27849 - Comptabiliteitswet 2001
Dit is een beperkte versie
U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.
Dit wetsvoorstel werd op 5 juli 2001 ingediend door de minister van Financiën, Zalm1.
Dit voorstel is gebaseerd op de overweging, dat het wenselijk is de Comptabiliteitswet te vervangen door nieuwe wettelijke bepalingen over het beheer van de financiën van het Rijk, mede ter uitvoering van de artikelen 78 en 105 van de Grondwet.
Inhoudsopgave
Vaststelling van de Wet inzake het beheer van de financiën van het Rijk (Comptabiliteitswet 2001)
Bij dit wetsvoorstel werden vier nota's van wijziging, twee nota's van verbetering en zeven amendementen ingediend. Bij dit dossier werd in de Tweede Kamer een motie ingediend.2 |
5 juli 2001, memorie van toelichting, nr. 3
KST54476 Memorie van toelichting publicatie: 17 juli 2001 |
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met het inleidende gedeelte van de memorie van toelichting, alle documenten in dit dossier, een overzicht van door dit wetsvoorstel gewijzigde wetten, een overzicht van Kamerleden en bewindslieden die bij de behandeling van dit dossier het woord hebben gevoerd en een overzicht van verwante dossiers.
De uitgebreide versie is beschikbaar voor betalende gebruikers van de Parlementaire Monitor van PDC Informatie Architectuur.
Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.
- 1.Met twaalf jaar de langstzittende minister van Financiën. Kwam uit een eenvoudig milieu (zijn vader was kolenboer); hardwerkend en wars van dikdoenerij. Doorliep na een studie economie een ambtelijke loopbaan en werd gezaghebbend directeur van het Planbureau. Als minister in het paarse kabinet ontwikkelde hij een nieuwe begrotingsnorm die uitging van een strikte scheiding van overheidsinkomsten en -uitgaven. Was verantwoordelijk voor een omvangrijke herziening van het belastingstelsel en de invoering van de euro. Bepleitte strakke naleving van de begrotingsregels in de EU. Na de verkiezingen van 2002 fractievoorzitter en politiek leider van de VVD. Keerde echter na anderhalf jaar terug naar het ministerschap dat hem beter lag. Lag goed in het parlement zowel door zijn deskundigheid als joviale optreden. Na zijn ministerschap acht jaar voorzitter van de Raad van Bestuur van ABN AMRO.
- 2.Uit het bedrijfsleven afkomstig Tweede Kamerlid van D66 tijdens de paarse kabinetten. Was directeur van een installatiebedrijf en voorzitter van de werkgeversorganisatie in de installatiebranche. In de Kamer woordvoerder voor onder meer economische zaken (industriebeleid, winkeltijden) en marktwerking in het openbaar vervoer. Maakte zich sterk voor betere verantwoording van overheidsuitgaven en was vier jaar voorzitter van de commissie voor de rijksuitgaven. Deed van zich spreken toen hij zich zeer kritisch uitliet over de band die tussen het koningshuis en de familie Zorreguieta zou ontstaan door het huwelijk van de prins van Oranje.
- 3.Voormalige vakbondsbestuurder (Abva/Kabo), die zich als de Tweede Kamerlid voor de PvdA vooral bezighield met gemeentelijke herindelingen en justitie (strafvordering, gevangeniswezen, drugssmokkel). Een belangrijk onderwerp waarover zij het woord voerde, was daarnaast de integriteit in het openbaar bestuur. Van geboorte Limburgse, maar in Den Haag woonachtig en daar, vóór zij Kamerlid werd, actief in het PvdA-afdelingsbestuur en in de steunfractie.
- 4.Bestuurskundige in de CDA-Eerste Kamerfractie. Voerde twaalf jaar in de Senaat het woord over onderwerpen op met name het gebied van binnenlands bestuur en financiën. Sprak daarnaast over Europese samenwerking en was lid van de parlementaire vergadering van de Raad van Europa. Op wetenschappelijk terrein was zij werkzaam bij het NIAS en NWO en in Leiden en later werd zij hoogleraar in Nijmegen. Een academisch benadering van vraagstukken kwam ook vaak terug in haar bijdragen aan debatten.
- 5.Hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, die vier jaar voor de PvdA zitting in de Eerste Kamer had. Zoon van een predikant. Kwam al op jonge leeftijd in de wetenschap terecht en was daarna ambtenaar op financiën. Behoorde tot de economische denktank van de PvdA en leidde een belangrijke partijcommissie over de verzorgingsstaat. Wilde de rol van sociale partners bij de uitvoering van sociale zekerheid verkleinen. Was verder kroonlid van de Sociaal-Economische Raad en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. In de Eerste Kamer hield hij zich bezig behalve met financieel en sociaal beleid ook bezig met beleidsterreinen als defensie en hoger onderwijs. Ontspannen, beschouwende wetenschapper, die enige humor niet schuwde.