Kabinet-Kok II (1998-2002)
Dit kabinet, in de wandelgangen veelal 'Paars II' genoemd, was een voortzetting van het kabinet-Kok I1. Hoewel het kabinet het bijna de volle vier jaar uithield, verliep de samenwerking tussen PvdA2, VVD3 en D664 minder soepel dan in de vorige kabinetsperiode. PvdA-leider Wim Kok5 werd voor de tweede keer premier.
Het op 3 augustus 1998 aangetreden kabinet regeerde onder economisch gunstige omstandigheden en voerde enkele toonaangevende wetten door, zoals de euthanasiewetgeving. D66, verliezer bij de Kamerverkiezingen van 19986, zag in 1999 haar 'kroonjuweel', het referendum, stranden in de Eerste Kamer.
De kwestie-Srebrenica7 wierp een schaduw over het kabinet. Op 16 april 2002 bood het kabinet zijn ontslag aan vanwege het NIOD-rapport over de gebeurtenissen in Srebrenica. Op 22 juli 2002 volgde het eerste kabinet-Balkenende8 het kabinet-Kok II op.
Inhoudsopgave
Formatie
De Tweede Kamerverkiezingen6 van 1998 wezen op twee zaken: aan de ene kant leek de kiezer het vertrouwen in de paarse coalitie te hebben behouden, met winst voor de PvdA2 en de VVD3. Aan de andere kant leed D664 een gevoelige nederlaag. Hoewel D66 niet nodig was voor een meerderheid in de Tweede Kamer, werd snel op een vervolg van een paarse coalitie van PvdA, VVD en D66 aangestuurd.
Regeerakkoord en regeringsverklaring
Na ruim zestig dagen onderhandelen kwamen PvdA, VVD en D66 tot een regeerakkoord. Op 25 augustus 1998 legde premier Kok de regeringsverklaring af.
datum |
wat |
t/m |
dagen |
---|---|---|---|
3 augustus 1998 |
Beëdiging9 nieuwe bewindslieden, aantreden kabinet |
15 april 2002 |
1352 |
16 april 2002 |
Ontslag gevraagd, kabinet demissionair10 |
21 juli 2002 |
97 |
Totale zittingsduur11 kabinet |
1449 |
W. Kok (PvdA)
Viceminister-president
Dr. E. Borst-Eilers (D66)
A. Jorritsma-Lebbink (VVD)
Algemene Zaken
minister: W. Kok (PvdA)
Buitenlandse Zaken
minister: J.J. van Aartsen (VVD)
staatssecretaris: Drs. D.A. Benschop (PvdA)
minister voor Ontwikkelingssamenwerking
minister: Mr. E.L. Herfkens (PvdA)
Justitie
minister: Mr. A.H. Korthals (VVD)
staatssecretaris: Dr. M.J. Cohen (PvdA) (3 augustus 1998 - 1 januari 2001)
staatssecretaris: Mr. N.A. Kalsbeek (PvdA) (2 januari 2001 - 22 juli 2002)
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
minister: Dr. A. Peper (PvdA) (3 augustus 1998 - 13 maart 2000)
minister: Mr. R.H.L.M. van Boxtel (D66) (13 maart 2000 - 24 maart 2000)
minister: Mr. K.G. de Vries (PvdA) (24 maart 2000 - 22 juli 2002)
staatssecretaris: Drs. G.M. de Vries (VVD)
minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid
minister: Mr. R.H.L.M. van Boxtel (D66)
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
minister: Drs. L.M.L.H.A. Hermans (VVD)
staatssecretaris: Drs. K.Y.I.J. Adelmund (PvdA)
staatssecretaris: Dr. F. van der Ploeg (PvdA)
Financiën
minister: Drs. G. Zalm (VVD)
staatssecretaris: Dr. W.A.F.G. Vermeend (PvdA) (3 augustus 1998 - 24 maart 2000)
staatssecretaris: Drs. W.J. Bos (PvdA) (24 maart 2000 - 22 juli 2002)
Defensie
minister: Mr. F.H.G. de Grave (VVD)
staatssecretaris: H.A.L. van Hoof (VVD)
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
minister: Drs. J.P. Pronk (PvdA)
staatssecretaris: J.W. Remkes (VVD)
Verkeer en Waterstaat
minister: T. Netelenbos (PvdA)
staatssecretaris: Drs. J.M. de Vries (VVD)
Economische Zaken
minister: A. Jorritsma-Lebbink (VVD)
staatssecretaris: Drs. G. Ybema (D66)
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
minister: Drs. H.H. Apotheker (D66) (3 augustus 1998 - 7 juni 1999)
minister: Mr. K.G. de Vries (PvdA) (7 juni 1999 - 9 juni 1999)
minister: Mr. L.J. Brinkhorst (D66) (8 juni 1999 - 22 juli 2002)
staatssecretaris: G.H. Faber (PvdA)
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
minister: Mr. K.G. de Vries (PvdA) (3 augustus 1998 - 24 maart 2000)
minister: Dr. W.A.F.G. Vermeend (PvdA) (24 maart 2000 - 22 juli 2002)
staatssecretaris: Drs. J.F. Hoogervorst (VVD)
staatssecretaris: Mr. A.E. Verstand-Bogaert (D66)
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
minister: Dr. E. Borst-Eilers (D66)
staatssecretaris: A.M. Vliegenthart (PvdA)
Twee ministers en één staatssecretaris in het kabinet-Kok II traden tussentijds af.
