Zetelverdeling na verkiezingen
Nadat de stembussen zijn afgesloten, worden de stemmen geteld. Aan de hand van het behaalde aantal stemmen per lijst, worden de beschikbare zetels verdeeld. Per lijst worden de behaalde zetels aan de kandidaten toegekend. De kiesdeler1, het aantal stemmen gedeeld door het aantal beschikbare zetels, bepaalt hoeveel stemmen nodig zijn om een zetel te behalen. Vervolgens worden de restzetels verdeeld.
Inhoudsopgave
Het aantal stemmen dat op één lijst is uitgebracht, heet het stemcijfer. De stemcijfers van 'gelijkluidende lijsten', d.w.z. de lijsten van één partij, vormen het totale stemcijfer van die ene lijst.
Vervolgens worden de stemcijfers van alle lijsten bij elkaar opgeteld en gedeeld door het aantal beschikbare zetels. Het resultaat van deze deling heet de kiesdeler. Voor iedere lijst wordt vervolgens het totale stemcijfer weer gedeeld door de kiesdeler. De uitkomst bepaalt het aantal volle zetels dat wordt toegewezen. Een uitkomst van bijvoorbeeld 49,9 betekent dat een partij aanspraak kan maken op 49 zetels.
Nadat voor alle lijsten het aantal toe te wijzen volle zetels is bepaald, worden de restzetels verdeeld. Hierbij zijn twee systemen van toepassing, afhankelijk van het aantal te verdelen zetels. Is het aantal zetels negentien of meer, dan geldt het stelsel van de grootste gemiddelden. Dit betekent dat voor de Tweede Kamerverkiezingen2 en de verkiezingen van het Europese Parlement, de Provinciale Staten en van gemeenteraden met negentien of meer raadsleden het stelsel van de grootste gemiddelden wordt toegepast.
Grootste gemiddelden
Bij de verdeling van de restzetels volgens de grootste gemiddelden wordt voor iedere lijst één zetel opgeteld bij het behaalde aantal volle zetels. Het aantal op de lijst uitgebrachte stemmen wordt gedeeld door dit aantal; zo wordt dus het gemiddeld aantal stemmen per lijst per zetel berekend voor het geval de te verdelen restzetel naar die lijst zou gaan. De lijst met het grootste gemiddelde krijgt een restzetel toebedeeld.
Aldus ontstaat een nieuwe tussenstand bij de zetelverdeling. Zolang er nog restzetels te verdelen zijn, wordt de hierboven beschreven procedure herhaald. Uitgaande van de nieuwe tussenstand wordt dan wederom voor iedere lijst één zetel opgeteld bij het (in de tussenstand) behaalde aantal zetels, en wordt de volgende restzetel wederom toebedeeld aan de lijst met het grootste gemiddelde aantal stemmen per zetel.
De systematiek voor de restzetelverdeling kan ertoe leiden dat een lijst meer dan één restzetel behaalt.
Grootste overschotten
Zijn er bij een verkiezing minder dan negentien zetels te verdelen, bijvoorbeeld bij een gemeenteraad met zeventien raadsleden of minder, dan wordt er bij de verdeling van de restzetels gebruik gemaakt van het systeem van de grootste overschotten. Hierbij wordt alleen gekeken naar het aantal stemmen per lijst dat over is na berekening van het aantal volle zetels. De lijst met het grootste stemmenoverschot, komt voor de eerste restzetel in aanmerking. Daarna de lijst met het één na grootste overschot, enzovoort.
In de regel is de uitwerking van de beide stelsels van restzetelverdeling nogal verschillend. In het algemeen kan worden gezegd dat het stelsel van de grootste gemiddelden voordelig is voor de grote politieke partijen en dat het stelsel van de grootste overschotten de kleinere partijen bevoordeelt.
Wanneer het aantal stemmen uitgebracht op een kandidaat groter is dan een kwart van de kiesdeler, dan is deze kandidaat gekozen. Overigens geldt voor de verkiezing van de Eerste Kamer en de gemeenteraden met minder dan 20.000 inwoners de drempel van 50 procent van de kiesdeler.
De beschikbare zetels worden eerst toebedeeld aan de kandidaten die gekozen zijn. Als een lijst niet voldoende zetels heeft gekregen, kan het voorkomen dat niet alle kandidaten die meer dan een kwart (of 50 procent) van de kiesdeler hebben behaald, een zetel krijgen. Zijn er na het toedelen aan de kandidaten nog zetels over, dan worden deze toegekend in de volgorde van de kandidatenlijst.
