Kaderbesluit
Dit type bindende besluit van de Europese Unie1, dat sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon2 niet meer wordt toegepast, regelde dat nationale lidstaten wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen onderling konden aanpassen, maar het eindresultaat werd vastgesteld. Het kaderbesluit werd alleen gebruikt op het terrein van justitie en binnenlandse zaken of - later - politiële en justitiële samenwerking in strafzaken.
Het kaderbesluit is met het Verdrag van Lissabon afgeschaft. Op dit terrein wordt nu ook gebruik gemaakt van de richtlijn3, of in bijzondere gevallen, het besluit4.
Inhoudsopgave
Toepassingsgebied
Kaderbesluiten waren niet direct toepasbaar omdat ze eerst moesten worden overgezet in nationale wetgeving. Het doel van kaderbesluit was om wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen binnen de nationale wetgeving van lidstaten op het terrein van justitie en binnenlandse zaken beter op elkaar af te stemmen.
Lidstaten of de Europese Commissie5 konden bij het Europees Hof van Justitie6 beroep aantekenen tegen een kaderbesluit.
Vaststelling kaderbesluit
Kaderbesluiten werden vastgesteld door de Raad van Ministers7.
Het kaderbesluit bestaat niet meer sinds 1 december 2009.
- 1.De Europese Unie (EU) is het belangrijkste samenwerkingsverband in Europa. De deelnemende landen hebben voor deze Unie een aantal organisaties opgericht waaraan zij een deel van hun eigen bevoegdheden hebben overgedragen. Dit zijn onder meer het Europees Parlement, de Europese Commissie, de Raad en het Europese Hof van Justitie.
- 2.Dit Europese verdrag voerde een aantal hervormingen door om de Europese Unie democratischer en beter bestuurbaar te maken nadat in 2004 en 2007 twaalf nieuwe landen lid zijn geworden van de Europese Unie. Het Verdrag van Lissabon is op 1 december 2009 in werking getreden.
- 3.Dit bindende besluit van de Europese Unie bevat doelstellingen waar alle lidstaten van de Europese Unie aan moeten voldoen. De lidstaten zijn verplicht de doelstellingen te verwezenlijken; de wijze waarop staat de lidstaten vrij. Lidstaten zijn verantwoordelijk voor de juiste en tijdige implementatie van richtlijnen.
- 4.Een besluit is verbindend in al zijn onderdelen. In beginsel geldt een besluit voor iedereen. Indien besluiten op specifieke personen of instanties zijn gericht, zijn ze alleen voor hen verbindend. Het besluit als rechtsinstrument vervangt sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon de beschikking en - samen met de richtlijn - in strikt juridische zin ook een aantal rechtsinstrumenten die onder de tweede (defensie en buitenlands beleid) en derde pijler (justitiële en politiële samenwerking) van het oude EU-verdrag vielen.
- 5.Deze instelling van de Europese Unie kan worden beschouwd als het 'dagelijks bestuur' van de EU. De leden van de Europese Commissie worden 'Eurocommissarissen' genoemd. Elke Eurocommissaris is verantwoordelijk voor één of meerdere beleidsgebieden.
- 6.Het in 1952 opgerichte Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) moet ervoor zorgen dat de wetten en regels die in Europa gemaakt worden, goed worden toegepast. De Europese wetten - het gemeenschapsrecht - moeten in alle lidstaten hetzelfde worden uitgevoerd. Het Hof van Justitie ziet er verder op toe dat het EU-recht in alle lidstaten op dezelfde manier wordt toegepast.
- 7.In deze instelling van de Europese Unie (kortweg 'de Raad van Ministers' of nog korter 'de Raad' genoemd) zijn de regeringen van de 27 lidstaten van de EU vertegenwoordigd. De Raad oefent samen met het Europees Parlement de wetgevings- en begrotingstaak uit.
- 8.De Europese Unie gebruikt verschillende instrumenten om Europese wet- en regelgeving mee vast te leggen, om beleid van de lidstaten mee te coördineren of de lidstaten mee te adviseren. Rechtsinstrumenten zijn onder te verdelen in twee categorieën, bindende en niet-bindende rechtsinstrumenten. Uitvoerende rechtsinstrumenten vallen onder de bindende instrumenten, maar zijn als aparte categorie opgenomen.