-
-Apotheker werd opgevolgd door Brinkhorst als minister van Landbouw
Op 7 juni 1999 trad minister Apotheker van Landbouw af, omdat hij vond dat hij in de ministerraad te weinig steun kreeg voor zijn herstructeringsvoorstellen in de varkenshouderij. Deze was net geplaagd door een uitbraak van varkenspest. Hij werd opgevolgd door L.J. Brinkhorst.
-
-Peper werd opgevolgd door De Vries op als minister van Binnenlandse Zaken
Op 13 maart 2000 trad minister Peper van Binnenlandse Zaken af, omdat zijn declaratiegedrag ten tijde van zijn burgemeesterschap van Rotterdam ter discussie stond en hij zich als 'vrij man' wilde kunnen verdedigen. Minister De Vries van Sociale Zaken volgde Peper op.
-
-De Vries opgevolgd door Vermeend als minister van Sociale Zaken
Staatssecretaris Vermeend van Financiën volgde De Vries op als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
-
-Vermeend opgevolgd door Bos als staatsecretaris van Financiën
Vermeend werd op zijn beurt als staatssecretaris van Financiën opgevolgd door PvdA-Tweede Kamerlid Bos.
-
-Cohen opgevolgd door Kalsbeek als staatssecretaris van Justitie
Op 2 januari 2001 volgde mevrouw Kalsbeek als staatssecretaris van Justitie de heer Cohen op, die aftrad vanwege zijn benoeming tot burgemeester van Amsterdam.
Het kabinet kon in de Tweede Kamer rekenen op een ruime meerderheid. In de Eerste Kamer was dat aanvankelijk ook het geval. Als gevolg van de Eerste Kamerverkiezingen van 199912 bleef er slechts een nipte meerderheid over.
De zetelverdeling in het parlement wijzigde in deze kabinetsperiode niet. Er vonden geen afsplitsingen plaats van de Tweede- of Eerste Kamerfracties van de regeringspartijen.
PvdA |
VVD |
D66 |
totaal |
|
---|---|---|---|---|
Kabinet: ministers / (staatssecretarissen) |
6/(7) |
6/(5) |
3/(2) |
15/(14) |
Tweede Kamer op 3 augustus 1998 |
45 |
38 |
14 |
97 (64,7%) |
Eerste Kamer tot 8 juni 1999 |
14 |
23 |
7 |
44 (58,7%) |
Eerste Kamer vanaf 8 juni 1999 |
15 |
19 |
4 |
38 (50,7%) |
De eerste jaren onder het kabinet-Kok II draaide de economie op volle toeren. De coalitiepartners richtten zich op de verdeling van de buit. Het hervormen van de economie raakte steeds meer op de achtergrond. Volgens het regeerakkoord moesten de inkomstenmeevallers voor een groot deel aan lastenverlichting worden besteed. PvdA2 en D664 wilden echter meer 'investeren'.
Het kabinet streefde naar versterking van de economische positie van het land. Bij die grotere economische slagkracht moest rekening worden gehouden met het leefmilieu. Andere speerpunten waren versterking van de sociale cohesie (het wegwerken van achterstanden, integratie, toegankelijke zorg), verbetering van de kwaliteit van de overheid en veiligheid in de woonomgeving.
Justitie14
-
-Invoering Homohuwelijk
Als eerst land ter wereld stelde Nederland in 2001 het huwelijk open voor partners van hetzelfde geslacht.
