Tweede Kamerverkiezingen 2010
Op 9 juni 2010 vonden er Tweede Kamerverkiezingen1 plaats. Deze waren nodig na de val van het kabinet-Balkenende IV2. De PvdA-bewindslieden traden in februari 2010 uit dat kabinet. Grote winnaars van de verkiezingen waren PVV en VVD. De VVD, met Mark Rutte3 als lijsttrekker, werd voor het eerst de grootste partij door de PvdA met één zetel voor te blijven. GroenLinks won licht. Het CDA leed een (zware) nederlaag, net als SP en D66. De Partij voor de Dieren kreeg voor het eerst (twee) zetels.
Op basis van de verkiezingsuitslag formeerden VVD, CDA en PVV het eerste Kabinet Rutte4. VVD en CDA sloten een regeerakkoord, de PVV gaf alleen gedoogsteun5. Een poging om een kabinet van VVD, PvdA, GroenLinks en D66 te vormen, was eerder mislukt.
Inhoudsopgave
partij |
percentage |
zetels 2010 |
zetels 2006 |
winst/verlies |
---|---|---|---|---|
20,5 |
31 |
22 |
+9 |
|
19,6 |
30 |
33 |
-3 |
|
15,5 |
24 |
9 |
+15 |
|
13,6 |
21 |
41 |
-20 |
|
9,8 |
15 |
25 |
-10 |
|
6,9 |
10 |
3 |
+7 |
|
6,7 |
10 |
7 |
+3 |
|
3,3 |
5 |
6 |
-1 |
|
1,7 |
2 |
2 |
0 |
|
1,3 |
2 |
2 |
0 |
|
0,6 |
0 |
- |
- |
|
0,3 |
- |
- |
- |
|
0,1 |
- |
- |
- |
|
0,1 |
- |
- |
- |
|
0,1 |
- |
- |
- |
|
0 |
- |
- |
- |
|
0 |
- |
- |
- |
|
Lijst 19 (Laclé) |
0 |
- |
- |
- |
In onderstaande tabel zijn de kerngegevens van de verkiezingen in 2010 opgenomen.
Tweede Kamerverkiezingen 2010 |
|
---|---|
verkiezingsdatum |
9 juni 2010 |
aantal kiesgerechtigden |
12.524.152 |
aantal geldige stemmen |
9.416.001 |
blanco stemmen |
8.829 |
ongeldige stemmen |
18.147 |
kiesdeler |
62.773 |
voorkeursdrempel |
15.694 |
opkomstpercentage |
75,4 |
aantal deelnemende partijen |
18 |
aantal partijen dat zetel behaalde |
10 |
Partij |
Lijst |
Lijsttrekker |
Verkiezingsprogramma |
---|---|---|---|
CDA |
1 |
||
PvdA |
2 |
||
SP |
3 |
||
VVD |
4 |
||
PVV |
5 |
||
GroenLinks |
6 |
||
ChristenUnie |
7 |
||
D66 |
8 |
||
Partij voor de Dieren |
9 |
||
SGP |
10 |
Val kabinet Balkenende IV
In de vroege ochtend van 20 februari 2010 wist het vierde kabinet-Balkenende geen overeenstemming te bereiken over eventuele voortzetting van de Nederlandse militaire activiteiten in de Afghaanse provincie Uruzgan. De ministers van PvdA wilden negatief antwoorden op een verzoek van de NAVO voor verdere activiteiten na 2010.
Toen de meerderheid van het kabinet anders besloot, konden de PvdA-ministers dat niet voor hun rekening nemen en kondigden zij aan ontslag te nemen. De ministers van CDA en ChristenUnie zagen daarin aanleiding om hun portefeuille, functies en ambt ter beschikking te stellen. Er kwam met de Uruzgan-crisis15 dus een einde aan deze Christelijk-sociale coalitie.
