |
||
Doelst.1Doelmatige inzet |
|||||||
herverzekeringsfaciliteiten |
|||||||
Schade-uitkering EKV |
73 791 |
124 008 |
124 008 |
134 008 |
134 008 |
134 008 |
134 008 |
Schade-uitkering Rhi |
000000 |
0 |
|||||
Schade-uitkering MIGA |
000000 |
0 |
|||||
Apparaatsuitgaven |
12 564 |
14 004 |
13 978 |
13 897 |
13 896 |
13 896 |
13 896 |
Personeel en materieel |
957 |
1 223 |
1 122 |
1 041 |
1 040 |
1 040 |
1 040 |
Kostenvergoeding Atradius DSB |
11 607 |
12 781 |
12 856 |
12 856 |
12 856 |
12 856 |
12 856 |
Ontvangsten |
266 972 |
808 361 |
262 261 |
117 361 |
116 561 |
95 334 |
105 034 |
Programma-ontvangsten |
266 972 |
808 361 |
262 261 |
117 361 |
116 561 |
95 334 |
105 034 |
Doelst.1Doelmatige inzet |
|||||||
herverzekeringsfaciliteiten |
|||||||
Premies EKV |
69 564 |
39 034 |
39 034 |
39 034 |
39 034 |
39 034 |
39 034 |
Premies Rhi |
1 329 |
1 000 |
1 000 |
1 000 |
1 000 |
1 000 |
1 000 |
Doelst. 2 Kostendekkendheid |
|||||||
Schaderestituties EKV |
196 079 |
768 327 |
222 227 |
77 327 |
76 527 |
55 300 |
65 000 |
Toelichting op de budgettaire gevolgen van beleid Onderstaande grafiek laat de ontwikkeling zien van het totaal door de Staat (her)verzekerde bedrag (cumulatief uitstaande obligo voor EKV en TRhi). Hierbij is een uitsplitsing gemaakt naar definitieve (polissen) en voorlopige (dekkingstoezeggingen) verzekeringen.
Grafiek 3.5.1. Uitstaande verzekeringen
1 |
92 93 94 9596 97 98 99 00 01 02 03 04
jaren
Definitief
Voorlopig
De meerjarenramingen van de schade-uitkeringen EKV zijn gebaseerd op verwachtingen over de verzekeringsportefeuille. Op basis van de actuele situatie en verwachte korte termijn ontwikkelingen zijn de schattingen voor 2006 e.v. bijgesteld.
De ontvangsten bestaan uit premies en provenu’s. De premieontvangsten zijn geraamd op basis van de resultaten van de afgelopen jaren. De provenu’s komen voornamelijk voort uit in het kader van de Club van Parijs (CvP) gesloten schuldenregelingen. In de CvP zijn afspraken gemaakt over de vervroegde aflossing van een aantal landen. Dit leidt tot een positieve bijstelling van de provenuontvangsten in 2005en 2006 en een negatieve bijstelling voor latere jaren.
3.5.3 Operationele doelstellingen
3.5.3.1 Operationele doelstelling 1
Het doelmatig, klantgericht en transparant uitvoeren van herverzekeringsfaciliteiten voor risico’s verbonden aan export en investeringen in het buitenland, waarbij uitgangspunt is dat de faciliteiten van de Staat aanvullend zijn op de markt.
Motivering
Om bij te dragen aan een goed functionerende en complete markt voor verzekering van risico’s verbonden aan export en investeringen in het buitenland.
Instrumenten
de Exportkredietverzekering (EKV)
de Tijdelijke Regeling herverzekering investeringen (TRhi)
MIGA via een herverzekeringsovereenkomst met de Wereldbank
Activiteiten
Herverzekering van aanvaardbare risico’s verbonden aan export en investeringen in het buitenland.
De Staat herverzekert risico’s die de markt niet kan dragen. Met uitvoerder Atradius DSB zijn afspraken gemaakt over welke categorieën risico’s (tegen betaling van premies) voor herverzekering door de Staat in aanmerking komen (risicodracht).
Bij de uitvoering van de EKV en de TRhi zijn de Staat (het ministerie van Financiën en het ministerie van Economische Zaken), Atradius DSB en De Nederlandsche Bank betrokken. Ter vergroting van de doelmatigheid en efficiency wordt in 2005het zogenaamde Pauwenhofproces afgesloten. Dit proces bestaat uit verschillende deelprojecten die leiden tot een verbetering van de uitvoeringsstructuur. Bij de vormgeving van de nieuwe uitvoeringsstructuur is veel aandacht besteed aan de werkverdeling tussen de betrokken partijen, om optimaal te profiteren van ieders sterke punten en om onnodige overlap in werkzaamheden te voorkomen.
Doelgroepen Prestatie-indicatoren
Nederlandse exporteurs en investeerders.
+ Doorlooptijden van verzekeringsaanvragen
+ Vijfjaarlijkse evaluatie van EKV- en TRhi-faciliteit
De doorlooptijden van verzekeringsaanvragen gelden als prestatieindicator van de doelmatige uitvoering en de klantgerichtheid van het beleid. De streefwaarde voor de doorlooptijd1 is net als het voorgaande jaar gesteld op 55 werkdagen, waarvan 40 werkdagen netto behandeld-uur. De vijfjaarlijkse evaluaties van de EKV en de TRhi geven inzicht in de doelmatigheid en effectiviteit van het ingezette instrumentarium en van de uitvoering en gebruikerservaring.
Basiswaarde (2004)
20052006
2007 2008 2009
2010
Doorlooptijden van verzekeringsaanvragen
55
55
52
52
48
48
48
3.5.3.2 Operationele doelstelling 2
Een kostendekkende uitvoering van het pakket aan herverzekeringsfaciliteiten.
Motivering
1 Het betreft de doorlooptijd van het hele behandelingstraject (Atradius DSB, DNB, Staat) als gewogen gemiddelde van reguliere exportkredietverzekeringszaken (zowel onder als buiten de machtiging van Atradius DSB en DNB). Van de 55 werkdagen is 40 werkdagen netto behandelingsduur. De overige tijd bestaat uit het posttraject en de tijd waarin op informatie van aspirant-verzekerde gewacht wordt (en de behandeling dus stil ligt).
Om subsidiering van export te voorkomen en om kostendekkend te werken. Het streven naar kostendekkendheid van het pakket van herverzekeringsfaciliteiten vloeit voort uit het internationale verbod op subsidiëring van de export en uit budgettaire overwegingen. De faciliteiten dienen kostendekkend te zijn. Kostendekkendheid is vanwege de lange looptijd van risico’s alleen te meten over een lange periode. Schades treden meestal pas enkele jaren nadat een transactie in herverzekering is genomen op. Provenu’s kunnen nog vele jaren nadat de schade is uitgekeerd worden ontvangen. De resultaten op kasbasis geven onvoldoende inzicht in de kostendekkendheid. Bedrijfseconomische aannames kunnen een beter inzicht geven in de kostendekkendheid
Instrumenten
Activiteiten
Doelgroepen
Prestatie-indicatoren
+ Premieheffing
+ Acceptatiebeleid
+ Schadeafhandelingsbeleid
+ Recuperatiebeleid (onder andere via Club van Parijs)
+ Uitvoeringskostenbeleid
Het uitvoeren van de herverzekeringsfaciliteiten op kostendekkende wijze.
De Staat der Nederlanden
In 2004 is een model voor bedrijfseconomische resultaatbepaling vastgesteld dat nauw aansluit bij modellen die internationaal ontwikkeld zijn. In het model worden kosten en opbrengsten grotendeels toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. Dit gebeurt onder andere door gebruik te maken van voorzieningen. Ook wordt, naast de ontvangen rente op vorderingen, de financieringsrente in het resultaat verwerkt. De implementatie van het model is voorzien voor 2005. De kamer zal t.z.t. worden ingelicht over de resultaten.
Model bedrijfseconomische resultaatbepaling:
+ verdiende premie
– uitvoeringskosten
+/- wijziging voorziening verwachte schade
– oninbare bedragen verwachte schade
+/- wijziging voorziening vorderingen
– oninbare vorderingen
+/- financieringsrente
+ ontvangen rente op vorderingen
-
=resultaat
Motivering
3.5.3.3 Operationele doelstelling 3
Het minimaliseren van concurrentieverstoring tussen landen met als inzet minimalisering van overheidssteun.
Om een gezonde concurrentiepositie voor Nederlandse exporteurs te creëren door middel van een herverzekeringsfaciliteit die gelijkwaardig is aan die van andere landen.
Instrumenten
Activiteiten
+ Actieve deelname in internationale fora zoals OESO (onder meer via
het Arrangement), WTO en EU + Benchmark indicatoren: acceptatiebeleid, dekking, aangeboden
assortiment en premies
Voor 2006 zijn op internationaal terrein de volgende onderwerpen van belang: in de OESO wordt gewerkt aan grotere convergentie van en transparantie over debiteurenpremies voor exportkredietverzekeringen. De inzet van Nederland hierbij is een zo groot mogelijke convergentie om concurrentieverstoring tegen te gaan, terwijl de premies moeten blijven voldoen aan de eis van kostendekkendheid. Het streven is om de transparantie en financiële rapportage van OESO-landen over kostendekkendheid te verbeteren. Daardoor kan de onderlinge vergelijkbaarheid toenemen en kunnen oneigenlijke vormen van overheidssteun beter worden bestreden.
De tekst van het Arrangement zal verder worden aangepast aan de ontwikkelingen in de Wereld Handels Organisatie (WTO), in het licht van de uitkomsten van de Doharonde en WTO-paneluitspraken. Daarnaast zal Nederland zich in de WTO-onderhandelingen inzetten om «pure cover», de lichtste vorm van overheidsinterventie, in de subsidiecode van de WTO veilig te stellen. Een kostendekkende exportkredietverzekering is naar de mening van Nederland geen subsidie. De regels van de subsidiecode dienen op dit punt waar nodig te worden verduidelijkt. In dit kader zal worden gestreefd naar intensivering van de betrekkingen met opkomende economieën die steeds meer kapitaalgoederen exporteren. Doel is het creëren van een «level playing field» voor Nederlandse exporteurs ten opzichte van het buitenland voor wat betreft exportkredietverzekerings-voorwaarden.
Tevens worden vier objectieve maatstaven die inzicht geven in de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse EKV internationaal vergeleken. Deze vergelijking betreft zeven andere exportkredietverzekeraars: België (ONDD), Duitsland (HERMES), Frankrijk (COFACE), Verenigd Koninkrijk (ECGD), Spanje (CESCE), Zweden (EKN) en Italië (SACE).
Doelgroepen Prestatie-indicatoren
Nederlandse exporteurs en investeerders
De jaarlijkse prestatiemeting vindt plaats door middel van een internationale vergelijking van de Nederlandse EKV met zeven andere exportkredietverzekeraars. In de vergelijking worden de aspecten «acceptatie-beleid», «dekking», «aangeboden assortiment» en «premies» meegenomen. Dit zijn objectieve maatstaven die inzicht geven in de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse EKV. Resultaten worden ieder jaar opgenomen in het Financiële Jaarverslag van het Rijk. Uit de resultaten komt naar voren dat het Nederlandse beleid inzake de exportkredietverzekering en dat van andere exportkredietverzekeraars de laatste jaren naar elkaar toe is gegroeid.
3.5.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid vanbeleid
20052006
2007 2008 2009 2010
Operationele doelstelling 1
De evaluatie van de EKV- en TRHI-faciliteit
Operationele doelstelling 2
Model voor Bedrijfseconomische Resultaatbepaling
Operationele doelstelling 3
Benchmark indicatoren
♦ ♦ ♦♦♦♦♦♦
♦ Overig evaluatie-onderzoek
3.6 Staatsloterij
Vervallen.
3.7 Beheer materiële activa
Omschrijving
Bijdrage
3.7.1 Algemene beleidsdoelstelling
Het doelmatig verwerven, beheren en vervreemden van roerende en onroerende zaken voor het Rijk en het bevorderen van een optimale allocatie van onroerende zaken voor het Rijk.
Om te bereiken dat roerende en onroerende zaken voor de Staat op grond van financieel-economisch en maatschappelijk belang zo doelmatig mogelijk beheerd, aangekocht en verkocht worden.
Financiën vertegenwoordigt de Staat als eigenaar van gebouwen, gronden, objecten en roerende zaken. Zij verzorgt dienstverlening bij de verkoop, aankoop, beheer, bewaring en vernietiging van roerende en onroerende zaken, met het oog op een doelmatig vermogensbeheer. Tevens draagt Financiën bij aan de samenwerking en afstemming met andere departementen op het gebied van de uitvoering van het vastgoed-beleid.
Verantwoordelijkheid
Succesfactoren
Effectgegevens
De minister is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de uitvoering van de dienstverlening en het leveren van een bijdrage aan samenwerking en afstemming tussen departementen op het gebied van uitvoering van vastgoedbeleid.
Voornaamste factoren die de financiële resultaten van een doelmatig vermogensbeheer beïnvloeden zijn de algemeen economische situatie, de ontwikkeling van grondprijzen en het aantal inbeslaggenomen goederen. Bij de complexere grondreallocaties is het proces van belangenafstemming van grote invloed op de snelheid van realisatie. Ten aanzien van een succesvolle interdepartementale samenwerking op gebied van vastgoed zijn op dit moment de ontwikkelingen rond de voorgenomen fusie tussen de dienst Domeinen en de Dienst Landelijk Gebied en de vorming van het zogenaamde Rijksvastgoed-ontwikkelingsbedrijf van belang.
Het behalen van deze doelstelling heeft als effect dat het vermogensbeheer ten aanzien van roerende en onroerende zaken binnen de overheid zo doelmatig mogelijk verloopt. Het beheer van materiële activa betreft primair de bedrijfsvoering van het Rijk, de maatschappelijke effecten (outcome) zijn beperkt. In relatie hiermee betreffen zinvolle prestatieindicatoren vooral outputmeting en organisatieonderzoek en slechts heel beperkt beleidsevaluaties.
3.7.2 Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000) |
|||||||
2004 |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
||
Verplichtingen |
95 556 |
110 219 |
98 599 |
98 318 |
90 815 |
90 957 |
90 953 |
Uitgaven |
94 018 |
110 219 |
98 599 |
98 318 |
90 815 |
90 957 |
90 953 |
Programma-uitgaven |
62 817 |
72 953 |
75 539 |
75 539 |
68 039 |
68 039 |
68 039 |
Juridisch verplicht |
44 307 |
44 307 |
44 307 |
44 307 |
44 307 |
||
Doelst. 1 Bewaring/vervreemding |
|||||||
Roerend |
|||||||
Beheerskosten |
796 |
1 564 |
|||||
Doelst.2Beheer/verkoop Onroerend |
|||||||
Onderhoud en beheerskosten |
7 123 |
12 082 |
6 232 |
6 232 |
6 232 |
6 232 |
6 232 |
Zakelijke lasten |
45965 |
44 307 |
44 307 |
44 307 |
44 307 |
44 307 |
44 307 |
Doelst.3Optimaal handelen in vastgoed |
|||||||
Anticiperende aankopen |
0 |
15000 |
25000 |
25000 |
17 500 |
17 500 |
17 500 |
Overige programma-uitgaven |
8 933 |
||||||
Apparaatsuitgaven |
31 201 |
37 266 |
23 060 |
22 779 |
22 776 |
22 918 |
22 914 |
Ontvangsten |
410 643 |
447 865 |
205 030 |
269 945 |
130 931 |
104 859 |
101 953 |
Programma-ontvangsten |
405614 |
442 834 |
202 001 |
267 714 |
128 700 |
102 628 |
99 722 |
Doelst. 1 Bewaring/vervreemding |
|||||||
Roerend |
|||||||
Verkoop roerende zaken |
2 7851 813 |
1 813 |
1 813 |
1 813 |
1 813 |
1 813 |
|
Doelst.2Beheer/verkoop Onroerend |
|||||||
Verkoop onroerende zaken |
232 633 |
310 407 |
96 407 |
166 406 |
31 406 |
13 04513 04 |
|
Beheerontvangsten |
95646 |
83 943 |
76 811 |
72 311 |
68 511 |
63 270 |
60 364 |
Overige programma-ontvangsten |
56 963 |
46 671 |
26 970 |
26 970 |
26 970 |
24 500 |
24 500 |
Doelst.3Optimaal handelen in vastgoed |
|||||||
Anticiperende aankopen |
17 587 |
214 |
|||||
Apparaatsontvangsten |
5029 |
5031 |
3 029 |
2 231 |
2 231 |
2 231 |
2 231 |
Toelichting op de budgettaire gevolgen van beleid
Beheerskosten en apparaatsuitgaven Roerend In het kader van de vorming van de baten-lastendienst Domeinen Roerende Zaken (DRZ) per 1 januari 2006 zijn de betreffende uitgaven en ontvangsten budgettair neutraal uitgeboekt. Hierbij zijn structureel € 1,0 mln. aan beheerskosten en € 7,7 mln. aan apparaatsuitgaven overgeboekt naar Justitie voor het betalen van facturen voor de opslag en verwerking van in beslag genomen goederen aan DRZ. De begroting van DRZ is toegelicht in hoofdstuk 6 (baten-lastenparagraaf).
Programma-ontvangsten
Doelstelling2Beheer/verkoop Onroerend
Verkoop onroerende zaken
In verband met de algemene budgettaire problematiek worden extra agrarische Domeingronden verkocht. De verkoop betreft het gehele areaal niet-strategische erfpachtgronden. De erfpachtgronden die als strategisch zijn aangemerkt, komen niet in aanmerking voor verkoop. In het jaar 2005 zal voor € 276 mln. worden verkocht aan extra agrarische Domeingronden, in 2006 € 63 mln. en in 2007 € 135mln.
Prestatie-indicatoren
Beheersontvangsten
De beheersontvangsten vertonen een dalende tendens door lagere (erf)pachtopbrengsten. Dit wordt veroorzaakt door de verkooptaakstellingen landbouwgronden.
Motivering
Instrumenten Activiteiten
Doelgroepen
3.7.3 Operationele doelstellingen
3.7.3.1 Operationele doelstelling 1
Efficiënte bewaring en vervreemding van roerende zaken van de Staat.
Om overtollige en inbeslaggenomen zaken zo doelmatig mogelijk, met hoge kwaliteit en integer te bewaren, vervreemden en vernietigen.
n.v.t.
+ Continue activiteit is de uitvoering van de taken: – Bewaring van goederen. – Het openbaar verkopen van overtollige en verbeurdverklaarde
goederen. – De vernietiging van door het OM aangewezen goederen.
+ Om de taken zo efficiënt mogelijk uit te voeren, wordt per 1 januari 2006 gestart met het voeren van een baten-lastenstelsel.
+ De gefaseerde invoering van het Landelijk Beslaghuis tegelijk met de invoering van het baten-lastenstelsel per 1 januari 2006. Het project Landelijk Beslaghuis beziet in hoeverre het ketenproces van inbeslagname, vervoer, bewaring en verwerking van strafrechtelijk inbeslagge-nomen goederen efficiënter en effectiever kan worden ingericht met minimale risico’s voor de integriteit.
+ In verband met het verschuiven van de uitvoering van taken op het gebied van inbeslaggenomen vuurwerk die nu nog bij Defensie plaatsvinden, wordt verder gegaan met de voorbereidingen voor zelfstandige exploitatie van vuurwerkopslag per 1 januari 2007.
Voor verkopen van overtollig gestelde zaken behoren alle departementen tot de doelgroep. Van de dienstverlening op gebied van bewaren maken vooral inbeslagnemende overheidsinstanties als Justitie/OM en de Belastingdienst gebruik.
Basiswaarde |
|||||||
(2004) |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
||
Kostendekkendheid bewaartaak (bewaarloon/bewaarkosten) |
88% |
100% |
100% |
100% |
100% |
100% |
100% |
Kostendekkendheid verkooptaak (toe te rekenen verkoop- |
|||||||
kosten aan verkochte zaken/ontvangen opgeld van verkochte |
|||||||
zaken) |
139% |
100% |
100% |
100% |
100% |
100% |
100% |
Gemiddelde bezettingsgraad (gemiddeld bezet aantal |
|||||||
m2/totaal beschikbare m2) |
70% |
80% |
80% |
80% |
80% |
80% |
80% |
Klanttevredenheid (gemiddelde score klanttevredenheids- |
|||||||
onderzoek) |
6,5(2005) |
6,5 |
- |
7,0 |
- |
7,5 |
- |
Verwijzing beleidsstukken
Inzake de invoering van het baten-lastenstelsel en het Landelijke Beslag-huis kan recente en relevante informatie worden gevonden in Kamerstukken II 2003/04, 28 884, nr. 3.
Over het invoeren van het baten-lastenstelsel is de Kamer in mei 2005per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2004/05, 28 884, nr. 4).
3.7.3.2 Operationele doelstelling 2
Efficiënt beheren en vervreemden van onroerende zaken van de Staat.
Motivering
Om het beheren en vervreemden van onroerende zaken van de Staat en de betaling van zakelijke lasten op onroerende zaken van de Staat zo doelmatig mogelijk en op kwalitatief hoogwaardige wijze uit te voeren.
Instrumenten Activiteiten
Doelgroepen Prestatie-indicatoren
n.v.t.
+ Continue activiteit is de uitvoering van de taken: – Verkopen van onroerende zaken. – Beheren van onroerende zaken. – Beoordeling en betaling van de aanslagen zakelijke lasten.
+ Speciaal vermeld wordt de verkoop van de niet strategische erfpachtgronden. De verkopen vinden plaats in de jaren 2004–2007. De opbrengsten zullen worden ingezet voor algemene budgettaire problematiek. De opbrengsten voor 2006 en 2007 zullen respectievelijk € 63 mln. en € 135mln. bedragen.
Een gespecialiseerd dienstonderdeel, verspreid over aantal locaties in het land, voert de taken uit. Het waarderen van vastgoed en het begeleiden van vastgoedprojecten wordt door interne vastgoeddeskundigen gedaan. Alvorens objecten aan derden te verkopen, wordt eerst door interne afstemming binnen de overheid bezien of het object nog een functie kan vervullen.
+ Op dit moment worden de mogelijkheden onderzocht om tot een fusie te komen tussen de dienst Domeinen en de dienst Landelijk Gebied.
Alle departementen behoren tot de doelgroep.