Nadat de toedeling van de zetels aan de kandidaten heeft plaatsgevonden, rangschikt het centrale stembureau de lijst. Bovenaan komen, in volgorde waarin de zetels zijn toegewezen, de kandidaten te staan die meer stemmen hebben gehaald dan een kwart (of 50 procent) van de kiesdeler en op die grond een zetel kregen toegewezen. Daarna volgen de kandidaten die weliswaar de kiesdrempel haalden, maar waarvoor op de eigen lijst niet voldoende zetels meer beschikbaar zijn. Tot slot volgen de kandidaten die noch een zetel, noch de kiesdrempel hebben gehaald.
Door middel van voorkeurstemmen3 kunnen kandidaten die op een lagere plaats op de lijst staan dan het aantal volle zetels dat een lijst behaald heeft, toch een zetel toegewezen krijgen. Het is immers in eerste instantie het aantal uitgebrachte stemmen op een kandidaat dat de volgorde van de toekenning van de zetels bepaalt. Vervolgens telt het halen van de kiesdrempel door een kandidaat. Als laatste geldt de volgorde van de kandidatenlijst.
Wanneer een kandidaat op meerdere lijsten gekozen is, dan geldt hij als verkozen op de lijst waarop het grootste aantal stemmen op hem is uitgebracht.
Tot 2017 was het voor partijen mogelijk om met een lijstencombinatie4 deel te nemen. In dat geval werden de stemcijfers van de verschillende lijsten bij elkaar opgeteld. De Eerste Kamer5 nam in juni 2017 een wetsvoorstel aan over het afschaffen van de mogelijkheid voor politieke groeperingen om lijstverbindingen aan te gaan bij verkiezingen.
Een gekozene is niet verplicht zijn zetel in te nemen en het is meer dan eens voorgekomen dat iemand afzag van de Tweede Kamerzetel. In de regel ging het na verkiezingen hoogstens om één of twee personen, die daar meestal om persoonlijke redenen van af zagen.
Meer over
- 1.De kiesdeler is het totaal aantal uitgebrachte stemmen bij een verkiezing gedeeld door het aantal te verdelen zetels. De kiesdeler is nodig om na de verkiezingen de zetelverdeling in de Tweede Kamer, de Eerste Kamer, provinciale staten, gemeenteraad of het Europees Parlement te kunnen bepalen.
- 2.De leden van de Tweede Kamer worden in principe eens in de vier jaar gekozen op basis van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Ook na de val van een kabinet worden bijna altijd verkiezingen gehouden. Kiesgerechtigd zijn alle Nederlanders die op de dag van de kandidaatstelling 18 jaar of ouder zijn, mits niet het kiesrecht vanwege een veroordeling is ontnomen.
- 3.Voorkeurstemmen zijn stemmen die niet op de nummer 1 van de kandidatenlijst (de lijsttrekker) worden uitgebracht, maar op een andere kandidaat van dezelfde lijst. Dit komt vaak voor. Zo zijn er bijvoorbeeld altijd veel kiezers die op de (hoogstgeplaatste) vrouwelijke kandidaat stemmen. Ook bekendheid van een kandidaat in een bepaalde regio speelt soms een rol.
- 4.Tot 2017 konden partijen die deelnamen aan Tweede Kamerverkiezingen en die in alle kieskringen een lijst hadden ingediend, als lijstencombinatie (lijstverbinding) meedoen. Een voorwaarde daarbij was dat ze dat in alle kieskringen deden. In het verleden waren de lijsten van SGP en ChristenUnie vaak verbonden, maar ook zijn er recent bijvoorbeeld ook lijstverbindingen geweest tussen PvdA, SP en GroenLinks.
- 5.De Eerste Kamer is deel van de volksvertegenwoordiging en heeft met name een rol op wetgevend gebied. Over een wetsvoorstel moet, als de Tweede Kamer het heeft aangenomen, ook door de Eerste Kamer worden gestemd. De Eerste Kamer kan een wetsvoorstel nog tegenhouden.
- 6.Als de stemmen zijn geteld en de zetels over de lijsten zijn verdeeld, worden de kandidaten op de hoogte gesteld van hun benoeming. Nadat de kandidaat zijn benoeming aanvaardt, wordt er een onderzoek ingesteld naar de geloofsbrieven van de kandidaat. Wanneer er geen bezwaren zijn tegen het lidmaatschap van de kandidaat, wordt hij na aflegging van de eed beëdigd.
- 7.In onderstaand overzicht staat de zetelverdeling van de Eerste Kamerverkiezingen in de periode 2007 tot 2023.
- 8.In onderstaand overzicht staat de zetelverdeling in de Tweede Kamer na de laatste vier verkiezingen aangegeven.