Het in feite niet meer als zodanig bestaande kabinet-Balkenende IV regeerde demissionair16 als rompkabinet verder met de belangrijkste taak vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Reguliere verkiezingen waren aanvankelijk voorzien voor mei 2011. Deze werden met een jaar vervroegd naar 9 juni 2010.
Hieronder vindt u een overzicht van de gekozenen die op 17 juni 2010 werden geïnstalleerd.
fractie | naam Kamerlid |
---|---|
CDA | |
CU | |
D66 | |
GL | |
PvdA | |
PvdD | |
PVV | |
SGP | |
SP | |
VVD | |
Meer over
- 1.De leden van de Tweede Kamer worden in principe eens in de vier jaar gekozen op basis van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Ook na de val van een kabinet worden bijna altijd verkiezingen gehouden. Kiesgerechtigd zijn alle Nederlanders die op de dag van de kandidaatstelling 18 jaar of ouder zijn, mits niet het kiesrecht vanwege een veroordeling is ontnomen.
- 2.Dit kabinet werd gevormd na de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006. Het was tot 23 februari 2010 een coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie en daarna van CDA en CU. Het trad op 22 februari 2007 aan als opvolger van het kabinet-Balkenende III. Motto van het kabinet was 'Samen werken, samen leven'.
- 3.Mark Rutte (1967) is sinds 1 oktober 2024 secretaris-generaal van de NAVO. Hij was van 14 oktober 2010 tot 2 juli 2024 minister-president en minister van Algemene Zaken. Sinds 2006 was hij politiek leider van de VVD. In 2006-2010 was de heer Rutte fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer. Hij was van 17 juni 2004 tot 28 juni 2006 staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap belast met wetenschapsbeleid, beroepsonderwijs en studiefinanciering. Daarvoor was hij bijna twee jaar staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid belast met onder andere volksverzekeringen, bijstand en arbeidsomstandigheden. De heer Rutte was eerder voorzitter van de JOVD en manager bij een werkmaatschappij van Unilever.
- 4.Dit minderheidskabinet van VVD en CDA werd gevormd na de Tweede Kamerverkiezingen 2010 en trad op 14 oktober 2010 aan als opvolger van het kabinet-Balkenende IV. Voor een meerderheid in de Tweede Kamer sloten de regeringspartijen een gedoogakkoord met de PVV. VVD-leider Mark Rutte werd de eerste premier van VVD-huize.
- 5.In een gedoogakkoord leggen Kamerfracties afspraken vast over de steun voor het toekomstige regeringsbeleid. Het gaat daarbij om afspraken tussen fracties van partijen die toetreden tot het nieuwe kabinet en een fractie (of fracties) die alleen 'gedoogt', maar zelf buiten het kabinet blijft. Tot 2010 kenden we dit begrip overigens niet. Of, als er in de toekomst vaker gedoogakkoorden worden gesloten, de opzet daarvan hetzelfde is, is onzeker.
- 6.Zeeuwse CDA-politicus die negen jaar partijleider en acht jaar premier was. Afkomstig uit de wetenschap en partijideoloog, die eigen verantwoordelijkheid van burgers voorstond. Als Tweede Kamerlid financieel woordvoerder. Werd in 2001 onverwacht lijsttrekker van het CDA na de machtstrijd tussen De Hoop Scheffer en Van Rij. Leidde vanaf 2002 als premier kabinetten van wisselende samenstelling in een na de moord op Fortuyn politiek instabiele periode. Probeerde terugkeer van 'normen en waarden' op de politieke agenda te zetten. Nadat zijn tweede kabinet diverse hervormingen had doorgevoerd, was zijn vierde kabinet op dat punt minder daadkrachtig. Een bankencrisis werd wel bezworen. In zijn publieke optredens soms wat onhandig, maar niettemin - of juist daardoor - lange tijd populair en succesvol. De verkiezingen van 2010 verliepen voor zijn partij echter desastreus, waarna hij de politiek verliet. Sinds 2022 minister van staat.
