27669 - Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (voorlopige maatregel)
Dit is een beperkte versie
U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.
Dit wetsvoorstel werd op 10 april 2001 ingediend door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Borst-Eilers1, en de minister van Justitie, Korthals2.
Dit voorstel is gebaseerd op de overweging, dat het ter bescherming van de volksgezondheid wenselijk is tijdig maatregelen te kunnen treffen tegen personen die ervan worden verdacht bij het verrichten van handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg schade of een aanmerkelijke kans op schade aan de gezondheid van een ander te veroorzaken en dat met het oog daarop de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg wijziging behoeft.
Inhoudsopgave
Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (voorlopige maatregel)
Bij dit wetsvoorstel werden twee amendementen ingediend. Bij dit dossier werden in de Tweede Kamer vier moties ingediend.2 |
10 april 2001, memorie van toelichting, nr. 3
KST52550 Memorie van toelichting publicatie: 18 april 2001 |
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met het inleidende gedeelte van de memorie van toelichting, alle documenten in dit dossier, een overzicht van door dit wetsvoorstel gewijzigde wetten, een overzicht van Kamerleden en bewindslieden die bij de behandeling van dit dossier het woord hebben gevoerd en een overzicht van verwante dossiers.
De uitgebreide versie is beschikbaar voor betalende gebruikers van de Parlementaire Monitor van PDC Informatie Architectuur.
Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.
- 1.Minister van Volksgezondheid in de kabinetten-Kok en bij de verkiezingen 1998 lijsttrekker van D66. Werd na een loopbaan als arts, ziekenhuisdirecteur, hoogleraar en vicevoorzitter van de Gezondheidsraad minister in het kabinet-Kok I en in het Kok II tevens vicepremier. Tijdens haar ministerschap werden medisch-ethische kwesties geregeld zoals euthanasie, medisch-wetenschappelijk onderzoek en onderzoek met embryo's. Kreeg als minister te maken met de problematiek van wachtlijsten in de zorg en het tekort aan medisch personeel en werd hierover fel aangevallen door de oppositie van links en rechts. Deskundige minister die veel wetgeving tot stand bracht. Riep door haar liberale opvattingen in medisch-ethische kwesties in sommige kringen wel weerstand op, maar werd algemeen geacht als een wijze en betrokken bewindsvrouw.
- 2.Rotterdamse advocaat die in de VVD tot de vooruitstrevende vleugel hoorde. Kwam in 1982 in de Tweede Kamer en maakte deel uit van de enquêtecommissie RSV. Nam in tegenstelling tot Joekes afstand van de negatieve conclusie over zijn partijgenoot Van Aardenne. Woordvoerder justitie en studiefinanciering. Klom later op tot vicefractievoorzitter. Minister van Justitie in het kabinet-Kok II en van Defensie in het kabinet-Balkenende I. Trad af nadat in het rapport van enquêtecommissie bouwfraude was geconcludeerd dat hij de Kamer onvolledig had geïnformeerd. Tegenstander van te grote inperking van de persoonlijke levenssfeer. Hem werd soms verweten tamelijk lui te zijn, maar hij bracht niettemin de nodige wetgeving tot stand. Was in 2011-2014 voorzitter van de VVD.
- 3.Limburgse VVD-politicus, die na financieel woordvoerder van de Tweede Kamerfractie te zijn geweest in 2010 staatssecretaris van Financiën in het kabinet-Rutte I werd. Hij bleef dat in het kabinet-Rutte II, maar moest voortijdig aftreden, omdat zijn positie was ondermijnd door ernstige problemen bij de belastingdienst met de verwerking van toeslagen. Een nauwe band met de omstreden Roermondse VVD'er Jos van Rey had hem eerder al in problemen gebracht. Voor hij in 1998 Kamerlid werd, was hij advocaat en geruime tijd gemeenteraadslid (fractievoorzitter) in Weert. Na zijn aftreden als staatssecretaris waarnemend burgemeester van Heerlen en van Beek. In 2016-2020 was hij bewindvoerder bij de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Tegenwoordig is de heer Weekers secretaris-generaal van de Benelux Unie.