-
-Vreemdelingenwet
Een nieuwe Vreemdelingenwet in 2000 moet voor snellere asielprocedures zorgen
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties15
-
-Dualisering provincie- en gemeentebestuur
De Wet dualisering provincie- en gemeentebestuur bracht een strikte scheiding tussen de Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten, alsmede het College van Burgemeester en Wethouders en gemeenteraad tot stand.
Defensie16
-
-Vredesmissies
In deze kabinetsperiode nam Nederland deel aan vredesmissies in onder meer Kosovo, Ethiopië en Eritrea.
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer17
-
-Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening
Minister Pronk kwam met de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, waarin een grotere verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid bij provincies en gemeenten werd gelegd. Er werden door het Rijk 'rode' en 'groene' contouren aangegeven voor bebouwing en natuurontwikkeling.
-
-Vierde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4).
Uitgangspunt daarvan was een omvorming in dertig jaar naar een duurzaam functionerende samenleving. Problemen die daarbij onder meer aandacht zouden moeten krijgen waren: verlies aan biodiversiteit door verdroging en verzuring en het gebruik van bestrijdingsmiddelen, klimaatverandering, uitputting van natuurlijke hulpbronnen, externe veiligheid door luchtvaart en vervoer van gevaarlijke stoffen, en afnemende kwaliteit van de leefomgeving.
Deze problemen moesten worden aangepakt door drie zgn. transities: overgang naar een duurzame energiehuishouding, overgang naar duurzaam gebruik van biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen en overgang naar duurzame landbouw. Om dit te bereiken zouden heffingen en subsidies worden ingevoerd en moesten internationale afspraken worden gemaakt.
Verkeer en Waterstaat18
-
-Vermindering files
Er werden plannen gemaakt tot vermindering van de files. Aanvankelijk werd een systeem van tolpoorten bedacht, maar dat werd later vervangen door een plan voor invoering (op termijn) van een kilometerheffing.
-
-Schiphol
Het kabinet ondervond grote problemen met betrekking tot de uitbreiding van Schiphol. Zo waren er veel protesten naar aanleiding van de toenemende geluidshinder van de luchthaven. Ondanks protesten kwam de uitbreiding, in de vorm van een extra landingsbaan, er toch.
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij19
-
-MKZ-uitbraak
In 2001 werd Nederland getroffen door een uitbraak van Mond- en Klauwzeer (MKZ), waarbij vee moest worden afgemaakt en boeren in ernstige problemen kwamen.
Sociale Zaken en Werkgelenheid20
-
-WAO
De Wet verbetering poortwachter moest zorgen voor ziektepreventie en betere re-integratie om zo het hoge aantal mensen dat een beroep deed op de WAO te verminderen.
Volksgezondheid, Welzijn en Sport21
-
-euthanasiewetgeving
Het kabinet trof een definitieve regeling voor euthanasie (levensbeëindiging op verzoek).
Tussentijdse crisis 1999: de nacht van Wiegel
In de nacht van 18 op 19 mei 1999 kreeg een wetsvoorstel tot invoering van de mogelijkheid voor een correctief referendum in de Eerste Kamer niet de vereiste tweederde meerderheid. Daarop bood het kabinet in de loop van 19 mei zijn ontslag aan. Vooral D664 was zeer ontstemd en teleurgesteld over de verwerping, omdat zij het referendum als één van haar 'kroonjuwelen' beschouwde.
Nadat D66 aanvankelijk weinig voelde voor een lijmpoging, werd na enige tijd toch een compromis bereikt na een geslaagde bemiddelingspoging door de vicepresident van de Raad van State, Tjeenk Willink.22
Dat compromis hield in dat er nog tijdens de periode van het tweede kabinet-Kok een Tijdelijke Referendumwet zou komen, waarin een consultatief correctief referendum zou worden geregeld. Het kabinet zou bovendien het Grondwetsvoorstel opnieuw (in eerste lezing) indienen.
Huwelijk kroonprins Willem-Alexander
Op 3 juli 2001 werd de toestemmingswet voor het huwelijk van Kroonprins Willem Alexander en Máxima Zorreguieta aangenomen. Mevrouw Zorreguieta23, van oorsprong Argentijnse, had eerder al het Nederlanderschap gekregen.