- 7.Beminnelijke bestuurder die als 'verbinder' populair werd als burgemeester van Amsterdam, maar die als politiek leider van de PvdA minder goed uit de verf kwam. Was hoogleraar in Maastricht en stapte vanuit de wetenschap over naar het kabinet-Lubbers III waarin hij staatssecretaris voor het hoger onderwijs werd. Was daarna lid en fractievoorzitter in de Eerste Kamer. In het tweede kabinet-Kok als staatssecretaris belast met asielbeleid. Wist toen een strengere Vreemdelingenwet door het parlement te loodsen. Was bij de verkiezingen van 2003 PvdA-kandidaat voor het premierschap. Toen hij begin 2010 Wouter Bos opvolgde als PvdA-leider leidde dat tot enthousiasme in eigen kring, maar zijn kwaliteiten lagen meer op bestuurlijk terrein dan in de (harde) Haagse politiek. In 2012 trok hijzelf de conclusie dat hij de hoge verwachtingen niet had waargemaakt. Hij was daarna onder meer voorzitter van Cedris, landelijke vereniging voor sociale werkgelegenheid en reïntegratie.
- 8.Politiek leider van de SP en lijsttrekker bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2010, 2012 en 2017. Hij begon zijn loopbaan als onderwijzer en was wethouder van Boxmeer en voorzitter van de SP in Noord-Brabant. Werd op 30 november 2006 Tweede Kamerlid en was aanvankelijk woordvoerder verkeer en waterstaat. In 2010 volgde hij Agnes Kant op als fractievoorzitter. Was veel gemoedelijker dan zijn voorgangers Marijnissen en Kant. Kon zijn partij niet naar een herhaling van het succes in 2006 leiden, ook omdat hij in debatten wel eens werd afgetroefd. Niettemin een alom gewaardeerd strijdbaar politicus. In de periode 2018-2020 was hij waarnemend burgemeester van Heerlen en daarna tot juni 2021 in Alkmaar. Sinds 1 december 2021 is de heer Roemer commissaris van de Koning in Limburg.
- 9.Geert Wilders (1963) is sinds november 2006 politiek leider van de PVV. Hij is sinds 25 augustus 1998 (met een korte onderbreking in 2002) Tweede Kamerlid. Aanvankelijk was hij dat voor de VVD, maar op 2 september 2004 werd hij een onafhankelijk Kamerlid. In 2023 was hij voor de zesde keer lijsttrekker. De heer Wilders was medewerker van de afdeling Verdragen bij de Ziekenfondsraad, wetstechnisch medewerker van de Sociale Verzekeringsraad en beleidsmedewerker en speechschrijver van de VVD-Tweede Kamerfractie. In 2010 zat hij enige tijd in de gemeenteraad van Den Haag.
- 10.Femke Halsema (1966) is sinds 12 juli 2018 burgemeester van Amsterdam. Werd in 1998, een jaar na haar breuk met de PvdA, Tweede Kamerlid voor GroenLinks en in 2002 daarvan als opvolger van Paul Rosenmöller de politiek leider. Stuurde aan op een vrijzinnig-linkse koers, maar wist in 2010 geen kabinetsdeelname te bewerkstellingen voor haar partij. Verliet in januari 2011 de politiek. Zij begon haar loopbaan na haar studie criminologie in Utrecht als universitair onderzoeker en was daarna stafmedewerker van de Wiardi Beckman Stichting. Na haar vertrek uit de Haagse politiek was zij in Tilburg bijzonder hoogleraar politiek in de 21e eeuw, publiciste en documentairemaker.
- 11.Voorman van de ChristenUnie, die zijn partij in 2007 in het kabinet-Balkenende IV tot regeringsdeelname bracht. Hijzelf was in dat kabinet minister voor Jeugd en Gezin en viceminister-president. Maakte zich sterk voor betere toegankelijkheid van gezinsondersteuning. Werd in november 2002 als jonge jurist politiek leider van zijn partij, na in 1994 voor de RPF Tweede Kamerlid te zijn geworden. Verwierf snel gezag als goed debater en vanwege zijn dossierkennis. Hij was voordien vijf jaar directeur van de Marnix van Sint Aldegonde Stichting, het wetenschappelijk bureau van de RPF. In 2010 was hij tevens acht maanden minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In april 2011 verliet hij de politiek om voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland te worden.