Onderstaande tabel bevat prestatie-indicatoren over de efficiëntie van de bedrijfsvoering en de kwaliteit van de dienstverlening.
Basiswaarde (2004)
20052006
2007
2008
2009
2010
Toe te rekenen apparaatskosten aan verkopen (apparaatskosten onroerende zaken/verkoopopbrengsten onroerende zaken)
Toe te rekenen apparaatskosten aan ingebruikgevingen (apparaatskosten ingebruikgevingen/ontvangsten ingebruik-gevingen)
Betaling OZB: toe te rekenen apparaatskosten aan betaling OZB (apparaatskosten OZB/betaalde OZB) Kwaliteit dienstverlening betaling OZB (aantal gehonoreerde bezwaarschriften/aantal ingediende bezwaarschriften) Klanttevredenheid (gemiddelde score klanttevredenheids-onderzoek)
2%
4%
4%
4%
4%
4%
4%
8% |
9% |
9% |
9% |
9% |
9% |
9% |
7% |
9% |
9% |
9% |
9% |
9% |
9% |
70% |
70% |
70% |
70% |
70% |
70% |
|
7,0 |
- |
7,0 |
- |
7,0 |
- |
7,0 |
Verwijzing beleidsstukken
Voor nadere informatie over het verkoopbeleid wordt verwezen naar Kamerstukken II 2003/04, 24 490, nr. 17. De evaluatie veiling benzinestations is verschoven van 2005naar 2006 (Kamerstukken II 2003/04, 24 036, nr. 294).
3.7.3.3 Operationele doelstelling 3
Optimaal handelen in vastgoed in samenwerking met andere departementen.
Motivering
Om aankoop, beheer en verkoop van vastgoed sneller, beter en/of tegen lagere kosten te kunnen realiseren.
Instrumenten
Beschikbaar stellen van een leenfaciliteit voor anticiperende aankopen en met behulp van het Beleidskader anticiperend handelen in vastgoed (Kamerstukken II 2001/02, 28 000 IXB en 27 581, nr. 31) op een actievere en zonodig meer risiconemende wijze omgaan met vastgoed.
Activiteiten
Ondersteuning van en deelname aan Raad voor Vastgoed Rijksoverheid.
Stimuleren uitwisseling van kennis en ervaring, organiseren van gezamenlijke opleidingen, uniformeren van processen, procedures en contracten, uitwisseling vastgoedplannen en -informatie (o.a. omtrent bezit) tussen departementen, bevorderen adoptie van uitvoerende activiteiten en leveren bijdrage aan opzet en uitbouw shared-service organisatie(s) voor uitvoerende activiteiten1, e.e.a. conform het Werkprogramma van de Raad voor Vastgoed Rijksoverheid 2005–2007 en Programma Andere Overheid.
Opzet en uitbouw interdepartementaal gemeenschappelijk Rijksvast-goedontwikkelingsbedrijf (GOB).
Beschikbaar stellen leenfaciliteit voor anticiperende aankoop en beheer van vastgoed aan departementen.
Opzetten leenfaciliteit voor anticiperende aankoop en beheer van vastgoed en inkoop van overtollig vastgoed aan GOB. Bijdrage leveren aan opzet kader voor modern en doelmatig activa-beleid.
Meer bedrijfseconomisch (bijv. waar mogelijk anticiperend en zonodig meer risiconemend) handelen in en met vastgoed.
Doelgroepen
Alle departementen die zich bezighouden met of betrokken zijn bij het aankopen, beheren en verkopen van vastgoed voor de uitvoering van rijksbeleid.
1 In het voorjaar van 2005hebben Financiën en LNV aangegeven de mogelijkheden te onderzoeken om hun vastgoeddiensten Domeinen en DLG per 1 januari 2006 te laten opgaan in één shared-service organisatie.
Prestatie-indicatoren
Basiswaarde |
||||||
(2004) |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Mate van uitvoering Werkprogramma RVR op punten |
||||||
uitwisseling kennis en ervaring en opleiding. |
0% |
30% 60% |
100% |
n.n.b. |
n.n.b. |
n.n.b. |
Mate van uitwisseling van vastgoedplannen en -informatie |
||||||
tussen departementen |
n.v.t. |
20% 50% |
80% |
n.n.b. |
n.n.b. |
n.n.b. |
Mate van uitvoering Werkprogramma RVR op punten |
||||||
afstemming (incl. uniformering), adoptie en bundeling van |
||||||
(i.e. realisatie shared-service(s) voor) uitvoerende activitei- |
||||||
ten. |
0% |
30% 60% |
100% |
n.n.b. |
n.n.b. |
n.n.b. |
Aantal projecten waarbij GOB sinds haar oprichting is |
||||||
ingeschakeld |
0 |
510 |
n.n.b. |
n.n.b. |
n.n.b. |
n.n.b. |
Omvang beroep op leenfaciliteit door diverse departemen- |
||||||
ten (in mln. €) |
- |
– n.n.b. |
n.n.b. |
n.n.b. |
n.n.b. |
n.n.b. |
3.7.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid vanbeleid
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
Operationele doelstelling 1 |
||||
Organisatieonderzoek Landelijk Beslaghuis |
♦ |
|||
Organisatieonderzoek Bedrijfsvoering Opslag Vuurwerk |
♦ |
|||
Operationele doelstelling 2 |
||||
Evaluatie veiling benzinestations |
♦ |
|||
Evaluatie beleidskader agrarische domeinen |
♦ |
|||
Operationele doelstelling 3 |
||||
Beleidsdoorlichting operationele doelstelling 3 |
Á |
|||
Evaluatie functioneren RVR/VG |
♦ |
|||
Evaluatie leenfaciliteit voor departementen |
♦ |
|||
Evaluatie GOB |
♦ |
Á Beleidsdoorlichting
♦ Overig evaluatie-onderzoek
Omschrijving
Bijdrage
Verantwoordelijkheid
3.8 Financieel-economisch beleid van de overheid
3.8.1 Algemene beleidsdoelstelling
Het bevorderen van doelmatig, doeltreffend en rechtmatig overheids-beleidbinnen overeengekomen beleidsprioriteiten, gericht op houdbare overheidsfinanciën.
Om te komen tot een houdbaar pad voor de overheidsfinanciën, tot doelmatige en rechtmatige overheidsuitgaven en om de administratieve lasten voor het bedrijfsleven te beperken.
Het ministerie van Financiën:
+ schept voorwaarden om de overheidsuitgaven en lastenontwikkeling
te beheersen + vermindert de administratieve lasten voor het bedrijfsleven.
De minister van Financiën is verantwoordelijk voor operationele doelstellingen 1 en mede verantwoordelijk voor operationele doelstellingen 2, 3 en 4.
Succesfactoren
Effectgegevens
De realisatie van doelstellingen wordt bepaald door:
+ de economische omstandigheden
+ de kwaliteit van het beleid en de kwaliteit van de financiële functie
+ het naleven van afspraken
Behalen van deze doelstelling heeft als effecten dat:
+ de uitgaven en de lasten binnen het in de Miljoenennota gestelde
kader blijven, + het structurele EMU-tekort wordt gereduceerd met een 1⁄2% per jaar,
richting een tekort van maximaal 1⁄2% BBP in 2007, + de netto administratieve lasten zullen in 2006 op jaarbasis zijn
verminderd met € 3 mld.
3.8.2 Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000) |
|||||||
2004 |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
||
Verplichtingen |
29 334 |
28 299 |
24 055 |
23 203 |
22 976 |
22 973 |
22 969 |
Apparaatsuitgaven |
29 334 |
28 299 |
24 055 |
23 203 |
22 976 |
22 973 |
22 969 |
Uitgaven |
29 129 |
28 299 |
24 055 |
23 203 |
22 976 |
22 973 |
22 969 |
Apparaatsuitgaven |
29 129 |
28 299 |
24 055 |
23 203 |
22 976 |
22 973 |
22 969 |
Ontvangsten |
4 635 |
2 613 |
2 613 |
2 613 |
2 613 |
2 613 |
2 613 |
Apparaatsontvangsten |
4 6352 613 |
2 613 |
2 613 |
2 613 |
2 613 |
2 613 |
3.8.3 Operationele doelstellingen
3.8.3.1 Operationele doelstelling 1
Het terugbrengen van het structurele EMU-tekort tot1⁄2% BBP in 2007.
Motivering
+ Om een houdbaar pad voor de overheidsfinanciën te bereiken.
+ Om te voldoen aan de regels uit het verdrag van Maastricht en het Stabiliteits- en Groeipact.
+ Om duidelijke informatie te verstrekken over de budgettaire besluitvorming.
Instrumenten Activiteiten
Begrotingsregels en voorschriften
+ Het opstellen en handhaven van de kaders voor de collectieve uitgaven en de lastenontwikkeling.
+ Het transparant informeren over de budgettaire besluitvorming door verantwoording af te leggen aan de Staten-Generaal. Hiervoor wordt onder andere een cursus «schrijven leesbare begrotingen» door de Rijksacademie voor Financiën en Economie gegeven. Daarnaast wordt de begroting ook op Internet geplaatst.
+ In 2006 vindt een beleidsdoorlichting plaats van de begrotingssystematiek door de Studiegroep Begrotingsruimte.
+ Het normeren van de algemene uitkering van het Gemeentefonds en Provinciefonds en het ontwikkelen van maatregelen ter beheersing van het EMU-saldo OPL door reguliere berekening van de accressen, bestuurlijk overleg en het zonodig aanpassen van wet- en regelgeving. In 2006 vindt de evaluatie van de normeringsmethodiek plaats.
+ Het evalueren van de werking van het in 2003 ingestelde BTW-compensatiefonds. De uitkomsten van deze evaluatie zullen worden benut om de definitieve uitname uit Gemeentefonds en Provinciefonds vast te stellen welke dient als de voeding van het fonds. Daarnaast is het streven om de uitvoering te vereenvoudigen waardoor de administratieve lasten kunnen verminderen. De besluitvorming rondom de evaluatie van het BTW-compensatiefonds vindt plaats in het voorjaar van 2006. De implementatie in 2006/2007.
Doelgroepen Prestatie-indicatoren
Ministerraad, Staten-Generaal en decentrale overheden
(in % BBP) |
2003 |
2004 |
20052006 |
2007 2008 2009 |
2010 |
Doelstelling structureel EMU-saldo |
< - 0,5< - 0,5< - 0,5 |
<0,5 |
|||
Structureel EMU-saldo Structureel EMU-saldo inclusief vertraging1 |
|
|
|
Centraal Planbureau, Macro Economische Verkenning 2006, paragraaf 5.3, bladzijde 136.
2004 |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Uitgaven binnen kader |
Ja |
Ja Ja |
Ja |
Ja |
Ja |
Ja |
Lasten binnen lastenkader |
Ja |
Ja Ja |
Ja |
Ja |
Ja |
Ja |
Tussen 2003 en 2006 verbetert het structurele saldo, afhankelijk van de gehanteerde methode voor berekening, met gemiddeld 0,5tot 0,8 procent punt BBP per jaar.
3.8.3.2 Operationele doelstelling 2
Motivering
Instrumenten
Activiteiten
Het toetsen van beleidsvoorstellen en het aandragen van alternatieven.
+ Om te komen tot een beleid dat budgettair inpasbaar is en past binnen
het bredere financieel-economisch beeld. + Om het overheidsbeleid zo doelmatig en rechtmatig mogelijk te laten
zijn.
+ Comptabiliteitswet
+ Rijksbegrotingsvoorschriften
+ Het beoordelen, initiëren en ontwikkelen van beleidsvoorstellen door werkbezoeken, IRF- en interdepartementale onderzoeken, kennisgroe-pen, seminars, het opstellen van adviesnota’s op MR-stukken en verandertrajecten (bijv. op het terrein van het zorgstelsel, onderwijs of ruimte).
+ Inventarisatie van ombuigingsmaatregelen en beleidsvarianten.
+ Er op toezien dat het controle systeem op departementaal niveau goed functioneert.
Doelgroepen Prestatie-indicatoren
Departementen
(in %) |
2004 |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
Rechtmatigheid uitgaven, verplichtingen en ontvangsten |
99,0 |
99,0 99,0 |
99,0 |
99,0 |
99,0 |
99,0 |
Motivering Instrumenten
3.8.3.3 Operationele doelstelling 3
Het bevorderen van een resultaatgerichte en rechtmatige bedrijfsvoering bij het Rijk.
Om te komen tot een doelmatige besteding van het overheidsgeld.
+ Comptabiliteitswet
+ Rijksbegrotingsvoorschriften
+ Regeling leen en depositiefaciliteit baten-lastendiensten 2003
+ Vermogensvoorschriften baten-lastendiensten 2003
+ Beleidslijn instellingsprocedure baten-lastendiensten 2003
Activiteiten
+ Financiële regelgeving schrappen, samenvoegen of vereenvoudigen.
+ Het begeleiden van het vormen van baten-lastendiensten en het uitvoeren van een pilot baten-lastenstelsel bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
+ Versterken bedrijfsvoering bij het Rijk door het financieel management te voorzien van rijksbrede overzichten, benchmarks en praktijkvoorbeelden.
+ Het financieel beheer verbeteren door de verantwoordelijkheid van het management voor bedrijfsvoering te versterken in het kader van het kabinetsstandpunt inzake IBO regeldruk en controletoren.
Doelgroepen
Prestatie-indicatoren Planning
Departementen, baten-lastendiensten, Ministerraad, decentrale overheden en Algemene Rekenkamer.
+ Begeleiding van circa 10 diensten in een veranderingstraject.
Het vereenvoudigen van de regelgeving zal in 2005/2006 vorm krijgen. Voor de overige activiteiten geldt planning 2006/2007.
Motivering
3.8.3.2 Operationele doelstelling 4
Een vermindering van de administratieve lasten voor het bedrijfsleven in de huidige kabinetsperiode met een kwart in 2007 ten opzichte van 31 december 2002.
Om de concurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven te bevorderen.
Instrumenten Activiteiten
Doelgroepen Prestatie-indicatoren
Rijksbegrotingsvoorschriften en MJN 2004/2005
+ Coördinatie van het programma voor de reductie van administratieve lasten bij de betrokken departementen.
+ Het monitoren van de voortgang van reductie van administratieve lasten.
+ Ondersteunen van overige ministeries door kennisuitwisseling en grensoverschrijdende samenwerking (Europa, interdepartementale samenwerking, methoden en technieken).
+ Samenwerking met andere overheden, zowel nationaal als internationaal.
+ Het vormen, op basis van het Nederlandse standaardkosten model, van een internationale standaard om administratieve lasten te meten. Zo loopt een aantal benchmark projecten met individuele EU lidstaten, waarin administratieve lasten worden gemeten. Hiermee wordt geprobeerd gezamenlijk de efficiëntie van implementatie van Europese regels te verbeteren.
Departementen en bedrijfsleven
(cumulatief in € mld.) |
2004 |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
Reductie netto-administratieve lasten |
0,9 |
1,7 3 |
4,1 |
4,1 |
4,1 |
4,1 |
Planning
Het interdepartementale programma loopt van 2003 tot 2007.
3.8.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid
2004 20052006 2007 2008 2009 2010 |
|
Operationele doelstelling 1 |
|
Jaarlijkse beoordeling Nederlands Stabiliteitsprogramma door |
|
EFC/Ecofin |
♦♦♦♦♦♦♦ |
Jaarlijkse IMF-artikel IV consultatie |
♦♦♦♦♦♦♦ |
Doorlichting begrotingssystematiek door de Studiegroep Begrotings- |
|
ruimte |
Á |
Evaluatie Normeringsystematiek |
♦ |
Evaluatie BTW-compensatiefonds |
♦ |
Operationele doelstelling 2 |
|
Visitatiecommissie over bijdrage van DGRB aan bevordering doelma- |
|
tigheid en doeltreffendheid overheidsuitgaven |
♦ |
Operationele doelstelling 3 |
|
Evaluatie VBTB |
♦ |
(Tussen)evaluatie RPE |
♦♦ |
Operationele doelstelling 4 |
|
Risico analyse |
♦♦ |
Beleidsdoorlichting Overig evaluatie-onderzoek
♦
-
4.DE NIET-BELEIDSARTIKELEN 4.1 Algemeen
Artikelonderdelen en budgettaire gevolgen (x € 1000) |
|||||||
2004 |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
||
Verplichtingen |
110 003 |
129 396 |
103 941 |
103 370 |
110 374 |
110 603 |
104 892 |
Uitgaven |
103 243 |
129 396 |
103 941 |
103 370 |
110 374 |
110 603 |
104 892 |
Totaal apparaatsuitgaven |
101 302 |
126 119 |
103 741 |
103 225 |
110 269 |
110 553 |
104 847 |
Apparaatsuitgaven |
101 302 |
120 519 |
98 141 |
97 625 |
104 669 |
104 953 |
99 247 |
Uitvoeringskosten omslagstelsel |
|||||||
Rijkswagenpark |
5600 |
5600 |
5600 |
5600 |
5600 |
5600 |
|
Bijdrage aan tsunamislachtoffers |
2 862 |
||||||
Tegoeden WO II |
1 941 |
415200 |
14510 |
50 |
4 |
||
Ontvangsten |
15 908 |
7 307 |
7 307 |
7 307 |
7 307 |
7 307 |
7 307 |
Apparaatsontvangsten |
15908 |
1 707 |
1 707 |
1 707 |
1 707 |
1 707 |
1 707 |
Omslagstelsel Rijkswagenpark |
5600 |
5600 |
5600 |
5600 |
5600 |
5600 |
Toelichting
PEW
De schommelingen in de apparaatsuitgaven worden grotendeels veroorzaakt door de uitgaven voor het Project Eigentijds Werken (PEW). Het doel van PEW is de renovatie van het gebouw van het ministerie van Financiën aan het Korte Voorhout.
Tegoeden WO II
De uitgaven voor tegoeden WOII hebben betrekking op de uitvoeringskosten van de afwikkeling van de verdeling van de tegoeden ten behoeve van de joodse gemeenschap.
Brussels European and Global Economic Laboratory (Bruegel) In 2006 wordt € 30 000 bijgedragen aan het Brussels European and Global Economic Laboratory (Bruegel). De bijdrage aan Bruegel heeft als doelstelling de samenwerking binnen Europa en de kwaliteit van het Europese beleid te bevorderen.
Stichting Instituut Financieel Economisch Beleid (IFEB) In 2006 wordt € 30 000 bijgedragen aan de Stichting Instituut Financieel Economisch Beleid (IFEB). De bijdrage aan IFEB heeft met name als doelstelling jonge afgestudeerden voor te bereiden op financieel economische beleidsfuncties op nationaal niveau.
4.2 Nominaal en onvoorzien
Artikelonderdelen en budgettaire gevolgen (x € 1000)
2004
20052006
2007
2008
2009
2010
Verplichtingen
Uitgaven
Onvoorzien
Loonbijstelling
Prijsbijstelling
Ontvangsten
0
5 421
6 333
6 401
4 963
4 804
0 5 421 6 333 6 401 4 963 4 804
0 5421 6 333 6 401 4 963 4 804
000000 000000
000000
4 809
4 809
4 809 0 0
0
Toelichting
Vanuit dit artikel vinden overboekingen van loon en prijsbijstelling naar de loon- en prijsgevoelige artikelen binnen IXB plaats. De post onvoorzien is bedoeld om eventuele onzekere ontwikkelingen op IXB op te vangen.
-
5.BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF
De bedrijfsvoeringsparagraaf is inhoudelijk gewijzigd naar aanleiding van het IBO-rapport «regeldruk en controletoren». De paragraaf bestaat nu uit 4 onderdelen:
-
•de rechtmatigheid van de begrotingsuitvoering
-
•de totstandkoming van de beleidsinformatie
-
•het gevoerde financieel- en materieelbeheer
-
•overige aspecten van de bedrijfsvoering
Er wordt gerapporteerd over uitzonderingen, bijvoorbeeld bijzondere risico’s of aandachtspunten die relevant zijn voor de Staten-Generaal. Op het vlak van de rechtmatigheid van de begrotingsuitvoering, de totstandkoming van beleidsinformatie en het gevoerde financieel- en materieelbeheer worden geen bijzondere risico’s of aandachtspunten voorzien. Onderstaand wordt ingegaan op de overige aspecten van de bedrijfsvoering.
Belastingdienst
Aan risicovolle projecten besteedt het management van de Belastingdienst extra aandacht. Met betrekking tot de ondersteunende processen brengt de Belastingdienst jaarlijks een mededeling over de bedrijfsvoering uit. In 2006 vraagt een aantal onderwerpen, extra aandacht van het management; de Belastingtelefoon, de start van de uitvoering van inkomensafhankelijke toeslagen en de werknemersverzekeringen.
Telefonische bereikbaarheid
De slechte telefonische bereikbaarheid in het najaar van 2004 heeft mede geleid tot het plan van aanpak Belastingtelefoon waarover de Tweede Kamer in april 2005is geïnformeerd. De komende tijd wordt gewerkt aan structurele maatregelen gericht op de verbetering van de kwaliteit van de Belastingtelefoon, zoals de inrichting van zes specifieke callcentra gericht op specifieke doelgroepen. Om de bereikbaarheid te verbeteren zal het aantal werkplekken, vooral in de piekuren, worden uitgebreid.
Uitvoering van de werknemersverzekeringen
De Belastingdienst wordt per 1 januari 2006 verantwoordelijk voor de heffing, inning en controle van de premies werknemersverzekeringen. Om deze taken te kunnen uitvoeren, komen gefaseerd vanaf 1 juli 2005in totaal 800 medewerkers over van UWV. Met de samenvoeging van het takenpakket van de Belastingdienst en het UWV wordt op termijn een aanzienlijke lastenverlichting voor het bedrijfsleven en een besparing op de uitvoeringskosten gerealiseerd.
Zorg- en huurtoeslag
Per 1 januari 2006 zal de Belastingdienst de zorgtoeslag gaan uitvoeren. Het gaat daarbij om ruim 6 miljoen aanvragen per jaar. Tevens zal de Belastingdienst per 1 januari 2006 de uitvoering van de huursubsidie van VROM overnemen. Voor de uitvoering van beide regelingen is een nieuw organisatieonderdeel opgericht, de Belastingdienst/Toeslagen. Vanaf september 2005zullen aanvragers van een zorgtoeslag en huurtoeslag een aanvraagformulier ontvangen. Indien deze vóór 1 november worden ingevuld, zullen vanaf eind december de eerste voorschotten worden uitbetaald.