- 4.Politiek voorman van de SGP, die als nestor van de Tweede Kamer gezag verwierf. Studeerde weg- en waterbouw en was werkzaam in het onderwijs. Kwam in 1981, na ruim acht jaar Statenlid in Utrecht te zijn geweest, in de Kamer. Vanaf 1986 fractievoorzitter en partijleider. Voerde in de Kamer het woord over uiteenlopende onderwerpen. Minzame, hardwerkende volksvertegenwoordiger die zich dienstbaar opstelde en geen eerzucht kende. Als nestor ontwikkelde hij zich, ondanks het tamelijk politieke isolement van zijn partij, tot het staatsrechtelijk en 'zedelijk' geweten van de Kamer. Waarschuwde geregeld tegen verruwing van de parlementaire mores.
- 5.Bevlogen Tweede Kamerlid en enige tijd partijleidster van de SP. In Nijmegen gepromoveerd in de medische wetenschappen en aanvankelijk wetenschapper. Kwam in 1994 in de gemeenteraad van Doesburg en werd beleidsmedewerker van de Kamerfractie. Vanaf 1998 Tweede Kamerlid, dat zich vooral bezighield met de zorgsector. Kwam krachtig op voor de belangen van zorgconsumenten. Fel, vasthoudend debatester, die daardoor soms wel iets drammerigs had. Was in 2008 de logische opvolgster van Jan Marijnissen, maar kon diens populariteit niet benaderen en trad na de teleurstellende raadsverkiezingen van 2010 terug. Is sinds 2013 directeur van Lareb, een onderzoeksinstituut voor bijwerking van medicijnen en sinds 2024 bijzonder hoogleraar in Leiden.
- 6.Voorman van de ChristenUnie, die zijn partij in 2007 in het kabinet-Balkenende IV tot regeringsdeelname bracht. Hijzelf was in dat kabinet minister voor Jeugd en Gezin en viceminister-president. Maakte zich sterk voor betere toegankelijkheid van gezinsondersteuning. Werd in november 2002 als jonge jurist politiek leider van zijn partij, na in 1994 voor de RPF Tweede Kamerlid te zijn geworden. Verwierf snel gezag als goed debater en vanwege zijn dossierkennis. Hij was voordien vijf jaar directeur van de Marnix van Sint Aldegonde Stichting, het wetenschappelijk bureau van de RPF. In 2010 was hij tevens acht maanden minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In april 2011 verliet hij de politiek om voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland te worden.
- 7.Huisarts uit Goes, die achtenhalf jaar Tweede Kamerlid voor het CDA was. In de Kamer een vooraanstaand woordvoerder volksgezondheid, die zich daarnaast echter ook bezighield met visserijaangelegenheden, rampenbestrijding en kansspelen. Verder was hij enige jaren voorzitter van de commissie voor VROM. Voor hij Kamerlid werd actief in vele organisaties op het gebied van de zorg en in de landelijke huisartsenvereniging. Speelde dankzij veel inhoudelijke kennis een belangrijke rol in debatten over onder meer het nieuwe zorgstelsel, de kosten van de gezondheidszorg, ambulancevervoer en het antirookbeleid.
- 8.Onconventionele arts uit Castricum die na haar 65e Tweede Kamerlid werd voor GroenLinks. Dochter van een musicus van Hongaarse afkomst. Was directeur van een GGD en lid van de Sociale Verzekeringsraad en van het Centraal Medisch Tucht College. Als woordvoerster volksgezondheid bewerkstelligde zij via amendering dat in de Tabakswet werd opgenomen dat werknemers recht hebben op een rookvrije plek, dat ook in treinen niet gerookt mag worden en dat de leeftijdsgrens voor verkoop 16 jaar in plaats van 18 jaar werd.