- 12.Alexander Pechtold (1965) was in 2006-2018 fractievoorzitter en politiek leider van D66. Hij was sinds november 2006 Tweede Kamerlid. De heer Pechtold was verder van 31 maart 2005 tot 3 juli 2006 minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties. Hij is opgeleid als kunsthistoricus en werkte onder andere bij een veilinghuis. Van 1997 tot 2002 was hij wethouder in Leiden. Vanaf eind 2002 tot 2005 was hij voorzitter van D66. en in de periode 2003-2005 burgemeester van Wageningen. De heer Pechtold was enige jaren woordvoerder Europese zaken en onderwerpen rond het koninklijk huis. Verder was hij voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties. Per 1 november 2019 werd hij algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.
- 13.Bijna dertien jaar politiek leider van de in 2002 opgerichte Partij voor de Dieren, die er vanaf 2006 in slaagde haar partij in vier verkiezingen een vaste (en steeds sterkere) positie in het parlement te bezorgen. Stond bekend als een goede, vasthoudende debater, die haar bijdragen steeds afsloot met: "En voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie". Trachtte tevergeefs een wettelijk verbod op onverdoofd ritueel slachten in te voeren. Werkte voor zij Tweede Kamerlid werd bij Stichting Bont voor Dieren en de Stichting Wakker Dier. In 2022 werd zij directeur van het wetenschappelijk bureau van de Partij voor de Dieren.
- 14.Kees van der Staaij (1968) is sinds 1 juni 2024 staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State. Hij was van 19 mei 1998 tot 6 december 2023 Tweede Kamerlid voor de SGP. De heer Van der Staaij was in 2010-2023 politiek leider van de SGP. Hij was eerder adjunct-chefjurist bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In de Tweede Kamer hield hij zich onder meer bezig met algemene politiek onderwerpen, veiligheid en justitie, buitenlandse zaken, Koninklijk Huis en volksgezondheid, welzijn en sport. Hij zat verder een werkgroep voor die de herziening van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer voorbereidde en in 2021 een werkgroep over versterking van de positie van de Tweede Kamer. Bij zijn vertrek was hij de nestor van de Kamer.
- 15.In de vroege ochtend van 20 februari 2010 wist het vierde kabinet-Balkenende geen overeenstemming te bereiken over eventuele voortzetting van de Nederlandse militaire activiteiten in de Afghaanse provincie Uruzgan. De ministers van PvdA wilden negatief antwoorden op een verzoek van de NAVO voor verdere activiteiten na 2010. Toen de meerderheid van het kabinet anders besloot, konden de PvdA-ministers dat niet voor hun rekening nemen en kondigden zij aan ontslag te nemen. De ministers van CDA en ChristenUnie zagen daarin aanleiding om hun portefeuille, functies en ambt ter beschikking te stellen.
- 16.Een demissionair kabinet is een kabinet dat ontslag heeft gevraagd aan de Koning(in), maar dit ontslag nog niet heeft gekregen.
- 17.Hieronder zijn - op grond van diverse peilingen - gegevens opgenomen over (kansrijke) kandidaten bij de Tweede Kamerverkiezingen 2010, alsmede van zittende leden die lager op de lijst staan. Bij de nieuwe partijen is volstaan met de lijsttrekker. In de rubriek 'partijen' is informatie te vinden over de doelstellingen van de partijen.
- 18.Wat is er te zeggen over Tweede Kamerverkiezingen in het verleden, bijvoorbeeld over de grootste winst en het grootste verlies, over resultaten van regeringspartijen en over de kansen op succes van nieuwe partijen?