Voor de implementatie van deze majeure operatie is een projectorganisatie ingericht. Belangrijkste taken voor het project zijn daarbij:
+ de ontwikkelingen van de geautomatiseerde systemen;
+ de inrichting van de nieuwe organisatie, inclusief de opleiding van het
personeel; + de communicatie en dienstverlening aan burgers.
De projectorganisatie rapporteert maandelijks aan de staatssecretaris over de voortgang van het project, die deze rapportages ook doorstuurt naar de Tweede Kamer.
Domeinen
Baten-lastendienst Domeinen Roerende Zaken/Landelijk Beslaghuis Op 1 januari 2006 start Domeinen Roerende Zaken als een baten-lasten-dienst, tegelijk met de gefaseerde invoering van het Landelijk Beslaghuis. Zodra de invoering van het Landelijk Beslaghuis nader is uitgewerkt, zullen de convenanten, systemen en werkinstructies aangepast worden.
Fusie Domeinen–DLG
Op dit moment wordt een fusie tussen Dienst Landelijk Gebied en Domeinen uitgewerkt. In verband met een mogelijke verbreding van de fusieorganisatie wordt een IBO-onderzoek gestart dat medio 2006 afgerond moet zijn.
Kerndepartement
Renovatie van het gebouw aan het Korte Voorhout
Het aanbestedingsproces voor de PPS Renovatie Financiën wordt in 2006 afgerond. Naar verwachting wordt in de loop van 2006 gestart met de renovatiewerkzaamheden. De hoofdzetel van het ministerie zal vanaf 2006 tijdelijk verplaatst worden naar de Prinses Beatrixlaan in Den Haag. De planning is dat het gerenoveerde gebouw Korte Voorhout 7 in de tweede helft van 2008 weer in gebruik genomen wordt.
Voorbereiden van het kerndepartement op de externe veranderingen. In 2006 wordt de organisatie van Financiën voorbereid op externe ontwikkelingen zoals het Ontwikkel- en Expertisecentrum (OC/EC), P-Direkt, Facilitair Salaris Centrum (FSC) en We Print Together (WPT). Het Facilitair Salaris Bureau (FSB) zal overgaan naar het back office P-Direkt. Een deel van de taken zal volgens de Transitieplanning worden overgebracht naar het front office van P-Direkt.
-
6.BATEN-LASTENPARAGRAAF DOMEINEN ROERENDE ZAKEN 6.1 Meerjarige begroting van baten en lasten
(x € 1000) |
2006 2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
Baten |
||||
Opbrengst moederdepartement |
0000 |
0 |
||
Opbrengst overige departementen |
10 900 10 850 |
10 750 |
10 650 |
10 650 |
Opbrengsten derden |
2 950 2 950 |
2 950 |
2 950 |
2 950 |
Rentebaten |
0000 |
0 |
||
Buitengewone baten |
0000 |
0 |
||
Exploitatie bijdrage |
0000 |
0 |
||
Totaal baten |
13 850 13 800 |
13 700 |
13 600 |
13 500 |
Lasten |
||||
Apparaatskosten |
||||
Personele kosten |
3 800 3755 |
3 755 |
3 755 |
3 755 |
Materiele kosten |
9 600 9 600 |
9 600 |
9 600 |
9 600 |
Rentelasten |
30 26 |
22 |
18 |
13 |
Afschrijvingskosten |
||||
Materieel |
215224 |
212 |
248 |
230 |
Immaterieel |
0000 |
0 |
||
Dotaties voorzieningen |
0000 |
0 |
||
Buitengewone lasten |
0000 |
0 |
||
Totaal lasten |
13 645 13 605 |
13 58913 621 |
13 698 |
|
Saldo van baten en lasten |
205 195 |
111 |
-21 |
2 |
Toelichting
Baten
Opbrengst departementen
In de opbrengst departementen zijn begrepen:
-
a.Opbrengsten uit de kerntaak van het agentschap DRZ (opslag/ registratie/afwikkeling) vanwege inbeslaggenomen goederen (€ 8,7 mln.). De opdrachtgever hiervoor is het ministerie van Justitie (OM). De geraamde opbrengst is gebaseerd op het aantal te verhuren m2 en te besteden uren tegen vastgestelde tarieven, die zijn gebaseerd op voorcalculatorische kostprijzen.
-
b.De geprognosticeerde opbrengst van de dienstverlening van opslag, taxatie en verkoopfaciliteiten op basis van het in 2003 gesloten contract met de Belastingdienst (€ 0,6 mln.), ministerie van Justitie (BOOM/CJIB, € 0,5mln.) en RWS (€ 0,1 mln.).
-
c.Opbrengsten uit hoofde van vervoer van politie naar de regio eenheden van het agentschap (€ 0,4 mln.). De opdrachtgever hiervoor is het ministerie van Justitie.
-
d.Opbrengsten uit hoofde van schoning van PC’s welke door departement worden afgestoten (€ 0,6 mln.).
Opbrengsten derden
De opbrengsten derden bestaan onder meer uit opgelden (ca. € 2,5mln.). Daarnaast zijn er nog opbrengsten voor abonnementen catalogi, boeteopbrengsten en opbrengsten voor kentekenbewijzen.
Lasten
Personeel
De categorie personeelskosten omvat de salariskosten (inclusief sociale lasten) van ambtelijk personeel en uitzendkrachten. Het agentschap DRZ heeft een formatie van 87 fte. Bij de bepaling van de gemiddelde jaarlijkse loonkosten is uitgegaan van ± € 42 750 per fte in 2006.
Materieel
In onderstaande tabel zijn de materiële exploitatiekosten van het agentschap DRZ naar categorie onderverdeeld. De materiële kosten worden voor meer dan 65% bepaald door de huisvestingscomponent: de door RGD in rekening gebrachte huren. Service Level Agreements worden afgesloten ter ondersteuning van het agentschap DRZ in specialistische functies, te weten automatisering, personeel, beleid etc.
Materiële kosten (x € 1000)
2006
2007
2008
2009
Huisvesting
Reis- en verblijfkosten
Bureaukosten
Communicatie
Service Level Agreements
Overig
6 300 |
6 300 |
6 300 |
6 300 |
40 |
40 |
40 |
40 |
200 |
200 |
200 |
200 |
210 |
210 |
210 |
210 |
1 340 |
1 340 |
1 340 |
1 340 |
1 510 |
1 510 |
1 510 |
1 510 |
Totaal materiële kosten
9600
9600
9600
9600
Rentelasten
Voor de financiering van de materiële vaste activa bij de start van het agentschap maakt het agentschap DRZ gebruik van de leenfaciliteit bij het ministerie van Financiën. Vervangingsinvesteringen worden door DRZ gefinancierd uit de lopende rekening. Hiervoor wordt dus geen aparte lening afgesloten (het minimale jaarlijkse investeringsbedrag moet groter zijn dan € 0,5mln.) Voor de berekening van de rentelasten is een rentepercentage van 4% gehanteerd.
Afschrijvingen
De afschrijvingen vinden lineair plaats. De afschrijvingstermijnen zijn
gebaseerd op de verwachte economische levensduur van een activum.
Daarbij zijn de voorschriften van het ministerie van Financiën over
handleiding agentschappen gehanteerd (richtlijnen van het HAFIR)
gehanteerd. Zie voor de gehanteerde afschrijvingstermijnen de meerjarige
investeringsplanning.
Saldo van baten en lasten
Het saldo van baten en lasten zal worden aangewend als vermogensvorming tot het wettelijk maximale bedrag. Daarnaast zal de tariefstelling van het agentschap worden aangepast, zodat door het Agentschap behaalde efficiency resultaten terug vloeien naar de klant.
6.2 Kasstroomoverzicht
(x € 1000) |
2006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
0 |
117 |
205270 |
11 |
|
|
420 |
419 |
323 |
227 |
232 |
3a. -/- Totaal investeringen |
|
|
|
|
|
3b +/+ Totaal boekwaarde desinvesteringen |
|||||
|
|
|
|
|
|
4a. -/- Eenmalige uitkering aan moederdepartement |
-798 |
||||
4b. +/+ Eenmalige storting door moederdepartement |
|||||
4c. -/- Aflossingen op leningen |
|
|
|
|
|
4d. +/+ Beroep op de leenfaciliteit |
-798 |
||||
|
|
|
|
|
|
|
117 |
205270 |
151 |
248 |
Overzicht investeringen
Categorie Afschrijvingstermijn |
2006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
Verbouwing 250 Heftrucks, palletwagens, gereedschapenmeubilair 8 100 000 60 000 Kantoormachinesenvoertuigen 4 50000 119 000 Telecommunicatie apparatuur 7 25000 0 Overige inventaris 10 25000 49000 |
0 92000 22000 11 000 30 000 |
0 60 000 130 000 22000 32000 |
0 4 000 46 000 0 2000 |
||
Totaal investeringen |
200 000 |
228 000 |
155 000 |
244 000 |
52000 |
6.3 Openingsbalans per 1 januari 2006
Per 1 januari 2006 (x € 1000) |
Balans jaar 2006 |
Activa |
|
Immateriële activa |
0 |
Materiële activa |
|
|
0 |
|
430 |
Overige materiële vaste activa |
368 |
Voorraden |
0 |
Debiteuren |
50 |
Nog te ontvangen |
0 |
Liquide middelen |
190 |
Totaal activa |
1 038 |
Passiva |
|
Eigen vermogen |
|
|
0 |
|
0 |
|
0 |
Leningen bij MinFin |
798 |
Voorzieningen |
0 |
Crediteuren |
100 |
Nog te betalen |
140 |
Totaal passiva |
1 038 |
-
7.VERDIEPINGSHOOFDSTUK 7.1 Belastingen
Opbouw verplichtingen (x € 1000) |
|||||
2004 20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Stand ontwerpbegroting 2005 3287 860 Nota van wijziging 69896 Mutatie1e suppletore begroting 2005– 39 644 Nieuwe mutaties 34 569 Stand ontwerpbegroting 2006 3033 341 3352 681 |
3 315 875 97 284 11994 3 367 353 |
3 287 6353 288 736 119 671 149 671 5– 66 341 - 66 147 4 367 1 171 3 345 332 3 373 431 |
3 293 071 159 671
983 3 387 778 |
3 387 108 |
Opbouw uitgaven (x € 1000) |
||||||
2004 |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 2010 |
||
Stand ontwerpbegroting 2005 |
3 287 859 |
3 315 815 |
3 287 575 |
3 288 736 |
3 293 071 |
|
Nota van wijziging |
69 896 |
97 284 |
119 671 |
149 671 |
159 671 |
|
Mutatie 1e suppletore begroting |
2005- 39 644 |
|
5– 66 341 |
|
|
|
Nieuwe mutaties |
||||||
Loonbijstelling |
33 815 |
2 652 |
2 884 |
2 652 |
2 390 |
|
Prijsbijstelling |
10 74510 463 |
9 892 |
9 938 |
9 992 |
||
PIA-taakstelling-2e tranche |
|
|
|
|
|
|
Elektronische Overheid |
|
|
|
|
||
Overboeking naar SZW ivm SUB |
|
|||||
Desaldering werk voor derden |
11 400 |
|||||
Gewijzigde WKO |
-4 200 |
-4 200 |
-4 200 |
-4 200 |
|
|
Uitvoeringskosten WIA |
4 500 |
2 500 |
2 750 |
3 000 |
||
Uitvoeringskosten EDM |
5500 |
7 600 |
7 000 |
7 000 |
||
Bijdrage BSN |
|
-800 |
||||
Voortzetting TBU |
2 500 |
2 300 |
||||
Overig |
-38 |
414 |
414 |
414 |
414 |
|
Stand ontwerpbegroting 2006 |
3 010 723 |
3 352 680 |
3 367 293 |
3 345 272 |
3 373 431 |
3 387 778 3 387 108 |
Opbouw ontvangsten (x € 1000)
2004
20052006
2007
2008
2009
2010
Standontwerpbegroting20059 806244 Nota van wijziging 8000
Mutatie1e suppletore begroting 2005499 283 Nieuwe mutaties Belastingontvangsten 362 610
97 910 044 |
102 42 244 |
107 638 244 |
112 344 244 |
42 000 |
|
|
|
5– 40 049 |
|
|
|
2 488 217 |
1 350 291 |
|
|
Stand ontwerpbegroting 2006
92 813 280 101172137 100400212 103758486 106120608 109913167 113684644
Toelichting nieuwe mutaties
Voor een toelichting op de belastingontvangsten wordt verwezen naar de
Miljoenennota.
7.2 Financiële markten
Opbouw verplichtingen (x € 1000) |
|||||
2004 20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Standontwerpbegroting20054962 Mutatie1esuppletorebegroting200522 847 Nieuwe mutaties 116 Stand ontwerpbegroting 2006 87774 72588 |
38 894
498 36 649 |
34 894 -3 16 178 31 916 |
34 894 5–3 283 178 31 789 |
34 894
177 31 788 |
31 787 |
Opbouw uitgaven (x € 1000) |
||||
2004 20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
Stand ontwerpbegroting 200549 625 38 894 |
34 894 |
34 894 |
34 894 |
|
Mutatie1esuppletore begroting 2005 –1153 –2743 |
-3 156 |
-3 283 |
|
|
Nieuwe mutaties |
||||
Loonbijstelling 106 8 8 8 7 |
||||
Prijsbijstelling 10 10 |
10 |
10 |
10 |
|
Overige mutaties 480 |
160 |
160 |
160 |
|
Stand ontwerpbegroting 2006 54713 48588 36649 |
31 916 |
31 789 |
31 788 |
31 787 |
Opbouw ontvangsten (x € 1000) |
|||||||
2004 |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
||
Stand ontwerpbegroting 2005 Mutatie 1e suppletore begroting 2005 Nieuwe mutaties Winstuitkering DNB Stand ontwerpbegroting 2006 |
494 596 |
588 551 - 156 855 175000 606 696 |
589 185 -9 000 112 333 692 518 |
597 735 - 96 000 48 783 550 518 |
610 401 - 113 000 24 117 521 518 |
618 318 - 119 000 4 200 503 518 |
503 518 |
Toelichting nieuwe mutaties
WinstuitkeringDNB
De hogere winst hangt voornamelijk samen met de gedaalde rente en met een aandelenherwaardering. Tevens heeft DNB een bate gerealiseerd in verband met buiten omloop gestelde bankbiljetten die niet zijn teruggeko-
men.
7.3 Financieringsactiviteiten publiek private sector
Opbouw verplichtingen (x € 1000)
2004
20052006
2007
2008
2009
2010
Stand ontwerpbegroting 2005 85387
Mutatie1e suppletore begroting 20059 913 461 Bijstelling Gasgebouw 156 311
Afschaffing Regeling BF
Overige mutaties 227
Stand ontwerpbegroting 2006 42777 10155386
85362 |
85358 |
85333 |
85333 |
|
-412 |
|
|
79 411 |
|
-79 411 |
-79 411 |
28 |
29 |
27 |
27 |
5840 |
5564 |
5610 |
5480 |
5479
Opbouw uitgaven (x € 1000) |
|||||
2004 20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Stand ontwerpbegroting 2005 18559 |
20 534 |
20 530 |
20 051 |
20 051 |
|
Mutatie1e suppletore begroting 20059 911 461 |
-3 639 |
-412 |
|
|
|
Nieuwe mutaties |
|||||
Bijstelling Gasgebouw 156 311 |
|||||
Regeling BF |
|
|
|
|
|
Uitvoeringskosten tankstations 150 |
|||||
Loonbijstelling 54 4 4 4 4 |
|||||
Prijsbijstelling 10 |
10 |
11 |
9 |
9 |
|
Overig apparaat 13 |
14 |
14 |
14 |
14 |
|
Stand ontwerpbegroting 2006 60549 10086 558 |
16 423 |
19 147 |
18 239 |
17 609 |
17 107 |
Opbouw ontvangsten (x € 1000) |
|||||
2004 20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Stand ontwerpbegroting 2005 675 432 |
658 539 |
664 065 |
660 050 |
656 043 |
|
Mutatie1e suppletore begroting 20051 486 843 |
260 924 |
230 924 |
200 924 |
170 924 |
|
Nieuwe mutaties |
|||||
Dividend staatsdeelnemingen 56454 |
60 392 |
47 093 |
47 093 |
47 093 |
|
Opbrengst vermogenstitels 911 583 |
|||||
Afdrachten Holland Casino –1630 |
|
|
|
|
|
Afdrachten Staatsloterij –14804 |
|
|
|
17 416 |
|
Terugstorting agio 21060 |
6 200 |
10 000 |
10 000 |
10 000 |
|
Tijdelijke regeling tankstations 750 |
|||||
Stand ontwerpbegroting 2006 2 110 369 3135688 |
967 009 |
933 036 |
899 021 |
865014 |
816 006 |
Toelichting nieuwe mutaties
Bijstelling Gasgebouw
De bruto-aankoopprijs van het transportbedrijf Gasunie bedroeg ruim
€ 156 mln. meer dan voorzien bij de 1ste suppletore begroting 2005.
Opbrengst vermogenstitels
De mutatie in de Opbrengst Vermogenstitels van € 912 mln. heeft
betrekking op de verkoop van aandelen TNT (€ 0,9 mld.) en KLM (€ 12
mln.).
7.4 Internationale financiële betrekkingen
Opbouw betalingsverplichtingen (x € 1000) |
||||||
2004 |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Stand ontwerpbegroting 2005 mutatie1esuppletorebegroting2005 Nieuwe mutaties Stand ontwerpbegroting 2006 84563 |
517 789 7 200 51 575 040 |
2 562 5–217 9 2 354 |
88 137 10 82 447 |
587 056 5– 14 393 9 572 672 |
2 564 73 010 9 75 583 |
2 356 |
Opbouw garantieverplichtingen (x € 1000) |
|||
2004 20052006 |
2007 2008 |
2009 |
2010 |
Standontwerpbegroting2005113445349043 321734 191 962 Mutatie1esuppletore begroting 2005 –235 598 –208 289 –1637 488 Stand ontwerpbegroting 2006 7 733 113 445113 445113 445278 474 |
113 445 1 455 879 1 569 324 |
113 44 |
Opbouw uitgaven (x € 1000)
2004
20052006
2007
2008
2009
2010
Stand ontwerpbegroting 2005 181 818
Mutatie1e suppletore begroting 2005– 1 160
Nieuwe mutaties
Loonbijstelling 45
Prijsbijstelling
Stand ontwerpbegroting 2006 358 465
213 521 116 721
210 561 - 80 080
194 856 - 11 64
230 107 5–10 281
3433
66666
180 709 96 809 130 491 183 220 219 835
250 541
Opbouw ontvangsten (x € 1000) |
||||
2004 20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
Standontwerpbegroting200512051028 Stand ontwerpbegroting 2006 1653 1205 1028 |
980 980 |
929 929 |
929 929 |
929 |
7.5 Exportkredietverzekering en investeringsgaranties
Opbouw verplichtingen (x € 1000)
2004
20052006
2007
2008
2009
2010
Standontwerpbegroting200511950036 11949947 11949948 11949948 11949948
Mutatie1esuppletorebegroting200583
Nieuwe mutaties 24 4 5 4 4
Stand ontwerpbegroting 2006 3 746 557 11950 060 11950 034 11949 953 11 949 952 11 949 952 11 949 952
Opbouw uitgaven (x € 1000)
2004
20052006
2007
2008
2009
2010
147 899 5–9917
147 900
147 900
147 900
Standontwerpbegroting2005142988
Mutatie1esuppletorebegroting2005– 000
Nieuwe mutaties
Loonbijstelling 20 2 2 1 1
Prijsbijstelling 4 2 3 3 3
Stand ontwerpbegroting 2006 863 5138 012 137 986 147 905147 904 147 904
147 904
Opbouw ontvangsten (x € 1000) |
||||||
2004 |
20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Stand ontwerpbegroting 2005 Mutatie 1e suppletore begroting 2005 Nieuwe mutaties Vervroegde aflossingen Stand ontwerpbegroting 2006 |
266 972 |
173 815168 815168 815168 815149 488 210 546 546 546 546 546 424 000 92 900 - 52 000 - 52 800 - 54 700 808 361 262 261 117 361 116 561 95334 |
105034 |
Toelichting nieuwe mutaties
Vervroegde aflossingen
In de Club van Parijs zijn afspraken gemaakt over de vervroegde aflossing van een aantal landen. Dit leidt tot een positieve bijstelling van de provenuontvangsten in 2005en 2006 en een negatieve bijstelling voor latere jaren.
7.6 Staatsloterij
Vervallen.
7.7 Beheer materiële activa
Opbouw verplichtingen (x € 1000) |
|||||
2004 20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Standontwerpbegroting2005103868 Mutatie1esuppletorebegroting20053 600 Nieuwe mutaties 2 751 Stand ontwerpbegroting 2006 95556 110 219 |
109 197
|
109 096
|
101 96
|
101 739
|
90 953 |
Opbouw uitgaven (x € 1000) |
|||||
2004 20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Stand ontwerpbegroting 2005103 868 |
109 197 |
109 096 |
101 96 |
101 739 |
|
Mutatie 1e suppletore begroting 20053 600 |
|||||
Nieuwe mutaties |
|||||
Overheveling naar Justitie i.v.m DRZ |
-8 700 |
-8 700 |
-8 700 |
|
|
Oprichting DRZ |
|
|
|
|
|
PIA-taakstelling -14 |
|
-323 |
|
|
|
Loonbijstelling 498 |
31 |
34 |
31 |
28 |
|
Prijsbijstelling 767 |
762 |
761 |
761 |
763 |
|
Overig 1500 |
250 |
250 |
250 |
250 |
|
Stand ontwerpbegroting 2006 94018 110 219 |
98 599 |
98 318 |
90 815 |
90 957 |
90 953 |
Opbouw ontvangsten (x € 1000) |
|||||
2004 20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Stand ontwerpbegroting 2005 366 697 |
261 564 |
273 032 |
134 018 |
110 159 |
|
Mutatie 1e suppletore begroting 200512 168 |
-32 |
5–287 |
|
||
Nieuwe mutaties |
|||||
Verkoop onroerende zaken 47000 |
|
||||
Oprichting DRZ |
|
|
|
|
|
Vervroegde aflossing koopsom 22000 |
|||||
Aflossing anticiperende aankopen |
-7 000 |
||||
Pachtontvangsten |
-2 500 |
||||
Overige |
798 |
||||
Stand ontwerpbegroting 2006 410 643 447 865 |
205 030 |
269 945130 931 |
104 859 |
101 953 |
Toelichting nieuwe mutaties
Overheveling naar Justitie in verband met DRZ
In verband met de oprichting van het agentschap Roerende Zaken vindt
een begrotingsoverheveling naar Justitie (€ 8,7 mln.) plaats.