Omdat haar vader staatssecretaris van Landbouw in het omstreden regime-Videla was, ontstond in de eerste maanden van 2001 een felle publieke discussie over het mogelijke huwelijk en de aanwezigheid van de vader daarbij. Na een gesprek met minister van staat Van der Stoel24, die door het kabinet als bemiddelaar was aangezocht, besloot vader Zorreguieta niet bij het huwelijk van zijn dochter aanwezig te zijn. Het voornaamste bezwaar tegen een huwelijk was hiermee weggenomen.
Terreurdreiging - Aanslagen op WTC en Pentagon
Op 11 september 2001 werd de wereld opgeschrikt door terreuraanslagen op het World Trade Centre in New York en het Pentagon in Washington. Deze aanslagen kostten aan ongeveer 3000 mensen het leven. Het kabinet zegde de Verenigde Staten alle medewerking toe bij het opsporen van de daders. Op nationaal niveau kwam het kabinet met een pakket anti-terreurmaatregelen.
Invoering Euro
Per 1 januari 2002 werd de Gulden ingeruild voor de Euro. Vanaf dat moment betaalden Nederlanders en inwoners van elf andere lidstaten van de Europese Unie met dezelfde munt.
Vier keer droeg de Koningin een troonrede voor die was opgesteld door het kabinet-Kok II. Snelle economische en maatschappelijke ontwikkelingen en de (naderende) eeuwwisseling stonden hierin centraal. In 2001 was er ook aandacht voor de aanslagen in de VS.
Crisis rond het Srebrenica-rapport
Op 16 april 2002 boden de ministers en staatssecretarissen van het tweede kabinet-Kok hun ontslag aan naar aanleiding van het rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) over het bloedbad bij Srebrenica. In dit rapport werden de gebeurtenissen uiteengezet die in juli 1995 tot de moord door Serviërs op 7000 Bosnische mannen hadden geleid. Daarbij werd vooral ingegaan op de rol van het Nederlandse VN-bataljon (Dutchbat), dat de bevolking had moeten beschermen.
Meer over
- 1.Aan dit eerste 'paarse' kabinet namen PvdA, VVD en D66 deel. Het werd op 22 augustus 1994 gevormd na de Tweede Kamerverkiezingen van 1994. De kleur paars refereerde aan de vermenging van het rood van de PvdA en het blauw van de VVD. PvdA-leider Wim Kok, minister van financiën en vicepremier in het voorgaande kabinet-Lubbers III, werd premier.
- 2.De Partij van de Arbeid (PvdA) is een progressieve, sociaaldemocratische partij. De partij werd opgericht in 1946 als een voortzetting van de vooroorlogse Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP), de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB) en de Christelijk-Democratische Unie (CDU). De PvdA trok samen met GroenLinks op en deed met een gezamenlijke lijst mee aan de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2023. Frans Timmermans leidt de gezamenlijke fractie in de Tweede Kamer.
- 3.De Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) is een rechtse liberale partij, met op onder meer ethisch gebied progressievere standpunten. Politiek leider is sinds 14 augustus 2023 Dilan Yesilgöz-Zegerius. De partij werd opgericht in 1948 als opvolger van de Partij van de Vrijheid (PvdV), die weer een voortzetting was van de vooroorlogse Liberale Staatspartij (LSP).
- 4.Democraten 66 (D66) is een hervormingsgezinde sociaal-liberale partij. De huidige politiek leider is Rob Jetten. De partij werd opgericht op 14 oktober 1966 door 44 'homines novi', waarvan er 25 eerder bij andere politieke partijen actief waren geweest. Belangrijkste initiatiefnemer en voorman (tot 1998) was de oud-journalist Hans van Mierlo.
- 5.Minister-president die acht jaar lang een coalitie leidde met daarin de politieke tegenvoeters PvdA en VVD (de paarse kabinetten). Was van betrekkelijk eenvoudige komaf en klom via de vakbond op tot minister. Volgde in 1986 Den Uyl op als partijleider en was minister van Financiën in het derde kabinet-Lubbers. Voerde een stringent ombuigingsbeleid. Dat beleid werd onder zijn premierschap (Paars I) voortgezet en leidde tot groei van de werkgelegenheid. Kreeg als minister-president te maken met het debacle in Srebrenica en de bijna-crisis rond het huwelijk van de kroonprins. Zijn tweede kabinet was vooral in de laatste periode minder succesvol door problemen in de zorg en het onderwijs en dat leidde mede tot een verkiezingsnederlaag van de PvdA. Werd in 2003 minister van staat. Integere, resultaatgerichte en meer op samenbinden dan op bezielen ingestelde rasbestuurder. Internationaal gerespecteerd. Kon soms wat nors zijn als er in zijn ogen onterechte kritiek was.
