Overgangstermijn
Als er Europese regels zijn vastgesteld, hebben de landen die lid zijn1 van de Europese Unie2, vaak tijd nodig om zich aan te passen aan de nieuwe regels. Ook bedrijven uit die landen moeten zich vaak op de nieuwe regels kunnen voorbereiden. Daarom wordt soms een termijn afgesproken dat de oude regels nog even blijven gelden: de overgangstermijn.
Er mogen dan bijvoorbeeld nog producten worden verkocht die niet aan de nieuwe regels voldoen. Daar zitten grenzen aan. Nieuwe producten ontwikkelen die niet aan de nieuwe normen voldoen worden mogelijk niet goedgekeurd.
Door een overgangstermijn bij de implementatie3 van regelingen wordt aan degenen tot wie het besluit is gericht (de 'adressaten') de gelegenheid geboden zich geleidelijk aan de nieuwe normen aan te passen.
Zo mogen bijvoorbeeld reeds vervaardigde producten ook na de beoogde datum van inwerkingtreding van nationale implementatiemaatregelen, nog gedurende een bepaalde periode in de handel worden gebracht. Dit biedt de gelegenheid om oude voorraden die nog niet aan de nieuwe richtlijnnormen voldoen, alsnog weg te werken. Daarom wordt soms wel de term ' uitverkooptermijn ' gebruikt.
Een Europees besluit kan voorzien in het instellen van een overgangstermijn voor bestaande gevallen. Een besluit kan dus twee termijnen bevatten: voor de omzetting van de Europese bepalingen in nationale wetgeving (implementatietermijn4) en voor de daadwerkelijke toepassing ervan (overgangstermijn). Meestal vallen die termijnen samen. Bedacht moet echter worden dat in feite een implementatietermijn al een overgangstermijn behelst.
Lidstaten kunnen niet uit zichzelf overgaan tot het instellen van nationale overgangstermijnen, maar moeten dit altijd vooraf met de Europese Commissie5 overleggen. Een overgangstermijn in de implementatieregeling op te nemen zonder dat dit expliciet in het Europees besluit genoemd is kan gerechtvaardigd worden wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan het nuttig effect van het Europese besluit.
- 1.Momenteel zijn 27 landen lid van de Europese Unie. De meest recente uitbreiding van de Unie vond plaats op 1 juli 2013, met de toetreding van Kroatië. Er wordt verder over uitbreiding gesproken met verschillende landen in Oost-Europa. Het Verenigd Koninkrijk is sinds 31 januari 2020 middernacht geen lid meer van de Europese Unie. Dat was het eerste land dat de EU verliet.
- 2.De Europese Unie (EU) is het belangrijkste samenwerkingsverband in Europa. De deelnemende landen hebben voor deze Unie een aantal organisaties opgericht waaraan zij een deel van hun eigen bevoegdheden hebben overgedragen. Dit zijn onder meer het Europees Parlement, de Europese Commissie, de Raad en het Europese Hof van Justitie.
- 3.Europese regels en wetten moeten soms omgezet (geïmplementeerd) worden in Nederlandse wetgeving voordat ze in Nederland geldig zijn.
- 4.Nationale overheden krijgen bij richtlijnen en kaderbesluiten een bepaalde termijn vanaf de datum van inwerkingtreding van het Europese besluit tot de uiterste datum van omzetting om de Europese richtlijn om te zetten in nationale wetgeving (implementatie).
- 5.Deze instelling van de Europese Unie kan worden beschouwd als het 'dagelijks bestuur' van de EU. De leden van de Europese Commissie worden 'Eurocommissarissen' genoemd. Elke Eurocommissaris is verantwoordelijk voor één of meerdere beleidsgebieden.