Oprichting DRZ
Door de oprichting van de baten-lastendienst DRZ vervallen hiermee samenhangende apparaatuitgaven en beheerskosten (€ 2,8 mln.). De bedragen corresponderen met de gederfde ontvangsten. Door de oprichting van de baten-lastendienst DRZ vervallen ontvangsten (opgelden en apparaatsontvangsten RZ).
Verkoop onroerende zaken
De verkoop van gronden conform het met de Tweede Kamer afgestemde
beleidskader verloopt in 2005sneller dan verwacht (€ 47 mln.).
Vervroegde aflossingkoopsom
De vervroegde aflossing van een grote koopsom leidt tot een positieve
bijstelling van de ontvangsten in 2005.
Aflossing anticiperende aankopen
Er is sprake van een vervroegde aflossing van de Fochteloërveenlening op 29 december 2004. Regulier had deze lening op 31 december 2006 afgelost moeten worden.
7.8 Financieel-economisch beleid van de overheid
Opbouw verplichtingen (x € 1000) |
|||||
2004 20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Standontwerpbegroting200526913 Mutatie1esuppletorebegroting2005972 Nieuwe mutaties 414 Stand ontwerpbegroting 2006 29334 28299 |
24 166
24 055 |
23 39 -33 - 1 23 203 |
23 347 5–468 97 22 976 |
23 347 -468 94 22 973 |
22 969 |
Opbouw uitgaven (x € 1000)
2004
20052006
2007
2008
2009
2010
Standontwerpbegroting200526913
Mutatie1esuppletorebegroting2005972
Nieuwe mutaties
Loonbijstelling 431
Prijsbijstelling 83
Overig apparaat –100
Stand ontwerpbegroting 2006 29129 28299
24 166 |
23 39 |
23 347 |
23 347 |
|
-33 |
5–468 |
-468 |
31 |
33 |
30 |
27 |
68 |
66 |
67 |
67 |
|
|
||
24 055 |
23 203 |
22 976 |
22 973 |
22 969
Opbouw ontvangsten (x € 1000) |
||||
2004 20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
Standontwerpbegroting20052613 2613 Stand ontwerpbegroting 2006 46352 613 2613 |
2 613 2 613 |
2 613 2 613 |
2 613 2 613 |
2 613 |
7.9 Algemeen
Opbouw verplichtingen (x € 1000) |
|||||
2004 20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Standontwerpbegroting200592646 Mutatie1esuppletore begroting 2005 36048 Nieuwe mutaties 702 Stand ontwerpbegroting 2006 110 003 129 396 |
82 366 19 609 1 966 103 941 |
88 02 13 551 1 794 103 370 |
96 442 13 516 416 110 374 |
96 728 13 461 414 110 603 |
104 892 |
Opbouw uitgaven (x € 1000) |
||||
2004 20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
Stand ontwerpbegroting 200592 646 82 366 |
88 02 |
96 442 |
96 728 |
|
Mutatie1esuppletore begroting 2005 36048 19609 |
13 551 |
13 516 |
13 461 |
|
Nieuwe mutaties |
||||
Loonbijstelling 604 46 |
49 |
4539 |
||
Prijsbijstelling 646 543 |
615 |
712 |
716 |
|
Overig apparaat –548 1377 |
1 130 |
|
|
|
Stand ontwerpbegroting 2006 103 243 129 396 103 941 |
103 370 |
110 374 |
110 603 |
104 892 |
Opbouw ontvangsten (x € 1000) |
||||
2004 20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
Standontwerpbegroting20057707 7707 Mutatie1e suppletore begroting 2005– 400 – 400 Stand ontwerpbegroting 2006 15908 7307 7307 |
7 707 -400 7 307 |
7 707 - 400 7 307 |
7 707 - 400 7 307 |
7 307 |
7.10 Nominaal en onvoorzien
Opbouw verplichtingen en uitgaven (x € 1000) |
|||||
2004 20052006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Stand ontwerpbegroting 2005 –5790 |
|
|
-31 613 |
-31 756 |
|
Nota van wijziging 10398 |
21 703 |
33 009 |
33 009 |
33 009 |
|
Mutatie 1e suppletore begroting 200533 813 |
6 379 |
|
|
|
|
Nieuwe mutaties |
|||||
Loonbijstelling –19931 |
|
|
|
|
|
Prijsbijstelling –13828 |
|
|
|
|
|
Taakstelling PIA 702 |
7 068 |
16 164 |
16 164 |
16 164 |
|
Overige mutaties 57 |
3 973 |
3 453 |
3 747 |
3 976 |
|
Stand ontwerpbegroting 2006 0 5421 |
6 333 |
6 401 |
4 963 |
4 804 |
4 809 |
Opbouw ontvangsten (x € 1000)
2004 20052006 2007 2008 2009 2010
Stand ontwerpbegroting 2005 0 0 0 0 0
Stand ontwerpbegroting 2006 0 0 0 0 0 0
Toelichting nieuwe mutaties
Loonbijstelling
De mutatie betreft het toedelen van de loonbijstelling aan de loongevoelige artikelen op IXB.
Prijsbijstelling
De mutatie betreft het toedelen van de prijsbijstelling aan de prijsgevoelige artikelen op IXB.
Taakstelling PIA
De mutatie betreft het verdelen van de taakstelling Professioneel Inkopen
en Aanbesteden, welke bij 1ste suppletore wet 2005op artikel 10 is
geparkeerd.
Overige mutaties
De overige mutaties betreffen vooral het verdelen van de bijdrage aan de
uitgaven voor de Elektronische Overheid (bij BZK) over IXB.
0
-
8.BIJLAGE INZAKE ZBO’S EN RWT’S
In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van de ZBO’s die onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Financiën vallen.
Artikel
Artikel 1 Belastingen Artikel 2 Financiële markten
Artikel 9 Algemeen
ZBO
Waarderingskamer
Autoriteit Financiële Markten De Nederlandsche Bank Stichting Waarborgfonds Motorverkeer Nederlands Bureau der Motorrijtuigenverzekeraars
Stichting Afwikkeling Maror-gelden
Overheid
Stichting Joods Humanitair Fonds
-
9.BIJLAGE MOTIES EN TOEZEGGINGEN
Overzicht van de door de Staten-Generaal aanvaarde moties en door bewindslieden gedane toezeggingen in het vergaderjaar 2004–2005
FISCAAL
Door de Staten-Generaal aanvaarde moties
Onderdeel A.1 Moties waarvan de uitvoering is afgerond |
|||
Vergaderjaar |
Omschrijving van de motie |
Vindplaats |
Stand van zaken/Planning |
|
Van Hijum en Hofstra: Nota mobiliteit; |
Kamerstukken II 2003/04, |
De Minister van Financiën heeft |
Motie met het verzoek om een vast |
29 644, nr. 2 |
geantwoord bij brief aan de |
|
percentage van de opbrengsten uit de |
Tweede Kamer van 12 oktober |
||
belastingen op automobiliteit te |
2004 |
||
oormerken voor realisatie, beheer en |
Kamerstukken II 2004/05, 29 644, |
||
onderhoud van infrastructuur. |
nr. 7 herdruk. |
||
|
Weekers c.s.: Wet financiering sociale |
Kamerstukken II 2003/04, |
Staatssecretaris heeft geant- |
verzekeringen; Motie over het verkorten |
29 529, nr. 16 |
woord bij brief van 24 december |
|
van de beslistermijnen die gelden voor |
2004 |
||
de afhandeling van bezwaarschriften. |
Kamerstukken II 2004/05, 29 529, |
||
Verzoekt de regering de beslistermijnen |
nr. 22. |
||
alsmede de bezwaartermijnen nog dit |
|||
jaar te heroverwegen, daarbij aanslui- |
|||
ting zoekend bij de Algemene Wet |
|||
Bestuursrecht. |
|||
|
Koopmans/de Krom: roept de regering |
Kamerstukken II 2003/04, |
Brief aan TK d.d. 12 maart 2004. |
op om één vorm van heffing op de |
27 664, nr. 21 |
Kamerstukken II 2003/04, 27 664, |
|
export van afval te introduceren óf de |
nr. 26. |
||
WBM-heffing op het storten van afval te |
|||
verlagen. |
|||
|
Slob: verzoekt de regering een overzicht |
Kamerstukken II 2003/04, |
Afgehandeld bij brief van de |
te maken van de in de landbouwpraktijk |
28 207, nr. 4 |
Staatssecretaris d.d. 18 februari |
|
ervaren knelpunten rond vrijstellingen in |
2005 |
||
de Wet op belastingen van rechtsverkeer |
Kamerstukken II 2004/05, 28 207, |
||
en mogelijke oplossingen daarvan en de |
nr. 10. |
||
TK daarover zo snel mogelijk te |
|||
informeren. |
|||
|
Van Vroonhoven-Kok c.s.: verzoekt de |
Kamerstukken II 2003/04, |
Afgehandeld bij brief van de |
regering om een analyse van de werking |
28 244, nr. 75 |
Minister van Economische Zaken |
|
van de onderlinge verhouding van de |
mede namens de Staatssecretaris |
||
Mededingingswet en de Algemene wet |
van Financiën d.d. 3 december |
||
rijksbelastingen hierover; verzoekt |
2004 |
||
voorts zonder afbreuk te doen aan ratio |
Kamerstukken 2004/05, 28 244, |
||
van de Mededingingswet, indien nodig, |
nr. 87. |
||
de wet zodanig aan te passen dat |
|||
gegevensuitwisseling tussen beide |
|||
instanties vergemakkelijkt wordt. |
|||
|
Dezentjé Hamming: verzoekt de regering |
Kamerstukken II 2003/04, |
Heroriëntatie Vpb is inmiddels |
een onderzoek uit te voeren om het |
29 210, nr. 75 |
gestart. Nota «Werken aan winst» |
|
stelsel van vennootschapsbelasting op |
is op 29 april 2005aan de Kamer |
||
korte termijn te herzien. |
gestuurd Kamerstukken II 2004/05, 30 107, nr. 2. |
Onderdeel A.1 Moties waarvan de uitvoering is afgerond |
|||
Vergaderjaar Omschrijving van de motie |
Vindplaats |
Stand van zaken/Planning |
|
7. |
2004–2005Motie Herben: mogelijkheden om na |
Kamerstukken II 2004/05, |
Notitie over het onderwerp is |
veertig dienstjaren in een slijtend beroep |
29 800, nr. 11 |
gepubliceerd als Bijlage 3 bij |
|
vervroegd met pensioen te kunnen |
Nota naar aanleiding van het |
||
gaan. |
Verslag en het Nader Verslag van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling Kamerstukken II 2004/05, 29 760, nr. 10 |
||
8. |
2004–2005Verhagen c.s. over wijzigingen in de |
Kamerstukken II 2004/05, |
Brief van de Minister van |
begroting 2005en volgende jaren. |
29 800, nr. 4 |
Financiën m.b.t. de uitvoering van de motie is verzonden d.d. 4 oktober 2005. Kamerstukken II 2004/05, 29 800, nr. 29. |
|
9. |
2003–2004 Van Vroonhoven/Dezentjé Hamming: |
Kamerstukken II 2003/04, |
Rapport is naar kamer gestuurd |
verzoekt de regering de toegankelijkheid |
29 210, nr. 84 |
op 15dec 2004. |
|
van de WBSO-regeling te bevorderen. |
Kamerstukken II 2004/2005, 29 515, nr. 47. |
||
10. |
2004–2005Motie van As: verzoekt het kabinet te |
Kamerstukken II 2004/05, |
Afgerond. Discussienota «Alge- |
onderzoeken aan welke goede-doelen- |
29 800, nr. 32 |
meen nut beogende instellingen |
|
organisaties de overheid belastinggeld |
in de fiscaliteit» is op 8 juni 2005 |
||
geeft, waarvan het salaris van de |
aan de Kamer gestuurd. |
||
bestuurders meer is dan die van een |
Kamerstukken II 2004/05, 27 789, |
||
minister en de kamer daarover te |
nr. 10 |
||
informeren. |
|||
11. |
2004–2005Motie Vroonhoven-Kok:Verzoek tot |
Kamerstukken II 2004/05, |
Meegenomen in Nota «Werken |
regeling voor gemengde kosten. |
29 767, nr. 59 |
aan winst» die d.d. 29 april 2005 aan de Kamer is gestuurd Kamerstukken II 2004/05, 30 107, nr. 2. |
|
12. |
2004–2005Motie van der Vlies c.s.: verzoekt de |
Kamerstukken II 2004/05, |
Afgehandeld; is meegenomen in |
regering om voorstellen te ontwikkelen |
29 800, nr. 37 |
de nota Mantelzorg in beeld van |
|
voor fiscale tegemoetkoming in de |
VWS d.d . 17 juni 2005 |
||
kosten die mantelzorgers maken en deze |
Kamerstukken II 2004/05, 30 169, |
||
voorstellen te presenteren in het |
nr. 1 |
||
Belastingplan 2006. |
|||
13. |
2004–2005Motie Dezentjé Hamming: Kwalitatief |
Kamerstukken II 2004/05, |
De doorlooptijden zijn opgeno- |
prestatiecontract met B/CPP. |
29 767, nr. 57 |
men in het prestatiecontract waarmee aan de motie is voldaan. |
Onderdeel A.1 Moties waarvan de uitvoering is afgerond |
||||
Vergaderjaar |
Omschrijving van de motie |
Vindplaats |
Stand van zaken/Planning |
|
14. |
2003-2004 |
Giskes c.s.: Verzoek om een overzicht |
Kamerstukken II 2003/04, |
Sinds 2003 is het innovatieplat- |
van fiscale instrumenten die relevant zijn |
29 210, nr. 80 |
form actief op het terrein van de |
||
voor de kenniseconomie en een |
kenniseconomie. Dit platform |
|||
desbetreffend plan van aanpak vóór |
heeft zich zelf ten doel gesteld de |
|||
1 juni 2004. |
innovatiekracht van Nederland te versterken, zodat ons land in 2010 weer een koploper is in de Europese kenniseconomie. Fiscale instrumenten maken deel uit van de instrumenten die kunnen worden benut om de doelstellingen ten aanzien van de kenniseconomie te halen. Derhalve beschouwen wij de onderhavige motie als zijnde opgegaan in doelstellingen van het innovatieplatform en daarmee als afgedaan. |
|||
15. |
2004-2005 |
Motie Verburg c.s.: inzake wijziging benamingen in AWIR en de materiewetten, «huursubsidie» en «Regeling tegemoetkoming kinderopvang». |
Kamerstukken II 2004/05, 29 764/29 765, nr. 33. |
De motie is uitgevoerd. |
16. |
2004–2005Motie Omtzigt: verzoekt de regering< |
Kamerstukken II 2004/05, |
De Staatssecretaris van Financiën |
|
alimentatie zo vast te stellen dat over |
29 763, nr. 79 |
heeft bij brief van 8 juli 2005 |
||
inkomen éénmaal de werkgeversbij- |
aangegeven waarom het niet |
|||
drage betaald wordt. |
mogelijk is uitvoering te geven aan deze motie Kamerstukken II 2004/05, 29 689, nr. 10 |
|||
17. |
2003-2004 |
Vendrik: verzoekt de regering het |
Kamerstukken II 2003/04, |
Afgehandeld. Beleid vergt aanpak |
landelijk team gecoördineerd fiscale |
29 200 IXB, nr. 16 |
op lokaal niveau. Met gemeenten |
||
vrijplaatsen-beleid, op zeer korte termijn |
zijn en worden thans convenan- |
|||
om te vormen in een landelijke |
ten afgesloten over een geza- |
|||
Task-Force vrijplaatsontmanteling. |
menlijke aanpak van vrijplaatsen |
|||
18. |
2004–2005Motie Koser Kaya c.s.: Gewijzigde motie |
Kamerstukken II 2004/05, |
Afgehandeld bij brief van de |
|
over mogelijkheden aansprakelijkheids- |
17 050, nr. 294 |
Staatssecretaris, mede namens |
||
stelling van bestuurder van malafide |
de Staatssecretaris van SZW, |
|||
uitzendbureaus en het verhalen van de |
d.d. 8 september 2005. |
|||
schade. |
DGB 2005-4961. |
|||
19. |
2004–2005Motie Crone c.s.: Accijnsvrijstelling voor |
Kamerstukken II 2004/05, 29 767, |
Is meegenomen in Belastingplan |
|
biobrandstoffen |
nr. 50 |
2006 |
Door de Staten-Generaal aanvaarde moties
Onderdeel A.2 Moties waarvan de uitvoering nog niet is afgerond |
||||
Vergaderjaar |
Omschrijving van de motie |
Vindplaats |
Stand van zaken/planning |
|
1. |
1996-1997 |
De Vries c.s. verzoekt wetgeving voort- |
Kamerstukken II 1996/97 |
In het kader van de Belasting- |
vloeiend uit het wetsvoorstel (herziening |
24 761, nr. 21 |
herziening 2001 hebben zich op |
||
regime AB c.a.) te evalueren, de Tweede |
het terrein van het regime AB |
|||
Kamer in de loop van het jaar 2000 |
enkele nieuwe ontwikkelingen |
|||
hierover te informeren en in het bijzon- |
voorgedaan. Als gevolg daarvan |
|||
der aandacht te schenken aan de |
is besloten om de evaluatie van |
|||
regelingen m.b.t. fictief loon en fictieve |
dit regime mee te nemen in de |
|||
rente en huur. |
evaluatie van Belastingherziening 2001, welke in 2005zal worden afgerond. |
|||
2. |
1999-2000 |
Bos c.s. verzoekt de regering om |
Kamerstukken II 1999/00, |
Zal worden meegenomen bij de |
ontwikkelingen op de onroerendgoed- |
26 727, nr. 101 |
evaluatie in 2005van de Wet IB |
||
markt te volgen i.v.m. arbitragemoge- |
2001. |
|||
lijkheden voor particuliere verhuurders |
||||
tussen box I en box III alsmede de |
||||
mogelijke invloed op het door deze |
||||
verhuurders te plegen onderhoud. |
||||
3. |
1999-2000 |
Giskes c.s. verzoekt de regering om z.s.m. een notitie op te stellen over de mogelijkheden om ook andere producten dan lijfrenteverzekeringen, zoals geblokkeerde spaar- of beleggingsrekeningen, in aanmerking te laten komen voor de fiscale faciliteiten t.b.v. de pensioenopbouw. |
Kamerstukken II 1999/00, 26 727, nr. 106 |
In voorbereiding. |
4. |
2003-2004 |
Dezentjé Hamming: verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze ouderen kunnen worden gevrijwaard van het invullen van formulieren voor de Belastingdienst en dit onderzoek vóór 1 maart 2004 aan de Kamer aan te bieden. |
Kamerstukken II 2003/04, 29 210, nr. 77 |
In voorbereiding. |
5. |
2003-2004 |
Giskes c.s.: Verzoekt de regering in het |
Kamerstukken II 2003/04, |
Rapportage wordt na het |
voorjaar 2004 een integrale visie op de |
29 210, nr. 81 |
zomerreces 2005aan de Kamer |
||
financiële betrokkenheid van de |
aangeboden. |
|||
overheid bij het wonen, te presenteren. |
||||
6. |
2003-2004 |
Samsom: verzoekt de regering WKK’s met een elektrisch rendement van minder dan 30%, budgetneutraal (bijvoorbeeld via een glijdende schaal), gedeeltelijke vrijstelling van energiebelasting te geven, corresponderend met het brandstofverbruik dat toegewezen kan worden aan de elektriciteitsproductie. |
Kamerstukken II 2003/04, 29 207, nr. 13 |
In voorbereiding. |
7. |
2004–2005Motie Bakker: Differentiatie bij heffings- |
Kamerstukken II 2004/05 |
In voorbereiding. |
|
en invorderingsrente. |
29 767, nr. 51 |
Onderdeel A.2 Moties waarvan de uitvoering nog niet is afgerond
Vergaderjaar Omschrijving van de motie
Vindplaats
Stand van zaken/planning
-
8.2004–2005Motie Bruls c.s. over het bevorderen van een vrijwillige certificering en periodieke keuring binnen de uitzendbranche en geen verplichte vergunning te ontwikkelen
. Motie Bussemaker c.s.: Verzoek om bestrijding van fraude en illegale arbeid in de uitzendbranche prioriteit te geven.
Kamerstukken II 2004/05, 17 050, nr. 287, nr. 288
Kamer wordt in september 2005 geïnformeerd.
-
9.2004–2005Motie Noorman-Den Uyl c.s.: verzoek om niet-gebruik van de fiscale regeling voor chronisch zieken en gehandicapten tot minder dan 10% terug te brengen.
Kamerstukken II 2004/05, 29 800 XV, nr. 78
In voorbereiding.
-
10.2004–2005Motie Verburg c.s.: motie die er toe
strekt dat dezelfde gegevens niet vaker dan eenmaal door de werkgever of werknemer hoeven te worden verstrekt.
Kamerstukken II 2004/05, 29 764/29 765, nr. 25
In voorbereiding.
-
11.2004–2005Motie Omtzigt: verzoekt de regering om de koopkrachtgarantie aan jongeren met een Wajong-uitkering een structureel karakter te geven.
Kamerstukken II 2004/05, 30 124, nr. 31
In voorbereiding.
-
12.2004–2005Motie Omtzigt: verzoekt de regering om niet-gebruik van de zorgtoeslag tot een absoluut minimum te beperken.
Kamerstukken II 2004/05, 30 124, nr. 33
In voorbereiding.