- 6.De Tweede Kamerverkiezingen van 6 mei 1998 waren reguliere verkiezingen. Het kabinet-Kok I zat zijn gehele termijn uit. Er lagen ook grondwetswijzigingen voor, zoals het grondwetsvoorstel voor het correctief referendum dat in eerste lezing was aangenomen. De regeringspartijen PvdA en VVD wonnen de verkiezingen; de PvdA bleef de grootste. Verlies was er voor D66 en opnieuw het CDA. GroenLinks won flink. CD en ouderenpartijen verdwenen uit de Kamer.
- 7.In april 2002 besloot de Tweede Kamer een parlementaire enquête te houden naar de gebeurtenissen rond de uitzending van militairen naar Srebrenica. Reden voor de enquête was onder meer een rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), op basis waarvan het kabinet-Kok II zijn ontslag had aangeboden.
- 8.Na acht jaar 'paars' (de kabinetten Kok I en Kok II) trad in 2002 een centrumrechtse coalitie aan van CDA en VVD samen met nieuwkomer LPF (de Lijst Pim Fortuyn). De enorme winst van deze nieuwe partij (26 zetels) bij de Tweede Kamerverkiezingen van 15 mei 2002 maakte een kabinet zonder deze partij bijna onmogelijk. CDA-leider Jan-Peter Balkenende werd de nieuwe premier.
- 9.Bij het aantreden van een nieuw kabinet worden de nieuwe ministers en alle staatssecretarissen beëdigd. Zittende ministers gaan over in het nieuwe kabinet. Feitelijk wordt besloten het door hen gevraagde ontslag niet te verlenen (of zij komen terug op hun verzoek hun portefeuilles ter beschikking te stellen). Wel kunnen bewindslieden in het nieuwe kabinet een andere functie krijgen, maar dit wordt bij Koninklijk Besluit geregeld.
- 10.Als een kabinet of minister ontslag heeft gevraagd aan de Koning(in), maar dit ontslag nog niet is verleend, noemen we dat demissionair. Het is na 1922 gebruikelijk dat een kabinet op de dag van de verkiezingen zijn ontslag aanbiedt, tenzij het dat eerder al had gedaan vanwege een kabinetscrisis.
- 11.De zittingsperiode van een kabinet valt samen met de zittingsduur van de Tweede Kamer, namelijk vier jaar. Het is echter niet vanzelfsprekend dat alle kabinetten de rit tot het einde uitzitten. Bij een tussentijdse crisis wordt de Tweede Kamer ontbonden en komen er nieuwe verkiezingen. Op basis van de nieuwgekozen Tweede Kamer wordt een nieuw kabinet gevormd.
- 12.Op 25 mei 1999 kozen de Provinciale Staten een nieuwe Eerste Kamer. De drie regeringspartijen behaalden een kleine meerderheid: 38 zetels. Verlies was er vooral voor VVD en D66. GroenLinks was met een verdubbeling van het zeteltal de grote winnaar. De ouderenpartij verdween uit de Senaat.
- 13.1999
- Wet deregulering taxivervoer, die de rol van de taxi bij de mobiliteit moet bevorderen. Er komt een nieuwe regeling voor het vergunningenstelsel, de positie van consumenten wordt versterkt en de minister krijgt de bevoegdheid een maximumtarief vast te stellen.
- 14.Dit ministerie werd in 1813 ingesteld en hield zich bezig met rechtshandhaving (waaronder criminaliteitsbestrijding) en met het bewaken van de kwaliteit van de wetgeving. Het ministerie was belast met wetgeving op het gebied van straf-, privaatrecht en bestuursrecht, administratief recht, vreemdelingenzaken, rechtshulp, jeugdbescherming en delinquentenzorg.
- 15.Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft zorg voor het goed functioneren van het openbaar bestuur van ons land. De hoofdtaken zijn het bevorderen van de democratische rechtstaat, slagvaardig bestuur, zorg voor betaalbare woningen en een goede leefomgeving. Sinds 2017 behoort ook de ruimtelijke ontwikkeling tot het taakveld. Met Koninkrijksrelaties worden de relaties tussen de vier landen van het Koninkrijk bedoeld, namelijk Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
- 16.Het ministerie van Defensie draagt de zorg voor het goed functioneren van de krijgsmacht van ons land. De krijgsmacht dient ter verdediging en bescherming van de belangen van het Koninkrijk. Daarnaast dient de krijgsmacht ter handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde.
