Comités van beheer
Dit type comitologie-comité1 adviseert de Europese Commissie2 over de door de Commissie voorgestelde implementatiemaatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid en op het gebied van de uitvoering van programma's met aanzienlijke gevolgen voor de Europese begroting.
Net als de andere comitologie-comités, bestaan regelgevende comités uit nationale experts en worden ze voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Europese Commissie.
Volgens de beheersprocedure is de Europese Commissie niet verplicht het advies van een comité van beheer over een implementatiemaatregel op te volgen. Als de Commissie het advies niet opvolgt, dan moet de Commissie de Raad van Ministers3 hiervan op de hoogte brengen. De Raad kan binnen een bepaalde termijn met gekwalificeerde meerderheid4 van stemmen beslissen om een ander besluit over de uitvoeringsmaatregel te nemen. Als het comité van beheer echter instemt met een voorstel van de Commissie of geen advies uitbrengt, dan mag de Raad geen ander besluit nemen.
- 1.Dit type comités van de Europese Unie worden in het leven geroepen om de Europese Commissie bij te staan bij de implementatie van Europese regelgeving. De comitologie-comités bestaan uit nationale overheidsexperts. Dat kunnen ambtenaren zijn, of experts afgevaardigd namens een lidstaat. Ze worden voorgezeten door een ambtenaar van de Europese Commissie. Als we het over deze groep van comités hebben, spreken we ook wel van 'comitologie'.
- 2.Deze instelling van de Europese Unie kan worden beschouwd als het 'dagelijks bestuur' van de EU. De leden van de Europese Commissie worden 'Eurocommissarissen' genoemd. Elke Eurocommissaris is verantwoordelijk voor één of meerdere beleidsgebieden.
- 3.In deze instelling van de Europese Unie (kortweg 'de Raad van Ministers' of nog korter 'de Raad' genoemd) zijn de regeringen van de 27 lidstaten van de EU vertegenwoordigd. De Raad oefent samen met het Europees Parlement de wetgevings- en begrotingstaak uit.
- 4.De Raad van Ministers kan met gekwalificeerde meerderheid een voorstel aannemen wanneer 55% van het aantal lidstaten, met een minimum van vijftien, vóór stemt. Ook moet in de lidstaten die voor zijn, ten minste 65% van de totale bevolking van de Europese Unie wonen. Met het huidige aantal lidstaten (27) betekent 55% dat minimaal vijftien lidstaten voor moeten stemmen.