Door bewindslieden gedane toezeggingen
Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond |
|||
Vergaderjaar |
Omschrijving van de toezegging |
Vindplaats |
Stand van zaken/planning |
|
Op verzoek van B. M. de Vries zal de |
Staatssecretaris tijdens alge- |
In de nota Vpb «werken aan |
Staatssecretaris de Tweede Kamer een |
meen overleg op 18 juni 1998 |
winst» die op 29 april 2005aan |
|
toetsingsschema doen toekomen voor |
met vaste Commissie voor |
de Tweede Kamer is gestuurd, |
|
de Nederlandse inzet bij onderhandelin- |
Financiën over de notitie «Uit- |
wordt aandacht besteed aan |
|
gen over de totstandkoming van een |
gangspunten van het beleid op |
onderdelen van het verdrags- |
|
bilateraal belastingverdrag. |
het terrein van internationaal |
beleid |
|
fiscaal (verdragen)recht» |
Kamerstukken II 2004/05, 30 107, |
||
Kamerstukken II 1997/98, 25087, nr. 4 |
nr. 2. |
||
|
Wat betreft de buitenlandse regeling |
Staatssecretaris tijdens het |
Met ingang van 1 januari 2005 |
kinderopvang moeten nog nadere |
wetgevingsoverleg over diverse |
zijn de regelingen voor kinderop- |
|
afspraken worden gemaakt over hoe de |
concept-AMvB’s en Ministeriële |
vang gewijzigd. |
|
toets zal plaatsvinden. Er dienen |
Regelingen i.v.m. de belasting- |
||
algemene regels te worden geformu- |
herziening 2001 op 11 december |
||
leerd. |
2000. Handelingen II 2000/01, 26 727, nr. 125, p. 20 |
Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond |
|||
Vergaderjaar |
Omschrijving van de toezegging |
Vindplaats |
Stand van zaken/planning |
|
Deelnemingsvrijstelling. Toegezegd is te |
Staatssecretaris tijdens |
Heroriëntatie Vpb is gestart. Nota |
onderzoeken op welke wijze andere |
Financiële beschouwingen op |
is op 29 april 2005aan de TK |
|
Europese landen invulling hebben |
30 oktober 2002. |
verzonden |
|
gegeven aan de deelnemingsvrijheid in |
Handelingen 2002/03, nr. 13 + 14 |
Kamerstukken II 2004/05, 30 107, |
|
verschillende verschijningsvormen. |
nr. 2. |
||
|
Over twee jaar zullen de effecten |
Staatssecretaris tijdens de |
Het evaluatierapport WACP is op |
geanalyseerd worden van het terugha- |
plenaire behandeling Belasting- |
11 oktober 2004 aan de Kamer |
|
len van de willekeurige afschrijvings- |
plan 2003 op 13 november 2002. |
gezonden |
|
mogelijkheid continentaal plat. Daarna |
Handelingen II 2002/03, nr. 20 |
Kamerstukken II 2004/05, 29 800, |
|
zal bezien worden of er adequate |
nr. 7. |
||
maatregelen genomen moeten worden. |
|||
|
Waterspoor. Er wordt interdepartemen- |
Staatssecretaris tijdens de |
Rapport IBO bekostiging water- |
taal beleidsonderzoek (IBO) naar de |
behandeling van de nota |
beheer is afgerond en met |
|
bekostiging van het waterbeheer |
Fiscaliteit, landbouw- en |
kabinetsstandpunt naar de kamer |
|
uitgevoerd. De waterschappen worden |
natuurbeleid op 6 oktober 2003. |
gestuurd |
|
ook bij het onderzoek betrokken. Begin |
Kamerstukken II 2003/04, 28 207, |
Kamerstukken II 2003/04, 29 428, |
|
voorjaar 2004 wordt gekomen met een |
nr. 5 |
nr. 1. |
|
kabinetsstandpunt. |
|||
|
Toegezegd vóór Prinsjesdag aan de |
Minister tijdens AO over |
Brief met overzicht verzonden op |
Kamer een lijst van maatregelen ter |
administratieve lasten op 14 juni |
21 september 2004 |
|
verlichting administratieve lasten te |
2004 |
Kamerstukken II 2004/05, 29 515, |
|
zenden die op/door Financiën wel |
Kamerstukken II 2003/04, 29 515, |
nr. 34. |
|
overwogen zijn, maar ook weer zijn |
nr. 16, p. 36 |
||
verworpen en dat met korte toelichting |
|||
op de waarom-vraag. |
|||
|
Vereenvoudiging loonbegrip. Verdere |
Staatssecretaris tijdens AO over |
Resultaat is verwerkt in voort- |
stappen bezien met SZW; in dat kader |
administratieve lasten op 14 juni |
gangsrapportage administratieve |
|
bespreken met SZW of voor kleine |
2004. |
lasten 2005van d.d. 14 maart |
|
kortdurende baantjes zoals vakantie- |
Kamerstukken II 2003/04, 29 515, |
2005 |
|
baantjes van scholieren e.d. heffing |
nr. 16 |
Kamerstukken II 2004/05, 29 515, |
|
beperken tot belastingen en geen |
nr. 57. |
||
premie, maar dan ook geen uitkerings- |
|||
recht; resultaat hiervan in de volgende |
|||
administratieve lasten brief die is |
|||
voorzien voor maart/april 2005. |
|||
|
Wanneer blijkt dat zich structureel |
Staatssecretaris tijdens de |
De Staatssecretaris heeft bij brief |
knelpunten voordoen bij vrijstellingen |
behandeling van de nota |
van d.d. 18 februari 2005uitvoe- |
|
overdrachtsbelasting, wordt daarover |
Fiscaliteit, landbouw- en |
ring gegeven aan de toezegging. |
|
met de Kamer overleg gevoerd. |
natuurbeleid op 6 oktober 2003 |
Kamerstukken II 2004/05, 28 207, |
|
Kamerstukken II 2003/04, 28 207, nr. 5 |
nr. 10. |
||
|
Knelpunten in Vpb die Dezentjé |
Staatssecretaris tijdens het |
Heroriëntatie Vpb is gestart. Nota |
Hamming naar voren heeft gebracht |
wetgevingsoverleg over het |
is op 29 april 2005aan de TK |
|
meenemen als wordt gekeken naar een |
Belastingplan 2004 op |
verzonden |
|
eventuele herziening van de Vpb. |
10 november 2003 |
Kamerstukken II 2004/05, 30 107, |
|
Kamerstukken I 2003/04, 29 210, |
nr. 2. |
||
nr. 93, p. 21 |
|||
|
Toegezegd te kijken of de Wet op de Vpb |
Staatssecretaris tijdens de |
Heroriëntatie Vpb is gestart. Nota |
wel «lean and mean» is en aansluit bij |
Algemene Financiële Beschou- |
is op 29 april 2005aan de TK |
|
de snelle ontwikkelingen die zich op dit |
wingen in de Eerste Kamer op |
verzonden |
|
moment voltrekken en of wij daar |
11 november 2003 |
Kamerstukken II 2004/05, 30 107, |
|
binnen Europa wel mee uit de voeten |
Handelingen I 2003/04, nr. 6, |
nr. 2. |
|
kunnen. |
|
Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond
Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging
Vindplaats
Stand van zaken/planning
-
11.2003–2004 De Kamer op de hoogte houden van de
ervaringen die worden opgedaan met reparatiewetgeving aangaande Bosal.
Staatssecretaris tijdens de behandeling van het Belastingplan in de EK op 9 december 2003 nr. 11, p. 474
De ontwikkelingen m.b.t. deze wetgeving worden gevolgd.
-
12.2003–2004 De vergroeningscommissie zal concrete
voorstellen moeten doen die zullen worden betrokken bij het Belastingplan.
Staatssecretaris tijdens de behandeling van het Belastingplan in de EK op 9 december 2003
Handelingen I 2003/04, nr. 11, p. 494
Is meegenomen in Belastingplan 2005.
-
13.2003–2004 Kijken naar tekstuele opschoning, de
definities in de Vpb en zorgen voor een heldere omschrijving van de wetteksten binnen de Vpb.
Staatssecretaris tijdens de behandeling van het Belastingplan in de EK op 9 december 2003
Handelingen I 2003/04, nr. 11, p. 498
Heroriëntatie Vpb is gestart. Nota
is op 29 april 2005aan de TK
verzonden
Kamerstukken II 2004/05, 30 107,
nr. 2.
-
14.2003–2004 De kwestie aangaande «home state
taxation» meenemen. In dit kader het spanningsveld concurrerend fiscaal vestigingsklimaat en harmonisatie EU meenemen.
Staatssecretaris tijdens de behandeling van het Belastingplan in de EK op 9 december 2003
Handelingen I 2003/04, nr. 11, p. 498
Heroriëntatie Vpb is gestart. Nota
is op 29 april 2005aan de TK
verzonden
Kamerstukken II 2004/05, 30 107,
nr. 2.
-
15.2003–2004 De Kamer zal nader worden geïnfor-
meerd over de BPM bij invoer.
Staatssecretaris tijden AO over de herziening van de fiscale regels op het terrein van verkeer en vervoer d.d. 11 februari 2004 Kamerstukken II 2003/04, 29 280, nr. 9
Afgehandeld; onderdeel van wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de accijns en van enkele andere wetten.
Kamerstukken II 200 405, 29 729, nr. 3.
-
16.2003–2004 In een brief aan de Kamer zal worden
ingegaan op horizontaal toezicht van de Belastingdienst.
Staatssecretaris tijdens AO over de APA/ATR-praktijk etc. d.d. 3 juni 2004
Kamerstukken II 2003/04, 29 200 IX B, nr. 28
Bij brief van 8 april 2005heeft de Staatssecretaris de Kamer geïnformeerd over de verkenning van horizontaal toezicht Kamerstukken II 2004/05, 29 643, nr. 4.
-
17.2003–2004 Nog voor de zomer een besluit dat
voldoet aan de OESO-normen m.b.t stroomlijning en gelijke behandeling van hoofdkantoren.
Staatssecretaris tijdens AO over
APA/ATR- praktijk etc. d.d. 3 juni
2004
Kamerstukken II 2003/04 29 200
IXB, nr. 28
Afgehandeld. Besluit is uitgebracht op 21 augustus 2004. Nr. IFZ2004/680 M.
-
18.2003–2004 De Belastingdienst zal een instructie
ontvangen over de zaken die absoluut niet door de beugel kunnen. De wet wordt aangepast voor oplossingen die praktisch en wenselijk blijken.
Staatssecretaris tijdens AO over
APA/ATR- praktijk etc. d.d. 3 juni
2004
Kamerstukken II 2003/04 29 200
IXB, nr. 28
De werkinstructie is op 24 december 2004 aan de Belastingdienstregio’s verzonden en is o.a. gepubliceerd op de website van het Ministerie van Financiën.
-
19.2003–2004 Het is misschien verstandig voor
aanvang van het nieuwe vergaderjaar een dag te organiseren over onderwerpen als: wat is de taak van de Belastingdienst. Er kan een presentatie worden gegeven over de gang van zaken rond de APA/ATR en hoe beleidsbesluiten tot stand komen.
Staatssecretaris tijdens AO over
APA/ATR- praktijk etc. d.d. 3 juni
2004
Kamerstukken II 2003/04 29 200
IXB, nr. 28
Bedrijfsbezoek TK is gehouden.
Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond |
||||
Vergaderjaar |
Omschrijving van de toezegging |
Vindplaats |
Stand van zaken/planning |
|
20. |
2003-2004 |
De Kamer op de hoogte stellen zodra er duidelijkheid is over de beschikking voor de Belgische coördinatiecentra. |
Staatssecretaris tijdens AO over APA/ATRpraktijk etc. d.d. 3 juni 2004 Kamerstukken II 2003/04 29 200 IXB, nr. 28 |
Afgehandeld. Kamerstukken II 2004/05, 29 998, nr. 3. |
21. |
2004–2005Praktijkproblemen m.b.t. de aftrek van de financieringsrente bij bedrijfsopvolging, bekijken. |
Staatssecretaris tijdens de behandeling van het Belastingplan in de EK d.d. 14 december 2004 Handelingen I 2004/05, nr. 10, p. 496. |
Renteaftrekbeperkende maatregelen worden meegenomen bij de lopende heroriëntatie van de Wet op de Vennootschapsbelasting. Nota «Werken aan winst» is op 29 april 2005aan de Kamer gestuurd Kamerstukken II 2004/05, 30 107, nr. 2. |
|
22. |
2004–2005De Kamer een nota zenden met antwoorden op vragen over «algemeen nut beogende instellingen». |
Staatssecretaris tijdens de behandeling van het Belastingplan in de EK, d.d. 14 december 2004 Handelingen I 2004/05, nr. 10, p. 485. |
Afgehandeld. Nota op 20 juni 2006 aan de TK verzonden. Kamerstukken II 2004/05, 27 789, nr. 10. |
|
23. |
2003-2004 |
Rond Prinsjesdag en in ieder geval vóór de behandeling van het Belastingplan zal de Kamer inzicht worden geboden in de verwachting van het budgettaire beslag van de TBU-regeling in 2004. Bezien zal worden of het mogelijk is om ook inzicht te bieden in de casuïstiek. |
Staatssecretaris tijdens AO over diverse belastingonderwerpen d.d. 16 juni 2004 Kamerstukken II 2003/04, 26 727/29 210/29 606, nr. 132. Afgehandeld. |
Brief van de Minister van SZW d.d. 17 september 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 200 XV, nr. 110. |
24. |
2003-2004 |
De Kamer zal worden geïnformeerd over bepalingen rond de weekendregeling omtrent chronisch zieken. |
Staatssecretaris tijdens AO over diverse belastingonderwerpen d.d. 16 juni 2004 Kamerstukken II 2003/04, 26 727, 29 606, 29 210 nr. 132. |
Afgehandeld in Overige Fiscale maatregelen 2005. Staatsblad 2004, 654. |
25. |
2003-2004 |
Via reguliere rapportages het verloop (van samenwerking tussen UWV en de Belastingdienst)aan de Kamer te rapporteren. |
Staatssecretaris tijdens overleg in EK van het wetsvoorstel Walvis d.d. 22 juni 2004 Handelingen I 2003/04, nr. 34, p. 1844. |
Meegenomen in Beheersverslag 2003 van de Belastingdienst dat op 8 december 2004 aan de Kamer is gezonden. Tweede halfjaarlijkse rapportage: Kamerstukken II 2004/05, 26 448, nr. 11 |
26. |
2003-2004 |
Op verzoek van de kamerleden wordt een apart wetsvoorstel inzake opleggen van een dwangsom door de Belastingdienst ingediend. Toegezegd dit spoedig mogelijk te doen. |
Staatssecretaris tijdens AO over onderzoek Belastingdienst naar fraude bouwbedrijven d.d. 23 juni 2004 Kamerstukken II 2004/05, 28 244, nr. 86 |
Was opgenomen in het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen (OFM) maar is na gedachtewisseling met de TK, niet in de wet opgenomen. |
27. |
2004–2005Schriftelijke reactie op motie Verhagen c.s. (Kamerstukken 29 800, nr. 4) vóór de Algemene Financiële Beschouwingen. |
Minister tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen d.d. 29 september 2004 Handelingen II 2004/05, nr. 5, p. 189. |
Brief verzonden d.d. 4 oktober 2005. Kamerstukken II 2004/05, 29 800, nr. 29. |
|
28. |
2004–2005Bij de behandeling van het Belastingplan terugkomen op de voorgestelde regeling grijs kenteken bij gehandicapten en niet winstmakende bedrijven. |
Staatssecretaris tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen d.d. 6 oktober 2004 Handelingen II 2004/05, nr. 8, p. 386. |
Is meegenomen bij nota van wijziging. Kamerstukken II 2004/05, 29 767, nr. 6. |
Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond
Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging
Vindplaats
Stand van zaken/planning
-
29.2004–2005Toegezegd een brief aan de Kamer te
zenden over de «gevolgen van de kosten die met bezwaar samenhangen».
Staatssecretaris tijdens behandeling wetsvoorstel Wijziging wet waardering onroerende zaken d.d. 27 oktober 2004 Handelingen II 2004/05, nr. 14.
Brief is verzonden d.d. 1 november 2004. Kamerstukken II 2004/05, 29 612, nr. 15.
-
30.2004–2005Kijken hoe de film-c.v. minder bureaucratisch kan worden gemaakt, zodat in ieder geval de fiscale afhandeling geen vertraging hoeft te betekenen voor het opstarten van nieuwe filmprojecten.
Staatssecretaris tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen d.d. 6 oktober 2004 Handelingen II 2004/05nr. 8, p. 402
Afgehandeld in Belastingplan
2005en brief van 19 november
2004
Kamerstukken II 2004/05, 25 434,
nr. 22.
Filmregeling. Met Staatssecretaris Van der Laan in 2005bezien hoe we verder met de filmstimulering moeten omgaan. We treden hiervoor in overleg met de sector.
Staatssecretaris tijdens het plenaire debat inzake het Belastingplan 2005d.d. 17 en 18 november 2004 Handelingen II 2004/05, Nr. 25, p. 1563.
Regeling aanwijzing filminveste-ringen 2005. Stcrt. 2005, 133
-
31.2004–2005Nadere informatie m.b.t. de financiële onderbouwing amendementen, anti-cumulatiebepaling en gelijkwaardige keuzemogelijkheid spaarloon en levensloop etc.
Staatssecretaris tijdens het wetgevingsoverleg inzake fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling d.d. 19 november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 760, nr. 54.
Brief van de Minister van SZW en de Staatssecretaris van 23 november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 760, nr. 37.
-
32.2004–2005Toegezegd de wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in verband met de invoering van een aftrekverbod voor de aankoopkosten van een deelneming, in een stroomschema te plaatsen’.
Staatssecretaris tijdens de behandeling wetsvoorstel wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in de EK d.d. 2 november 2004 Handelingen I 2004/05, nr. 3, p. 55.
Brief van de Staatssecretaris d.d. 15november 2004 aan de EK Kamerstukken I 2004/05, 29 381, nr. E.
-
33.2004–2005Resultaat van de werkgroep stroomlijning uitkeringen WBSO nog vóór zomerreces.
Staatssecretaris tijdens AO over
administratieve lasten op 14 juni
2004
Kamerstukken II 2003/04, 29 515,
nr. 16, p. 34.
Rapport is op 15december 2004 aangeboden aan de TK Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 47.
-
34.2004–2005Toegezegd een brief aan de Kamer te sturen m.b.t. buitengewone uitgaven.
Staatssecretaris tijdens wetgevingsoverleg Belastingplan en Overige Fiscale Maatregelen (OFM) d.d. 15november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 767, nr. 60.
Staatssecretaris heeft geantwoord in een brief van 17 november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 767/29 758, nr. 46.
-
35.2004–2005 Toegezegd een brief aan de Kamer te
sturen m.b.t. de jonggehandicaptenkorting voor Wajongers.
Staatssecretaris tijdens wetgevingsoverleg Belastingplan en Overige Fiscale Maatregelen (OFM) d.d. 15november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 767, nr. 60.
Staatssecretaris heeft geantwoord in een brief van 17 november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 767/29 758, nr. 46.
-
36.2004–2005Toegezegd een brief aan de Kamer te sturen m.b.t. weekenduitgaven.
Staatssecretaris tijdens wetgevingsoverleg Belastingplan en Overige Fiscale Maatregelen (OFM) d.d. 15november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 767, nr. 60.
Staatssecretaris heeft geantwoord in een brief van 17 november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 767/29 758, nr. 46.
Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond |
|||
Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging |
Vindplaats |
Stand van zaken/planning |
|
37. |
2004–2005Toegezegd een brief aan de Kamer te |
Staatssecretaris tijdens wetge- |
Staatssecretaris heeft geant- |
sturen m.b.t. autokostenfictie in de |
vingsoverleg Belastingplan en |
woord in een brief van |
|
loonbelasting. |
Overige Fiscale Maatregelen |
17 november 2004 |
|
(OFM) d.d. 15november 2004 |
Kamerstukken II 2004/05, |
||
Kamerstukken II 2004/05, 29 767, nr. 60. |
29 767/29 758, nr. 46. |
||
38. |
2004–2005Toegezegd een brief aan de Kamer te |
Staatssecretaris tijdens wetge- |
Staatssecretaris heeft geant- |
sturen m.b.t. film. |
vingsoverleg Belastingplan en |
woord in een brief van |
|
Overige Fiscale Maatregelen |
17 november 2004 |
||
(OFM) d.d. 15november 2004 |
Kamerstukken II 2004/05, |
||
Kamerstukken II 2004/05, 29 767, nr. 60. |
29 767/29 758, nr. 46. |
||
39. |
2004–2005Toegezegd een brief aan de Kamer te |
Staatssecretaris tijdens wetge- |
Staatssecretaris heeft geant- |
zenden waarin wordt ingegaan op de |
vingsoverleg Belastingplan en |
woord in een brief van |
|
wijze waarop de amendementen op het |
Overige Fiscale Maatregelen |
17 november 2004 |
|
Belastingplan 2005inzake de versoepe- |
(OFM) d.d. 15november 2004 |
Kamerstukken II 2004/05, 29 758, |
|
lingen van de tonnageregeling zich |
Kamerstukken II 2004/05, 29 767, |
nr. 27. |
|
verhouden tot de mogelijkheden die de |
nr. 60. |
||
nieuwe communautaire richtsnoeren |
|||
betreffende staatssteun voor het |
|||
zeevervoer bieden. |
|||
40. |
2004–2005Toegezegd dat personen die vanwege |
Staatssecretaris tijdens de |
In antwoord op kamervragen van |
een handicap zijn aangewezen op een |
behandeling van het Belasting- |
lid Kant d.d. 13 januari 2005stelt |
|
bestelauto, zonder verhoging van fiscale |
plan in de EK d.d. 14 december |
de Minister van Financiën dat in |
|
lasten grijs mogen blijven rijden. |
2004 |
het Belastingplan 2005een rege- |
|
Belastinginspecteurs zullen bij twijfel |
Handelingen I 2004/05, nr. 10, |
ling is opgenomen die toereikend |
|
een ruimhartige beslissing moeten |
|
is voor de doelgroep. De regeling |
|
nemen. |
zal door de Belastingdienst ruimhartig worden toegepast. |
||
41. |
2004–2005De TK een afschrift van de teksten van |
Staatssecretaris tijdens het |
Bij brief van 3 februari 2005aan |
de lagere regelgeving op het punt van |
schriftelijk overleg over het |
voldaan. |
|
de nieuwe regeling grijs kenteken voor |
Belastingplan 2005 |
Kamerstukken II 2004/05 |
|
gehandicapten toezenden, zodra een en |
Kamerstukken II 2004/05, |
29 767/29 758, nr. 62. |
|
ander geregeld is. |
29 767/29 758, nr. 61, punt 5. |
||
42. |
2004–2005Brief met OCW inzake mogelijkheid af te |
Staatssecretaris tijdens de |
Brief van de Staatssecretaris en |
wijken van de AWIR op draagkracht- |
behandeling Inkomensafhanke- |
de Minister van OCW is op |
|
vormgeving. |
lijke regelingen (AWIR) in de TK |
20 januari 2005aan de TK |
|
d.d. 20 januari 2005 |
gestuurd. |
||
Handelingen II 2004/05, nr. 40, |
Kamerstukken II 2004/05, |
||
|
29 764/29 765, nr. 28. |
||
43. |
2004–2005Schriftelijke uitwerking rekenvoor- |
Staatssecretaris tijdens de |
Afgehandeld bij brief van de |
beelden inkomensterugval in de loop |
behandeling Inkomensafhanke- |
minister van SZW d.d. 25januari |
|
van het jaar. |
lijke regelingen (AWIR) in de TK |
2005. |
|
d.d. 20 januari 2005 |
Kamerstukken II 2004/05, |
||
Handelingen II 2004/05, nr. 40, |
29 764/29 765, nr. 29. |
||
|
|||
44. |
2004–2005Als de Belastingdienst langs de fiscale |
Staatssecretaris tijdens de |
Afgehandeld bij brief van de |
rechtsgang het inkomen door de rechter |
behandeling Inkomensafhanke- |
minister van SZW d.d. 25januari |
|
heeft moeten aanpassen, zal de |
lijke regelingen (AWIR) in de TK |
2005. |
|
Belastingdienst Toeslagen de toeslag |
d.d. 20 januari 2005 |
Kamerstukken II 2004/05, |
|
ambtshalve/automatisch aanpassen. |
Handelingen II 2004/05, nr. 40, p. 2708. |
29 764/29 765, nr. 29. |
Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond |
||||
Vergaderjaar |
Omschrijving van de toezegging |
Vindplaats |
Stand van zaken/planning |
|
45. |
2004-2005 |
Het oordeel van het kabinet over de |
Staatssecretaris tijdens de |
Afgehandeld bij brief van de |
motie Gerkens schriftelijk aan de Kamer |
behandeling Inkomensafhanke- |
minister van SZW d.d. 25januari |
||
meedelen. |
lijke regelingen (AWIR) in de TK d.d. 20 januari 2005 Handelingen II 2004/05, nr. 40, p. 2709. |
2005. Kamerstukken II 2004/05, 29 764/29 765, nr. 29. |
||
46. |
2004–2005De antwoorden op nog eventuele |
Staatssecretaris tijdens de |
Afgehandeld bij brief van de |
|
openstaande vragen schriftelijk aan de |
behandeling van het wetsvoor- |
Staatssecretaris van 22 februari |
||
Kamer doen toekomen. |
stel VUT/prepensioen in de EK d.d. 15februari 2005 Handelingen I 2004/05, nr. 15, p. 742. |
2005 Kamerstukken I 2004/05, 29 760, nr. G. |
||
47. |
2004–2005Toegezegd de Kamer nadere informatie |
Staatssecretaris tijdens AO over |
Afgehandeld bij brief van de |
|
met betrekking tot de waarborgsom |
bestrijding van fraude en illega- |
Staatssecretaris d.d. 18 maart |
||
alvorens personeel te mogen uitlenen, |
liteit in de uitzendbranche d.d. |
2005 |
||
voor de behandeling van het VAO toe te |
2 maart 2005 |
Kamerstukken II 2004/05, 17 050, |
||
sturen |
Kamerstukken II 2004/05, 17 050, nr. 292. |
nr. 291. |
||
48. |
2004–2005Verschillende toezeggingen m.b.t. |
Staatssecretaris tijdens AO over |
De Staatssecretaris heeft bij brief |
|
verbetering kwaliteit Belastingtelefoon |
bereikbaarheid van de Belasting- |
van 8 april 2005uitvoering |
||
en bereikbaarheid Belastingdienst. |
dienst d.d. 16 maart 2005 Kamerstukken II 2004/05, 29 800 IX B, nr. 20. |
gegeven aan deze toezeggingen Kamerstukken II 2004/05, 29 800 IX B, nr. 21. |
||
49. |
2004–2005Proberen binnen de randvoorwaarden |
Staatssecretaris tijdens de |
Kabinet heeft gekozen voor |
|
met voorstellen te komen om in 2007 |
Algemene Financiële Beschou- |
stroomlijning fiscale kinderkortin- |
||
richting een kindertoeslag te gaan en |
wingen d.d. 6 oktober 2004 |
gen per 1-1-2006. (Belastingplan |
||
daarmee de administratieve rompslomp |
Handelingen II 2004/05nr. 8, |
2006) |
||
rond het lesgeld op te ruimen. |
|
Kabinet heeft besloten dat het lesgeld per 1-8-2005is afgeschaft. |
||
50. |
2004-2005 |
Toegezegd de mondelinge vragen van |
Staatssecretaris tijdens de |
Afgehandeld in een brief van de |
dhr. Rouvoet bij de AFB, over het in |
Algemene Financiële Beschou- |
Staatssecretaris van |
||
beeld brengen van de autokosten bij de |
wingen d.d. 6 oktober 2004 |
17 november 2004 |
||
loonbelasting, te beschouwen als |
Handelingen II 2004/05, nr. 8, |
Kamerstukken II 2004/05, |
||
«ingediend» en deze te betrekken bij de |
|
29 767/29 758, nr. 46. |
||
schriftelijke behandeling van het |
||||
Belastingplan 2005. |
||||
51. |
2004-2005 |
Belastingschulden. Aandacht voor |
Staatssecretaris tijdens het |
In het beheersverslag van de |
ontwikkeling meenemen bij het |
plenaire debat (TK) inzake |
Belastingdienst over 2004 is |
||
beheersverslag Belastingdienst |
Belastingplan en OFM d.d. 17 en 18 november 2004 Handelingen II 2004/05, nr. 25, p. 1561. |
uitgebreid aandacht besteed aan de invordering en de genomen maatregelen. Daarnaast wordt de kamer nog apart geïnformeerd in de rapportage over vrijplaatsen en contra legem waar ook ruime aandacht wordt besteed aan de invordering. |
||
52. |
2004-2005 |
Bij het Belastingplan 2006 kijken naar |
Staatssecretaris tijdens de |
Afgehandeld; is meegenomen in |
mantelzorg en hierover open van |
Algemene Financiële Beschou- |
de nota Mantelzorg in beeld van |
||
gedachten wisselen. |
wingen d.d. 6 oktober 2004 Handelingen II 2004/05nr. 8, p. 403. |
VWS d.d. 17 juni 2005 Kamerstukken II 2004/05, 30 169, nr. 1 |
Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond |
||||
Vergaderjaar |
Omschrijving van de toezegging |
Vindplaats |
Stand van zaken/planning |
|
53. |
2004-2005 |
De differentiatie van BPM naar uitstoot |
Staatssecretaris tijdens AO over |
Is meegenomen in het Belasting- |
zal worden ingevoerd per 1 januari 2006 |
beleidsnota verkeersemissies |
plan 2006. |
||
en daarnaast zal moeten worden |
d.d. 4 november 2004 |
|||
onderzocht hoe dit zichtbaar kan worden |
Kamerstukken II 2004/0529 667, |
|||
gemaakt voor de consument. |
nr. 8 |
|||
54. |
2004-2005 |
De door mw. Fierens aangekaarte |
Staatssecretaris tijdens het |
De Staatssecretaris heeft de |
problematiek WOZ-waardering van in |
wetgevingsoverleg inzake de |
toegezegde brief d.d. |
||
aanbouw zijnde objecten wordt, zoals |
begroting en uitgaven van het |
22 december aan de Kamer |
||
afgesproken in het WOZ-overleg met de |
Gemeentefonds en het |
verzonden |
||
Kamer, meegenomen in een brief van de |
Provinciefonds d.d. |
Kamerstukken II 2004/0529 800 |
||
Staatssecretaris. |
29 november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 800 B/ 29 800 C, nr. 10. |
B, nr. 12. |
||
55. |
2004-2005 |
Toegezegd dat de voor de pensioenfond- |
Staatssecretaris tijdens de |
Besluit en regeling zijn gepubli- |
sen relevante aanpassingen van de |
behandeling wetsvoorstel |
ceerd in respectievelijk Staats- |
||
uitvoeringsregeling en het uitvoerings- |
VUT/prepensioen d.d. |
blad 2005, nr. 178 en Staatscou- |
||
besluit m.b.t. pensioenregelingen voor |
25november 2004 |
rant 2005, nr. 65. |
||
1 januari 2005gereed zullen zijn. |
Handelingen II 2004/05, nr. 28, p. 1837. |
|||
56. |
2004-2005 |
Nadere studie over slijtende beroepen |
Minister tijdens de Algemene |
Studie is opgenomen in bijlage 3 |
(motie Herben, Kamerstukken 29 800, |
Politieke Beschouwingen d.d. |
bij Kamerstukken II 2004/05, |
||
nr. 11). |
29 september 2004 Handelingen II 2004/05, nr. 5, p. |
29 760, nr. 10. |
||
57. |
2004-2005 |
De compensatie voor het afschaffen van |
Staatssecretaris tijdens het |
Wetsvoorstel is ingediend bij TK |
het gebruikersdeel OZB zal aan bod |
wetgevingsoverleg inzake de |
op 27 april 2005. |
||
komen bij het wetsvoorstel Afschaffing |
begroting en uitgaven van het |
Kamerstukken II 2004/05, 30 096. |
||
OZB-gebruikersdeel. |
Gemeentefonds en het Provinciefonds d.d. 29 november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 800 B, nr. 10. |
|||
58. |
2004-2005 |
Voor 2006 terugkomen op dingen die |
Staatssecretaris tijdens de |
Is meegenomen in het Belasting- |
CO2- en NOx-uitstoot kunnen geven. |
behandeling van het Belasting- |
plan 2006. |
||
Daarnaast bekijken of we nog verder |
plan in de EK d.d. 14 december |
|||
kunnen met differentiatie binnen de |
2004 |
|||
BPM en met stimulering van EURO |
Handelingen I 2004/05, nr. 10, |
|||
5-motoren. |
|
|||
59. |
2004-2005 |
Samen met VNO-NCW met een pilot |
Staatssecretaris tijdens de |
Afgehandeld; Inmiddels hebben |
bekijken hoe we de administratieve |
behandeling van het Belasting- |
15ondernemers zich aangemeld |
||
lasten van de auto van de zaak in LB zo |
plan in de EK d.d. 14 december |
voor het project, waarmee nu in |
||
beperkt mogelijk kunnen houden. |
2004 Handelingen I 2004/05, nr. 10,
|
overleg wordt getreden. Waarschijnlijk wordt in het najaar hierover gerapporteerd. |
||
60. |
2004–2005De vaste commissie voor sociale zaken |
Staatssecretaris tijdens de |
Afgehandeld. Op 26 mei 2005zijn |
|
en werkgelegenheid in de TK goed |
behandeling van de Wet finan- |
de resultaten van het onderzoek |
||
informeren over de resultaten van de |
ciering sociale verzekeringen |
van de Algemene Rekenkamer |
||
consultatie van de Algemene Rekenka- |
(WFSV) in de EK d.d. |
aan de TK verzonden. Kamerstuk- |
||
mer. |
14 december 2004 Handelingen I 2004/05, nr. 10, p. 467 |
ken II 2004/2005, 30 130, nr. 2. |
||
61. |
2004–2005Terugkomen op finetuning op zorg- |
Staatssecretaris tijdens de |
Is meegenomen in de Miljoenen- |
|
toeslag en nadere afstemming kinder- |
behandeling van de Wet Inko- |
nota 2006. |
||
toeslag in Miljoenennota 2006. |
mensafhankelijke regelingen (AWIR) in de TK d.d. 20 januari 2005 Handelingen II 2004/05, nr. 40,
|
Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond |
|||
Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging |
Vindplaats |
Stand van zaken/planning |
|
62. |
2004–2005Nota van wijziging waarin staat dat bij |
Staatssecretaris tijdens de |
De nota van wijziging is d.d. |
een wisselend partnerinkomen indien |
behandeling van de Wet Inko- |
20 januari 2005gepubliceerd. |
|
mogelijk een ondergrens van 10% in |
mensafhankelijke regelingen |
Kamerstukken II 2004/05, 29 764, |
|
plaats van 20% wordt gesteld. |
(AWIR) in de TK d.d. 20 januari 2005 Handelingen II 2004/05, nr. 40,
|
nr. 23. |
|
63. |
2004–2005Criteria door Kamer genoemd m.b.t. het |
Staatssecretaris tijdens de |
|
afnemen van niet-gebruik van de |
behandeling van de Wet Inko- |
||
huursubsidie worden gemonitord. |
mensafhankelijke regelingen (AWIR) in de TK d.d. 20 januari 2005 Handelingen II 2004/05, nr. 40,
|
||
64. |
2004–2005Uitzoeken aantallen mensen die |
Staatssecretaris tijdens de |
Niet meer relevant als gevolg van |
maatschappelijk beleggen en recht |
behandeling van de Wet Inko- |
aanname amendement. |
|
hebben op huursubsidie. |
mensafhankelijke regelingen |
Kamerstukken II 2004/05, 29 765, |
|
(AWIR) in de TK d.d. 20 januari |
nr. 10. |
||
2005 |
|||
Handelingen II 2004/05, nr. 40, |
|||
|
|||
65. |
2004–2005 Maandelijks een eenvoudige rapportage |
Staatssecretaris tijdens de |
Met ingang van maart 2005 |
inzake loop van het proces, aan de |
behandeling van de Wet Inko- |
wordt maandelijks gerapporteerd |
|
Kamer sturen. |
mensafhankelijke regelingen (AWIR) in de TK d.d. 20 januari 2005 Handelingen II 2004/05, nr. 40,
|
over de voortgang. |
|
66. |
2004–2005Toegezegd dhr. Omtzigt een tijdpad toe |
Staatssecretaris tijdens de |
Aan voldaan door middel van |
te sturen van nu tot 1 januari 2006 t.b.v. |
behandeling van de Wet Inko- |
voortgangsrapportage maart |
|
een goed beeld wanneer welke stappen |
mensafhankelijke regelingen |
2005 |
|
worden genomen en wanneer welke |
(AWIR) in de TK d.d. 20 januari |
Kamerstukken II 2004/05, 29 800 |
|
systemen operationeel zijn. |
2005 Handelingen II 2004/05, nr. 40,
|
IXB, nr. 22. |
|
67. |
2004–2005Minister Zalm zegt de heer Van |
Minister tijdens de Algemene |
Eenhoorn heeft een verkenning |
Middelkoop toe dat hij bereid is om te |
Financiële Beschouwingen in de |
naar het decentraal belasting- |
|
bezien of er andersoortige belastingen |
EK d.d. 23 november 2004 |
gebied plaatsgevonden. Het |
|
zijn dan de OZB. |
Handelingen I 2004/05, nr. 6, |
rapport Eenhoorn is per brief op |
|
|
19 mei jl. aangeboden aan de Tweede Kamer. Kamerstukken II 2004/05, 26 213, nr. 14. |
||
68. |
2004–2005Rapportage interdepartementale |
Staatssecretaris tijdens de |
De rapportage wordt in het |
samenwerking jaarlijks via het Beheers- |
behandeling van de Wet Inko- |
beheersverslag van 2005 |
|
verslag van de Belastingdienst. |
mensafhankelijke regelingen (AWIR) in de TK d.d. 20 januari 2005 Handelingen II 2004/05, nr. 40,
|
meegenomen. |
Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond |
|||
Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging |
Vindplaats |
Stand van zaken/planning |
|
69. |
2004–2005Voor geïnteresseerden een werkbezoek |
Staatssecretaris tijdens de |
Afgehandeld; werkbezoek staat |
organiseren aan de Belastingdienst |
behandeling van de Wet Inko- |
gepland voor 29 augustus 2005. |
|
Dienst Toeslagen. |
mensafhankelijke regelingen (AWIR) in de TK d.d. 20 januari 2005 Handelingen II 2004/05, nr. 40,
|
||
70. |
2004–2005Toegezegd specifiek aandacht te |
Minister van VWS tijdens de |
Is meegenomen in de Miljoenen- |
besteden aan de inkomensgevolgen van |
plenaire behandeling van het |
nota 2006 |
|
de zorgverzekeringswet voor specifieke |
wetsvoorstel zorgverzekerings- |
||
groepen bij de presentatie van het |
wet in de EK d.d. 7 juni 2005 |
||
inkomensbeeld voor 2006 op Prinsjes- |
Handelingen I 2004/05, nr. 27, |
||
dag. |
|
||
71. |
2003–2004 Toegezegd is een soort van «hardheids- |
Staatssecretaris tijdens AO over |
Uitvoeringsregeling AWR i.v.m. |
clausule» bij invoering van verplichte |
administratieve lasten op 14 juni |
de elektronische aangifte is |
|
elektronische aangiften voor gevallen |
2004 |
aangepast bij ministeriële |
|
waarin dat werkelijk niet gevergd kan |
Kamerstukken II 2003/04, 29 515, |
regeling van 11 augustus 2004 |
|
worden, maar daarbij wel rekening |
nr. 16 |
(WDB 2004/448M) |
|
houden met de hoge graad van |
|||
geautomatiseerd zijn van bedrijven en |
|||
ook met de 100% die belastingadviseurs |
|||
geautomatiseerd zijn. |
|||
72. |
2004–2005Toegezegd de op schrift gestelde vragen |
Staatssecretaris tijdens AO over |
De Staatssecretaris heeft |
en andere vragen die zijn blijven liggen, |
de Belastingdienst d.d. 27 april |
geantwoord in een brief van |
|
zo spoedig mogelijk (voor het einde van |
2005 |
31 mei 2005 |
|
het meireces) te beantwoorden. |
Kamerstukken II 2004/05, 29 800 |
Kamerstukken II 2004/05, 29 800 |
|
IXB, nr. 26 |
IXB, nr. 23 |
||
73. |
2004–2005Toegezegd de personeelsmonitor met |
Staatssecretaris tijdens AO over |
De Staatssecretaris heeft de |
daarbij een analyse voor het einde van |
de Belastingdienst d.d. 27 april |
monitor plus de analyse d.d. |
|
het meireces aan de Kamer te zenden. |
2005 |
31 mei 2005aan de Kamer |
|
Kamerstukken II 2004/05, 29 800 |
verzonden. |
||
IXB, nr. 26 |
Kamerstukken II 2004/05, 29 800 IXB, nr. 23 |
Door bewindslieden gedane toezeggingen
Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog |
niet is afgerond |
||
Vergaderjaar |
Omschrijving van de toezegging |
Vindplaats |
Stand van zaken/planning |
|
Toegezegd is dat de aandacht op het |
Staatssecretaris op 27 januari |
In voorbereiding. |
punt van verschoningsrecht van |
tijdens de behandeling van het |
||
notarissen zal worden versterkt. |
wetsvoorstel Wet IB 2001 en Wetsvoorstel Invoeringswet Wet IB 2001 in de TK Handelingen II 1999/00, 26 727/ 26 728, nr. 42, p. 3246 |
||
|
Toegezegd is in het kader van de |
Staatssecretaris op 27 januari |
Zal worden meegenomen in de |
normale evaluatie van de wet, de |
tijdens de behandeling van het |
algemene evaluatie van de |
|
bredere afweging van de wet, ook te |
wetsvoorstel Wet IB 2001 en |
belastingherziening 2001, die in |
|
kijken naar alles wat te maken heeft met |
Wetsvoorstel Invoeringswet Wet |
2005zal worden afgerond. |
|
het oudedagsdossier. |
IB 2001 in de TK Handelingen II 1999/00, 26 727/26 728, nr. 42, p. 3247 |
Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog |
niet is afgerond |
||
Vergaderjaar |
Omschrijving van de toezegging |
Vindplaats |
Stand van zaken/planning |
|
De nieuwe regeling BTW-vrijstelling van |
Staatssecretaris tijdens |
Evaluatie wordt in najaar 2005 |
beleggingsgoud zal over twee jaren |
behandeling van het wetsvoor- |
afgerond. |
|
worden geëvalueerd waarbij zal worden |
stel BTW op (beleggingsgoud) in |
||
bezien of het onderscheid beleggings- |
TK op 15september 1999. |
||
goud (BTW-vrijstelling) versus consump- |
Handelingen II 1999/00, 26 467, |
||
tief goud (algemeen tarief) werkt in de |
|
||
praktijk. |
|||
|
Toegezegd is in het kader van de |
Staatssecretaris tijdens het |
In voorbereiding. |
discussie rondom het vierde deel van |
wetgevingsoverleg over diverse |
||
het Belastingplan 2000 dat het |
concept-AMvB’s en Ministeriële |
||
rangschikkingsbesluit veranderd zal |
Regelingen ivm de belasting- |
||
moeten worden. Dit zal nog aan de |
herziening 2001 op 11 december |
||
Kamer worden toegezonden. |
2000. Handelingen II 2000/01, 26 727, nr. 125, p. 21 |
||
|
Evaluatie IB 2001: vermogensrende- |
Staatssecretaris tijdens de |
Zal worden meegenomen in de |
mentsheffing van 4% vs. de reële |
behandeling van de nota |
algemene evaluatie van de |
|
vermogensbelasting op verpachte grond |
Fiscaliteit, landbouw- en |
belastingherziening 2001, die in |
|
wordt meegenomen in de evaluatie van |
natuurbeleid op 6 oktober 2003 |
2005zal worden afgerond. |
|
de IB 2001. |
Kamerstukken II 2003/04, 28 207, nr. 5 |
||
|
De arbeidskorting zal, als onderdeel van |
Staatssecretaris tijdens het |
Zal worden meegenomen in de |
het bredere evaluatieonderwerp |
wetgevingsoverleg over het |
algemene evaluatie van de |
|
heffingskortingen, nog met de Kamer |
Belastingplan 2004 op |
belastingherziening 2001, die in |
|
worden besproken tijdens de evaluatie |
10 november 2003 |
2005zal worden afgerond. |
|
van de belastingherziening 2001 die in |
Kamerstukken II 2003/04, 29 210, |
||
2005aan de Kamer wordt aangeboden. |
nr. 93, p. 67 |
||
|
Effecten lijfrenteregeling bij wisselende |
Staatssecretaris tijdens de |
Zal worden meegenomen in de |
inkomens bezien bij de evaluatie van de |
behandeling van de Technische |
algemene evaluatie van de |
|
IB 2001. |
herstelwet 2003 op 12 november |
belastingherziening 2001, die in |
|
2003 |
2005zal worden afgerond. |
||
Handelingen II 2003/04, nr. 23, |
|||
|
|||
|
In het kader van de spaarloon/lijfrente |
Staatssecretaris tijdens de |
Zal worden meegenomen in de |
discussie is toegezegd dat er gemoni- |
plenaire behandeling Belasting- |
algemene evaluatie van de |
|
tord zal worden teneinde te bezien of er |
plan 2003 op 13 november 2002 |
belastingherziening 2001, die in |
|
signalen binnenkomen waaruit blijkt dat |
Handelingen II 2002/03, nr. 20 |
2005zal worden afgerond. |
|
belastingplichtigen niet in de gelegen- |
|||
heid zijn om onder contractuele |
|||
verplichtingen uit te komen. |
|||
|
In het kader van de zesde nota van |
Staatssecretaris tijdens de |
Evaluatie is gereed in 2005. |
wijziging (regeling buitengewone |
plenaire behandeling van het |
||
uitgaven) de implicaties monitoren. |
Belastingplan in de TK van 13 november 2003 Handelingen II 2003/04, nr. 24, p. 1643 |
||
|
Het autopakket zal worden gemonitord. |
Staatssecretaris tijdens de |
Monitoring is voltooid en |
Daarvoor zal gebruik worden gemaakt |
behandeling van het Belasting- |
gestuurd aan SZW. SZW is het |
|
van gegevens van de Belastingdienst |
plan in de EK op 9 december |
onderzoek aan het uitvoeren en |
|
over de loonbelasting en zullen de CAO’s |
2003 |
verwacht hiervan in oktober het |
|
in de gaten worden gehouden. |
Handelingen I 2003/04, nr. 11, |
resultaat. Het resultaat wordt |
|
p.480 |
verwerkt in een rapport dat aan |
||
Staatssecretaris tijdens VAO |
de Kamer wordt verzonden. |
||
over de herziening van de fiscale |
|||
regels op het terrein van verkeer |
|||
en vervoer d.d. 18 februari 2004 |
|||
Handelingen II 2003/04, nr. 53 |
Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog niet is afgerond
Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging
Vindplaats
Stand van zaken/planning
-
11.2003–2004 Er zal een brief komen met betrekking
tot het BTW-tarief voor fietsenstallingen.