- 17.Dit ministerie was belast met de zorg voor de volkshuisvesting en de stadsvernieuwing, de verbetering van de kwaliteit van onze woon- en leefomgeving (milieu) en de ruimtelijke inrichting. In de periode 2007-2010 hield een projectminister zich bezig met wonen, wijken en integratie.
- 18.Dit ministerie had de zorg voor het vervoer en het verkeer te land, te water en in de lucht. Voorts was het verantwoordelijk voor de beveiliging van het land tegen het water en voor de waterhuishouding. Per 14 oktober 2010 gingen de taken van het departement over naar het nieuwe ministerie van Infrastructuur en Milieu.
- 19.Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) had de zorg voor duurzaam voedsel, kringlooplandbouw, waardevolle natuur en biodiversiteit, visserij, biotechnologie en stikstofaanpak. Het departement was tussen 2010 en 2012 onderdeel van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en tussen 2012 en 2017 van het ministerie van Economische Zaken. In 2024 wijzigde de naam in ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
- 20.Het ministerie is onder meer belast met het algemeen sociaaleconomisch beleid, met name voor het werkgelegenheidsbeleid, arbeidsaangelegenheden en voor het inkomens- en vermogensbeleid. Het ministerie draagt ook zorg voor de sociale zekerheid in Nederland.
- 21.Dit ministerie draagt de zorg voor de volksgezondheid. Dit betreft onder andere het beleid met betrekking tot ziekenhuizen, geneesmiddelen, ziektekosten en huisartsen. Ook het welzijnsbeleid zoals de ouderenzorg, het jeugdbeleid, de verslaafdenzorg en de maatschappelijke dienstverlening behoren tot het taakveld. Daarnaast is het ministerie verantwoordelijk voor het beleid ten aanzien van de sport.
- 22.Politicus van PvdA-huize met veel gezag als topadviseur en kritisch beschouwer van politiek en bestuur. Topambtenaar ministerie van Algemene Zaken, die optrad als secretaris van achtereenvolgende kabinetsformateurs en jarenlang adviseur was van de minister-president. Regeringscommissaris reorganisatie rijksdienst. Hoogleraar bestuurswetenschappen. Als PvdA'er lid en voorzitter van de Eerste Kamer. Bepleitte een actievere rol voor de Eerste Kamer bij de bewaking van de kwaliteit van de wetgeving, ook Europees. Bijna vijftien jaar vicepresident Raad van State en in die positie de voornaamste adviseur van de koningin bij kabinetsformaties en zelf informateur in 1994, 1999, 2010, 2017 en opnieuw in 2021. Is sinds 2012 minister van staat.
- 23.Máxima Zorreguieta is sinds 2 februari 2002 echtgenote van Willem-Alexander en sinds 30 april 2013 koningin. Zij hebben drie dochters, van wie prinses Catharina-Amalia (de Prinses van Oranje) de vermoedelijke troonopvolgster is. Koningin Máxima is geboren in Argentinië en werkte als bankemployé in New York en Brussel. Als prinses hield zij zich onder meer bezig met vraagstukken op het gebied van inburgering en met bevordering van microfinanciering. De rol van haar vader, die staatssecretaris was tijdens het Videla-regime, leidde tot spanningen rond haar huwelijksvoltrekking. Vanaf het moment van de verloving wist zij echter door haar spontaniteit en warmte de harten van de bevolking te veroveren. Werkt onder meer in VN-verband op gebied van microfinanciering en financiële gezondheid.
- 24.Onder meer minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet Den Uyl I (1973-1977 en van Agt I(1981-1982), permanent vertegenwoordiger van Nederland bij de Verenigde Naties en Hoge Commissaris voor de Nationale Minderheden (CVSE).
- 25.Nederland heeft sinds 1945 tientallen verschillende kabinetten gehad. Drees en Balkenende leidden vier kabinetten, terwijl Lubbers twaalf jaar minister-president was. Mark Rutte was dat van 2010 tot en met 2024 en ook hij leidde vier kabinetten.
- 26.In deze periode regeren twee kabinetten onder leiding van Wim Kok met vertegenwoordigers uit PvdA, VVD en D66. De vorming van het eerste kabinet komt in 1994 tot stand nadat de zittende coalitie van CDA en PvdA haar meerderheid heeft verloren. Beide partijen verliezen fors. Winnaars zijn D66 en VVD.