- 9.Jonge PvdA-afgevaardigde (bij haar benoeming 33 jaar) in de periode 1998-2002, die eerder directeur van het COC, de belangenvereniging van homoseksuelen, was. Daarvoor, na een opleiding grafische vormgeving, voorzitter van de CNV-jongeren. In de Kamer had vooral het gehandicaptenbeleid (Wet Voorzieningen Gehandicapten) haar belangstelling en daarnaast hield zij zich met onderdelen van het volksgezondheidsbeleid bezig. Kon de verwachtingen die de kandidaatstellingscommissie van haar had niet geheel waarmaken en keerde in 2002 niet terug.
- 10.Twaalf jaar de woordvoerster volksgezondheid van de VVD in de Eerste Kamer; een terrein dat zij als directeur Zorg van Zorgverzekeraars Nederland en als ziekenhuisdirecteur goed kende. Later was zij onder meer onafhankelijk voorzitter van Ambulancezorg Nederland en onafhankelijk voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Makelaars in Assurantiën en Assurantie-adviseurs. In de Senaat sprak zij bij vele debatten over de zorg, zoals bij de behandeling van de Zorgverzekeringswet, de Wet toelating zorginstellingen en Wet ambulancezorg. Daarnaast hield zij zich bezig met arbeidsparticipatie en sociale zekerheid.
- 11.Toegewijd Eerste Kamerlid van de SGP en als zodanig zestien jaar woordvoerder op uiteenlopende beleidsterreinen. Hij voerde bijvoorbeeld het woord over volksgezondheid, verkeer, economische zaken en sociale zaken. Vervulde directiefuncties op het terrein van de volksgezondheid en was burgemeester van Sint Philipsland (1973-1981) en van Genemuiden (1981-1987). Bescheiden en minzame senator, die een principiële inbreng combineerde met een constructieve opstelling.
- 12.Degelijke jurist en bestuurder die twee periodes voor D66 in de Eerste Kamer zat. Had daarvoor een loopbaan doorlopen bij de rechtelijke macht, de provincie Noord-Brabant en als adviseur van de burgemeester van Utrecht over politieaangelegenheden. Was tijdens zijn eerste periode als senator tevens hoofd openbare orde en veiligheid van de gemeente Rotterdam en tijdens zijn tweede topambtenaar van de gemeente Middelburg. In de Eerste Kamer hield hij zich bezig met volksgezondheid, welzijn, volkshuisvesting, landbouw, Antilliaanse Zaken en milieu. Was na dat lidmaatschap drie jaar wethouder van Leiden.
- 13.Econoom die namens de LPF in het eerste kabinet-Balkenende minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en viceminister-president was. Kwam uit een 'rood' Leids gezin en was een kritisch columnist. Zette zich als hoogleraar in voor instelling van een economisch onderzoeksinstituut (Nyfer) dat de concurrentie moest aangaan met het Centraal Planbureau. Erudiet, maar ook overtuigd van eigen gelijk, wat soms aanleiding was tot irritatie bij anderen. Toen zijn collega-minister Heinsbroek met steun van fractievoorzitter Wijnschenk zijn positie als LPF-vicepremier leek aan te willen tasten, leidde dit tot spanningen en conflicten in de LPF. Dit had uiteindelijk beider vertrek tot gevolg. CDA en VVD bewerkstelligden daarna de val van het kabinet. Keerde daarna terug naar de wetenschap.
- 14.Piet Hein Donner (1948) was van 1 februari 2012 tot 1 november 2018 vicepresident van de Raad van State. Hij was van 22 juli 2002 tot 21 september 2006 minister van Justitie, van 22 februari 2007 tot 14 oktober 2010 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van 14 oktober 2010 tot 16 december 2011 minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Daarvoor was de heer Donner onder meer voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en lid van de Raad van State (1998-2002). In 2001-2002 leidde hij een commissie die adviseerde over de WAO-problematiek en in 2002 en 2003 trad hij op als informateur. In de periode november 2006-februari 2007 was hij Tweede Kamerlid voor het CDA. Sinds december 2018 is hij minister van staat.