Staatssecretaris tijdens AO over de herziening van de fiscale regels op het terrein van verkeer en vervoer d.d. 11 februari 2004 Kamerstukken II 2003/04, 29 280, nr. 9
In voorbereiding.
-
12.2003–2004 Toegezegd een brief naar de Kamer te
sturen over de rittenadministratie en administratieve lasten voor bestelauto’s.
Staatssecretaris tijden AO over de herziening van de fiscale regels op het terrein van verkeer en vervoer d.d. 11 februari 2004 Kamerstukken II 2003/2004, 29 280, nr. 9.
Over de momenteel lopende pilot over dit onderwerp zal de Kamer in 2005worden ingelicht.
Bezien zal worden of vereenvoudiging in de regelgeving voor bestelauto’s mogelijk zijn. Hierover zal overleg plaatsvinden met de branche. Van de uitkomsten van dit overleg zal de Kamer op de hoogte worden gebracht.
-
13.2003–2004 Staatssecretaris zegt toe m.b.t. de
openstaande rechtsvragen van kennis-groepen die door de inspecteur worden ingeschakeld voor een potentiële rechtsvraag, in de volgende jaarrapportage het voorraadcijfer opnemen.
-
14.2003–2004 De Kamer zal nog dit jaar worden
ingelicht over mogelijkheden tot aanpassing van de artiesten- en beroepssportersregeling.
Staatssecretaris tijdens VAO over de herziening van de fiscale regels op het terrein van verkeer en vervoer d.d. 18 februari 2004. Handelingen II 2003/2004, nr. 53.
Staatssecretaris tijdens AO over
APA/ATR- praktijk etc. d.d. 3 juni
2004
Kamerstukken II 2003/04 29 200
IXB, nr. 28
Staatssecretaris tijdens AO over diverse belastingonderwerpen d.d. 16 juni 2004 Kamerstukken II 2003/04, 26 727, 29 606, 29 210, nr. 132
In voorbereiding.
In voorbereiding.
-
15.2004-2005
Toegezegd dat bij brief of nota wordt aangegeven wat de mogelijkheden zijn op het gebied van stimuleren van langer doorwerken boven de 65jaar.
Toegezegd een notitie te maken waarin wordt ingegaan op het 10%-tarief voor 65-plussersen de SPOK en waarbij de zelfstandigenaftrek voor 65-plussers wordt betrokken.
-
16.2004–2005Nut en noodzaak van Loonbelastingverklaringen meenemen bij de evaluatie Wet IB 2001.
-
17.2004–2005Buitengewone uitgavenregeling/budget 2004. toegezegd dat als blijkt dat wij het nog beter kunnen doen, wij dat netjes zullen meenemen in het belastingplan voor 2006, na overleg met de Kamer.
Staatssecretaris tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen d.d. 6 oktober 2004 Handelingen II 2004/05nr. 8, p. 388
Staatssecretaris tijdens wetgevingsoverleg d.d. 15november 2004 Kamerstukken II 2004/05, 29 767, nr. 60, p. 39
Staatssecretaris tijdens het plenaire debat (TK) inzake Belastingplan en OFM d.d. 17 en 18 november 2004 Handelingen II 2004/05, nr. 25, p. 1560
Staatssecretaris tijdens het plenaire debat (TK) inzake Belastingplan en OFM d.d. 17 en 18 november 2004 Handelingen II 2004/05, nr. 25, p. 1559
In voorbereiding.
Zal worden meegenomen in de algemene evaluatie van de belastingherziening 2001, die in 2005zal worden afgerond.
In voorbereiding.
Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog |
niet is afgerond |
||
Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging |
Vindplaats |
Stand van zaken/planning |
|
18. |
2004–2005Reageren op de Motie Rouvoet met |
Staatssecretaris tijdens AO over |
In voorbereiding. |
betrekking tot de voor- en nadelen van |
o.a. kinderregelingen d.d. |
||
de kinderkorting per kind, uiterlijk in het |
1 december 2004 Kamerstukken |
||
Belastingplan 2006. |
II 2004/05, 29 287 en 29 258, nr. 3, p. 10 |
||
19. |
2004–2005Kijken naar (on)gelijke fiscale behande- |
Staatssecretaris tijdens de |
In voorbereiding. |
ling van drie typen universiteiten. Aan |
behandeling van het Belasting- |
||
de heer Essers een brief toegezegd over |
plan in de EK d.d. 14 december |
||
de Vpb-plicht voor universiteiten en |
2004 |
||
daaraan gelieerde BV’s, die zich al dan |
Handelingen I 2004/05, nr. 10, |
||
niet op de particuliere markt bevinden. |
|
||
20. |
2004–2005Volgend jaar een wetsvoorstel over |
Staatssecretaris tijdens de |
In voorbereiding. |
rechtshandhaving indienen. |
behandeling van het Belastingplan in de EK d.d. 14 december 2004 Handelingen I 2004/05, nr. 10, p. 495 |
||
21. |
2004–2005Dit kalenderjaar een notitie over |
Staatssecretaris tijdens de |
In voorbereiding. |
harmonisatie partnerbegrip. |
behandeling van de Wet Inkomensafhankelijke regelingen (AWIR) in de TK d.d. 20 januari 2005 Handelingen II 2004/05, nr. 40, p. 2656 |
||
22. |
2004–2005Bij evaluatie IB 2001 kan m.b.t. het |
Staatssecretaris tijdens de |
Zal worden meegenomen in de |
partnerbegrip besproken worden hoe |
behandeling Inkomensafhanke- |
algemene evaluatie van de |
|
bepaalde overhevelingen en individuali- |
lijke regelingen (AWIR) in de TK |
belastingherziening 2001, die in |
|
seringen hebben uitgepakt. |
d.d. 20 januari 2005 Handelingen II 2004/05, nr. 40, p. 2708 |
2005zal worden afgerond. |
|
23. |
2004–2005Lagere regelgeving als gevolg van de |
Staatssecretaris tijdens de |
In voorbereiding. |
AWIR wordt twee maanden voor |
behandeling van de Wet Inko- |
||
inwerkingtreding openbaar gemaakt. |
mensafhankelijke regelingen (AWIR) in de TK d.d. 20 januari 2005 Handelingen II 2004/05, nr. 40,
|
||
24. |
2004–2005Soepele betalingsregeling en berekening |
Staatssecretaris tijdens de |
In voorbereiding; wordt |
betalingscapaciteit en aflossings- |
behandeling van de Wet Inko- |
opgenomen in een ministeriële |
|
capaciteit. |
mensafhankelijke regelingen (AWIR) in de TK d.d. 20 januari 2005 Handelingen II 2004/05, nr. 40,
|
regeling. |
|
25. |
2004–2005 Afspraken maken met verzekeraars over |
Staatssecretaris tijdens de |
Overleg loopt. |
de voorlichting m.b.t. de zorgtoeslagen. |
behandeling van de Wet Inkomensafhankelijke regelingen (AWIR) in de TK d.d. 20 januari 2005 Handelingen II 2004/05, nr. 40,
|
Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog niet is afgerond
Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging
Vindplaats
Stand van zaken/planning
-
26.2004–2005Vóór het zomerreces 2006 de Kamer een brief sturen over wat nog meer met de Toeslagendienst kan worden gedaan.
-
27.2004–2005Toegezegd het aan beide Kamer doen toekomen van een studie naar de integratie van de zorgtoeslag en fiscale regelingen voor de indiening van het Belastingplan 2007.
-
28.2004–2005Toegezegd de Kamer na het eerste jaar te informeren over de bevindingen ten aanzien van het horizontaal toezicht.
In voorbereiding.
In voorbereiding.
Staatssecretaris tijdens de behandeling van de Wet Inkomensafhankelijke regelingen (AWIR) in de TK d.d. 20 januari 2005
Handelingen II 2004/05, nr. 40, p. 2709
Minister van VWS tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel wet op de zorgtoe-slag in de EK d.d. 7 juni 2005 Handelingen I 2004/05, nr. 27, p.1263
Staatssecretaris tijdens AO over In voorbereiding.
de Belastingdienst d.d. 27 april
2005
Kamerstukken II 2004/05, 29 800
IXB, nr. 26
NIET-FISCAAL
Door de Staten-Generaal aanvaarde moties
Onderdeel A.1 Moties waarvan de uitvoering is afgerond
Vergaderjaar Omschrijving van de motie Vindplaats
Stand van zaken/Planning
-
1.2003–2004 Motie Van As. Het kabinet wordt
verzocht een einddatum vast te stellen voor alle subsidies enregelingen waarna deze automatisch stoppen, hetzij verlengd worden na een evaluatie.
-
2.2004–2005Motie Aptroot/Bakker verzoekt de regering de te vervallen arbeidsplaatsen te bepalen, hiervoor een tijdschema op te stellen en een voorstel te doen voor aanwending van de vrijkomende middelen.
Kamerstukken II 2003/04, 29 200, nr. 40
Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 55
De RPE (Regeling prestatiegegevens en evaluatieonderzoek rijksoverheid) bevat een bepaling op basis waarvan al het beleid ten minste één maal in de vijf jaar wordt geëvalueerd. Aan de hand van de uitkomsten van een evaluatie wordt besloten of het beleid wordt voorgezet, gewijzigd of gestopt.
Motie is beantwoord via brief Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 70.
-
3.2004–2005Motie Aptroot over de beperking van de uitvraag van gegevens voor statistieken.
Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 5 2 H
Motie is beantwoord door de staatssecretaris van EZ, via brief Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 62.
-
4.2004–2005Motie Koopmans/Smeets over het
inzichtelijk maken van belemmeringen van het ARAR voor vergroting van actieve politie inzet, meer leraren voor de klas en meer zorg.
Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 53
Behandeling van de motie is overgedragen aan de minister van BZK.
Onderdeel A.1 Moties waarvan de uitvoering is afgerond
Vergaderjaar Omschrijving van de motie
Vindplaats
Stand van zaken/Planning
-
5.2004–2005 Motie Mastwijk. De kamer spreekt de
mening uit dat de departementale auditdiensten per beleidsartikel een oordeel moeten geven over de kwaliteit van het proces van totstandkoming van de niet-financiële en derden-informatie en dat de ministers over niet positieve oordelen dienen te rapporteren in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de jaarverslagen.
AO en plenair debat VBTB en IBO Regeldruk en Controletoren. Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 9
De TK is bij brief van 13 mei 2005 (Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 20) op de hoogte gesteld, dat hiermee in de bedrijfsvoeringsparagraaf en de getrouwbeeld-verklaring over het jaar 2006 rekening zal worden gehouden. Onderwijl zal de noodzakelijke regelgeving (CW en Rbv) worden aangepast.
-
6.2004–2005Motie Mastwijk. De mening wordt
uitgesproken dat de verdiepingsbijlage omgedoopt dient te worden tot verdiepingshoofdstuk waarin alle voor de Kamer relevante mutaties worden genoemd en toegelicht, dat de minister van Financiën een plan van aanpak dient te presenteren gericht op verbetering van de inhoud van het verdiepingshoofdstuk, in welk plan ook de mogelijkheid wordt besproken de informatie uit de verdiepingshoofdstukken te integreren met de artikelsgewijs toelichting in de begrotingen, en dat ten behoeve van de informatievoorziening weliswaar aanvullend gebruik kan worden gemaakt van Internet maar dat dit de verplichting, zoals neergelegd in artikel 68 van de Grondwet, om de verlangde informatie schriftelijk of mondeling te verstrekken niet vervangt.
AO en plenair debat VBTB en IBO Regeldruk en Controletoren Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 14
De Verdiepingsbijlage wordt omgezet in een Verdiepingshoofdstuk. De Rijksbegrotingsvoorschriften 2005zijn hiervoor met het oog op de begroting 2006 inmiddels aangepast. De TK is hiervan bij brief van 13 mei 2005op de hoogte gesteld (Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 20).
-
7.2004–2005Motie Douma. De kamer spreekt uit dat beleidsdoelen geformuleerd dienen te worden in termen van te realiseren maatschappelijke effecten («outcome») en in daarvan afgeleide prestatiegegevens en dat daarvan alleen kan worden afgeweken als daarvoor in begroting en jaarverslag een motivering wordt gegeven volgens het principe «pas toe of leg uit» («comply or explain»). De rijksbegrotingvoorschriften dienen dienovereenkomstig aangepast te worden.
AO en plenair debat VBTB en IBO Regeldruk en Controletoren. Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 11
In de brief van 13 mei 2005aan de TK (Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 20) is aangegeven dat uitvoering aan de motie zal worden gegeven via bilaterale ministersgesprekken en dat de ministers de TK voor het zomerreces 2005zullen informeren, indien geen zinvolle en relevante outcome- en output-informatie kan worden opgenomen.
-
8.2004–2005Motie Douma. De regering wordt
verzocht de Kamer een voorstel te doen voor introductie van een systeem van controle, gebaseerd op single audit, alsmede voor de criteria waaraan decentrale audits in het toekomstige systeem moeten voldoen.
AO en plenair debat VBTB en IBO Regeldruk en Controletoren. Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 12
De TK heeft bij brief van 31 mei 2005(Kamerstukken II 2004/05, 29 249 en 28 779 nr. 4) een voorstel ontvangen.
Onderdeel A.1 Moties waarvan de uitvoering is afgerond
Vergaderjaar Omschrijving van de motie
Vindplaats
Stand van zaken/Planning
-
9.2004–2005Motie Balemans. De kamer spreekt uit AO en plenair debat VBTB en
dat de minister in de bedrijfsvoeringspa- IBO Regeldruk en Controletoren.
ragraaf in het jaarverslag per beleids-artikel dient aan te geven of en in welke mater er over de verslaggevings-periode sprake is van onrechtmatigheden en welke maatregelen de minister terzake heeft genomen om te bewerkstelligen dat de minister in control is.
Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 13
De TK is bij brief van 13 mei 2005 (Kamerstukken II 2004/05, 29 949, nr. 20) op de hoogte gesteld, dat hiermee in de bedrijfsvoeringsparagraaf en de getrouwbeeld-verklaring over het jaar 2006 rekening zal worden gehouden. Onderwijl zal de noodzakelijke regelgeving (CW en Rbv) worden aangepast.
Door bewindslieden gedane toezeggingen
Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond |
||||
Vergaderjaar |
Omschrijving van de toezegging |
Vindplaats |
Stand van zaken/planning |
|
1. |
1998-1999 |
Toezicht op afwikkelsystemen. |
Minister tijdens overleg met de Vaste cie. voor Financiën over integriteit financiële sector, Kamerstukken II 1998/99, 25830 nr. 8, blz. 8 |
Kamer is bij brief van 17 februari 2004 geïnformeerd over de invulling van dit toezicht. E.e.a. is besproken in het AO van 21 april 2004. Verwerking volgt in deel infrastructuur van de Wft. |
2. |
2002-2003 |
De Tweede Kamer wordt geïnformeerd |
Brief aan de TK van 20 januari |
De voortgangsrapportage is in |
over de nieuwe plannen om de |
2002 (Kamerstukken II 28 753, |
december 2004 verzonden aan de |
||
toepassing van PPS te versnellen. |
nr. 1) en AO Commissie Rijksuitgaven met minister van Financiën d.d. 15mei 2003. |
TK (Kamerstukken II 2004/05, 28 753, nr. 4). |
||
3. |
2003-2004 |
Beschouwing AWBZ-ontwikkeling en de |
Debat over de voorjaarsnota, |
Is inmiddels meegenomen in de |
kosten van de gezondheidszorg. Analyse |
29 juni 2004. |
beleidsagenda van VWS. |
||
AWBZ, mede in het licht van de |
||||
ontwikkelingen van de afgelopen jaren. |
||||
4. |
2003-2004 |
In het kader van de Fusiewet heeft de |
Kamerstukken II 2004/05, 29 411, |
Brief verzonden aan de TK over |
minister toezeggingen gedaan rond het |
nrs. 15en 16 |
het op afstand plaatsen van het |
||
onderzoek van Berenschot naar |
pensioenfonds (Kamerstukken II |
|||
salarissen DNB en het op afstand |
2004/05, 29 411 nr. 15). Op 7 juli |
|||
plaatsen van het pensioenfonds. |
2005heeft de minister een brief aan de TK gezonden inzake het beloningsbeleid voor de directie van DNB (Kamerstukken II 2004/05, 29 411 nr. 16). |
|||
5. |
2003-2004 |
Het verslag van het AO wordt aan het |
AO Betalingsverkeer 15april |
Is geïntegreerd met brief inzake |
MOB gezonden. |
2004. |
de evaluatie van het MOB d.d. 2 november 2004 (FM 2004–01393 M). |
||
6. |
2003-2004 |
Over enige tijd wordt een voortgangs- |
AO Betalingsverkeer 15april |
Is meegenomen in de Voort- |
rapportage aan de Tweede Kamer |
2004. |
gangsrapportage Betalingsver- |
||
gezonden waarin aandacht wordt |
keer (Kamerstukken II 2004/05, |
|||
besteed aan de ontwikkelingen in de |
27 863 nr. 20). |
|||
Europese betaalinfrastructuur. |
Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond
Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging
Vindplaats
Stand van zaken/planning
-
7.2003–2004 De vermeende problematiek rond de
controle van acceptgiro’s (Schirris) wordt bestudeerd.
AO Betalingsverkeer 15april 2004.
Is meegenomen in de Voortgangsrapportage Betalingsverkeer (Kamerstukken II 2004/05, 27 863 nr. 20).
-
8.2003–2004 De minister zal de volgende punten in
overweging nemen: de hoogte van boetebedragen, een hogere boete bij veelplegers, de mogelijkheid individuele bestuurders te beboeten, het waarschuwen voor frauduleuze buitenlandse aanbieders.
AO IDBB van 5februari 2004.
Kamerstukken II 2004/05, 30 125 nr. 1–2
-
9.2003–2004 Er wordt een notitie opgesteld waarin
wordt aangegeven wat er in de CW geregeld is op het terrein van verantwoording over besteding van publieke gelden.
Najaarsnotadebat, 17 december 2003, 29 315.
Is meegenomen in het kabinetsstandpunt n.a.v. IBO Verzelfstandigde Organisaties op Rijksniveau.
-
10.2003–2004 In de jaarverslagen zullen in het vervolg
ook de beleidsconclusies worden opgenomen.
WGO jaarverslagen 2003 IXA/IXB 16 juni 2004.
Toezegging is verwerkt in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2005.
-
11.2003–2004 Een toelichting op de belastingontvang-
sten wordt alleen opgenomen in het financieel jaarverslag van het Rijk.
WGO jaarverslagen 2003 IXA/IXB 16 juni 2004.
De toelichting op de belastingontvangsten 2004 is opgenomen in het op internet geplaatste aanvullende onderdeel van het FJR 2004.
-
12.2003–2004 Een kwalitatieve duiding van het
geschatte endogene effect van de autonome ontwikkeling van de belastingontvangsten wordt opgenomen in het volgende financieel jaarverslag van het Rijk.
WGO jaarverslagen 2003 IXA/IXB 16 juni 2004.
In verantwoordings- en begrotingsstukken zal – indien de situatie zich voordoet – de endogene effecten van beleidsmaatregelen tekstueel worden toegelicht.
-
13.2004–2005De MP geeft aan dat op basis van de geactualiseerde nulmetingen, een analyse van de nationale en internationale herkomst van administratieve lasten en in de adviezen van de departementale gemengde commissies begin 2004 concrete programma’s voor het terugdringen van de administratieve lasten zullen worden afgesproken.
Algemene politieke beschouwingen EK 2003.
Afgedaan via Kamerstukken II 2003/04, 29 515, nr. 1–9 en Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 59 e.v.
-
14.2004–2005Nadere toelichting op de tabel in de brief Kamerstukken II 29 515, nr. 70 (Kabinetsplan aanpak administratieve lasten).
Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 79
Afgedaan in juli 2005via een brief aan de TK. Kamerstukken II 2004/05, 29 515, nr. 91
-
15.2004–2005 TK wordt nog voor de zomer geïnfor-
meerd over de inzichten die de minister via de sector hoopt te verkrijgen en over de manier waarop hij de transparantie van de financiële dienstverlening verder zal bevorderen.
Verslag AO 17 maart 2005, Kamerstukken II 2004/05, 29 629 nr. 3
Toezegging is gestand gedaan.
-
16.2004–2005In overleg met alle ministers zal worden nagegaan hoe doelformuleringen in de begrotingshoofdstukken kunnen worden verbeterd. Plenair verantwoordingsdebat op 19 mei 2005.
Handelingen II 2004/05, nr. 82 of Kamerstukken II 2004/05, 30 100
In mei/juni 2005zijn met alle collega-ministers bilaterale VBTB-gesprekken gevoerd, waarbij dit aan de orde is gesteld.
Onderdeel B.1 Toezeggingen waarvan de uitvoering is afgerond
Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging
Vindplaats
Stand van zaken/planning
-
17.2004–2005De TK ontvangt een brief met betrekking AO Kansspelen 28 juni 2005. Op 2 september 2005is een brief
tot de bonussen van de directie van Kamerstukken II 2004/05, 24 557, aan de TK gezonden.
Holland Casino’s. nr. 56
Door bewindslieden gedane toezeggingen
Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog |
niet is afgerond |
|||
Vergaderjaar |
Omschrijving van de toezegging |
Vindplaats |
Stand van zaken/planning |
|
1. |
1998-1999 |
De Minister is bereid de bevoegdheden |
Minister tijdens behandeling van |
De aanpassing wordt meegeno- |
van de AR ten aanzien van DNB |
de Bankwet op 14 april 1999. |
men in de Derde wijziging CW |
||
verwoord in art. 59 lid 3 en 4 van de |
(Handelingen II 1998/99, blz. |
2001. Dit wetsvoorstel wordt in |
||
Comptabiliteitswet, opnieuw te bezien. |
4139). |
september 2005voor advies aan de Algemene Rekenkamer voorgelegd. |
||
2. |
1999-2000 |
Instellingsvoorwaarden van agentschappen zullen in een regeling worden opgenomen. |
Kamerstukken II 1999/00, 26 974, nr. 6 |
In voorbereiding. |
3. |
2001-2002 |
Evaluatie van het referentiekader |
Algemeen Overleg op 15april |
Wordt meegenomen bij de |
mededeling over de bedrijfsvoering en |
2002. |
implementatie van de aanbeve- |
||
omvorming van het referentiekader tot |
lingen van het IBO Regeldruk en |
|||
een ministeriële regeling. |
Controletoren. |
|||
4. |
2001-2002 |
De gevolgen van de dualisering worden |
Minister tijdens het debat over |
De evaluatie Wet dualisering |
gemonitord. |
de Voorjaarsnota op 24 april 2002. |
provinciebestuur is in uitvoering. Rapport gaat begin 2006 naar de TK. De evaluatie Wet dualisering gemeentebestuur is op 28 april 2005door minister BVK met vaste commissie BZK besproken. Met de VNG zal worden overlegd over de wenselijkheid van enkele wijzigingen van de gemeentewet. |
||
5. |
2001-2002 |
Overdracht van vermogensbestanddelen van RWT’s en ZBO’s aan het Rijk zal in een regeling worden opgenomen. |
Kamerstukken II 27 849, nr. 9, blz. 5 |
In voorbereiding. |
6. |
2001-2002 |
Evaluatie wijziging Wet melding |
Art III van de wet van |
Eind 2005zal er een nota aan de |
ongebruikelijke transacties en de Wet |
13 december 2001 (wijziging |
TK worden gezonden. |
||
identificatie bij financiële dienstverle- |
MOT/WID i.v.m. handelaren in |
|||
ning 1993 met het oog op het verplicht |
zaken van grote waarde), n.a.v. |
|||
stellen van de identificatieplicht en de |
amendement Witteveen |
|||
meldingsplicht van ongebruikelijke |
(Kamerstukken II 2001/02, |
|||
transacties voor handelaren in zaken van |
28 018, nr. 7). |
|||
grote waarde. |
||||
7. |
2002-2003 |
Eindrapportage inspanningen taskforce |
Brief aan Tweede Kamer van |
Eindrapportage zal eind septem- |
pps bij gebiedsontwikkeling. |
10 juli 2003. |
ber 2005, als onderdeel van een brief over oprichting Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf, fusie Domeinen/Dienst Landelijk Gebied en activabeleid, aan de TK worden gezonden. |
Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog |
niet is afgerond |
|||
Vergaderjaar |
Omschrijving van de toezegging |
Vindplaats |
Stand van zaken/planning |
|
8. |
2002-2003 |
MDW Benzine. De Kamer wordt a.h.v. de |
Kamerstukken II 2002/03, 24 036, |
Evaluatie vindt plaats na de |
evaluatie van de veilingregeling in 2005 |
nr. 278 |
(uitgestelde) veiling van 2004. |
||
geïnformeerd. |
(Kamerstukken II 2003/04, 24 036, nr. 294). |
|||
9. |
2002-2003 |
In de kabinetsdiscussie over het |
Algemene Financiële Beschou- |
De motie Van As is meegenomen |
IBO-instrumentarium de aandachts- |
wingen. |
in het kader van de takenanalyse |
||
punten uit de motie Van As betrekken en |
van het kabinet waarbij kritisch |
|||
de Tweede Kamer hierover informeren. |
werd gekeken naar taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de rijksoverheid. Tegelijk is een rijksbrede en een departementale takenanalyse uitgevoerd. De rijksbrede analyse richtte zich op departements-overstijgende thema’s van groot politiek en maatschappelijk belang. De departementale taken-analyse is uitgevoerd door iedere minister en richt zich op de specifieke taken van het betreffende departement. De resultaten van de takenanalyses zijn besproken in een Catshuisberaad. Vervolgacties volgen in het najaar van 2005. |
|||
10. |
2003-2004 |
In reactie op de g.a. Rouvoet zal worden nagegaan of de WRR in haar onderzoeksprogramma een studie heeft opgenomen naar de effecten van de vergrijzing en de aanpak daarvan. |
Algemene Financiële Beschouwingen. |
In voorbereiding. |
11. |
2003-2004 |
Minister stuurt een brief aan de Kamer over (de openbaarheid van) het sanctiebeleid van de AFM. |
Handelingen II 2003/04, 29 454. |
Input van de AFM eind augustus ontvangen. Verzending van de brief in september 2005. |
12. |
2003-2004 |
Bij Justitie/BZK wordt aangekaart dat |
AO Betalingsverkeer 15april |
Er wordt een brief gestuurd aan |
aangiftes van valse biljetten serieus in |
2004. |
BZK/Justitie. |
||
behandeling moeten worden genomen. |
||||
13. |
2003-2004 |
Justitie wordt verzocht om een |
AO Betalingsverkeer 15april |
Er wordt een brief gestuurd aan |
wetswijziging die het mogelijk maakt |
2004. |
BZK/Justitie. |
||
voor meerdere partijen (met name TPG) |
||||
om het vervoer van kleine pakketjes geld |
||||
op zich te nemen (met name van belang |
||||
voor bereikbaarheid detailhandel). |
||||
14. |
2003-2004 |
De banken worden verzocht de 30 |
AO Betalingsverkeer 15april |
De TK wordt geïnformeerd via |
dagentermijn voor het herroepen van |
2004. |
een position paper n.a.v. de |
||
incassobetalingen op te trekken tot |
nieuwe tekst van het Legal |
|||
bijvoorbeeld 45dagen in verband met |
Payments/Framework. |
|||
de lage frequentie waarmee rekening- |
||||
afschriften worden verstrekt (soms eens |
||||
per maand). |
||||
15. |
2003-2004 |
De door Koomen (CDA) aangekaarte |
AO Betalingsverkeer 15april |
Onderwerp wordt behandeld in |
schuldenproblematiek en de rol van het |
2004 |
het kader van de Wfd. In het |
||
BKR daarbij te behandelen bij de Wfd. |
najaar van 2005zal de TK worden geïnformeerd. |
Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog niet is afgerond
Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging
Vindplaats
Stand van zaken/planning
-
16.2004–2005Tijdens het debat is toegezegd dat
Voorlichting een plan van aanpak maakt om het FJR een betere bekendheid bij de burger te geven. Dit plan zou op Verantwoordingsdag moeten worden bekendgemaakt.
AO en plenair debat VBTB en Wordt op Derde woensdag van IBO Regeldruk en Controletoren mei 2006 voor het eerst gerea-Kamerstukken II 2004/05, 29 949, liseerd. nr. 9
-
17.2004–2005Er is een nieuwe voortgangsrapportage PPS voor eind 2005toegezegd.
AO PPS op 2 maart 2005Voortgangsrapportage is in voorbereiding.
-
18.2004–2005De Minister stelt een notitie op over de fiscale aspecten (waaronder BTW) en PPS. AO PPS op 2 maart 2005
Notitie is in voorbereiding.
Planning is dat de notitie kort na het zomerreces van 2005 verzonden zal worden.
-
19.2004–2005Bij het volgende jaarverslag beheer
staatsdeelnemingen (eind 2005) zullen de bestuurderssalarissen van de deelnemingen in kaart worden gebracht.
AO over staatsdeelnemingen op Het jaarverslag wordt in 27 januari 2005 september 2005aandeTK
verzonden.
-
20.2004–2005De TK (vaste commissie voor Financiën) wordt schriftelijk geïnformeerd over de stand van zaken bij de AVR.
AO over staatsdeelnemingen op In voorbereiding. De brief wordt 27 januari 2005 inseptember 2005aandeTK
verzonden.
-
21.2004–2005De TK wordt geïnformeerd over verkoop van aandelen van de Westerschelde Tunnel NV, Tennet en UCN, voordat sprake is van een finaal verkooptraject.
AO over staatsdeelnemingen op In voorbereiding. 27 januari 2005
-
22.2004–2005De TK wordt bij een eventuele verkoop van DLV op reguliere wijze achteraf geïnformeerd.
AO over staatsdeelnemingen op 27 januari 2005
-
23.2004–2005Tijdens het AO staatsdeelnemingen
heeft de minister toegezegd een visie op maatschappelijk ondernemen te zullen opstellen.
AO Staatsdeelnemingen op 27 januari 2005en brief TK d.d. 19 mei 2005
Deze visie op maatschappelijk ondernemen wordt in september 2005verzonden aan de TK.
-
24.2004–2005De minister zal een brief aan de TK sturen met zijn visie op een aantal NS-onderwerpen vanuit de aandeelhoudersoptiek.
AO Vervoerszaken op 1 maart 2005
Op verzoek van de TK zal deze brief voor 16 september 2005 verzonden worden.
-
25.2004–2005 Minister Zalm heeft toegezegd contact
op te nemen met EZ om te praten over de regeldrift van ministeries en de administratieve lastendruk.
Algemene beschouwing EK 2004
Deze toezegging gaat over naar het ministerie van EZ.
-
26.2004–2005Rond Prinsjesdag stuurt het kabinet een voortgangsbrief waarin wordt ingegaan op de uitwerking van de voorstellen van de Kamer, resultaten van het project modelbedrijven, resultaten van de Commissie Stevens en de aanpak van mechanismen bij het ontstaan van weten regelgeving.
Kamerstukken II 2004/05, 29 515, In voorbereiding. nr. 79
-
27.2004–2005Onderzoek naar de effecten van de tweede fase reductievoorstellen administratieve lasten naar sector en bedrijfsgrootte.
Kamerstukken II 2004/05, 29 515, In voorbereiding. nr. 79
Onderdeel B.2 Toezeggingen waarvan de uitvoering nog |
niet is afgerond |
||
Vergaderjaar Omschrijving van de toezegging |
Vindplaats |
Stand van zaken/planning |
|
28. |
2004–2005In het kader van de behandeling van de |
Vergadering 15-3-2005 Wft |
Kamerstukken 2004/05, 30 125 |
Wft heeft de minister toegezegd dat de |
(29 708, ongecor. Stenograaf |
nr. 1-2 |
|
nota Boetestelsel financiële wetgeving |
|
||
een kabinetsstandpunt over de functie- |
|||
scheiding bij toezichthouders wordt |
|||
opgenomen. |
|||
29. |
2004–2005De Wft-amvb’s worden parallel aan de |
Vergadering 15-3-2005 Wft |
Consultaties starten eind 2005. |
formele marktconsultatie aan de TK |
(29 708, Handelingen II 59 3835 |
||
gezonden. Later wordt de TK geïnfor- |
ev.) |
||
meerd over de uitkomsten van de |
|||
consultatie en hoe die is verwerkt. |
|||
30. |
2004–2005Voor de stemming voor deel 1 t/m 3 |
Vergadering 15maart 2005Wft. |
In december 2005wordt bezien |
wordt inzicht gegeven in deel 4. |
(29 708) Handelingen II 59 3835 |
of aparte actie nodig is naast |
|
Vervolgens wordt in overleg met de TK |
e.v. |
indiening van het wetsvoorstel. |
|
bezien of het alsnog een apart deel moet |
|||
worden, of dat het een deel 4 Wft blijft. |
|||
Streefdatum inwerkingtreding deel 4 is |
|||
1 januari 2007. |
|||
31. |
2004–2005De TK wordt geïnformeerd over de |
Vergadering 15maart 2005Wft |
Op 1 juli 2005is een brede |
civiele consequenties zodra daarmee |
(29 708) Handelingen II 59 3835 |
consultatie van toezichthouders |
|
voortgang is geboekt. |
e.v. |
en markt gestart. De TK ontvangt in het najaar van 2005bericht over de uitkomsten. |
|
32. |
2004–2005TK wordt in het najaar geïnformeerd |
Vergadering 15maart 2005 |
Onderzoek loopt. |
over de uitkomsten van het Justitie |
(29 708) Handelingen II 59 3835 |
||
onderzoek naar de aansprakelijkheid van |
e.v. |
||
toezichthouders en de mogelijke |
|||
uitwerking voor de Wft. |
|||
33. |
2004–2005Onderzoek naar de mogelijkheid tot het |
AO Vestigingsplaats beleggings- |
Bericht aan TK in najaar 2005. |
schrappen van de verplichte beursnote- |
instellingen, 14 juni 2005. |
||
ring voor niet vergunningsplichtige |
|||
beleggingsinstellingen (wijziging |
|||
BMVK-regeling). |
|||
34. |
2004–2005Analyse van het toezicht op Unit-linked |
AO Vestigingsplaats beleggings- |
Voorjaarwisseling 2005/2006 |
verzekeringen. |
instellingen op 14 juni 2005. |
nadere informatie aan TK. |
|
35. |
2004–2005 Toetreding indexfondsen tot de |
AO Vestigingsplaats beleggings- |
Minister zal NMA informeren |
Nederlandse markt. |
instellingen op 14 juni 2005. |
over zorgen TK betreffende mogelijke toetredingsdrempels maar aan NMA overlaten of zij onderzoek wil doen. |
|
36. |
2004–2005De minister heeft toegezegd de kamer te |
Verslag AO 17 maart 2005 |
De TK zal in het najaar 2005 |
zullen berichten over boetes bij voortij- |
Kamerstukken II 2004/05, 29 629, |
worden geïnformeerd. |
|
dige beëindiging van hypotheken. |
nr. 3 |
||
37. |
2004–2005De TK zal worden geïnformeerd over de |
AO Kansspelen op 28 juni 2005. |
De TK zal na het zomerreces van |
gang van zaken bij de procedure tegen |
Kamerstukken II 2004/05, 24 557, |
2005worden geïnformeerd. |
|
de Staatsloterij. |
nr. 56 |
||
38. |
2004–2005Brief aan de TK over Amsterdam-Zuidas; |
AO Zuidas op 15juni 2005. |
Brief wordt in najaar 2005 |
een overzicht over zowel dokals dijk- |
verzonden aan de TK. |
||
variant en onderbouwing keuze voor |
|||
risicodragende participatie in project-NV. |
|||
39. |
2004–2005Brief aan de TK met resultaten onder- |
Plenair debat TK op 23 juni 2005. |
Brief wordt in najaar 2005 |
zoek naar beursgang versus onder- |
verzonden aan de TK. |
||
handse plaatsing. |
-
10.LIJST MET AFKORTINGEN
A
AfDB
AfDF
AFM
AL
AsDB
AsDF
AWIR
Afrikaanse Ontwikkelingsbank
Afrikaanse Ontwikkelingsfonds
Autoriteit Financiële Markten
Administratieve Lasten
Aziatische Ontwikkelingsbank
Aziatische Ontwikkelingsfonds
Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
B
BBP
BF
BIS
BOOM/CJIB
BPM BTW
Bruto binnenlands product
Bijzondere financiering
Bank for International Settlements
Bureau Ontneming Openbaar Ministerie/Centraal
Justitieel Incasso Bureau
Belasting Personenauto’s en Motorrijwielen
Belasting toegevoegde waarde
D
DLG DMN DNB DRZ
Dienst Landelijk Gebied
Domeinen
De Nederlandsche Bank
Domeinen Roerende Zaken
E
EBRD
EIB
EKV
ELA
EMU
ERM
EU
EZ
Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling
Europese Investeringsbank
Exportkredietverzekering
Elektronische aangifte
Europese Monetaire Unie
Exchange Rate Mechanism
Europese Unie
Ministerie van Economische Zaken
F
FATF
FB
FIX
FSAP
FSO
Financial Action Task Force on money laundering
Financiële bijsluiter
Fiscale kwaliteitsindex
Financial Sector Assessment Program
Fonds voor Speciale Operaties
G
GOB
Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf
H
HAFIR
Handboek Financiële Informatie en Administratie Rijksoverheid
I
IB
IBO
IBRD
IDA
Inkomstenbelasting
Interdepartementaal beleidsonderzoek
International bank for reconstruction and development
(Wereldbank)
Internationale ontwikkelingsassociatie
IDB Inter-Amerikaanse ontwikkelingsbank
IFC International finance corporation
IFI Internationale financiële instelling
IIC Inter-Amerikaanse investeringsmaatschappij
IMF Internationaal monetair fonds
K
KNM Koninklijke Nederlandse Munt
L
LB Loonbelasting
LNV Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
M
MDW Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit
MIF Multilateraal Investerings Fonds
MIGA Multilateral Investment Guarantee Agency
MJN Miljoenennota
MOB Maatschappelijk overleg betalingsverkeer
MOT Meldpunt ongebruikelijke transacties
MR Ministerraad
N
NACM Nationaal analysecentrum voor munten
O
OB Omzetbelasting
OESO Organisatie voor Economische Samenwerking en
Ontwikkeling
OM Openbaar Ministerie
OPL Overige publiekrechtelijke lichamen
OZB Onroerende zaakbelasting
P
PIA Professioneel Inkopen en Aanbesteden
PPC Publiek Private Comparator
PPM Regeling Particuliere Participatiemaatschappijen
PPS Publiek-private samenwerking
PSC Public Sector Comparator
PVK Pensioen- enVerzekeringskamer
R
RBV Rijksbegrotingvoorschriften
RGD Rijksgebouwendienst
RHB Rijks Hoofdboekhouding
RPE Regeling Prestatiegegevens en Evaluatieonderzoek
Rijksoverheid
RVR Raad voor Vastgoed Rijksoverheid
RWS Rijkswaterstaat
RWT Rechtspersoon met een wettelijke taak
S
SDR Special Drawing Rights
SGP Stabiliteits-en groeipact
SUB Samenwerking UWV en Belastingdienst
T
TK Tweede Kamer der Staten-Generaal
TRhi Tijdelijke Regeling herverzekering investeringen
U
US United States
UWV Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen
V
VBTB Van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording
VG Vastgoed
VGEM Veiligheid, Gezondheid, Economie en Milieu
Vpb Vennootschapsbelasting
VROM Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
W
WB World Bank
Wft Wetophet financieel toezicht
Wid Wet identificatie bij dienstverlening
WOII Tweede Wereldoorlog
WTO Wereldhandelsorganisatie
Z
ZBO Zelfstandig Bestuursorgaan
-
11.BEGRIPPENLIJST
Anticiperende aankopen
Het in een vroegtijdig stadium verwerven van vastgoed, zodat het Rijk
deze relatief goedkoop in zijn bezit krijgt en zijn publieke doelen tijdig kan
realiseren.
Compliance
Het onderhouden en versterken van de bereidheid van belastingplichtigen
tot nakoming van de wettelijke verplichtingen.
Concessionele fondsen
Fondsen die zachte leningen verstrekken aan de armste landen: dit zijn leningen met een zeer lange looptijd, lange aflossingsvrije periode en een zeer lage rente.
Corporate governance
Het besturen van een onderneming, het afleggen van verantwoording daarover en de verdeling van de verschillende daarvoor relevante bevoegdheden over de organen van de onderneming.
ERM-II
Wisselkoersmechanisme waaraan lidstaten die tot de eurozone willen toetreden moeten deelnemen. Het mechanisme kenmerkt zich door een vaste, maar aanpasbare spilkoers ten opzichte van de euro. Fluctuaties binnen een standaard bandbreedte van +/- 15% zijn toegestaan. Als de bandbreedte bereikt wordt, zijn de ECB en de betreffende Nationale Centrale Bank in principe verplicht te interveniëren. Voor toetreding tot de eurozone is deelname van minimaal twee jaar zonder devaluaties verplicht volgens het Verdrag van Maastricht.
Fiscale monitor
Enquêtes die jaarlijks onder de belastingplichtigen worden gehouden over
de kwaliteit van de dienstverlening door de Belastingdienst.
HIPC-Initiatief
Internationaal initiatief waarbij schuldverlichting wordt gegeven aan de armste landen met een zeer hoge (onhoudbare) schuldenlast (Heavily Indebted Poor Countries).
Oninbaar lijden
Het administratief afboeken van een belastingvordering als deze niet
inbaar blijkt te zijn.
Recuperatiebeleid
Het geheel van maatregelen en activiteiten ter inning van uitstaande
vorderingen in het kader van de exportkrediet- en investeringsverzekering.
Staat van de Unie
Jaarlijks overzicht van de beleidsterreinen van en ontwikkelingen binnen
de Europese Unie en de implicaties hiervan voor Nederland.
Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.